Het opmerkelijke verhaal achter de ‘osage-sinaasappel’

De osagedoorn heeft tijdens zijn evolutie mogelijk vruchten ontwikkeld die eetbaar waren voor de megafauna van Noord-Amerika. En het hout van deze boomsoort is ideaal voor het maken van bogen en hete kampvuren.

Foto's Van Anne Farrar
Gepubliceerd 30 nov. 2021 11:36 CET
Group Hedge Apple

De vruchten van de osageboom, in het Engels ook wel ‘hedge apples’ genoemd, zijn ongeveer even groot als een softbal. De meeste dieren kunnen de vruchten niet verteren. Maar de bomen speelden een belangrijke rol in de Amerikaanse geschiedenis.

Foto van Anne Farrar, National Geographic

Als de vruchten van de osagedoorn in de herfst van de boom vallen, wekken ze de nodige aandacht. Ten eerste zijn ze zo groot als een softbal en daarmee de grootste vruchten van alle inheemse boomsoorten van Noord-Amerika. Ten tweede zijn ze felgroen.

Daar komt nog bij dat er een opmerkelijke geschiedenis achter deze vrucht schuilgaat, die maar weinig mensen kennen.

De ‘osage-sinaasappelboom’ is niet verwant aan de sinaasappelboom maar stamt uit de familie van de moerbei. Verwarrend is ook dat de vruchten van de boom (in het Engels ‘hedge apples’) afwisselend ‘heggenappels’, ‘paardenappels’, ‘Ierse sneeuwballen’ of ‘apenhersenen’ worden genoemd in het Engels.

De osagedoorn is dus noch een sinaasappel noch een appel en wordt ook zelden gegeten. Hoewel bepaalde diersoorten, vooral eekhoorns, soms de zaadjes eten die in het groene vruchtvlees verborgen liggen, verspreiden ze deze zaden niet over grote afstanden. Sommige wetenschappers denken dat de boom ooit werd verspreid door de nu uitgestorven megafauna van Noord-Amerika, waaronder mogelijk reuzenluiaards en mastodonten, en dat de vruchten ervan hun enorme omvang ontwikkelden om de aandacht van deze verdwenen giganten te trekken.

In recenter tijden wist de ‘osage-sinaasappelboom’ de aandacht van de mens te wekken. Het hout van de boom geeft bij verbranding méér hitte af en is beter bestand tegen verrotting dan welke houtsoort in Noord-Amerika dan ook. Ook is dit hout tegelijkertijd ongelooflijk sterk én buigzaam. Die zeldzame combinatie maakt het tot het allerbeste hout voor schietbogen.

Met de twijgen van de boom kunnen vrijwel ondoordringbare heggen worden geweven, waardoor ze voor de kolonisten van het Midwesten en de Great Plains het ideale materiaal voor hekwerk vormden. De osagedoorn is daarnaast onderwerp geweest van landelijke rages, presidentiële overwegingen en een wetenschappelijke controverse. Koningin Victoria zou een van zijn heldergroene vruchten hebben geproefd, maar naar verluidt vond ze het niet erg lekker. Maar ook zij kende het ongelooflijke achtergrondverhaal van de osagedoorn waarschijnlijk niet.

Een osagedoorn in de Amerikaanse staat Ohio. De bomen kunnen drie tot vijftien meter hoog worden. Ze leveren zeer sterk en toch flexibel geel-oranje hout op, dat erg gewild is om schietbogen van te maken.

Foto van Anne Farrar, National Geographic

Vreemd wonder 

Tegenwoordig komen osagedoornen vrij veel voor in Noord-Amerika, maar ze groeien vaak zeer verspreid. Als je er een tegenkomt, is dat altijd een traktatie. Dat vond ik ook toen ik in Champaign, Illinois, opgroeide en op een dag in een stadspark op een opmerkelijke osagedoorn stuitte, met laaghangende takken die ideaal waren om in te klimmen. Zoals de meeste kinderen werd ik aangetrokken tot de vreemde, varengroene vruchten van de boom. Ze zijn leuk om mee te spelen, want ze zijn reusachtig, hebben een hersenachtige textuur en zijn perfecte werpballen. Ze ruiken ook lekker, een beetje als bloemen, met zwemen van sinaasappelbloesem, peer, appel en kruidnagel.

Lees ook: Bekijk 's Werelds oudste bomen bij magisch sterrenlicht

Vóór de laatste IJstijd groeide de osagedoorn in een enorm verspreidingsgebied dat zich uitstrekte van Florida tot het noordelijke Ontario. Maar zo’n 125.000 jaar geleden breidden kolossale gletsjers zich steeds verder naar het zuiden uit en bedekten uiteindelijk het grootste deel van Noord-Amerika met ijs. Toen de gletsjers zich rond 12.000 jaar geleden weer begonnen terug te trekken, heroverde de osagedoorn het eerder verloren gegane gebied niet, zoals veel andere boomsoorten. Sterker nog, het verspreidingsgebied van de boom is sindsdien steeds kleiner geworden.

Vóór de komst van de Europeanen groeide de osagedoorn vooral in delen van Arkansas, Oklahoma en Texas, en in minder grote aantallen in gebieden in Kansas, Louisiana en Missouri. Volgens Tom Kimmerer, onafhankelijk boswetenschapper en auteur uit Lexington, Kentucky, zijn er ook precolumbiaanse osagedoornen in Kentucky, Tennessee en Virginia aangetroffen.

De oorspronkelijke bewoners van Amerika wisten de osagedoorn zeer te waarderen en gebruikten het hout van de boom voor hun bogen en strijdknotsen. En dat was terecht, want volgen het Amerikaanse ministerie van Landbouw bezit het hout van de osagedoorn van alle plantensoorten verreweg de hoogste maximale buigsterkte, wat betekent dat dit hout een zeldzame combinatie van flexibiliteit en hardheid vertoont. Volgens een vroeg-negentiende-eeuws verslag was een schietboog van osagehout een paard en een deken waard.

Van alle inheemse houtsoorten in Noord-Amerika is osagehout ook het meest bestand tegen verrotting en bezit het de hoogste energiedichtheid, wat het tot het ideale brandhout voor een kampvuur maakt. Het is goed te splijten en is welriekend, kan gemakkelijk tot kooltjes worden verwerkt en walmt nauwelijks.

Volgens Kimmerer hebben de oorspronkelijke bewoners de soort mogelijk verder verspreidt en niet alleen gehandeld in het hout maar ook in vruchten en stekken van de boom. Anderen denken dat zij, en dan vooral de mensen van de Osage-stam (waaraan de soort zijn naam dankt), een goede reden hadden om alleen in het hout te handelen en niet in vruchten of stekjes, aangezien ze door het beperkte verspreidingsgebied van de boom een monopolie op de houtsoort in stand konden houden.

Ook de Europese kolonisten zagen de waarde van de boom in. Vroege Franse ontdekkingsreizigers noemden het hout van de osagedoorn bois d’arc – booghout, wat uiteindelijk werd verbasterd tot ‘bodark’. In 1804, aan het begin van zijn beroemde ontdekkingsreis die hij samen met William Clark ondernam, kwam Meriwether Lewis in Saint-Louis in het bezit van enkele stekjes van de osagedoorn en stuurde die naar president Thomas Jefferson, met de bedoeling dat hij ze zou vermeerderen.

Al snel werd duidelijk dat de boom ook uitstekend gebruikt kon worden voor het weven van heggen. De lagere twijgen van de osagedoorn hebben scherpe doornen en zijn zeer taai. Als de twijgen worden verstrengeld of gevlochten, vormen ze een ondoordringbare wirwar.

De eerste ‘heggenrage’ begon rond 1850. Destijds was het aanbrengen van omheiningen een kostbare en tijdrovende aangelegenheid. Verwilderde varkens waren in die tijd een nog groter probleem dan tegenwoordig, maar heggen van osage-twijgen (“te hoog voor een paard, te dicht voor een varken en te sterk voor een stier”) waren dé oplossing. Jonathan Turner, een professor die het gebruik van de boomsoort in Illinois en daarbuiten aanprees, was ervan overtuigd dat “God de Osage-Sinaasappel heeft geschapen met het specifieke doel de Prairies van hekwerk te voorzien.” Turner was ook een van de oprichters van de University of Illinois in Champaign – waar ik ben opgegroeid en voor het eerst kennismaakte met de vruchten van zijn enthousiasme.

Rond 1869 was in het hele Midwesten en Zuiden van de VS inmiddels een kleine honderdduizend kilometer aan osage-heggen geplant. Volgens Michael Ferro, een onderzoeker van de Clemson University in South Carolina die een wetenschappelijk artikel over de biologie en geschiedenis van de boomsoort schreef, zien sommige historici het gebruik van de ‘osage-sinaasappelboom’ dan ook als een even belangrijke ontwikkeling voor de Europese kolonisatie van het Midwesten als de aanleg van de spoorwegen of de introductie van de stalen ploeg en de windmolen.

Nadat eind negentiende eeuw het nieuwe prikkeldraad alom werd geïntroduceerd, nam het gebruik van osage-heggen geleidelijk weer af, maar het hout van de boom bleef in gebruik. De populariteit van osagehout nam weer toe na de ‘Dust Bowl’ (een tijd van droogte en stofstormen op de centrale prairies van de VS) en de Grote Depressie van de jaren dertig. President Franklin D. Roosevelt zette het project ‘Great Plains Shelterbelt’ (‘Windschermgordel voor de Great Plains’) op om de weidse akkers op de Amerikaanse prairie met behulp van windsingels te beschermen tegen winderosie. De meest gebruikte boomsoort voor de aanleg van deze boomschermen was de osagedoorn.

Lees ook: Het verhaal van ’s werelds eenzaamste boom

De boom was een tijdlang populair als alternatieve waardplant voor de zijdeworm. Gedurende de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw maakte de zijde-industrie in de VS meerdere cyclussen van bloei en faillissementen door. Loof van de osagedoorn werd soms als alternatief gebruikt voor dat van de witte moerbei, maar de trend hield niet aan.

De vruchten van de boom zitten vol met een melkwit, rubberachtig sap dat vlekken op je handen achterlaat. De zaden uit de vruchten zijn broos en worden gegeten door dieren als eekhoorns.

Foto van Anne Farrar, National Geographic

Er groeien doorns aan de laagste takken van de osagedoorn, waardoor deze handig zijn om te gebruiken in voor hagen.

Foto van Anne Farrar, National Geographic

Het hout van deze bomen rot nauwelijks; hekpalen gemaakt van osagedoornhout blijven tientallen jaren goed.

Foto van Anne Farrar, National Geographic

Reuzen en spoken 

De evolutionaire prehistorie van de osagedoorn is moeilijker te duiden.

Geen van de weinige dieren die zich met de vruchten van de boom voedden, lijken de zaden van de plant over grote afstanden te hebben verspreid. Volgens de evolutietheorie produceren planten vruchten van een dusdanige omvang niet voor niets. Wat was dus de reden voor de enorme omvang van de ‘osage-sinaasappel’? Hoewel ‘osage-sinaasappelen’ goed in water blijven drijven, zijn prehistorische exemplaren van de vrucht (dus van vóór het verschijnen van de mens) ver van riviervalleien ontdekt. Rivieren kunnen dus geen belangrijke rol in de verspreiding van de boom hebben gespeeld.

Vóór en tijdens de laatste IJstijd trokken grote aantallen reusachtige planteneters over de onafzienbare vlakten van Noord-Amerika: mastodonten, reuzenluiaards, mammoets, kamelen, paarden en ook glyptodonten, die door ecoloog Daniel Janzen worden omschreven als “gordeldieren die elk twee ton wogen.”

Janzen en andere onderzoekers menen dat de osagedoorn door tenminste een van deze kolossale diersoorten moet zijn verspreid, met de reuzenluiaard en de mammoet als meest waarschijnlijke kandidaten. Toen deze dieren rond 13.000 jaar geleden uitstierven, slonk het verspreidingsgebied van de osagedoorn tot een fractie van wat het was geweest.

Deze hypothese is lastig om te testen, maar er zijn enkele aanwijzingen die haar onderschrijven. Ten eerste hebben onderzoekers de zaden van osagedoornen aangetroffen in gefossiliseerde uitwerpselen van een mastodont die zo’n 12.000 geleden in een gebied leefde dat nu Florida is. Bij een ander onderzoek is mogelijk DNA van de osagedoorn ontdekt in de uitwerpselen van een reuzenluiaard uit het Pleistoceen.

De osagedoorn (Maclura pomifera) brengt aanzienlijk grotere vruchten voort dan al zijn verwanten uit het geslacht Maclura, die overal ter wereld voorkomen. Uit een onderzoek uit 2017, van de hand van de botanicus Elliot Gardner en zijn collega’s, splitste de soort zich zo’n twintig miljoen jaar geleden af van de Maclura brasiliensis, een boomsoort die nu in Zuid-Amerika groeit en vruchten voortbrengt die ruim tweemaal zo klein zijn als de ‘osage-sinaasappel’. Destijds waren mastodonten, reuzenluiaards en verwante diersoorten tot in Noord-Amerika doorgedrongen en begonnen zich daar te diversifiëren.

De vruchten van de osagedoorn zijn de grootste inheemse vruchtensoort in de Verenigde Staten.

Foto van Anne Farrar, National Geographic
Wat als één boom alles heeft wat je nodig hebt?

Geen van de nu nog bestaande diersoorten zorgt ervoor dat de vruchten van de osagedoorn over een groot gebied worden verspreid. Sommige wetenschappers vermoeden dan ook dat ze ooit zijn verspreid door inmiddels uitgestorven reuzen als mastodonten of grondluiaards.

 

Foto van Anne Farrar, National Geographic

“Het is redelijk om aan te nemen dat zo’n grote en plompe vrucht zich gedurende zijn evolutie heeft ontwikkeld om de aandacht van een diersoort te trekken en op die wijze te worden verspreid, want het produceren van grote vruchten kosten een plant veel energie (...). Tegenwoordig lijkt er geen enkele inheemse diersoort meer te zijn die de osagedoorn verspreidt,” zegt Gardner, die nu is verbonden aan het Institute of Environment van de Florida International University.

Volgens Matthew Moran, bioloog aan het Hendrix College in Conway, Arkansas, is een van de problemen rond deze hypothese dat de meeste dieren de ‘osage-sinaasappel’ niet eten, omdat hij vol melkachtige latex zit. Bovendien zijn de zaadjes in de vrucht zeer kwetsbaar. Toen Moran ‘heggenappels’ te eten gaf aan paarden en Aziatische olifanten, bleken de zaadjes na het passeren van het spijsverteringsstelsel van deze dieren niet meer in staat om te ontkiemen. Bij de meeste vruchten is het omgekeerde het geval: hun vruchtvlees smaakt lekker, maar de zaden zijn hard, onverteerbaar en vaak heel bitter, zoals in het geval van appels.

Bij de osage-sinaasappel lijkt “alles een beetje te zijn omgedraaid,” zegt Moran.

Hij vermoedt dat deze “zeer merkwaardige plant (...) zich heeft aangepast aan een paar specifieke diersoorten die alleen dit soort vruchten aten. Vandaar dat we tegenwoordig helemaal geen vruchten meer als deze aantreffen.” Hij ziet de reuzenluiaard als de hoofdverdachte.

Lees ook: Bomen roepen om hulp - en wetenschappers kunnen ze nu verstaan

Maar Kimmerer heeft zo zijn twijfels. De boom “heeft het ook zonder deze uitgestorven dieren heel goed gedaan (...). Ik zeg niet dat de megafauna geen enkele rol heeft gespeeld in de verspreiding van de plant, maar aangezien we deze hypothese niet kunnen testen, komen we er niet veel verder mee.”

Opletten

Ik ben de laatste tijd enigszins geobsedeerd geraakt door de vruchten van de osagedoorn – en door gesprekken hierover. De reacties zijn altijd interessant. Toen ik vorig jaar op Twitter een bericht schreef over de vruchten, meldden sommige mensen dat ze worden gebruikt om kakkerlakken of muizen mee te verdelgen. Maar dat verhaal klopt niet. Ferro is maandenlang bezig geweest om uit te zoeken waar dit broodjeaapverhaal vandaan kwam en vond uiteindelijk de bron: één enkel artikel in de Amerikaanse krant Tuscaloosa News in oktober 1950, met als titel ‘Kakkerlakverdrijvende sinaasappel gevonden op universiteit.’ Het artikel was echter niet gebaseerd op wetenschappelijk bewijs.

Anderen meldden dat ze de vruchten eten omdat ze gezond zijn. “Ik pureer ze en bak de pulp in de oven tot deze knapperig is. Vervolgens maal ik de pulp en kruimel ik die door deeg om er koekjes van te bakken,” schreef een man genaamd Brian Baxter. Extract van hedge apples blijkt eigenschappen te hebben die kanker, ontstekingen en oxidatie tegengaan.

Ook Connie Barlow, die in 2000 het boek Ghosts of Evolution schreef, at van de vruchten. “Ze waren verrassend lekker, maar smaakten meer naar luchtverfrisser dan naar voedsel... Heerlijk fris, met misschien een vleugje komkommer,” schreef ze. Maar het rubberachtige sap zorgde voor vlekken op haar handen die er nauwelijks af gingen. In een verslag uit 1900 dat Michael Ferro aantrof, staat dat de Britse koningin Victoria een klein hapje proefde van een vrucht die botanicus William Hooker voor haar meebracht. Naar verluidt was het de enige keer dat ze ervan at.

En dat is het bijzondere aan deze boom: hij wordt niet gekweekt als voedselbron, het is geen sierboom en hij is ook niet invasief. De soort past niet in de categorieën die er zijn voor de meeste populaire of veelvoorkomende bomen, aldus Ferro en toch “zou de geschiedenis van ons land heel anders zijn gelopen zonder deze boom.”

Door de geschiedenis van de osagedoorn, en zijn vreemde mix van hoogwaardige eigenschappen, blijft deze boom mensen fascineren. De meesten van ons weten heel weinig over de plantenwereld, we lijden aan ‘plantenblindheid’ zoals het soms wel genoemd wordt. Hedge apples brengen daar verandering in.

Ik liep laatst op straat in Georgetown met zo'n vrucht in mijn handen, die ik tijdens mijn wandeling had opgepakt. Een jonge man sprak me aan. “Als ik vragen mag: wat is dat?” vroeg hij. “Is het een zaad? Een schimmel? Ik vraag me dat altijd af.”

“Het is een vrucht van de osageboom,” vertelde ik hem en ik legde hem, in het kort, het verhaal achter de boom uit.

Hij gaf me zijn Instagramnaam op en ik beloofde hem dat ik dit artikel aan hem zou opsturen. De osageboom had alweer ergens vruchtbare grond gevonden.

Dit artikel werd oorspronkelijk gepubliceerd in het Engels op nationalgeographic.com

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Milieu
Herfstkleuren verstoord door klimaatverandering – het nieuwe normaal?
Milieu
Jane Goodall doet mee aan campagne om vóór 2030 een biljoen bomen te planten
Milieu
Bij bosbranden in Siberië komen grote hoeveelheden CO2 vrij
Milieu
Waarom ‘minibossen’ opduiken in grote steden
Milieu
Op een van de zeldzaamste bomen ter wereld bloeit een niet eerder gedocumenteerde bloem

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.