Een kermis was vroeger niet compleet zonder een wedstrijd katknuppelen. Tijdens dit 'spel' werd een kat in een ton gestopt en met touwen tussen twee bomen gehangen. Deelnemers gooiden om beurten met een knots tegen de ton, net zolang totdat de doodsbange kat eruit viel of sprong. Katknuppelen was, net als palingtrekken en haansabelen, een kwelspel. Zulke spellen waren mateloos populair in de vroegmoderne tijd, maar in de negentiende eeuw ontstond er steeds meer ophef over. Zo veranderde die publieke perceptie.

Dieren kunnen pijn lijden

In de Middeleeuwen werden dieren meer dan eens ingezet als vermaak. We noemden het palingtrekken al, waarbij deelnemers probeerden een levende paling van een touw te trekken. Dit eindigde vaak in de onthoofding van het dier. Hoewel het katknuppelen over het algemeen niet tot de dood van de kat leidde, zouden we het spel tegenwoordig zonder twijfel classificeren als dierenmishandeling.

Begin negentiende eeuw was nog niet iedereen het daarmee eens. Op de kermis nam men – waarschijnlijk zonder gewetensbezwaren – de knuppel ter hand. Omstanders lachten en joelden terwijl de kat krijsend een uitweg zocht. Het besef dat dieren kunnen voelen en dus pijn kunnen lijden, leefde vroeger simpelweg niet.

Een van de eerste geleerden die een lans brak voor dierenwelzijn en dierenrechten, was de Engelse filosoof Jeremy Bentham. Hij schreef in 1789 de beroemde woorden: ‘De vraag is niet, kunnen ze logisch redeneren? En ook niet, kunnen ze praten? Maar, kunnen ze lijden.’ Het antwoord daarop was volgens hem eenvoudig: ja. Dat moest reden genoeg zijn om dieren met waardigheid te behandelen.

Engeland was ook het geboorteland van een andere mijlpaal op het gebied van dierenwelzijn. William Wilberforce, vooral bekend geworden als abolitionist, was in 1824 een van de oprichters van de eerste dierenwelzijnsorganisatie in Londen.

Kritiek op katknuppelen

Dat de houding ten opzichte van dierenwelzijn in de negentiende eeuw begon te veranderen, is volgens een onderzoek van Ciska de Ruyver van de Universiteit Gent niet los te zien van de wetenschappelijke ontwikkelingen. Charles Darwin toonde met zijn evolutieleer aan dat mens en dier een gemeenschappelijke voorouder delen, waarna de zoektocht naar gelijkenissen begon, waaronder het vermogen tot voelen.

Daarnaast werd de theologische opvatting losgelaten dat de mens het middelpunt van het universum is. Het scheppingsverhaal in Genesis – met de mens als heer en meester over het dierenrijk – strookte niet langer met de wetenschappelijke inzichten. ‘De mens werd onttroond,’ aldus De Ruyver in haar onderzoek.

Toch duurde het decennia voordat deze nieuwe denkwijzen door het brede publiek werden gedragen. Een kermisbezoeker in een Nederlands dorp had nu eenmaal weinig te maken met de verlichtingsideeën uit grote steden als Londen. Katknuppelen was ingeburgerd volksvermaak en een eeuwenoude traditie veranderde men niet zomaar.

Wel kwam er omstreeks 1860 steeds meer kritiek op het katknuppelen. Redacteuren en briefschrijvers penden regelmatig het woord ‘barbaars’ neer om het spel te beschrijven. Dorpsbesturen die het vermaak organiseerden, kozen er steeds vaker voor om de kat te vervangen voor een levenloos object (zoals op de foto bovenaan dit artikel te zien is).

Dierenmishandeling wordt misdrijf

De veranderde kijk op dieren leidde op 5 juni 1875 tot een nieuwe wet in Nederland. Op het kwellen van een hond of kat – daar viel katknuppelen ook onder – stond een boete van vijf tot vijfentwintig gulden of een gevangenisstraf van één tot vijf dagen. In 1886 werd dierenmishandeling officieel een misdrijf en gold de wet voor alle diersoorten.

Toch was niet iedereen te spreken over de almaar uitbreidende dierenrechten. De katholieke krant De Tijd noemde in 1882 de toenemende dierenliefde ‘ziekelijk’ en ‘merkwaardig’ en journalisten omschreven het recht van het dier als een ‘zuiver negentiende-eeuwsch beginsel’. Dieren moesten de mens dienen en de gelijkstelling van mens en dier was ‘een gevaarlijke dwaling’, aldus de krant.

In de honderdvijftig jaar sinds het verbod op katknuppelen is het aantal dierenrechten sterk uitgebreid. Zo zijn wilde circusdieren sinds 2015 verboden en is het fokken van hondenrassen met te korte snuiten sinds 2024 aan banden gelegd. Zulke ontwikkelingen laten zien dat onze perceptie op dierenwelzijn niet statisch is. Wellicht kijkt men over honderdvijftig jaar net zo naar ons als wij naar de middeleeuwer met zijn knuppel.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Roeliene Bos

Roeliene werkt als editor voor National Geographic. Daarnaast levert ze als wetenschapsjournalist bijdragen aan onder meer Quest en KIJK Magazine. Ze is dol op reizen, godsdienstgeschiedenis en een stevige wandeling.