Zestig jaar geleden zag het landschap rond Karauzyak in het westen van Oezbekistan er radicaal anders uit. Rivieren brachten water naar een streek die op zo’n vijftig kilometer van het Aralmeer lag, destijds het op drie na grootste meer ter wereld. Sindsdien trok het water zich tientallen kilometers terug en veranderden grote delen van de omgeving in een droog, verzilt landschap. Nu onderzoeken wetenschappers of juist planten die tegen extreme droogte en zout kunnen, boeren en veehouders kunnen helpen zich aan die nieuwe werkelijkheid aan te passen.
Hoe Sovjet-irrigatie het Aralmeer deed krimpen
Het Aralmeer kent een complexe geologische geschiedenis die duizenden jaren teruggaat. Het werd gevoed door twee grote rivieren, de Syr Darja en de Amoe Darja, die water uit Centraal-Azië naar het laaggelegen bekken tussen het huidige Kazachstan en Oezbekistan brachten. In de twintigste eeuw besloeg het meer ongeveer 68.000 vierkante kilometer – bijna de oppervlakte van Nederland en België samen.
Vanaf de jaren zestig breidde de Sovjet-Unie de geïrrigeerde landbouw in Centraal-Azië sterk uit, met name voor de productie van katoen. Omdat de regio van nature droog is en katoenteelt veel water vraagt, werden enorme hoeveelheden water uit de Syr Darja en de Amoe Darja via irrigatiekanalen naar landbouwgebieden geleid.
De Sovjet-Unie koesterde in die periode nog veel grotere plannen om de watervoorziening van Centraal-Azië naar haar hand te zetten. Zo werd zelfs onderzocht of Siberische rivieren met behulp van kernexplosies konden worden omgeleid.
Daardoor bereikte steeds minder rivierwater het Aralmeer. Het waterpeil daalde snel, de kustlijn trok zich terug en het meer viel uiteindelijk uiteen in verschillende waterlichamen.
Op de voormalige meerbodem ontstond een nieuwe woestijn
Grote delen van de voormalige meerbodem kwamen droog te liggen en veranderden in een uitgestrekte, zoute woestijn. Rond plaatsen als Karauzyak zijn veel bodems inmiddels zo sterk verzilt dat traditionele landbouw er moeilijk is geworden. Vooral planten die goed tegen zout kunnen, weten zich onder zulke omstandigheden staande te houden.
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg National Geographic toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
De gevolgen reiken verder dan het verdwijnen van het water. Zout en stof van de drooggevallen bodem kunnen door de wind over grote afstanden worden verspreid. Ook verdween een groot deel van de temperende werking die het enorme wateroppervlak ooit op het lokale klimaat had.
Klimaatverandering vergroot de druk
Klimaatverandering maakt de situatie nog nijpender. De gemiddelde temperatuur in het Aralbekken is sinds de tweede helft van de twintigste eeuw sterk gestegen. Hogere temperaturen bevorderen de verdamping en vergroten de droogte.
Daardoor wordt het voor landbouw en natuur nog moeilijker om zich aan de nieuwe omstandigheden aan te passen. De oorspronkelijke ramp rond het Aralmeer werd vooral veroorzaakt door grootschalige wateronttrekking voor irrigatie, maar klimaatverandering versterkt de problemen die daaruit zijn voortgekomen.
Het Aralmeer staat bovendien niet op zichzelf. In grote delen van de regio groeit de druk op rivieren en andere waterbronnen. Deze fotoreportage over de watercrisis in Centraal-Azië laat zien welke gevolgen die ontwikkeling heeft voor mens en landschap.
Kunnen zoutplanten leven terugbrengen rond het Aralmeer?
Een team van Japanse wetenschappers onderzoekt of zouttolerante planten, zogeheten halofyten, uitkomst kunnen bieden in de verdroogde en verzilte gebieden rond het voormalige Aralmeer.
‘Deze planten hebben geen water nodig,’ zegt Kristina Toderich, halofytenexpert aan de Universiteit van Tottori in Japan. ‘Ze hebben eigenlijk niets nodig.’ Letterlijk geldt dat uiteraard niet: ook halofyten hebben water en voedingsstoffen nodig. Ze zijn echter aangepast aan omstandigheden waarin veel andere planten nauwelijks kunnen overleven en kunnen met weinig water en hoge zoutconcentraties omgaan.
De onderzoekers verbouwen verschillende soorten halofyten in Oezbekistan om te bepalen welke planten het best gedijen op sterk verzilte bodems. Sommige zouden als veevoer kunnen worden gebruikt en daarmee een nieuwe voedselbron kunnen vormen in gebieden waar traditionele landbouw steeds moeilijker wordt.
Daarnaast kan vegetatie helpen om bodemvocht vast te houden en voorkomen dat kale, zoute grond gemakkelijk door de wind wordt weggeblazen. Daarmee kunnen de planten mogelijk niet alleen boeren en veehouders helpen, maar ook bijdragen aan het beperken van de verspreiding van stof en zout.
Kan deze aanpak ook elders werken?
Het experiment rond het Aralmeer draait niet alleen om de toekomst van deze ene regio. De onderzoekers hopen dat hun bevindingen uiteindelijk ook bruikbaar zijn in andere gebieden die kampen met verzilting, droogte en terugtrekkend water.
Daarbij wordt onder meer gekeken naar het Tsjaadbekken in Afrika en de omgeving van het Great Salt Lake in de Verenigde Staten. De omstandigheden verschillen sterk per gebied, waardoor dezelfde aanpak niet overal rechtstreeks toepasbaar zal zijn.
Toch kan het onderzoek in Oezbekistan belangrijke inzichten opleveren. Op een plek waar menselijk ingrijpen een van de grootste ecologische rampen van de twintigste eeuw veroorzaakte, proberen wetenschappers nu te achterhalen welke planten kunnen overleven in het landschap dat achterbleef – en of die kennis ook elders kan helpen in een steeds warmere en drogere wereld.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!
Esmee studeerde geschiedenis in Rotterdam en werkt als editor voor National Geographic. Het liefst schrijft ze over reizen, dieren, historische gebeurtenissen en wetenschappelijke nieuws. In haar vrije tijd gaat ze geregeld naar concerten of staat ze op het hockeyveld.
Kevin is als Managing Editor Digital verantwoordelijk voor de digitale kanalen van National Geographic. In zijn vrije tijd reist hij het liefst naar bestemmingen die de meeste toeristen doorgaans mijden, zoals Transnistrië, Mongolië of Iran. Daarnaast gaat hij graag op pad met zijn camera en probeert hij nieuwe sporten uit.











