In Nederland en België wordt volop zomervakantie gevierd. Miljoenen mensen trekken naar campings, stranden en verre bestemmingen. Maar een vakantie zoals we die nu kennen, is historisch gezien allesbehalve vanzelfsprekend. Gedurende het grootste deel van onze geschiedenis werkten mensen het hele jaar door, en op veel plekken in de wereld is dat nog steeds zo. Hoe ontstond het toerisme zoals we dat nu hier kennen?

Of je nu met de auto naar Frankrijk rijdt, gaat wandelen in Slovenië of thuis vakantie viert: recreatief reizen is een relatief jong verschijnsel. Zelfs voor de rijksten was een reis eeuwenlang eerder een uitzondering dan een jaarlijkse traditie.

Zo gingen de Romeinen al op vakantie

Volgens historici waren het de Romeinen die als eersten aan de belangrijkste voorwaarden voor vakantie voldeden. Het woord vakantie is afgeleid van het Latijnse vacare, dat ‘vrij zijn’ betekent. Zij waren vermoedelijk de eersten die niet alleen uit noodzaak, maar ook voor hun plezier op reis gingen.

Zo maakte generaal en politicus Lucius Aemilius Paullus Macedonicus (229-160 v.C.) een rondreis langs de beroemdste bestemmingen van zijn tijd. Hij bezocht Athene, Delphi, Sparta en Olympia, maar keerde volgens geschiedschrijver Titus Livius niet onverdeeld enthousiast terug. Tot zijn teleurstelling bleken ‘de bezienswaardigheden (...) die zo beroemd zijn geworden door hun reputatie, van horen zeggen mooier te zijn dan in het echt’.

Ook dichter bij huis genoten rijke Romeinen van hun vrije tijd. Velen bezaten een villa op het platteland of aan de kust, waar zij konden ontsnappen aan de drukte van de stad.

‘Niets dringt er door,’ schreef Plinius de Jongere (62-circa 113 n.C.) over zijn buitenverblijf. ‘Geen stemmen van slaafjes, geen gedruis van de zee, geen geloei van stormen (...). Als ik me terugtrek in dit paviljoen voel ik me zelfs ver van mijn buitenhuis! Ik heb er enorm veel plezier van.’

De Grand Tour: reizen voor de Europese elite

Eeuwen later ontstond opnieuw een vorm van recreatief reizen, maar ook die was uitsluitend weggelegd voor de welgestelden. De Engelse priester en schrijver Richard Lassels (circa 1603-1668) beschreef in The Voyage of Italy hoe jonge aristocraten door Frankrijk en Italië moesten reizen om de politieke, sociale en culturele wereld beter te leren begrijpen. Hij gaf deze vormingsreis een naam die nog altijd bekend is: de Grand Tour.

Tijdens zo’n maandenlange rondreis bezochten jonge edellieden beroemde steden als Parijs, Rome, Florence, Venetië en Napels. De klassieke monumenten die zij daar zagen, golden als een onmisbaar onderdeel van hun opleiding. Om ervoor te zorgen dat de reizigers zich niet lieten afleiden door de verleidingen onderweg, reisde vaak een mentor mee.

Je zou de Grand Tour kunnen vergelijken met een combinatie van interrailen en een culturele rondreis. Net als veel jongeren tegenwoordig trokken aristocraten langs de hoogtepunten van Europa, al bleef zo’n reis uitsluitend voorbehouden aan de allerrijksten.

Dichter en essayist Samuel Johnson (1709-1784) schreef zelfs: ‘Een man die niet in Italië is geweest, voelt zich altijd minderwaardig, omdat hij niet heeft gezien wat van een man verwacht wordt dat hij ziet.’

Van de Grand Tour naar de zomervakantie

Maar hoe ontstond de zomervakantie zoals we die nu kennen? Lang werd gedacht dat schoolvakanties werden ingevoerd zodat kinderen hun ouders konden helpen bij de oogst. Historisch onderzoek heeft die verklaring inmiddels ontkracht.

De zomervakantie ontstond door een combinatie van factoren: onderwijsdeskundigen vonden dat leerlingen beter presteerden na een langere rustperiode, klaslokalen werden in de zomer vaak ondraaglijk warm en de samenleving veranderde ingrijpend door de invoering van de achturige werkdag.

Vakbonden en socialistische bewegingen voerden jarenlang actie voor een betere balans tussen werk en vrije tijd. Hun bekende leus luidde: ‘Acht uur werken, acht uur slapen, acht uur vrije tijd.’ Die strijd wierp vruchten af. In Nederland werd de achturige werkdag in 1919 ingevoerd, in België volgde dat twee jaar later. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen daar de vrije zaterdag, betaald verlof en vakantiegeld bij.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Merav Pront

Merav Pront is editor bij National Geographic en schrijft zowel voor de website als het Magazine. Tijdens haar studie sociale geografie leerde ze lokale fenomenen in een internationale context plaatsen. Als freelance journalist zoekt ze naar de kleine verhalen achter het grote nieuws. Ze schrijft onder meer voor de VPRO en de Nederlandse Vereniging van Journalisten.