Dit weekend wordt het wielerseizoen afgetrapt met de voorjaarsklassieker Omloop Het Nieuwsblad. De renners verschijnen aan de start op ultralichte fietsen van carbon en hightech composieten. Maar twee eeuwen geleden zag de fiets er heel anders uit. De eerste fietsen waren zwaar, onhandzaam en hadden geen pedalen of remmen. Hoe groeide dat primitieve voertuig uit tot de moderne racefiets?

De houten loopfiets van baron Drais

Op 12 juli 1817 maakte de Duitse baron Karl Drais in Mannheim een proefrit op zijn houten Laufmaschine, een loopfiets zonder pedalen. Hij reed van zijn huis naar het Schwetzinger Relaishaus en terug, een tocht van ongeveer vijftien kilometer. Hij deed er minder dan een uur over, sneller dan een postkoets op hetzelfde traject.

Leestip: Hoe een fietsenmaker 118 jaar geleden de eerste helikoptervlucht ooit maakte

De Karlsruher Zeitung berichtte enthousiast over de uitvinding. Het principe was eenvoudig: een zadel op twee wielen, voortbewogen door zich met de voeten van de grond af te zetten – ‘ontleend aan het schaatsenrijden’, zoals de krant berichtte.

Drais (1785-1851), officieel Karl Friedrich Christian Ludwig Freiherr Drais von Sauerbronn, werkte als houtvester voor de groothertog van Baden. In zijn vrije tijd ontwierp hij machines, waaronder een vroege schrijfmachine en een spoorfiets – nog altijd bekend als een draisine.

een man rijdt op een draisine, de eerste variant van de moderne fiets. de draisine had geen pedalen en was in feite een loopfiets: hij werd voortbewogen door zich met de voeten van de grond af te zetten. gravure uit 1819.
Science & Society Picture Library//Getty Images
Een man rijdt op een draisine, de eerste variant van de moderne fiets. De draisine had geen pedalen en was in feite een loopfiets: hij werd voortbewogen door zich met de voeten van de grond af te zetten. Gravure uit 1819.

Zijn loopfiets kreeg aanvankelijk steun van de groothertog, maar commercieel werd het geen succes. Het voertuig was zwaar, lastig te besturen en op slechte wegen ronduit gevaarlijk. In meerdere steden werd het zelfs verboden. De loopfiets werd als een hobbelpaard weggezet en belachelijk gemaakt.

De uitvinding van het pedaal

De echte doorbraak kwam met de toevoeging van pedalen. Rond 1862 verschenen in Frankrijk de eerste fietsen met pedalen aan het voorwiel. De precieze uitvinder is onderwerp van discussie, maar namen als Pierre Michaux en Pierre Lallement duiken vaak op in de archieven.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Lallement vroeg in 1866 zelfs patent aan in de Verenigde Staten. Wat vaststaat: de toevoeging van pedalen veranderde de loopfiets definitief in een voertuig dat zichzelf kon aandrijven.

De nieuwe fiets, de michaudine, kreeg een stalen frame en houten wielen met ijzeren hoepels. Het model werd populair en ging in serieproductie. Toch had het een bijnaam die weinig vertrouwen wekte: de bottenschudder. De massieve wielen maakten elke hobbel voelbaar.

een man poseert met een ‘bottenschudder’, een voorloper van de moderne fiets. de bottenschudder was de eerste fiets die gebruik maakte van pedalen (voorwiel) om zich voort te bewegen. voor de uitvinding van het pedaal bewoog men de fiets door zich met de voeten op de grond af te zetten. foto uit 1870.
Bettmann//Getty Images
Een man poseert met een ‘bottenschudder’ (vélocipède), een voorloper van de moderne fiets. De bottenschudder was de eerste fiets die gebruik maakte van pedalen (voorwiel) om zich voort te bewegen. Voor de uitvinding van het pedaal bewoog men de fiets door zich met de voeten op de grond af te zetten. Foto uit 1870.

Uit deze vroege pédalefietsen ontwikkelde zich de beroemde hoge bi, in Engeland bekend als de penny-farthing en in Frankrijk als de grand-bi. Het model had een enorm voorwiel – soms anderhalve meter hoog – en een klein achterwiel. Hoe groter het voorwiel, hoe meer afstand per trapbeweging werd afgelegd. Maar het gevaar was groot: een val betekende vaak een flinke smak naar voren.

De ‘veiligheidsfiets’ verandert alles

Pas in de jaren 1880 ontstond de fiets zoals we die vandaag herkennen. De Engelsman John Kemp Starley ontwikkelde de Rover-fiets, gebaseerd op eerdere ontwerpen van zijn oom James Starley.

advertentie voor een rover fiets
Science & Society Picture Library//Getty Images
Advertentie voor een Rover-fiets, ontworpen door de Brit John Kemp Starley. De Rover was de eerste fiets waarbij de pedalen onder aan het frame werden bevestigd, in plaats van aan het voorwiel, zoals bij de vélocipède het geval was. Gravure uit 1888.

De pedalen zaten niet langer aan het voorwiel, maar aan een driehoekig frame tussen de wielen. Via een ketting werd het achterwiel aangedreven. Deze constructie maakte de fiets stabieler, lager en veiliger – vandaar de naam veiligheidsfiets. De Rover woog ongeveer zestien kilo, aanzienlijk minder dan de zware driewielers van die tijd, die soms tot wel zestig kilo wogen.

De luchtband en de geboorte van de wielersport

Comfort bleef een probleem, maar een oplossingn kwam rond 1888, wanneer de Ierse dierenarts John Boyd Dunlop de luchtband opnieuw introduceerde en succesvol patenteerde. Een vergelijkbaar principe was al eerder bedacht, maar Dunlops versie bleek praktisch en commercieel haalbaar.

Hij deed dat om de driewieler van zijn zoon soepeler te laten rijden. Niet lang daarna introduceerden de broers André en Édouard Michelin een verbeterde, vervangbare luchtband. Met lichtere frames en luchtbanden werd de fiets geschikt voor snelheid en lange afstanden.

Leestip: Deze Middeleeuwse uitvinder bouwde slimme robots – al eeuwen vóór Leonardo da Vinci

Op 23 mei 1891 vond een van de eerste grote wielerwedstrijden plaats: een rit van 572 verschrikkelijke kilometers over slechte wegen. Winnaar was de Brit George Pilkington Mills. Een jaar later volgde de eerste editie van Luik-Bastenaken-Luik, inmiddels een van de oudste wielerklassiekers ter wereld.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!