Geschiedenis en Cultuur

Exclusief: de zoektocht naar het vliegtuig van Amelia Earhart

Er zijn al veel pogingen gedaan om het lot van de beroemde luchtvaartpioniere te achterhalen, maar nog nooit met de technologische middelen die Robert Ballard tot zijn beschikking heeft.vrijdag 16 augustus 2019

Door Rachel Hartigan Shea
National Geographic-onderzoeker Robert Ballard, de man die in 1985 het wrak van de Titanic ontdekte, tuurt aandachtig naar de videoschermen in de controlekamer van het onderzoeksschip E/V Nautilus.

Buiten is het een zwoele zomeravond ten zuiden van de evenaar, in de het midden van de Stille Oceaan, maar in de controlekamer van de EV Nautilus is het kil, donker en stil. Het enige lichtschijnsel is afkomstig van een batterij computerschermen. Hier rondlopen is riskant, want overal aan de wanden hangen snoeren, en de ruimte tussen de werkplekken is smal. Ondanks de hitte buiten hebben de bemanningsleden truien aan tegen de kille lucht. Hun stemmen zijn amper hoorbaar terwijl ze via headsets op gedempte toon met elkaar communiceren.

De schermen aan de zwart geschilderde wanden bieden een blik op een andere wereld. Op een ervan is te zien hoe een op afstand bestuurbare onderzeeër (ROV) in een blauw schijnsel traag langs een immense rotswand zweeft. Een ander scherm biedt een close-up van de rotsbodem en afgebroken koraal, terwijl wervelingen van zeesneeuw af en toe het zicht belemmeren.

Amelia Earhart loopt voor haar Lockheed Electra langs, het vliegtuig waarin ze probeerde om als eerste vrouw de wereld rond te vliegen en waarmee ze in juli 1937 spoorloos verdween.

“We zoeken naar kleuren die tegen de achtergrond niet natuurlijk zijn,” zegt Robert Ballard, die vanuit zijn stoel achterin de controlekamer intens naar de schermen tuurt. De man die de Titanic vond, is opnieuw bezig aan een missie: uitzoeken wat er is gebeurd met Amelia Earhart toen deze luchtvaartpioniere spoorloos verdween tijdens haar poging om als eerste vrouw de wereld rond te vliegen.

Earhart zou waarschijnlijk verrukt zijn geweest over de futuristische apparatuur in het schip. De vliegenierster had altijd oog voor de toekomst, of het nu ging om luchtvaartrecords die gebroken moesten worden of nieuwe wegen die door vrouwen werden ingeslagen. Ze waagde zich zelfs onder water, in een vroege versie van het duikpak.

Maar ze zou verbaasd zijn geweest over het technologisch vernuft dat nu wordt ingezet om te achterhalen wat er met haar is gebeurd.

In de controlekamer bedienen bemanningsleden op afstand bestuurbare onderzeeërs (ROV’s) en houden de beelden ervan in diensten van telkens vier uur in de gaten.

Ballard heeft zijn geavanceerde onderzoeksschip, de E/V Nautilus, naar de wateren rond het atol Nikumaroro gestuurd, een afgelegen ring van koraal en zand die een turquoise lagune omsluit. Met een lengte van ruim zeven kilometer en een breedte van minder dan tweeënhalve kilometer is het eilandje niet meer dan een stipje in de oneindige leegte van de Stille Oceaan.

“Er zijn verschillende theorieën over de plek waar het vliegtuig van Amelia is geland en sommige ervan zijn nogal vergezocht,” zegt National Geographic-onderzoeker Ballard. Sommige mensen denken dat Earhart en haar navigator Fred Noonan op de Marshalleilanden terechtkwamen, anderen noemen Saipan of zelfs New Jersey, en weer anderen gaan ervan uit dat haar vliegtuig in zee is gestort en gezonken. “Wij houden het erop dat ze daadwerkelijk is geland.”

Op 2 juli 1937 waren Earhart en Noonan op weg naar Howland Island, een nóg kleiner eilandje dan Nikumaroro. Nadat ze in Lae op Nieuw-Guinea waren opgestegen voor de derde en laatste etappe van Earharts poging om de wereld rond te vliegen, slaagden ze er niet in om Howland Island te lokaliseren en verdwenen spoorloos.

De op afstand bestuurbare onderzeeër (ROV) Hercules wordt vanaf het dek van de Nautilus te water gelaten. De ROV wordt ’s nachts ingezet, wanneer de felle lampen en onderwatercamera’s van het vaartuig de beste resultaten opleveren.
Een robotbootje of ‘onbemand oppervlaktevaartuig’ (ASV) wordt gebruikt om wateren te verkennen die te ondiep zijn voor de Nautilus.

De International Group for Historic Aircraft Recovery (TIGHAR) heeft de afgelopen decennia uitgebreid onderzoek gedaan naar de hypothese dat Earhart en Noonan met hun Lockheed Electra 10E op Nikumaroro zijn geland toen ze Howland Island niet konden vinden.

De onderzoekers baseren hun vermoeden op Earharts laatste radiocontacten. Op 2 juli meldde Earhart om 8.43 uur ’s ochtends aan de Itasca, de kotter van de Amerikaanse kustwacht die bij Howland Island op de aankomst van Earhart lag te wachten: “KHAQQ [de roepletters van de Electra] aan Itasca. We zitten op positielijn 157 337.” De Itascaontving het bericht, maar kon het radiosignaal niet uitpeilen.

‘Positielijn 157 337’ wil zeggen dat het vliegtuig op een noordwest- zuidoostelijke navigatieroute vloog die over Howland Island liep. Als Earhart en Noonan het eiland zouden hebben gemist, moeten ze hetzij in noordwestelijke hetzij in zuidoostelijke richting langs deze lijn zijn gevlogen om Howland Island alsnog te vinden. Ten noordwesten van Howland Island ligt duizenden kilometers aan open oceaan, ten zuidoosten bevindt zich het atol Nikumaroro.

Uitgerust met een hele reeks onderwatersensoren, werkt de E/V Nautilus het afspeuren van de zeebodem in stroken af, volgens een methode die door Ballard wordt vergeleken met “het gazon maaien.”

De radiomelding van de positielijn was de laatste bevestigde boodschap van Earhart, maar radiotelegrafisten vingen daarna nog 57 signalen op die van de Electra afkomstig kunnen zijn geweest. Radiostations peilden zeven van deze berichten uit en de positielijnen van vijf ervan liepen vlak langs Nikumaroro, dat destijds Gardner Island heette.

Ten tijde van Earharts verdwijning was het getij op Nikumaroro uitzonderlijk laag, waardoor een gedeelte van de koraalbodem rond het atol boven water lag; het drooggevallen stuk was lang en vlak genoeg om op te landen. Als Earhart een van de 57 radioboodschappen inderdaad heeft verzonden, moet ze het vliegtuig relatief onbeschadigd hebben kunnen landen.

Onderzoekers van TIGHAR gaan uit van de hypothese dat Earhart en Noonan hun radioboodschappen ’s nachts verzonden om de zinderende middaghitte in het binnenste van het aluminium vliegtuig te mijden. Uiteindelijk moet de Electra door de vloed van het rif zijn getild, waarna het vliegtuig in de branding in stukken kan zijn gebroken en zijn gezonken. Het laatste geloofwaardige radiosignaal werd op 7 juli 1937 opgevangen.

Leden van TIGHAR hebben het eilandje dertien keer bezocht, maar nooit met de technologische middelen die Ballard tot zijn beschikking heeft. De Nautilus is uitgerust met een multibeam-echolood op haar romp, twee ROV’s met HD-camera’s, een onbemande ASV (autonomous surface vehicle) en meerdere drones – plus Ballards jarenlange ervaring in het opsporen van schatten onder de zeespiegel.

Op deze expeditie wil hij uitzoeken waar het vliegtuig van Earhart terecht kan zijn gekomen nadat het van het rif is getuimeld. 

Het is nauwgezet werk. De Nautilus vaart niet direct op het eiland af, maar werkt het gebied in stroken af zodat het echolood het onderwaterlandschap in kaart kan brengen. Maar het schip kan niet té dichtbij komen, want het rif is extreem gevaarlijk, zoals blijkt uit het wrak van de SS Norwich City, dat nog altijd de noordwestkust van het eilandje beheerst.

Ballards zoektocht concentreert zich op het eilandje Nikumaroro, een onbewoond atol dat deel uitmaakt van de Micronesische eilandstaat Kiribati. Sommige onderzoekers geloven dat Earhart en haar navigator Fred Noonan hier zijn geland en als schipbreukelingen zijn gestorven.

Wanneer de Nautilus eenmaal bij het eilandje aankomt, ontvouwt zich in hoog tempo een vaste routine: de ASV (in feite een robotbootje) wordt erop uitgestuurd om het terrein langs de branding in kaart te brengen. Na terugkomst van de robot worden de gegevens meteen geanalyseerd, om te kijken “wat er uit de soep” tevoorschijn komt, in de woorden van Ballard. Samen met zijn collega’s zoekt hij naar doelwitten – afwijkingen – maar als ze die niet vinden, betekent het nog niet dat er niets interessants onder de golven ligt.

Ballard heeft veel vertrouwen in het met eigen ogen afspeuren van de omgeving. “Alles wat ik ooit heb ontdekt, werd visueel gespot,” zegt hij.

Dat is wanneer de ROV’s worden losgelaten. De onderzeeërtjes worden doorgaans ’s nachts ingezet en kunnen tot een diepte van vier kilometer duiken. De bemanning kan op een scherm meekijken met wat de Hercules, een felgele doos met een metalen basis, voor zich ziet, terwijl de kleinere Argus zijn camera op de Hercules gericht houdt.

De ROV-piloten draaien dag en nacht telkens diensten van vier uur en meestal zien ze niet veel bijzonders. Maar op de eerste nacht vonden ze wel wrakstukken, voorwerpen die deden denken aan een scheepsschroef, een ketel, een krukas en nog veel meer – allemaal van de Norwich City.

Het was niet het wrak waarnaar Ballard op zoek was, maar het gaf wel antwoord op een belangrijke vraag: hoe diep zou het vliegtuig gezonken kunnen zijn? De wrakstukken van de Norwich Citywerden in clusters op diepten van tussen de 100 en 300 meter aangetroffen. “Iets met een vergelijkbare massa – een deel van een vliegtuig of schip – zou in die zone van de onderzeese helling af zijn gegleden,” zegt expeditieleidster Allison Fundis. “Met de ROV-duiken richten we ons helemaal op die zone.”

Wanneer de piloten wél iets spotten, zijn hun reacties doorgaans erg ingehouden (tenzij het om een spectaculair onderzeewezen als een ‘Dombo’-octopus gaat). Tijdens een recente wacht dook een buisvormig voorwerp van metaal op. De Hercules-piloot mompelde: “Het ziet er antropogeen uit. Zal ik het oppikken?”

Het antwoord was ‘ja’. Na een moment van aarzeling strekte de Herculeszijn robotarm uit, sloot tergend langzaam zijn grijptang rond de buis en plaatste het voorwerp heel voorzichtig in een witte container aan de zijkant van haar romp.

Wat was het? Het antwoord moest wachten totdat de ROV’s weer uit het water waren gehesen en de container geopend kon worden – en dat zou pas de volgende dag gebeuren.

Earhart en haar navigator Fred Noonan raadplegen een kaart van de Stille Oceaan waarop de geplande route van hun vlucht rond de wereld is uitgetekend.

Spoiler alert: het was niet een onderdeel van Earharts vliegtuig. Het leek een stuk oceanografische apparatuur te zijn, een teken dat andere onderzoekers hier al vóór Ballard waren geweest.

Ballard vindt dat soort vals alarm helemaal geen probleem, vooral niet in een zo vroege fase van de speurtocht. “Bij de Titanic deden we dit negen dagen lang,” zegt hij.

Amelia Earhart was van plan om met haar Electra het nieuwste op het gebied van luchtvaartapparatuur te testen – ze noemde haar vliegtuig zelfs een “vliegend laboratorium”. Tegen het einde van deze expeditie zal er alles van de apparatuur van de Nautilus zijn gevergd om de pilote en haar vliegtuig te vinden en zal het minuscule eilandje Nikumaroro grondig in kaart zijn gebracht. En of de onderzoekers nu wel of niet zullen achterhalen wat er met haar is gebeurd, Earhart zou deze hightech-poging zeker hebben gewaardeerd.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com