Lichtvervuiling: het belang van een donkere hemel

Op steeds meer plekken schijnt 's nachts kunstlicht. Fijn voor wie bang is in het donker, maar een groeiend probleem voor mens en dier.

Door David Peskens
Foto's Van David Peskens
Published 23 okt. 2020 16:50 CEST, Updated 5 nov. 2020 06:20 CET
Op donkere locaties is de Melkweg in het vroege voorjaar nog net zichtbaar, zoals hier achter ...

Op donkere locaties is de Melkweg in het vroege voorjaar nog net zichtbaar, zoals hier achter een meidoorn in Dark Sky Park Lauwersmeer. 

Foto van David Peskens

Dit verhaal verscheen in de oktober editie van National Geographic Magazine.

Jaap Kloosterhuis, boswachter van Staatsbosbeheer in het Lauwersmeergebied, loopt voor ons in het aardedonker. Voorzichtig wandelen we achter hem aan, elke stap lijkt er een in het ongewisse. En inderdaad, naarmate we langer in deze duisternis zijn, wordt steeds meer zichtbaar. De stenen van het verharde pad, het gras aan weerszijden, de struiken en bomen. Ook de wolkeloze hemel geeft elke minuut meer prijs. Honderden, nee duizenden sterren verschijnen. 

Kloosterhuis, een voormalig aardrijkskundedocent, prikt in de sterrenhemel met zijn virtuele aanwijsstok, een groene laserstraal. 'Die drie sterren op een rij zijn de gordel van Orion. Het sterrenbeeld Perseus zie je hier links. En de sterren die de letter W vormen daar, dat is het sterrenbeeld Cassiopeia. Dat ligt in de Melkweg: als je heel goed kijkt, zie je iets van witte slierten.'

Het natuurgebied rond het Lauwersmeer, op de grens van Friesland en Groningen, werd in 2016 uitgeroepen tot Dark Sky Park, net als de Bschplaat op Oost-Terschelling. Op deze plekken in Nederland mag het nog echt nacht worden. Want we zijn ons er niet zo van bewust, maar het kunstlicht dat wij gebruiken om gebouwen, huizen, straten en kassen te verlichten, straalt kilometers ver weg. Overal zie je een gloed boven de dorpen en steden die je het zicht op de sterrenhemel ontneemt. In de binnenstad van Amsterdam zijn ongeveer vijftig keer zo weinig sterren te zien als op het platteland van Friesland of Groningen. Maar ook dáár worden de nachten steeds lichter door de oprukkende wijken, bedrijventerreinen, koeienstallen en kassen. 'Het licht van de glastuinbouw in de Noordoostpolder is nog tot in Heerenveen te zien', zegt Kloosterhuis. 'Als geluid en stank zo ver zouden reiken, zouden we dat niet pikken.'

Een vlucht Canadese ganzen vliegt ruim voor zonsopkomst over de kassen bij 's Gravenzande in het Westland. Onderzoek heeft uitgewezen dat kunstlicht invloed heeft op de route van de trek vogels. Licht trekt de vogels aan en kan hun oriëntatie verstoren.

Foto van David Peskens

“‘Licht, zelfs rood licht, veroorzaakt een achteruitgang in de populaties van bepaalde soorten nachtvlinders.’ ”

door Jaap Kloosterhuis

We zijn de duisternis ontwend, weten nauwelijks meer hoe een donkere nacht eruit ziet. Daarin wil de International Dark-Sky Association verandering brengen. Overal ter wereld kunnen terreinbeheerders zich bij deze in de VS gevestigde non-profitorganisatie aansluiten en, onder enkele voorwaarden, hun terrein tot Dark Sky Park laten benoemen. De meeste van de nu 28 parken wereldwijd bevinden zich in de VS en Europa, waarvan dus twee in het Waddengebied. Zo'n benoeming tot Dark Sky Park heeft wel veel consequenties. De wijde omgeving moet rekening houden met het ‘donkereiland’, zoals Kloosterhuis ‘zijn’ park noemt. Veel bewoners en bedrijven waren daarom eerst sceptisch, vertelt hij: ze waren bang dat de straatverlichting uit moest. ‘Maar het gaat om het doven van onnódig licht,’ zegt hij, ‘licht dat geen duidelijk doel dient.’ Als voorbeeld noemt hij een monumentale kerk die van onderop wordt belicht: de stralen zijn in de wijde omtrek te zien. Belicht je het gebouw van bovenaf, dan is daarvan veel minder sprake.

Ook de nachtelijke verlichting van bedrijventerreinen of koeienstallen beschouwt Kloosterhuis als onnodig licht. Ook dicht bij huis was missiewerk nodig, vertelt de boswachter. De Willem Lodewijk van Nassaukazerne, die tegen Nationaal Park Lauwersmeer aanligt, werd verlicht met feloranje gasontladingslampen die naar alle kanten uitstraalden. Alsof de hele nacht de zon opkwam. ‘Eerst was het onbespreekbaar om de armaturen te vervangen door ledlampen. Maar toen de verlichting aan vervanging toe was, ging het ministerie van Defensie overstag. Sinds 2015 komt de zon in dit gebied echt alleen nog in de ochtend op,’ zegt Kloosterhuis met een onzichtbare knipoog. Het streven naar een donkere nacht breidt zich nu verder uit in en rond het Waddengebied. Tientallen partijen, waaronder Rijkswaterstaat, het ministerie van Defensie en de Waddengemeenten, proberen de hoeveelheid vervuilend licht te reduceren. De havens op de Wadden- eilanden dimmen hun lichten. Ameland is volledig overgeschakeld op openbare ledverlichting, ProRail vermindert de verlichting op kleine stations in Friesland en Groningen, en op de Afsluitdijk is de verlichting met hulp van ontwerper Daan Roosegaarde aangepast. Ook in de rest van Nederland is de handschoen opgepakt. Jaarlijks organiseren de provinciale milieufederaties in het laatste weekend van oktober de Nacht van de Nacht, met een oproep aan gemeenten, bedrijven en consumenten om de toenemende lichtvervuiling tegen te gaan.

‘Sinds 2015 komt de zon in dit gebied echt alleen nog in de ochtend op,’ zegt boswachter Jaap Kloostershuis.

Dat met het oprukkende kunstlicht meer verloren gaat dan alleen de intense beleving van het duister, laat ecoloog Kamiel Spoelstra zien. Sinds 2012 bestudeert hij voor het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO) in Wageningen de effecten van licht op de natuur. Wie na zonsondergang de proefvelden van Spoelstra bezoekt, krijgt bijna het idee een kunstproject binnen te wandelen. Zo heeft hij met zijn studenten en promovendi dit voorjaar midden in een natuurgebied op de Veluwe, vlak bij het dorp Radio Kootwijk, een rij van vijf lantaarnpalen geplaatst. Zodra de zon ondergaat, floepen daar automatisch één voor één rode ledlampen aan, de eerste midden tussen de bomen, de laatste op een open veld in het bos. Elders in het gebied staan ook nog rijen witte, blauwe en groene lampen. Dezelfde opstellingen staan in zes andere natuurgebieden. Rond de lantaarns meten de onderzoekers van het project Licht op Natuur alles wat ze maar kunnen meten: van het voorkomen en het broedsucces van diverse vogels tot de verspreiding van insecten en vleermuizen. ‘Een van de belangrijke dingen die we sinds 2012 hebben ontdekt, is dat de natuur het meest last heeft van blauw licht en het minst van rood licht,’ vertelt Spoelstra. Op zichzelf is dat logisch te verklaren. Dieren die ’s nachts actief zijn, navigeren op het beetje licht dat ’s nachts als het ware van achter de horizon om de aarde scheert: de rayleighverstrooiing. Dat licht is blauw; doordat rood licht door de aardatmosfeer nauwelijks wordt verstrooid, lijkt de hemel blauw. Als ergens lantaarns verschijnen met een veelvoud van de normale hoeveelheid blauw licht, is dat voor de dieren een ‘superprikkel’. Het effect ervan zie je ’s zomers rond de buitenlamp in je tuin: allerlei vliegende insecten komen erop af. Zulke krachtige lichtbronnen verstoren onder meer de navigatie van de dieren, die zich oriënteren op het relatief zwakke natuurlijke licht.

In Dark Sky Park Lauwersmeer zijn bezoekers ’s nachts welkom om de duisternis te beleven, zoals hier bij vogelkijkhut De Baak.

Foto van David Peskens

De effecten van kunstlicht blijven niet beperkt tot insecten. Zo ontdekten Spoelstra en collega’s ook dat mezen eerder gaan broeden onder invloed van kunstlicht, dat muizen minder actief worden in de buurt van lampen en dat licht in het nadeel werkt van relatief traagvliegende vleermuissoorten als de grootoor- vleermuis en de franjestaart. ‘De meeste vleermuizen mijden licht, waarschijnlijk omdat de kans groter is dat ze in het licht door uilen worden gepakt,’ legt Spoelstra uit. ‘Maar dat geldt niet voor de gewone dwergvleermuis. Die is erg wendbaar en kan zich wel veroorloven om te snacken rond lantaarnpalen, waar het wemelt van de insecten.’ In tegenstelling tot de franjestaart en de grootoorvleermuis, komt de dwergvleermuis in de Benelux algemeen voor, zeker in steden. ‘Licht maakt de natuur in het buitengebied dus steeds urbaner,’ aldus Spoelstra. Een recente publicatie van de NIOO-onderzoeksgroep en de Vlinderstichting werpt een nieuw licht op de achteruitgang van insecten.

Licht speelt daarbij mogelijk een veel grotere rol dan tot nu toe gedacht, schrijven de onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift  Current Biology. De alarmerende berichten over de achteruitgang van insecten betreffen vooral de vliegende soorten, in mindere mate de zwemmende, kruipende of gravende. Die vliegende insecten zijn ook bij uitstek de soorten die worden aangetrokken door kunstlicht. Door nauwkeurig naar motten te kijken in de buurt van lantaarnpalen, hebben de onderzoekers aangetoond dat licht, zelfs rood licht, daadwerkelijk een achteruitgang veroorzaakt in de populaties van bepaalde soorten nachtvlinders. ‘Het is een eerste harde aanwijzing dat lichtvervuiling een belangrijkere rol speelt in de terugloop van insecten dan gedacht,’ zegt Spoelstra. ‘Tel daarbij op dat licht bijvoorbeeld ook de schaarsere vleermuissoorten benadeelt, en je begrijpt dat licht in de natuur echt niet onschuldig is.’ De bevindingen van Spoelstra werden eerder dit jaar onderschreven door een grote, internationale literatuurstudie. In het tijdschrift Biological Conservation inventariseerden de Amerikaanse ecoloog Brett Seymoure en collega’s wetenschappelijke publicaties over de effecten van licht op natuur. Hun conclusie: naast vernietiging van leefgebied of het gebruik van gif in de landbouw en rond onze huizen, is ook lichtvervuiling een belangrijke veroorzaker van de achteruitgang van insecten. ‘De sterfte onder insecten bij een kunstmatige lichtbron kan binnen één nacht al rond de dertig procent liggen,’ aldus Seymoure.

 ‘Behalve de directe sterfte van insecten rond sterke kunstlicht bronnen, is er ook een effect op de voortplanting (…) Licht verstoort de geurstoffen die insecten uitscheiden om het andere geslacht te vinden. En zonder het andere geslacht, geen voortplanting.’ In Nederland loopt het onderzoek van Spoelstra voorlopig door. ‘Als ergens kunstlicht verschijnt, gaat dat niet zomaar weer weg. Dus is het ook zaak vast te stellen wat de subtiele effecten op lange termijn zijn,’ zegt hij. Toch is de praktische les voor de biologen nu al helder: we zouden kunstlicht alleen moeten plaatsen waar het écht niet anders kan en er vervolgens voor moeten zorgen dat het licht alleen dáár schijnt waar dat echt nodig is. De natuur heeft er immers meetbaar last van, aldus Spoelstra. ‘Wat dat betreft is het al enorme winst dat Rijkswaterstaat op steeds meer plaatsen de lampen op rijkswegen ’s nachts uitzet. De wegbeheerder houdt er ook nog eens geld mee in de zak.’

Op donkere locaties is de Melkweg in het vroege voorjaar nog net zichtbaar, maar lichtvervuiling belemmert dit zicht.

Foto van David Peskens

Op de afsluitdijk hebben de wegbeheerders het licht op een wel heel bijzondere manier uitgezet. Sinds 2017 zijn de gebouwen waarmee aan weerszijden van de dijk de spuisluizen worden bediend, gerenoveerd en door Studio Roosegaarde voorzien van minuscule reflecterende prisma’s. Ze accentueren de belijning van de gebouwen die in de jaren dertig werden ontworpen door Dirk Roosenburg, grootvader van architect Rem Koolhaas. ‘Overdag zie je er niets van,’ weet Daan Roosegaarde, die de prisma’s ontwierp. ‘Maar ’s nachts is dit het meest reflecterende materiaal dat we konden maken zonder dat het verblindend wordt. Zo wordt de weg verlicht door de reflectie van koplampen van passerende auto’s en zelfs van fietslampen, zonder dat er één lantaarnpaal aan te pas komt. Zonder lampen of fietsers blijft de weg donker.’ Roosegaarde heeft het werken met licht tot zijn handelsmerk gemaakt. ‘Lichtvervuiling is eigenlijk een uiting van een slecht ontwerp,’ vindt de uitvinder-kunstenaar. ‘Tegelijk is werken met licht voor mij een manier om mensen hiervan bewust te maken. Het is eigenlijk heel vreemd dat we accepteren dat heel veel mensen niet meer weten hoe een rijke sterrenhemel eruitziet. Unesco is zelfs van plan donkere nachten tot een soort werelderfgoed te verklaren. Mensen hebben recht op duisternis.’ Behalve de prisma’s die nu de Afsluitdijk verlichten, ontwierp Roosegaarde met zijn team ook al een fluorescerend fietspad in Nuenen: het Van Gogh-Roosegaarde-fietspad (2014). En elders moet een pad van tegels met reflecterende pareltjes binnenkort de sterrenhemel zelfs onder je voeten zichtbaar maken. Een van de nieuwste projecten van Roosegaarde is een lichtgevend bos. Met behulp van biologisch afbreekbare, fluorescerende inkt op de bast laat hij bomen overdag licht opslaan. Aan het begin van de nacht geven ze enkele uren lang weer een heel zwak licht af, waardoor het ‘natuurlijke lantaarnpalen’ worden.

Student Roel van Marrewijk bouwt in Radio Kootwijk, op de Veluwe, een stellage op met acht piepkleine microfoons waarmee de exacte locatie van rondvliegende vleermuizen kan worden vastgesteld. Zo wil het team van ecoloog Kamiel Spoelstra vaststellen welk gedrag vleermuizen vertonen  rond verschillende kleuren licht.

Foto van David Peskens

‘Sterk genoeg om zichtbaar te zijn, maar zwak genoeg om geen lichtvervuiling te veroorzaken,' aldus Roosegaarde. De ontwerper benadrukt dat hij zijn inspiratie vooral uit de natuur zelf haalt. Voor de tentoonstelling Glowing Nature, die nu over de wereld reist, kweekte hij zeevonk, lichtgevende algen. Met behulp van kunstlicht keerde hij hun dag-nachtritme om, zodat ze overdag licht geven wanneer je ze aanraakt. ‘Dit zijn organismen die al zevenhonderd miljoen jaar bestaan en die, anders dan wij, extreem efficiënt met licht omgaan,’ zegt Roosegaarde. ‘Ik wil daar als ontwerper van leren. Niet door simpel knipen-plakwerk, maar door knip-en-pas-aan. Hoe kunnen wij anders met licht omgaan, zodat we het recht op duisternis niet ondermijnen?’ In 2025 verwacht Roosegaarde in samenwerking met de Europese Ruimtevaartorganisatie (ESA) een haast ultiem lichtontwerp te presenteren. ‘Rond onze aarde cirkelt een schil met miljoenen stukjes afval van satellieten. Het Zwitserse bedrijf ClearSpace ontwikkelt opruimsatellieten die dat puin verzamelen. Wij willen het nu zo organiseren dat dit afval op een gecontroleerd moment en op een gecontroleerde plek de dampkring binnenkomt en daar verbrandt. Een georkestreerde regen van vallende sterren als alternatief voor het licht- en luchtvervuilende vuurwerk met oud en nieuw.’

In Dark Sky Park Lauwersmeer genieten we voorlopig van het lichtontwerp van Moeder Natuur: de nachtelijke hemel met de zichtbare Melkweg. We wandelen nu met zekere tred op een onverhard pad in het bos. We horen een vreemd klagende roep. Alsof iemand huilt. Boswachter Jaap Kloosterhuis stelt ons gerust. ‘Onmiskenbaar een vos die aan zijn soortgenoten laat weten waar hij zit.’ We kijken door de boomkronen opnieuw naar de sterren. Kloosterhuis wijst op een rood lichtpuntje te midden van de vele witte. ‘Dit is Aldebaran, het rode oog van het sterrenbeeld Stier.’ Dan een flits, en nog een. Niet het product van de ‘opruimsatellieten’, dit zijn échte vallende sterren. We mogen een wens doen. Wanneer we teruglopen naar het bezoekerscentrum, verlichten de koplampen van een passerende auto ons pad. Even zijn we totaal verblind. Aan het nachtelijk sprookje is abrupt een einde gekomen. 

Wetenschapsjournalisten Rob Buiter en Astrid Smit publiceren geregeld in National Geographic. Van natuurfotograaf David Peskens verscheen in editie 08-2018 een reportage over de grutto.

 

 

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.