Het kleinste zwijn op aarde, waarvan ooit werd gedacht dat het uitgestorven was, keert terug in het wild

Het schuwe, 25 centimeter hoge dwergzwijn dat in 1971 nog werd ‘herontdekt’ is aan een langzame opmars bezig, doordat de dieren in India, hun land van herkomst, worden gefokt.

Door Kamakshi Ayyar
Gepubliceerd 28 mei 2021 11:43 CEST
01-pygmy-hog

Een in gevangenschap levend dwergzwijn in het Pygmy Hog Breeding Centre in de Indiase stad Guwahati.

Foto van Joel Sartore, Nat Geo Image Collection

MUMBAI, INDIA In het dichte, hoge grasland aan de voet van de Himalaya leeft het met uitsterven bedreigde dwergzwijn. De soort is zo klein dat de biggetjes ervan in je jaszak passen. Het schuwe dier met een schofthoogte van zo'n 25 centimeter leefde ooit in de grensgebieden van India, Nepal en Bhutan, waar het rondsnuffelde op zoek naar insecten en knollen. 

Maar honderd jaar van aantasting en verwoesting van zijn leefgebied - vooral doordat het grasland werd omgeturnd tot landbouwgrond - pakte desastreus uit voor het dwergzwijn. Tot de “herontdekking” van de soort in 1971 werd gedacht dat deze was uitgestorven.

Halverwege de jaren negentig namen dierenbeschermers enkele wilde dieren gevangen om ermee te fokken. Ze zetten de nakomelingen weer uit in Assam, een deelstaat in het noordoosten van India, waar nog een kleine wilde populatie bestond. (Bekijk geweldige foto's van wilde zwijnen.)

Vijfentwintig jaar later werpt dit initiatief volgens deskundigen zijn vruchten af: er leven alles bij elkaar zo'n 300 tot 400 dieren in het wild en 76 dieren in gevangenschap, en het lijkt goed te gaan met de soort.

Het succes van het oorspronkelijke programma heeft gezorgd voor navolging. Tussen 2008 en 2020 hebben wetenschappers 130 dwergzwijnen losgelaten in twee nationale parken, Manas en Orang, en in twee reservaten, Barnadi en Sonai Rupai. Al deze gebieden liggen in Assam.

Er bestaan daarnaast plannen om in de komende vijf jaar nog eens minstens zestig zwijnen in Manas uit te zetten, vertelt Parag Deka, projectdirecteur van het Pygmy Hog Conservation Programme in de hoofdstad van Assam, Guwahati.

“Het is voor mij heel belangrijk om door te gaan en deze soort te behoeden voor uitsterven,” vertelt Deka. “Iedereen heeft een doel nodig in zijn of haar leven. Toen ik bij dit project betrokken raakte, realiseerde ik me dat dit voor mij dat doel kan zijn.”

Een bijzonder zwijn

Wereldwijd bestaan er zeventien soorten wilde zwijnen, die bijna allemaal een bedreigde diersoort zijn. Wat het dwergzwijn zo bijzonder maakt (afgezien van zijn beperkte omvang) is zijn unieke evolutionaire ontwikkeling. Het is de enige soort van het geslacht Porcula vertelt Matthew Linkie, coördinator Azië van de specialistengroep voor wilde zwijnen van de IUCN (International Union for Conservation of Nature).

Kijk hoe varkens met mensen communiceren in een nieuw experiment

Wereldwijd bestaan er zeventien soorten wilde zwijnen, die bijna allemaal een bedreigde diersoort zijn. Wat het dwergzwijn zo bijzonder maakt (afgezien van zijn beperkte omvang) is zijn unieke evolutionaire ontwikkeling. Het is de enige soort van het geslacht Porcula vertelt Matthew Linkie, coördinator Azië van de specialistengroep voor wilde zwijnen van de IUCN (International Union for Conservation of Nature).

Dankzij het beschermingsprogramma heeft de soort “een redelijke overlevingskans,” aldus Linkie. Hij is ook positief over de recente inspanningen van het team om in gevangenschap levende dwergzwijnenpopulaties te beschermen tegen ziekten als de Afrikaanse varkenspest, een virusinfectie die samen met COVID-19 in 2020 in de regio opdook. (Ontdek wat wetenschappers doen om de volgende pandemie te kunnen voorspellen.)

De dwergzwijnbeschermers stelden strenge bioveiligheidsregels in voor het personeel, de voertuigen en de apparatuur die op de fokkerij kwamen, vertelt hij.

“De Afrikaanse varkenspest kan grote economische gevolgen hebben voor de varkenshouderij in Amerika en Europa, maar voor dwergzwijnen en andere bedreigde soorten kan het net dat zetje zijn waardoor ze uitsterven,” vertelt Johanna Rode-Margono, voorzitter van de specialistengroep voor wilde zwijnen van de IUCN.

“De medewerkers doen alles wat ze kunnen om zowel de wilde als de in gevangenschap levende dieren te beschermen.”

“Herontdekking”

Het dwergzwijn, dat voor het eerst in 1847 werd beschreven in de westerse wetenschap, werd in de eeuw die daarop volgde nauwelijks waargenomen, door de geringe omvang en schuwe natuur van het dier. Natuuronderzoeker Edward Pritchard Gee schreef in 1964 in zijn boek The Wild Life of India dat hij hard zijn best deed om erachter te komen of het dwergzwijn nog bestond.

Het dwergzwijn, dat voor het eerst in 1847 werd beschreven in de westerse wetenschap, werd in de eeuw die daarop volgde nauwelijks waargenomen, door de geringe omvang en schuwe natuur van het dier. Natuuronderzoeker Edward Pritchard Gee schreef in 1964 in zijn boek The Wild Life of India dat hij hard zijn best deed om erachter te komen of het dwergzwijn nog bestond.

Met het gras bedekken de zwijnen de kuilen die ze bij wijze van nest in de grond maken. Een dwergzwijnfamilie bestaat meestal uit drie tot vijf vrouwtjes en jongen; tijdens het paarseizoen komt daar meestal voor slechts een paar maanden een mannetje (‘beer’) bij.

In 1971, lang na de laatste keer dat ze voor het laatst officieel waren waargenomen, zag een theeplukker een groep dwergzwijnen vluchten van een opzettelijk aangestoken vuur in de buurt van het Barnadi-reservaat (een soort beschermd gebied) in Assam. Niet lang daarna kocht de manager van een theeplantage, ene Richard Graves, op een lokale markt twaalf zwijnen van de plukker.

In 1971, lang na de laatste keer dat ze voor het laatst officieel waren waargenomen, zag een theeplukker een groep dwergzwijnen vluchten van een opzettelijk aangestoken vuur in de buurt van het Barnadi-reservaat (een soort beschermd gebied) in Assam. Niet lang daarna kocht de manager van een theeplantage, ene Richard Graves, op een lokale markt twaalf zwijnen van de plukker.

In 1971, lang na de laatste keer dat ze voor het laatst officieel waren waargenomen, zag een theeplukker een groep dwergzwijnen vluchten van een opzettelijk aangestoken vuur in de buurt van het Barnadi-reservaat (een soort beschermd gebied) in Assam. Niet lang daarna kocht de manager van een theeplantage, ene Richard Graves, op een lokale markt twaalf zwijnen van de plukker.

Groene woestijn

Het fokken van de zwijnen is slechts een deel van de oplossing; de dieren hebben ook gezond grasland nodig. Bij het beoordelen van mogelijke locaties om de dieren vrij te laten, gaat het team op zoek naar een leefomgeving van zo'n vijf vierkante kilometer met alluviale grond (aangeslibde aarde vol mineralen die door rivieren werden aangevoerd), en bepaalde soorten inheemse grassen en planten.

Het valt echter niet mee om dergelijke gebieden te vinden: in Assam neemt de hoeveelheid grasland af , het wordt slechter van kwaliteit en raakt gefragmenteerd. Het grasland in Barnadi, het reservaat waar de zwijnen in 1971 werden aangetroffen, is geslonken van een oppervlakte van zo'n tien vierkante kilometer tot net iets meer dan een vierkante kilometer. 

In het verleden vormde het illegaal en in het wilde weg verbranden van grasland een bedreiging voor de zwijnen, met name tijdens het paarseizoen en in de periode waarin de jongen klein waren. De vuren werden gesticht om op de kaal gebrande grond vee te kunnen houden en veevoer te kunnen verbouwen. Continue branden trekken ook onkruid aan (dat het goed doet in een verstoorde omgeving), dat daarna de plek inneemt van het oorspronkelijke gras.

“Het ziet er heel groen uit, maar ik noem het de groene woestijn, omdat er niets kan groeien,” aldus Deka.

De dierenbeschermers werken dan ook samen met de lokale bewoners en bosbeheerders om erachter te komen hoe die bedreigingen voor het grasland kunnen worden ingeperkt en tot een beter beheer van het leefgebied kan worden gekomen.

“Als we op patrouille zijn, wieden we exoten als Chromolaena odorata en de Indische kapokboom, die een bedreiging vormen voor het grasland,” vertelt Arjun Kumar Rabha, een boswachter van het Manas National Park die al zes jaar samenwerkt met de dwergzwijnbeschermers. “Er werd eerder geen aandacht besteed aan het verbranden van grasland vanwege de sociaal-politieke onrust in deze regio. Nu zorgen we dat dit gecontroleerd gebeurt.”

Daarnaast zet het team zich ook in voor het creëren van brandgangen tussen stukken grasland, om te voorkomen dat het vuur om zich heen grijpt. Ook bepleiten zij het instellen van pauzes van enkele weken tussen de verschillende branden, waardoor nieuwe vegetatie kan groeien in andere gebieden waar de zwijnen en andere van grasland afhankelijke dieren naartoe kunnen trekken.

Doel is om in 2025 minstens 25 vierkante kilometer aan grasland te herstellen in Manas National Park, vertelt Deka. Daar moet uiteindelijk weer een bloeiende zwijnenpopulatie rondlopen, stelt hij.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.