Wat is toch die aantrekkingskracht van een vakantie aan het water? De ochtendmist die boven het meer hangt? Urenlang zwemmen? Of juist ontspannen boottochtjes? Wat het ook is: Europa telt honderden prachtige meren, waarvan veel allang geen geheim meer zijn. Gelukkig zijn er nog genoeg minder bekende alternatieven, van het gletsjermeer Bohinj in Slovenië tot het met kerkjes omzoomde Ohridmeer in Noord-Macedonië.
1. Meer van Bohinj, Slovenië
Vraag iemand naar een meer in Slovenië en de kans is groot dat Bled wordt genoemd. Dit ansichtkaartwaardige meer, met een kerkje op een eilandje in het midden, behoort tot de populairste bestemmingen van het land.
Het grotere, ruigere en minstens zo fraaie Bohinj ligt op slechts een half uur afstand en vormt een uitstekend alternatief. Met het kristalheldere water, beboste oevers, beschutte baaien en kleine stranden lijkt het regelrecht uit een sprookjesboek te komen.
Hoewel het uitzicht alleen al de moeite waard is, valt er ook genoeg te beleven. Wandelaars, klimmers, speleologen, mountainbikers, suppers en kajakkers kunnen hier allemaal terecht.
Het elf kilometer lange wandelpad rond het meer is prachtig, vooral langs de ruige noordwestelijke oever. De mooiste vergezichten wachten echter op de bergpaden die aan drie kanten van het meer omhoog slingeren.
Wie graag een stevige wandeling maakt, kan richting de Savica-waterval en het hoger gelegen Komna-plateau trekken. Je kunt hier zelfs overnachten in een berghut en wakker worden met de zonsopgang die in het meer wordt weerspiegeld. Een toegankelijkere route voert naar de Vogar, een uitzichtpunt in het noordoosten dat ook dienstdoet als startplaats voor paragliders. Wie durft, kan een tandemvlucht maken.
2. Ennerdale Water, Verenigd Koninkrijk
Ennerdale Water is het westelijkste meer van het Lake District National Park en waarschijnlijk ook het rustigste. Het kleine dorpje Ennerdale Bridge, met een paar pubs en weinig afleiding, ligt iets verderop. Toch voelt zelfs dat als een metropool zodra je de wilde Ennerdale Valley in trekt.
Wandelen is hier een absolute aanrader. Het pad langs de noordelijke oever voert diep de vallei in, richting het legendarische YHA Black Sail Hostel.
Zoals overal in Cumbria is goed weer nooit gegarandeerd. Maar op een heldere dag zijn er weinig plekken indrukwekkender dan het uitzicht op toppen als Pillar (892 meter), Steeple (819 meter) en Kirk Fell (802 meter), weerspiegeld in het kalme water van dit afgelegen gletsjermeer.
Ga vooral ook het water op. Paddleboards, packrafts en andere niet-gemotoriseerde vaartuigen zijn welkom. Langs de zuidelijke oever loopt bovendien een mooi wandelpad waar regelmatig hikers van de Coast to Coast Walk passeren, een beroemde langeafstandswandeling door Noord-Engeland.
3. Saimaa-meer, Finland
Ongeveer tachtig procent van Finland bestaat uit bos of binnenwater en het Saimaa-meer biedt een overvloed aan beide. Met een oppervlakte van zo'n 4.800 vierkante kilometer is dit het grootste meer van het land, al is het moeilijk voor te stellen dat zo'n mozaïek van bassins, baaien, kanalen en eilanden één geheel vormt.
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
In deze uitgestrekte waterwereld leeft een opmerkelijke verscheidenheid aan dieren, waaronder otters, visarenden, witrugspechten, wolven, wilde zwijnen en elanden. Die laatste zijn uitstekende zwemmers en steken regelmatig brede stukken water over op weg naar afgelegen eilanden.
De grote publiekstrekker is echter de Saimaa-ringelrob. Van deze zeldzame ondersoort leven naar schatting nog slechts zo'n 480 exemplaren in het wild. De beste kans om er een te zien heb je tijdens een bootexcursie.
De nabijgelegen steden Mikkeli en Savonlinna zijn goede uitvalsbases voor een bezoek aan het gebied. Toch kiezen veel reizigers voor de klassieke Finse ervaring: overnachten in een houten hut aan het water. Dat betekent sauna, een frisse duik in het meer en in de zomer eindeloze avonden dankzij de lange dagen.
4. Het Ohridmeer, Noord-Macedonië en Albanië
Het Ohridmeer, op de grens van Noord-Macedonië en Albanië, geldt als het oudste meer van Europa. Het bestaat al ongeveer 1,5 miljoen jaar en de nederzettingen langs de oevers gaan duizenden jaren terug. Ondanks die rijke geschiedenis en de Unesco-status is het hier opvallend rustig.
De stad Ohrid vormt het culturele hart van het meer, met smalle geplaveide straatjes, Ottomaanse huizen en talloze kerken die het straatbeeld bepalen. Dwaal langs Byzantijnse kapellen, parelwinkeltjes en tavernes aan het water.
Het meer zelf staat bekend om zijn uitzonderlijk heldere water, gevoed door tientallen natuurlijke bronnen. Een van de mooiste plekken is de dertiende-eeuwse Sint-Johanneskerk van Kaneo, die spectaculair is gelegen op een rots boven het water.
Boottochten behoren tot de hoogtepunten, vooral richting het Sint-Naumklooster in het zuiden. Veel excursies stoppen ook bij het Bay of Bones Museum, een reconstructie van een prehistorisch paaldorp boven helderblauw water.
Terug in de stad komt aan het einde van de dag de boulevard van Ohrid tot leven met lokale wijn, vis uit het meer en livemuziek. Wie meer rust zoekt, kan per kajak of paddleboard noordwaarts varen langs stille stranden en met pijnbomen omzoomde baaien.
5. Meer van Thun, Zwitserland
Weinig landen combineren meren en bergen met zoveel flair als Zwitserland. Het meer van Thun is een prachtige mix van beide: een bijna achttien kilometer lang meer met diepblauw water, gevoed door smeltwater uit de Berner Alpen.
Aan de horizon domineren iconische bergtoppen, zoals de met sneeuw bedekte drietand van Eiger, Mönch en Jungfrau. Aan de zuidzijde rijst de Niesen op, ook wel bekend als de ‘Zwitserse piramide’. De 2.362 meter hoge berg is bereikbaar per kabelbaan en biedt een panoramisch uitzicht over het meer. Jaarlijks vormt de beroemde trap met 11.674 treden bovendien het decor van een van de zwaarste berglopen ter wereld.
Een ander goed uitzichtpunt is het twaalfde-eeuwse Slot Spiez, gelegen op een schiereiland met wijngaarden. In de zomer vinden hier concerten en kunsttentoonstellingen plaats. Aan de voet van het kasteel liggen een kleine jachthaven en een uitgestrekt openluchtzwembad.
Thun zelf is een charmante middeleeuwse stad aan het westelijke uiteinde van het meer, terwijl het drukkere Interlaken aan de oostkant ligt. Het is aan te raden om te verblijven in een van de karakteristieke hotels aan de oever en de omgeving per boot te bekijken. Een tochtje in de gerestaureerde raderstoomboot uit de belle époque is de ultieme vorm van slow travel.
6. Meer van Vassivière, Frankrijk
Dankzij de beboste oevers, grillige vorm en talloze baaien, schiereilanden en eilanden lijkt het alsof het Meer van Vassivière er altijd heeft gelegen. In werkelijkheid ontstond het meer pas in 1950, als onderdeel van een waterkrachtproject dat moest bijdragen aan de wederopbouw van Frankrijk na de Tweede Wereldoorlog.
Tegenwoordig trekt het bezoekers die komen voor zowel natuur als cultuur. Op het eiland Vassivière, dat via een dam met het vasteland verbonden is, bevinden zich het Internationaal Centrum voor Kunst en Landschap, een kasteel en een opvallende vuurtoren.
Langs de grillige kust liggen vijf stranden die dienen als uitvalsbasis voor activiteiten als kajakken, mountainbiken, wandelen, sterrenkijken en vissen. Vooral in het voorjaar zijn de wandelroutes populair, wanneer de oevers bedekt zijn met wilde bloemen.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!
Stéphanie is freelance (reis)journalist en fotograaf. Ze schrijft voor National Geographic het liefst over onderwerpen waar ze ook in het dagelijks leven niet over uitgepraat raakt. Met ruim vijftig landen op de teller is reizen een van haar grote hobby's, maar eerlijk is eerlijk: in haar volkstuintje is ze minstens zo gelukkig als ver weg.


















