Krakau: De ster van Polen

Krakau, de tweede stad van Polen, komt vaak voor op lijstjes met de populairste citytripbestemmingen van Europa. Waarom? Een ontdekkingstocht.donderdag 9 november 2017

Door Paul Römer
Foto's Van Jonathan Andrew

Met een helblauwe Trabant racen we door Nowa Huta, een oude wijk vol betonnen woningcomplexen en brede lanen op acht kilometer buiten het centrum van Krakau. De auto wekt merkbaar sympathie. Als we voor een rood licht stoppen, beginnen andere weggebruikers te lachen en te zwaaien. Goshka Gajownik, onze jonge en enthousiaste gids en chauffeur, wuift terug. ‘Leuk werk heb ik hè,’ zegt ze, ‘ik maak altijd iedereen blij!’

Goshka stuurt het onverwoestbare wagentje in een lekker tempo langs plekken in de stad die onder communistisch bewind een voorname rol speelden in het leven van de Polen. Zoals deze modelwijk, eind jaren ’40 gebouwd als ideaal tegenwicht tegen de intellectuelen en studenten die de binnenstad bevolkten en niet veel op hadden met het regime.

We nemen een kijkje in een van de appartementen, gehuurd en retro ingericht door haar werkgever, Crazy Guides: aan de schrootjeswand, boven een donkergroene bank, hangen portretten van Lenin en generaal Jaruzelski. Ook rijden we langs de poorten van de staalfabriek, die ooit aan 40.000 mensen werk verschafte, en lunchen we in een bar mleczny, of melkbar, waar eenvoudige gerechten met een grote lepel op onze borden worden gekwakt.

‘Nowa Huta was een goddeloos arbeidersparadijs,’ doceert Goshka als ik een hap neem van een van mijn pierogi ruskie (russische dumplings, voor de bijna lachwekkende prijs van 3,81 złoty, of 90 eurocent). ‘Er was in deze wijk geen plaats voor religie. Pas na aandringen van bisschop Karol Wojtyła, de latere paus Johannes Paulus II, werd in 1967 een vergunning gegeven voor de bouw van een kerk. In de ogen van veel Polen – nog altijd is ruim 90 procent van de bevolking katholiek – was hij dan ook een geschenk van God.’

Even waan ik me in de donkere dagen van de Volksrepubliek – en dat is precies de bedoeling van dit uitje. ‘Een reis door de tijd, zo zou je het inderdaad kunnen noemen,’ aldus Goshka. Niet alles wat de heilstaat voortbracht was slecht, leer ik uit haar verhaal. Waar mensen direct na de revolutie in 1989 alles van het bestaan achter het ijzeren gordijn wilden vergeten, lijkt er nu sprake van ostalgie. ‘Om esthetische én om praktische redenen. De grijze flatgebouwen zijn tegenwoordig in trek bij jonge gezinnen die de drukte in het oude centrum willen ontvluchten en betaalbare ruimte zoeken. Nowa Huta is hip.’We sluiten de tour af met een glaasje Poolse wodka en een augurk.

Na enkele dagen in Krakau, met driekwart miljoen inwoners de tweede stad van Polen, merk ik dat aan het rijke verleden niet valt te ontkomen. Het toerisme in de stad bestaat bij de gratie van die geschiedenis, onze hilarische rit met het Trabantje is er een origineel voorbeeld van. Maar de stadskroniek begint natuurlijk veel eerder, al in de middeleeuwen.

Het 12de-eeuwse Wawel-kasteel, met op de binnenplaats de imposante kathedraal, en de 14de-eeuwse gotische Maria-Hemelvaartkerk op Rynek Główny, het centrale plein van Krakau, zijn de meest in het oog springende herinneringen aan dat verre verleden. Ik kijk mijn ogen uit in de basiliek met de twee oneven torens, een proeve van katholieke pracht en praal, met als blikvanger het unieke maar naar mijn smaak buitensporige hoogaltaar. Het mag een wonder heten dat het kunstwerk al die jaren intact is gebleven, ondanks invasies van onder anderen de Tataren, Mongolen, Oostenrijkers en, recenter, Duitsers.

Met zulke bezienswaardigheden is het verleidelijk om tijdens je citytrip naar Krakau veel tijd door te brengen in de autoluwe binnenstad (die op Unesco’s werelderfgoedlijst voorkomt). Er is veel te zien en te doen. Van het ondergrondse museum tot de renaissancistische lakenhal vol stalletjes met souvenirs, maar ook van koetsritjes tot tientallen terrassen waar je kunt kiezen uit traditionele en moderne gerechten – tegen ongekend lage prijzen overigens, Krakau is spotgoedkoop.

Nadeel: het wemelt er van de toeristen. Zelfs buiten de stad, waar zich weer andere monumenten uit het verleden bevinden, zoals de eeuwenoude Wieliczka-zoutmijn en de ijzingwekkende concentratie- en vernietigingskampen van Auschwitz. Massa’s reizigers van over de hele wereld komen op deze historische iconen af – de drukte is hier en daar wat overweldigend.

‘Het is toch vooral de rust die me aanspreekt,’ zegt Mirostaw Kwiatkowski, eigenaar en oprichter van Srebrna Góra, een wijngaard op zo’n twintig minuten rijden van het stadscentrum, genoemd naar de Zilverberg. ‘Ja, en de wijn natuurlijk.’ De atletische, breedgeschouderde Mirostaw plukt wat overbodige blaadjes van een struik met chardonnay-druiven. Lopend door zijn zonovergoten velden op de berg, grenzend aan het Wolskibos, vertelt hij over de monniken van de zeldzame orde der Camaldulenzers, die het klooster boven op de berg bewonen, afgezonderd van de rest van de wereld.

‘Na jaren onderhandelen ben ik erin geslaagd een deel van de berg te pachten om er een eigen wijngaard te starten. Ik was eigenaar van vijf restaurants in Krakau, maar raakte gefascineerd door de wereld van wijn. Alles heb ik verkocht.’ Ooit spijt gehad van die beslissing, vraag ik. Hij fronst zijn wenkbrauwen. ‘Het is een zwaar bestaan, maar het is een droom om hier tussen de druiven te leven en te werken, ver weg van de hectiek van de stad en de restaurants.’

We brengen samen een paar uur door, genietend van zon en uitzicht. Uiteraard verlaten we de berg niet zonder wat geproefd te hebben. Met trots schenkt hij ons enkele glazen van zijn populairste wijnen, waaronder een chardonnay, een gewürztraminer en een pinot gris. Op de flessen prijkt het logo van zijn wijngaard, een zilveren driehoek met een rode lijn erdoorheen. ‘De berg en mijn liefde voor wijn ineen,’ verklaart Mirostaw.

‘De Zilverberg? Zelfs ik ben nog daar nog nooit geweest!’ Zuzanna Dziurda, die ik ontmoet in Kazimierz, het oude Joodse kwartier, toont zich onder de indruk. De jonge vrouw is geboren en getogen in Krakau en houdt van haar stad. Op een terras op het oude terrein van een tramdepot drinken we een lokaal biertje en werken we een zapiekanka (een Pools fastfoodgerecht) naar binnen. Om ons heen zitten jonge gasten in strandstoelen – ongeveer een derde van de bevolking van Krakau is student.

Kazimierz was in de jaren ’70 een gevaarlijke wijk, vertelt ze, waar niemand meer naar omkeek. Inmiddels zijn oude gebouwen gerenoveerd en is het onder de Krakauers een van de populairste uitgaansgebieden. Ook hier blijft de oude infrastructuur behouden en krijgt deze een nieuwe functie, zie ik, net als in Nowa Huta. Waar ben je het meest trots op, vraag ik aan Zuzanna. ‘Krakau is, anders dan veel andere plekken in Polen, heel tolerant jegens nieuwkomers,’ vertelt ze. ‘Iedereen is hier welkom, iets wat de laatste tijd, met de komst van veel Oekraïners, in ons land nogal eens ter discussie staat. Maar Krakau ontvangt ze met open armen. Die mix van inwoners zorgt voor inspiratie en creativiteit!’

Op een zaterdag betreed ik het terrein van een oude tabaksfabriek, iets ten westen van het centrum, een van de plekken waar die inspiratie en creativiteit prachtig tot uiting komen. Tytano heet het hier, afgeleid van het Poolse woord voor tabak, tyton. Jarenlang lag de fabriek er vervallen bij, maar sinds enkele jaren bruist het er weer. Zoals in Hala Główna, volgens barmanager Natalia Kawa ‘de coolste club van Krakau’.

Als ik binnenloop, aangetrokken door de luide muziek, is ze met wat collega’s druk in de weer met de voorbereidingen voor de avond. Natalia, een aantrekkelijke 20-jarige met een piercing boven haar kin en een groot mes op haar arm getatoeëerd, komt glimlachend op me af en begint uitgelaten te vertellen over deze club, ooit de centrale hal van de fabriek en nu omgetoverd tot een plek vol kleurrijk design.

‘Krakau is the place to be,’ zegt ze met overtuiging, als ze een Młodósci, een lokale bier, voor me inschenkt. ‘De stad is het culturele hart van Polen, de nieuwste trends ontstaan hier. Er heerst ook een relaxte sfeer, heel anders dan in Warschau, dat zakelijker is. Kijk maar om je heen, niet alleen hier binnen, maar op het hele terrein. Galeries, bars, vegetarische restaurants, hier bloeit alles.’

Even later staan we op de derde verdieping van het gebouw tegenover de club, ooit het pakhuis op het fabrieksterrein waar grote balen tabaksbladeren werden opgeslagen. Daar huist Forum Designu, verzamelplaats voor interieurdesign van zo’n 130 ontwerpers, het merendeel Pools. Het lijkt wel een reusachtige woonkamer. Ik spreek Monika Stradomska aan, de verkoopster. ‘Het is zo inspirerend hier te werken, tussen al deze spullen en de restaurants en clubs,’ zegt ze vrolijk. ‘Hier gebeurt het, geloof me.’ Dat verleden en heden samenkomen op een plek als deze, zegt ze, merk je vooral als het regent. ‘Dan sta je tussen de modernste meubels en geeft het vochtige hout van deze opslagplaats nog de geur van de oude tabak af.

Het is bijzonder. Jonge ondernemers lijken zich enerzijds te willen ontworstelen aan het tumultueuze verleden van Krakau, door bars, restaurants en culturele centra te openen die de middeleeuwse stad een dynamische uitstraling bezorgen. Anderzijds omarmen ze datzelfde verleden: industrieel erfgoed krijgt een nieuwe functie dankzij de creativiteit van de inwoners.

Hoewel de historische overblijfselen een indrukwekkend decor vormen, voel ik me vooral thuis in dat nieuwe Krakau – van mensen als Goshka Gajownik, de jonge bestuurder van de Trabant, die haar liefde voor de stad, en voor de geschiedenis ervan, met grote bevlogenheid deelt met de wereld. Die energie is aanstekelijk, inspireert. En maakt de stad tot de ster van Polen.

Zelf op reis naar Krakau? Kijk voor meer informatie op de website van de Poolse Organisatie voor Toerisme of op de site van de stad Krakau.

Lees meer