De zeebodem voor de Nederlandse kust is een historisch archief dat nog altijd niet volledig is gelezen. Onder het oppervlak liggen ruim 1500 geregistreerde scheepswrakken. Sommige schepen werden het slachtoffer van oorlog, andere van een ongeluk; sommige wrakken bleven eeuwenlang verborgen, andere werden direct wereldnieuws. Dit zijn er vijf met een uitzonderlijk verhaal.

1. In 1914 zonken drie oorlogsschepen in minder dan twee uur

Op de ochtend van 22 september 1914 patrouilleerden de Britse pantserkruisers HMS Aboukir, HMS Hogue en HMS Cressy in de Broad Fourteens, op ongeveer dertig kilometer van de Nederlandse kust. De schepen waren verouderd en bemand door veel reservisten. Binnen de Britse marine stonden ze daarom bekend als het ‘Live Bait Squadron’ l:evend lokaas.

De Duitse onderzeeboot U-9 wist de drie schepen ongezien te naderen. Met enkele torpedo’s bracht de onderzeeër alle drie de kruisers tot zinken. De aanval duurde minder dan twee uur. Van de ongeveer 2300 opvarenden kwamen er 1459 om het leven.

Grote vrees voor de onderzeeër

De ramp veroorzaakte internationaal grote opschudding. Tot dan toe werd de onderzeeboot vooral gezien als een experimenteel en ondergeschikt wapen. De ondergang van drie grote oorlogsschepen liet zien dat onderzeeër de bestaande machtsverhoudingen op zee ingrijpend kon veranderen.

De wrakken liggen nog altijd op de zeebodem, waar ook de lichamen van veel opvarenden zijn achtergebleven. Ze zijn daarmee niet alleen historische vindplaatsen, maar ook plaatsen met een bijzondere betekenis voor de nabestaanden en de herdenking van de slachtoffers. Duikers moeten daarom rekening houden met veiligheidsvoorschriften en de bijzondere status van de vindplaatsen.

2. In 1916 ontketende een passagiersschip een diplomatieke rel

De Nederlandse SS Tubantia was ooit een van de modernste passagiersschepen van het land. Het schip voer tussen Amsterdam en Buenos Aires, maar maakte tijdens de Eerste Wereldoorlog zijn laatste reis. In de nacht van 15 op 16 maart 1916 lag de Tubantia vanwege mist voor anker, ongeveer vijftig zeemijl uit de Nederlandse kust, toen zich een explosie voordeed.

Het schip zonk binnen enkele uren. Alle 274 opvarenden konden worden gered, maar de oorzaak van de ramp leidde tot een internationaal conflict. Duitsland beweerde dat een Britse mijn de Tubantia had getroffen; Groot-Brittannië wees juist naar een Duitse torpedo.

Verdenking afwenden met vervalste logboeken

In een reddingssloep werden bronzen onderdelen gevonden die afkomstig bleken te zijn van een Duitse torpedo. Duitsland bleef zijn betrokkenheid ontkennen en gebruikte zelfs vervalste logboeken om de verdenking af te wenden. In 1922 werd Duitsland uiteindelijk veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding aan de rederij.

Later werd het wrak bovendien het doelwit van schatzoekers. Geruchten over miljoenen aan goud leidden tot meerdere bergingspogingen, waarbij delen van het schip met dynamiet werden vernield. Een goudschat werd nooit gevonden.

3. In 2019 werd een scheepswrak per toeval ontdekt

Het Koperplatenwrak lag eeuwenlang verborgen op ongeveer vijftien kilometer ten noorden van Terschelling. Pas in 2019 kwam het aan het licht, tijdens de zoektocht naar containers die het containerschip MSC Zoe in de Noordzee had verloren.

Archeologen ontdekten de resten van een houten schip dat vermoedelijk rond 1540 was gebouwd. Aan boord lagen bijna vijftienduizend kilo koperen platen, voorzien van het merkteken van de invloedrijke Duitse handelsfamilie Fugger.

Zeldzame inkijk in internationale handelsnetwerken

Het koper was waarschijnlijk afkomstig uit mijnen in het huidige Slowakije en mogelijk bestemd voor muntslagerijen of andere afnemers in de Lage Landen. De vondst geeft een zeldzame inkijk in de internationale handelsnetwerken van de Renaissance.

Het wrak zelf is inmiddels opgegraven, omdat het door erosie en mogelijke plundering werd bedreigd. Je kunt er dus niet naartoe duiken, maar de lading en onderzoeksresultaten zijn wel in archeologische collecties en publicaties te bewonderen en te bestuderen.

4. In 1797 vond een fatale zeeslag plaats

Op 11 oktober 1797 vochten de Nederlandse en Britse vloot de Slag bij Kamperduin uit. Het Nederlandse linieschip Delft, bewapend met 56 kanonnen, raakte tijdens de strijd zwaar beschadigd. Van de 375 bemanningsleden kwamen er 135 om het leven.

De Britten namen het schip op sleeptouw, maar de poging om het weg te voeren mislukte. Vier dagen na de zeeslag, op 15 oktober, zonk de Delft in de Noordzee. Het wrak ligt ongeveer 22 zeemijl ten noordwesten van Scheveningen, op circa 25 meter diepte.

Bij toeval ontdekt

In 1977 werd het wrak bij toeval ontdekt door een visser. Duikers brachten later kanonnen en andere voorwerpen naar boven. Een deel van het schip ligt nog onder het zand begraven. Het wrak is in principe voor ervaren sportduikers bereikbaar, maar door de diepte, stroming en beperkt zicht is het geen eenvoudige duiklocatie.

5. In 1799 overleefde slechts één persoon een scheepsramp

Het Britse fregat Lutine verging in de nacht van 9 op 10 oktober 1799 tussen Vlieland en Terschelling, in het Waddengebied. Het schip vervoerde een grote lading goud en zilver van Engeland naar Hamburg.

Tijdens een zware storm verging het schip. Van de 270 opvarenden overleefde slechts één persoon de ramp.

Op zoek naar de schat

Daarna begon een van de langstlopende schatzoektochten uit de Nederlandse geschiedenis. Duikers, bergers en avonturiers probeerden ruim twee eeuwen lang de lading te vinden. Een deel van het goud en zilver werd inderdaad geborgen, maar het grootste deel van de schat is nooit teruggevonden.

Het wrak ligt inmiddels diep onder zand en is geen regulier bereikbare duiklocatie. Op Terschelling houden onder meer het Wrakkenmuseum en lokale verhalen de herinnering aan de Lutine levend.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Ramon Holle

Ramon is freelance editor voor National Geographic. Al jong raakte hij gefascineerd door de wisselwerking tussen mens en omgeving, vooral op de meest afgelegen plekken ter wereld. Niet voor niets studeerde hij sociale geografie. Zijn favoriete uitdaging als redacteur is om complexe verhalen om te zetten in begrijpelijke teksten.