Milieu

Slag om de Noordpool: een nieuwe Koude Oorlog?

Nu het poolgebied ontdooit, azen aangrenzende landen op de grondstoffen en scheepvaartroutes die onder het ijs vandaan komen.vrijdag 6 september 2019

Door Neil Shea
Foto's Van Louie Palu
Militairen klimmen op een vliegtuigwrak om overzicht te krijgen van het terrein tijdens een survivaltocht op Cornwallis Island in het verre noorden van Canada. Nu de Noordpool opwarmt en de politieke spanningen over de toekomst van het gebied toenemen, zijn het Canadese en het Amerikaanse leger er actiever dan ooit.
Dit artikel verscheen in de september 2019 editie van National Geographic Magazine.

Aan het eind van een grijze novembermiddag posteert Marvin Atqittuq, de kersverse patrouillecommandant van het Arctische plaatsje Gjoa Haven, zich op het zee-ijs even buiten het dorp en roept zijn mensen bij elkaar. Een ijzige wind voert stuifsneeuw aan vanuit het zuiden bij zo’n -30 °C – aardig koud, al kan het erger in het noordpoolgebied. Een stuk of twintig Inuit, mannen en vrouwen, komen om hem heen staan, met geweren om de schouder en dik ingepakt in handgemaakte jassen van kariboeleer, broeken van ijsberenbont of gewone winkelkleding, die een stuk minder warm is maar, zoals ze hier zeggen, namoektoek: we doen het er maar mee. Atqittuq (spreek uit: at-kie-toek, met de klemtoon op de laatste lettergreep) trekt een paar wanten van zeehondenbont aan en vertelt wat de plannen zijn.

De groep is een onderdeel van de Canadian Rangers, een reserveonderdeel van het Canadese leger, en gaat voor het eerst op missie onder Atqittuqs leiding: een week lang met sneeuwscooters jakkeren over de hellingen langs de boomloze kust van King William Island. Op het programma staan een gps-cursus, schiettraining, opsporings- en reddingsoefeningen. Voor jagen en ijsvissen is ook flink wat tijd ingeruimd. 

Ik sta aan de rand van de kring en veeg het ijs uit mijn oogharen. Omdat het te koud is om notities te maken, bestudeer ik de gezichten met bevriezingslittekens als kleine onderscheidingen van moed, voor het leven op een van de onherbergzaamste plekken ter wereld.

Amerikaanse milirairen eten calorierijk voedsel tegen de kou bij een oefening in het Northern Warfare Training Center in Alaska. Ze bekwamen zich in tactieken uit de Winteroorlog, een militaire operatie van de Sovjet-Unie tegen Finland in de Tweede Wereldoorlog.

Even later zwermt de groep uit, de rokers steken een laatste sigaret op voor de lange tocht door het donker begint. Atqittuq komt naar me toe om te vragen of ik wel warm genoeg ben gekleed. Vriendelijk wijst hij me erop dat ik niet in slaap moet sukkelen wanneer we straks onderweg zijn. Want het wil nog weleens gebeuren dat mensen van hun sneeuwscooter vallen en vermist raken, vertelt hij. En er is geen mobiel bereik op het eiland, nergens trouwens in het territorium Nunavut, dat ongeveer vier keer Spanje is. ‘Als je ons kwijtraakt, blijf dan waar je bent tot een van ons je komt halen,’ zegt hij. ‘En blijf uit de buurt van de ijsberen.’ 

De ‘ogen en oren in het noorden van Canada’, zoals de rangers wel worden genoemd, patrouilleren al sinds de jaren veertig van de vorige eeuw in de verre uithoeken van het land. De meeste rangers in het poolgebied zijn inheemse vrijwilligers. Ze fungeren als gids, doen mee aan legeroefeningen en leren militairen zich te oriënteren op de toendra’s, iglo’s te bouwen en te overleven in de barre kou. Hun rol is tamelijk onbekend, en ze moeten het doen met een bescheiden budget en tweedehandsspullen, zoals grendelgeweren uit de jaren veertig. 

Maar de laatste tijd worden de rangers door de Canadese overheid weer op waarde geschat. Nu er een internationale wedloop op gang lijkt te komen om het smeltende noordpoolgebied en al zijn onaangeroerde bodemschatten, heeft Canada de rangers beter materieel en extra geld voor nieuwe vrijwilligers toegezegd. De VS overwegen in Alaska iets soortgelijks op te zetten. 

Zo'n vierhonderd Amerikaanse militairen worden getraind in parachutespringen bij Fort Greely, Alaska. De oefening, waaraan ook Canadese eenheden meedoen, moet de troepen voorbereiden op de ontberingen gedurende grote operaties bij extreme kou.

Atqittuq is blij met alle aandacht. Hij is zelf opgegroeid in het noordpoolgebied en voedt er nu zijn zoon op. ‘Wij Inuit hebben het er al jaren over dat het klimaat verandert,’ zegt Atqittuq voordat we de toendra intrekken. ‘Nu de regering het ook doorheeft, wil ze dat wij de boel hier in de gaten houden. Best, hoor. Wij zijn trotse Canadezen.’ En dan glimlachend: ‘Al zou ik willen dat ze ons Canadees genoeg zouden vinden om ons fatsoenlijk telefoonbereik te geven.’ 

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Mike Pompeo hield begin mei in Rovaniemi, in het noorden van Finland, een toespraak voor de Arctische Raad, een organisatie die bestaat uit de acht landen die grenzen aan het noordpoolgebied alsmede vertegenwoordigers van de inheemse bevolking. De raad ijvert al zo’n jaar voor het gezamenlijk aanpakken van klimaatverandering. Pompeo’s optreden was in dat licht opmerkelijk.

‘Amerika moet opstaan als noordpoolnatie en zich sterk maken voor de toekomst van dit gebied,’ sprak hij op een bijeenkomst voorafgaand aan de officiële vergadering. ‘Want de Noordpool is geen achterland dat niets heeft te bieden, zoals velen dachten (...) Qua kansen en overvloed loopt het juist voorop.’ 

De toespraak was tekenend voor de bizarre imagoverandering die het noordpoolgebied de afgelopen tien jaar heeft ondergaan: van bevroren woestenij naar ontluikend wingewest. 

Mariniers nemen een gebouw in beslag in Utqiaġvik, Alaska, de meest noordelijke stad in de Verenigde Staten. Marine Corps commandant Gen. Robert Neller vertelde recentelijk aan de senatoren dat na jaren van focus op het Midden-Oosten en de Stille Oceaan, de mariniers "weer in koude zaken waren beland."

Gedurende het grootste deel van de geschiedenis van de mensheid lag de wereld boven de 66ste breedtegraad buiten het bereik van grootschalige handel. Ontdekkingsreizigers, speculanten en wetenschappers vermoedden wel dat er onder alle sneeuw en ijs op de Noordpool kostbare bodemschatten en mooie scheepvaartroutes lagen. De volle omvang van die rijkdom bleef echter verborgen door de dodelijke kou, onpeilbare duisternis en duizelingwekkende afstanden die exploitatie onmogelijk maakten. 

Tegenwoordig is het noordpoolgebied zorgwekkend groen, met minder kariboes en rendieren maar des te meer muggen en zachte zomers. De meest verontrustende verandering voltrekt zich op zee, waar de zomerse ijslaag die gedurende de korte dooiperiode op het water ligt, in hoog tempo verdwijnt. 

Dat drijfijs slinkt altijd in de zachtere maanden en groeit weer aan zodra het kouder wordt. Maar het huidige ijsverlies is ongekend, en lijkt in een steeds hoger tempo te verlopen. NASA-onderzoekers schatten dat er elk jaar 54.000 vierkante kilometer verloren gaat, en volgens een klimaatrapport uit 2014, uitgevoerd in opdracht van het Amerikaanse Congres, zal er al voor 2050 in de zomer geen ijs meer liggen op de Noordelijke IJszee. 

Susie Hiqinit
Andy Issigaitok. Susie Hiqinit en Andy Issigaitok zijn reservisten bij de Canadian Rangers, waar veel Inuit dienen. De rangers weten hoe je kunt overleven in het noordpoolgebied en delen hun kennis met andere Canadese militairen, die ze traditionele Inuitvaardigheden bijbrengen als jagen, navigeren en ijsgrotten maken.

In die ijsvrije oceaan gaat het niet om het opeisen van nieuw gebied. Op een paar betwiste stukken na (vooral op de zeebodem, waaronder de noordpool zelf) liggen de grenzen wel vast. De landen en bedrijven azen nu op de schat aan vis en delfstoffen als goud, diamanten en zeldzame aardmetalen, olie en aardgas, én op toegang tot de lucratieve nieuwe scheepvaartroutes. 

Rusland en Noorwegen, de actiefste noordpoollanden op dit terrein, hebben de afgelopen tien jaar miljarden euro’s uitgegeven aan infrastructuur voor olie en gas, aan diepzeehavens en schepen die door de nog steeds gedeeltelijk bevroren Noordelijke IJszee kunnen varen. China op zijn beurt investeert in Russische gaswinning en biedt andere noordpoollanden leningen aan voor ontwikkelingsprojecten. Ook bouwen de Chinezen hun eigen ijsbrekervloot, een opmerkelijke stap voor een land ruim vierduizend kilometer ten zuiden van de pool. 

De aandacht voor het Noorden bij de meeste westerse landen – waaronder Canada en de Verenigde Staten, die samen bijna de helft van de Arctische kustlijn bezitten – blijft daar ver bij achter. De VS hebben maar vijf zeewaardige ijsbrekers (tegenover de 51 van Rusland) en niet één diepzeehaven boven de poolcirkel. Door die scheve verhoudingen zijn de spanningen zo opgelopen dat een nieuwe Koude Oorlog niet is uit te sluiten. Dit doembeeld lag aan de basis van Pompeo’s optreden bij de Arctische Raad. 

‘De regio is een arena geworden voor macht en concurrentie,’ zei hij. ‘We treden een nieuw tijdperk binnen van strategische betrokkenheid (...) compleet met nieuwe bedreigingen van het noordpoolgebied en zijn rijkdommen, en van al onze belangen in die regio.’ Het probleem met Pompeo’s metafoor van de Noordpool als een ‘arena’, met de suggestie dat zich er een wedloop zal afspelen, is natuurlijk dat andere landen allang op kop liggen. 

Marvin heeft er nooit spijt van gehad. Nu is hij zelf vader en lid van de vrijwillige brandweer in Gjoa Haven. Hij werkt voor een bedrijf dat telefoonlijnen onderhoudt, en langzaam maar zeker leert hij alles wat Jacob hem te leren heeft. Maar Jacob stamt nog uit een tijd dat de poolwereld eenvoudiger was. De wereld waarin Marvin nu leeft, is gecompliceerder. Met minder kansen en meer drugs. Met internet en sociale media. Marvin begrijpt dat er nieuwe tijden aanbreken in het noordpoolgebied. Hij heeft gelezen dat het ijs smelt, dat er misschien oorlog komt. 

Amerikaanse militairen oefenen in het Northern Warfare Training Center in Alaska. Hier leren ze allerlei vaardigheden, van de beste manier van kleden tegen extreme kou tot sneeuwwandelen en langlaufen met medeneming van een geweer en een slee met negentig kilo bepakking.

Op King William Island rijden de rangers in een lange stoet van sneeuwscooters westwaarts. Sommige scooters trekken houten sleeën voort vol proviand, kampeerspullen en militair materieel. Ik hobbel mee op een geleend voertuig, en na enkele bitterkoude uren door de nacht komen we bij het dichtgevroren meer Kakivakturvik. In het felle schijnsel van onze koplampen en helmlichten lopen de rangers het meer op en gaan ze aan de slag met het opzetten van grote canvas tenten. Daarna slepen ze grondzeil en kariboevellen naar binnen, gevolgd door schuimmatrassen, slaapzakken en koelboxen met proviand. 

Even later gloeien de tenten op door lantaarns en klinkt het zachte gesis van petroleumstellen. Dampend hete bekers thee gaan rond, er worden verhalen verteld over lievelingssledehonden, en dan gaat iedereen weer naar buiten. In groepjes verspreiden de rangers zich over het meer, ze hakken gaten in het dertig centimeter dikke ijs en laten visnetten zakken in het zwarte water. 

Op allerlei plekken in het Canadese poolgebied combineren rangerpatrouilles militaire oefeningen met traditionele activiteiten als jagen en vissen, die nog steeds een belangrijk onderdeel vormen van het leven. De komende dagen zal ook Marvins ploeg die oude gebruiken inpassen in het schema van navigatieoefeningen en training met gps-apparatuur. 

Een ijzige wind loeit aan vanaf de zee; boven de toendra hangen dichte mist en zware wolken. De temperatuur kruipt af en toe naar het vriespunt en zakt dan weer diep onder nul. Dat is normaal voor eind november. 

De bevroren gezichten van een Canadese vliegtuigbemanning. Ze keren terug naar warme maaltijden en douches na een week met temperaturen tot -60 °C tijdens een outdoor survivalcursus.

De dagen beginnen en eindigen bij de visnetten. De vangst van iqalupik, trekzalm, is zo overvloedig dat er al snel naast elke tent een rij stijfbevroren roze vissen staat, met hun staart naar beneden rechtop in de sneeuw gestoken. Als we honger hebben, hoeven we maar een arm naar buiten te steken en we hebben zalm. Soms snijden we de vis in stukken om er soep van te maken. Maar meestal eten we hem rauw in plakjes. Diepvriessushi noemt Marvin Atqittuq dat. 

Naast het vissen zijn we urenlang bezig met allerhande kleine taken. In de paar uur dat er daglicht is houden we de petroleumstellen aan de praat, smelten ijs voor drinkwater en verplaatsen onze tenten als het ijs eronder is veranderd in pap. In de snerpende kou begeven de sneeuwscooters het regelmatig. Op een gegeven moment verschijnt er een ijsberenmoeder met twee jongen bij ons kamp. 

Tijdens de expeditie deel ik een tent met Atqittuq en zijn vader Jacob (74), een van de roemruchtste jagers van Gjoa Haven. Atqittuq senior is geboren in een iglo en spreekt net genoeg Engels om af en toe een grap te kunnen maken. Hij heeft in zijn leven al heel wat doorstaan: strenge winters en hongerige beren, scheepsongelukken en zelfs een hongersnood die veel Inuit het leven kostte. Elke ochtend is hij het eerste op van iedereen om aan het voeteneind van de brede matras die we delen bannock te bakken, een zoet, sponzig brood, terwijl hij zacht oude psalmen zingt in het Inuktitut. 

Amerikaanse gevechtspiloten oefenen het gebruik van lichtsignalen na een crash of noodlanding. Op de Noordpool, met zijn miljoenen vierkante kilometers onherbergzaam terrein, zijn opsporings- en reddingsoperaties een logistieke uitdaging.

Op een avond, als we in onze slaapzak liggen, vertelt Marvin dat hij ooit overwoog om weg te gaan uit het poolgebied. Hij had een technische school gevonden in het zuiden van Canada, waar hij een monteursopleiding kon gaan doen. Maar eerder was een andere zoon van Jacob thuis weggehaald voor een gedwongen verblijf op een Canadese kostschool waar inheemse kennis en tradities bruut werden onderdrukt. Hij vroeg Marvin te blijven, zodat hij zich wel in de oude tradities kon bekwamen en de familie niet verder uiteen zou vallen. 

Maar van de goudkoorts waarover hij vaak hoort, heeft hij niets gemerkt. ‘Er zou hier van alles aan de hand zijn,’ zegt hij, doelend op de voorspelde nieuwe infrastructuur en de bijbehorende werkgelegenheid in de exploitatie van de verborgen rijkdommen in de regio. ‘Maar ik zie weinig veranderen. En al helemaal niet voor mijzelf.’ 

De volgende ochtend ga ik met de Atqittuq en een paar anderen op kariboejacht. Wanneer we in een sneeuwstorm terechtkomen, is Jacob degene die ervoor zorgt dat we het kamp terugvinden, met behulp van gps en een soort inwendig kompas. Ik rijd op mijn sneeuwscooter vlak achter Marvin aan; door het ijs dat zich aan de binnenkant van mijn skibril vormt, kan ik bijna niets zien. 

Op een gegeven moment verschuift mijn bivakmuts, zodat een stuk van mijn gezicht bloot komt te liggen. Het gloeit helemaal, alsof iemand een heet muntstuk tegen mijn wang houdt, maar ik heb al mijn aandacht nodig om Marvin bij te houden. Als we een paar uur later in de tent zitten, ziet Jacob de brandplek. Hij legt zijn duim erop en zegt goedkeurend: ‘Mooi zo.’ 

De Canadese piloot Simon Jean ligt in het begin van een loopgraaf die hij maakt door blokken ijs uit de bodem te hakken. De loopgraven kunnen worden gebruikt om in te schuilen; van de ijsblokken kunnen iglo’s worden gebouwd.

De wedloop om de Noordpool begon op een rustige ochtend in augustus 2007, toen twee Russische onderzeeërs naar vierduizend meter diepte zakten in de Noordelijke IJszee en precies op de pool een vlag van titanium plaatsten. De beelden van de Russische driekleur op de bodem van de zee gingen de wereld over, en het Westen veroordeelde de actie onmiddellijk scherp. 

Amper een maand later verklaarden onderzoekers op basis van satellietbeelden dat de hoeveelheid zee-ijs tot een recordminimum was geslonken. ‘Nooit eerder in de geschiedenis van de mensheid was zo veel ijs op de Noordpool verdwenen, meer dan in de radicaalste klimaatmodellen was becijferd,’ zegt Jonathan Markowitz, hoogleraar internationale betrekkingen aan de University of Southern California. ‘Ineens realiseerde iedereen zich hoe snel het ijs smolt, en sommige landen kwamen meteen in actie.’ 

Inmiddels is Rusland op de meeste terreinen de dominante grootmacht in het noordpoolgebied. Het heeft de grootste vloot die het hele jaar door onder de extreemste omstandigheden kan varen en bezit tientallen militaire bases boven de poolcirkel. De VS hebben maar één basis in het noordpoolgebied, een vliegveld op geleende grond in het noorden van Groenland. 

Verder heeft Rusland meer troepen naar het Noorden gestuurd, heeft het de activiteiten van zijn onderzeeërs opgevoerd en oorlogsvliegtuigen naar het poolgebied gedirigeerd, die geregeld door het NAVO-luchtruim vliegen. Maar volgens Markowitz en andere deskundigen die ik sprak, geven de Russische activiteiten niet zozeer blijk van mondiale aspiraties, maar dienen ze vooral een binnenlands doel.

Er wonen twee miljoen Russen boven de poolcirkel, en er liggen diverse grote steden, zoals Moermansk en Norilsk. Canada en de VS samen hebben nog geen kwart van dat aantal poolbewoners. De grootste Amerikaanse gemeente in het poolgebied, Utqiagvik (vroeger: Barrow), telt maar iets meer dan vierduizend zielen. 

Amerikaanse mariniers en speciale eenheden oefenen het innemen van een radarpost in Point Barrow in Alaska, het noordelijkste puntje van de VS. Radarposten zijn van groot belang voor het signaleren van raketlanceringen en luchtruimschendingen door Russische vliegtuigen.

De Russen zijn erg afhankelijk van delfstoffen, zegt Markowitz. Ze zien de Noordpool ‘als strategische toekomstige bron van delfstoffen’. 

Volgens Yun Sun van het Stimson Center in Washington, een onafhankelijke denktank, is het ook de Chinezen bij hun expansiedrift meer om bodemschatten te doen dan om territorium. Naast hun investeringen in Russische olie- en gasprojecten, zegt ze, zijn ze vooral geïnteresseerd in toegang tot de nieuwe zeeroutes die de reistijd tussen Aziatische havens en Europese markten met wel twee weken kunnen bekorten. 

In januari kwam de Chinese regering met een nota over haar noordelijke intenties. Daarin noemde China zichzelf een ‘bijna-Arctische staat’ die met het oog op handel en onderzoek samen met andere landen een ‘polaire zijderoute’ wil aanleggen. ‘Dat moeten we scherp in de gaten houden,’ zegt Sun. ‘De Chinezen zeiden letterlijk tegen me: we weten wel dat we geen aanspraken hebben in het gebied, maar als er iets is waarvan wij kunnen meeprofiteren, dan willen we niet met lege handen komen te staan.’ 

Tijdens mijn reizen door de Noordpool lijken vergelijkingen met de Koude Oorlog elke grond te missen. Wel merk ik hoezeer de regio altijd door de Noord-Amerikanen is veronachtzaamd. Decennialang hebben de VS en Canada niets gedaan aan de ontwikkeling ervan of geïnvesteerd in de lokale bevolking. 

Die houding is vaak beledigend en zelfs kwetsend voor de inheemse bewoners van het gebied, vooral omdat zij zelden meeprofiteren van de geschetste kansen. Joe Savikataaq, de premier van het Canadese territorium Nunavut, klinkt al net als Marvin Atqittuq als hij vertelt dat de Inuit niet bij de plannen voor het poolgebied zijn betrokken. ‘We zijn heus trots en blij om Canadees te zijn,’ zegt hij, ‘maar we voelen ons net het arme broertje dat de kruimels krijgt.’ 

De aanvalsonderzeeër USS Connecticut boort zich omhoog door het ijs in de Beaufortzee. De Amerikaanse en Russische marine zijn al decennialang rivalen op de Noordpool. Nu mengt ook China zich in de strijd, met investeringen in ijsbrekers en andere technologie, om straks te kunnen meeprofiteren van de potentieel zeer lucratieve scheepvaartroutes die ontstaan als het ijs verdwijnt.

Savikataaq noemt een aantal gebieden waarin de noordelijke gemeenten achterlopen op die in het zuiden: gezondheidszorg, werkgelegenheid, technologie, hoger onderwijs. Dan komt hij met punten waarop het Noorden juist hoog scoort: smeltend ijs, kosten van levensonderhoud, klimaatverandering, zelfmoordcijfers. Wat er ook zal gebeuren, wij krijgen als eerste de rekening. ‘Wij zijn zo’n kleine gemeenschap met zo weinig middelen, dat we alleen kunnen toekijken. We kunnen ons alleen zo goed mogelijk aanpassen.’ 

Als we ongeveer een week op expeditie zijn, krijgen we eindelijk beter weer en vindt Marvin Atqittuq het tijd om op de Russen te gaan schieten. Met zijn kompaan Dean Lushman, een oud-sergeant uit het Canadese leger die nu rangers traint, haalt hij een stapeltje papieren doelwitten tevoorschijn, die ze bevestigen aan houten palen en even buiten het kamp in de sneeuw prikken. Op de papieren zijn militairen afgebeeld met bajonetgeweer in de aanslag en wijd opengesperde mond, alsof ze schreeuwen. Zijn ‘commie squad’, noemt Lushman ze. 

De papieren mannen dateren nog uit de Koude Oorlog en moeten soldaten van het Rode Leger voorstellen. Ze zijn de hoogste objecten in de wijde omgeving en vormen zo’n contrast met de sneeuw dat ze onmogelijk te missen lijken. 

Atqittuq trekt op honderd meter afstand een streep in de sneeuw waar hij de rangers naartoe dirigeert. Allemaal krijgen ze een handvol kogels, ze knielen neer op een zeehondenvel of een parka en beginnen hun antieke schiettuig af te vuren. 

Ik vraag Lushman, die een paar keer op missie is geweest in Afghanistan, of hij denkt dat er een nieuwe Koude Oorlog komt in het Noorden. Hij begint te lachen. ‘Kijk om je heen, man.’ Hij maakt een weids gebaar naar de lege toendra, de rangers en de papieren Russen. ‘Wat zouden ze hier moeten doen? Tanks laten aanrukken, soldaten, vliegtuigen?’ Dan wendt hij zich tot Atqittuq. ‘Wat vind jij, Marv? Zin om de Russen te pakken te nemen?’ Atqittuq kijkt grijnzend op van zijn opschrijfboekje. ‘Te veel gedoe, joh.’ 

‘Militair gezien slaat het nergens op,’ zegt Lushman. ‘Je ziet hoeveel tijd we hier kwijt zijn met de simpelste dingen. Hoe vaak het materiaal ons in de steek laat, hoeveel werk het is om überhaupt in leven te blijven. Hier komt echt geen oorlog, hoor.’ 

Canadese militairen bouwen een iglo om operatieadviseurs voor de Noordpool te worden. In dit deel van het programma leren ze reizen, overleven en schuilplaatsen bouwen als ze het hoge Noordpoolgebied bereiken.

De Canadian Rangers zijn opgericht ten tijde van de eerste Koude Oorlog, toen militaire planologen die zich zorgen maakten om ballistische raketten en de ruimtewedloop het noordpoolgebied zagen als een kwetsbare achterdeur. Maar het was nooit de bedoeling de rangers in te zetten tegen binnenvallende troepen. 

Paul Ikuallaq, een van de schietende rangers, draait al zo’n dertig jaar mee als vrijwilliger. In de Sovjettijd heeft hij NAVO-soldaten helpen trainen, vertelt hij. ‘Die lui maakten niet veel klaar hier.’ 

Ook Ikuallaq, een beer van een vent met een klein hart en een bulderende lach, verwacht niet dat er oorlog komt in het Noorden. De importmilitairen die hij in de loop der jaren onder zijn hoede heeft gehad, gingen allemaal naar huis met dode vingers en tenen van de kou die hadden hun bekomst wel gekregen van oorlogje spelen op de Noordpool. Die jongens hadden het soms niet eens in de gaten als hun gezicht bevroren was,’ zegt Ikuallaq lachend. ‘Wisten zij veel dat ze nog witter konden worden dan ze al waren.’ 

Hoewel niemand van de NAVO-functionarissen die ik heb gesproken gelooft dat Rusland een oorlog in het Noorden zou willen beginnen, denken sommigen wel dat een conflict dat ergens anders zou uitbreken zich naar het noordpoolgebied kan uitbreiden. Enkelen wijzen op de gewelddadige inlijving door Rusland van de Krim en het Chinese wapengekletter in de Zuid-Chinese Zee. 

Maar buiten militaire kringen houden veel mensen hoop op een ander noordpoolgebied: geen toneel van een Koude Oorlog, maar meer een noordelijke variant van Antarctica of de ruimte. Ook daar liggen onaangeroerde schat- ten, maar dankzij internationale verdragen, en natuurlijk de afstand, is daar nog geen politieke strijd ontbrand. 

‘Landen die het op andere plekken met elkaar aan de stok hebben, zijn in koude, donkere, gevaarlijke en dure regio’s gedwongen om met elkaar samen te werken,’ zegt Michael Byers, hoogleraar aan de University of British Columbia. ‘En dan werken ze ook samen, omdat ze niet anders kunnen.’ 

Op onze laatste avond in het kamp, het is allang donker, komt een groepje jonge Inuit aangesjeesd op sneeuwscooters. De rangers begroeten hen, sigaretten gloeien op in het donker. Het is aardig koud, al kan het erger. De mannen zijn op kariboejacht geweest in het westen, maar hebben niets gevangen. 

Ineens valt een van de nieuwkomers ons groepje binnen. Zichtbaar overstuur vertelt hij dat er iemand op de slee had gezeten die hij voorttrok. Die passagier is verdwenen. Ergens op de toendra moet hij uit de slee zijn gevallen. Marvin en andere rangers willen meer details weten, maar de jonge man komt niet verder dan wijzen en haalt hulpeloos zijn schouders op. Dit is precies het soort opsporings- en reddingsoperatie waarin de mannen getraind zijn. Maar voordat Atqittuq instructies heeft kunnen geven, hebben twee rangers al een dikke jas aangeschoten en stuiven ze weg op hun scooter. 

We zien hun helmlichten in het donker steeds vager worden en uit het zicht verdwijnen. Dan lopen we terug naar onze tenten en wachten we op de terugkerende scooters. We zetten thee. Atqittuq lijkt bezorgd, maar niet heel erg: de vermiste Inuk is in het poolgebied opgegroeid en weet wat hem te doen staat als hij op zichzelf is aangewezen op het ijs. Ik moet aan de beren denken die ik twee dagen eerder zag en probeer me voor te stellen wat hij nu doet, zo moederziel alleen. Misschien zingt hij wel psalmen.

Fotografie voor dit artikel werd ondersteund door subsidies van de John Simon Guggenheim Memorial Foundation en de Pulitzer Center.

Lees verder

Permafrost op de Noordpool ontdooit sneller dan verwacht

De permafrost ontdooit in hoger tempo dan verwacht. Door de koolstof die daarbij vrijkomt, zal de planeet mogelijk nog sneller opwarmen. 

Microplastic ook in sneeuw van Noordpoolgebied ontdekt

<em>De ontdekking wijst erop dat microplastic op luchtstromingen over de planeet worden verspreid en dat ook wij het inademen.</em>
Lees meer