De zomervakantie is voor steeds meer mensen weer voorbij, en dat betekent dat de voetbalvelden weer opengaan, sportcompetities aan een nieuw seizoen beginnen en veel mensen hun trainingen weer oppakken. Sport zoals wij die kennen bestond in de Middeleeuwen nog niet, maar aan lichaamsbeweging en competitie was geen gebrek. Ridders trainden voor de strijd, terwijl op pleinen en jaarmarkten werd geworsteld, geschoten en met ballen gespeeld. Sommige van die middeleeuwse sporten lijken verrassend veel op wat we vandaag nog doen.

1. Boogschieten – van oorlogstechniek tot volkssport

    Boogschieten was in de Middeleeuwen zowel een oorlogstechniek als een vorm van volkssport. Dat had onder andere te maken met het feit dat pijl en boog (in tegenstelling tot zwaarden) relatief eenvoudig te vervaardigen waren.

    Uitblinkers konden zich aanmelden bij plaatselijke schuttersgilden die de middeleeuwse steden moesten beschermen tegen aanvallen van buitenaf. Het werd daarnaast vaak in competitieverband gespeeld, waarbij verschillende schutterijen het tegen elkaar opnamen.

    2. Worstelen – krachtmeting op markt en toernooi

    Ook worstelen had een militaire én sociale functie. Het werd door de gewone burgerij beoefend tijdens jaarmarkten, feesten en toernooien, maar ook de edellieden waagden zich soms aan een potje.

    3. Valkerij – prestigieuze jacht met roofvogels

    De valkenjacht ontstond in Centraal-Azië en werd in de Middeleeuwen via de kruistochten ook in Europa populair als sport. In tegenstelling tot ‘volkse’ sporten als boogschieten en worstelen bleef het jagen met roofvogels voorbehouden aan de adel en het koninklijke hof. De valkerij werd vaak gezien als een kunstvorm die vaardigheid, geduld en training vereiste.

    Hoewel de naam anders doet vermoeden, werden niet uitsluitend valken gebruikt voor de jacht. Andere populaire vogels waren bijvoorbeeld haviken en sperwers. En zoals voor veel zaken in de Middeleeuwen gold, weerspiegelde ook de keuze van de vogel de sociale status van de jager.

    4. Middeleeuws voetbal – chaotisch balspel zonder vaste regels

    In de Middeleeuwen ontstonden enkele spellen die als voorlopers van het moderne voetbal gezien kunnen worden: het werd gespeeld met een opgeblazen varkensblaas die een bepaald doel moest raken en een onbeperkt aantal spelers.

    Met name in Engeland waren dergelijke balsporten populair. De spellen stonden bekend om hun chaotische karakter en gebrek aan regels – zolang het niemand het leven kostte, was vrijwel alles geoorloofd.

    Omdat het zo’n bron van geweld en overlast was, probeerden zowel de kerkelijke als de koninklijke autoriteiten het spel meermaals te verbieden. Tussen 1314 en 1667 werd het spel in Engeland meer dan dertig keer officieel verboden.

    5. Colf – het balspel dat opvallend veel op golf lijkt

    In de Lage Landen was men tijdens de Middeleeuwen regelmatig te porren voor een potje colf, een balspel dat werd gespeeld met een stok en een harde bal. Het doel was om met zo min mogelijk slagen een doel te raken. Klinkt dat bekend? Niet vreemd, want het wordt beschouwd als de voorloper van het golfspel.

    De sport werd voor het eerst vermeld in de dertiende eeuw en combineerde behendigheid, competitie en plezier. Het was een geliefde volkssport en kon gespeeld worden door jong en oud, in dorp of stad. Dat het soms overlast veroorzaakte – denk aan kapotte ramen of gewonde voorbijgangers – bewijst hoe populair het was.

    6. Paardrijden – training voor ridders én spektakel

    Paardrijden was onderdeel van de adellijke opvoeding en cruciaal voor middeleeuwse oorlogsvoering. Zonen uit rijke families leerden al op jonge leeftijd hoe zij een paard onder controle konden houden; een eerste voorbereiding op hun ridderschap.

    Paardrijden diende als sport dus vooral een praktisch doel, al werden de dieren ook vaak ingezet voor het steekspel. Tijdens deze sport probeerden ridders elkaar met een lans uit het zadel te stoten, en konden punten verdiend worden. Het was een vriendschappelijk en sportief tijdverdrijf in tijden van vrede, al liep het niet altijd goed af. Menig ridder raakte bij het steekspel gewond.

    7. Jeu de paume – hoe een handbalspel op tennis ging lijken

    In de twaalfde eeuw raakten kloosters in Frankrijk in de ban van het spel jeu de paume waarna het zich over heel West-Europa verspreidde. Jeu de paume was een balspel dat aanvankelijk werd gespeeld met de handpalm, maar na verloop van tijd stapte men over op slaghout of een racket.

    Deze voorloper van het tennisspel was zo verslavend dat monniken niet meer aan hun werk toekwamen en kloosters het spel verboden. Ook in Parijs werd het spel aan banden gelegd en mochten arbeiders het niet meer op werkdagen spelen.

    Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

    Headshot of Stéphanie Versteeg

    Stéphanie is freelance (reis)journalist en fotograaf. Ze schrijft voor National Geographic het liefst over onderwerpen waar ze ook in het dagelijks leven niet over uitgepraat raakt. Met ruim vijftig landen op de teller is reizen een van haar grote hobby's, maar eerlijk is eerlijk: in haar volkstuintje is ze minstens zo gelukkig als ver weg.