'Handtekening' van Bijbelse profeet ontdekt?

Een 2700 jaar oud zegel van klei uit Jeruzalem verwijst mogelijk naar Jesaja - de eerste vermelding van deze profeet buiten de Bijbel.vrijdag 23 februari 2018

Een zegel van klei uit de achtste eeuw v.Chr. dat werd ontdekt tijdens opgravingen in Jeruzalem, bevat mogelijk de naam van Bijbelse profeet Jesaja. De ontdekking wordt gemeld in een nieuw artikel in het tijdschrift Biblical Archaeology Review.

In het artikel – ‘Is This the Prophet Isaiah’s Signature?’ (‘Is dit de handtekening van de profeet Jesaja?’) – stelt de schrijver ervan, de archeologe Eilat Mazar, dat de Oud-Hebreeuwse schrifttekens die in het ovalen en beschadigde zegel zijn gestempeld, de woorden ‘Behorend tot Jesaja de Profeet’ vormen.

Als de interpretatie van de schrifttekens op het 2700 jaar oude zegel klopt, zou het de eerste keer zijn dat Jesaja buiten de Bijbel wordt vermeld. De Hebreeuwse profeet wordt omschreven als raadsman van Hizkia, koning van Judea van de late achtste tot de vroege zevende eeuw v.Chr.

Het zegel van klei, een zogenaamde bulla, was er een van de 34 die er in 2009 werden gevonden tijdens opgravingen op de ophel (‘heuvel’) van Jeruzalem, aan de voet van de zuidmuur van de Tempelberg. De zegels (bullae) werden aangetroffen in afvalkuilen uit de Bronstijd (1200-586 v.Chr.), direct voor de muur van een bouwwerk dat door Mazar wordt omschreven als de koninklijke bakkerij, die tijdens de verovering van Jeruzalem door de Babyloniërs in 586 v.Chr. werd verwoest.

De profeet Jesaj

In het zegel zijn Oud-Hebreeuwse schrifttekens gedrukt die de naam ‘Yesha‘yah[u]’ vormen (Hebreeuws voor Jesaja), gevolgd door het woord ‘nvy’.

Omdat het zegel aan het einde van het woord nvy is beschadigd, denkt Mazar dat er nog meer schrifttekens hebben gestaan. Als nvy ooit werd gevolgd door de Hebreeuwse letter alef, zou er oorspronkelijk het woord ‘profeet’ hebben gestaan, waarmee het zegel de tekst ‘Behorend tot Jesaja de profeet’ zou hebben getoond.

Lees het ware verhaal achter de ontdekking van het ‘huis der apostelen’.

Deze lezing van de tekst wordt volgens Mazar onderbouwd door de archeologische context waarin het zegel werd gevonden.

De bekendmaking dat een andere bulla van klei, die eveneens bij de opgravingen op de ophel was gevonden, was voorzien van het persoonlijke zegel van koning Hizkia, haalde in 2015 de internationale krantenkoppen. Volgens het nieuwe artikel werd het ‘Jesaja-zegel’ tijdens dezelfde opgravingen van 2009 op slechts drie meter van het Hizkia-zegel gevonden.

“De nauwe band tussen de profeet en de koning zoals die in de Bijbel wordt beschreven, en de nabijheid van de beide zegels toen ze werden opgegraven (...), lijkt de mogelijkheid open te laten dat dit zegel – ondanks de problemen die de beschadiging van de bulla met zich meebrengt – inderdaad het inschrift draagt van de profeet Jesaja, de adviseur van koning Hizkia,” schrijft Mazar.

‘Grote obstakels’

Hoe verleidelijk deze interpretatie ook mag zijn, Mazar geeft toe dat er “grote obstakels” zijn om de eigenaar van het zegel definitief te identificeren, vooral met het oog op het onvolledige woord nvy. Zonder een alef aan het einde is nvy wellicht niet meer dan een naam (vaak de naam van iemands vader) of een plaatsnaam (de plek waar de eigenaar vandaan kwam).

Ook Christopher Rollston, professor Semitische talen aan de George Washington University, vindt dat de lezing van het woord nvy een probleem is.

“De doorslaggevende letter die je nodig hebt om te bevestigen dat het tweede woord ‘profeet’ betekent, is de alef. Maar er is op deze bulla geen alef te zien, dus kan die lezing helemaal niet worden bevestigd,” zegt hij.

De lezing van het woord nvy wordt volgens Rollston nog bemoeilijkt door het ontbreken van het bepaalde lidwoord h. In de meeste verwijzingen naar de Bijbel wordt gesproken van ‘de profeet’ in plaats van ‘profeet’. “Kortom, als het hier al om het woord ‘profeet’ zou gaan, zou ik graag ook het woord ‘de’ hebben gezien, zodat er ‘Jesaja de Profeet’ zou staan,” aldus Rollston.

Lees over nieuwe archeologische aanwijzingen voor de legendarische mijnen van koning Salomo.

Hoewel volgens Mazar het ontbreken van een bepaald lidwoord eveneens een probleem is voor het interpreteren van het zegel, oppert ze dat het bepaalde lidwoord oorspronkelijk in het beschadigde gedeelte boven het woord nvy kan hebben gestaan of dat het gewoon is weggelaten, waarbij ze verwijst naar andere archeologische en tekstuele voorbeelden.

Maar Rollston merkt op dat de Hebreeuwse woordwortel yš‘ niet alleen de basis vormt van de naam van de profeet Jesaja, maar van de namen van zo’n twintig andere Bijbelse personages. “Er liepen nogal wat mensen rond met de naam Jesaja of met namen die berustten op precies dezelfde woordwortel,” zegt hij. En als het woord ‘nvy’ een onderdeel vormt van de naam van iemands vader, kan het zeker niet in verband worden gebracht met de profeet, wiens eigen vader volgens de Bijbel Amoz heette.

De mogelijke ontdekking van voorwerpen die in verband staan met zowel koning Hizkia als Jesaja, de Bijbelse profeet die deze koning adviseerde in de onrustige tijden na de Assyrische verovering van het noordelijke Koninkrijk Israël en de aanhoudende bedreiging van het zuidelijke Koninkrijk Judea, “biedt de zeldzame gelegenheid om deze specifieke periode in de geschiedenis van Jeruzalem te belichten,” concludeert Mazar.

“Vanzelfsprekend is de hypothese dat het hier om het zegel van de profeet Jesaja gaat, erg verlokkelijk, maar we mogen er zeker niet van uitgaan dat dit een uitgemaakte zaak is,” waarschuwt Rollston. “Want dat is het niet.”

Lees meer