Waarom ergeren we ons? Het frustrerende antwoord van de wetenschap.

Hardop smakken, het gezoem van muggen, vertraagde vluchten, telemarketeers… voel je al ergernis in je opkomen? Deze auteur schreef mee aan een boek over waarom we ons zo mateloos kunnen ergeren – en waaraan.donderdag 19 december 2019

Dit artikel verschijnt in de januari 2020 editie van National Geographic Magazine.

Stel je voor: je staat voor de gate en je vlucht heeft twintig minuten vertraging, ook al geeft het verlichte bordje nog steeds ‘Op tijd’ aan. De vrouw links kauwt luid smakkend op iets wat vreselijk vies ruikt. Op een beeldscherm boven je hoofd is een roddelshow aan de gang – het gaat eindeloos over Kim, Kanye en alle andere Kardashians. De man rechts praat nog altijd in z’n smartphone en die naast hem wil de tijd doden met... wacht even... gaat hij zijn teennagels knippen?

Tenzij je een heilige of bewusteloos bent, zullen enkele of al deze zaken je waarschijnlijk mateloos irriteren. We kennen onze eigen ergernissen. Maar wat is het, vanuit wetenschappelijk oogpunt, dat iets zo ergerlijk maakt? Zijn sommige dingen voor iedereen irritant, terwijl andere zaken alleen bepaalde mensen ergeren? En heeft het onderzoek ernaar ook tips opgeleverd waarmee we kunnen voorkomen dat we uit ons vel springen?

De antwoorden zijn: ‘dat weten we niet’, ‘dat weten we niet’ en ‘nee’. 

Ergernissen zijn misschien wel de meest alomtegenwoordige maar minst bestudeerde emoties die er bestaan. Waarop ik deze bewering baseer? Ongeveer tien jaar geleden poneerden collega-journaliste Flora Lichtman en ik die stelling in ons boek Annoying: The Science of What Bugs Us – en sindsdien heeft niemand er iets tegenin gebracht. 

Gingen experts aan de slag nadat wij ze erop hadden gewezen hoe weinig onderzoek er naar dit onderwerp is gedaan? Is er een leerstoel Irritatiekunde in het leven geroepen? Kun je daarop afstuderen? Nee. Niets. Nada. En dat komt zeker niet doordat het aantal dingen waaraan we ons ergeren de laatste tien jaar is afgenomen. Integendeel. 

Neem de onstuitbare opmars van sociale media. Wat ooit grappige platforms voor het delen van commentaren waren, beheerst inmiddels ons hele bestaan en verleidt mensen om zich bezig te houden met zaken waarin ze niet geïnteresseerd zijn. 

We leven in een wereld waarin we niet meer ontkomen aan mobieltjes, telemarketeers en opdringerige, gepersonaliseerde pop-ups. Mijn favoriet: elektrische steps die voetgangers van de sokken rijden of ze laten struikelen als ze op de stoep staan geparkeerd. De lijst is eindeloos. 

Maar wat maakt iets irritant? Uit onze analyse komen drie basiskenmerken naar voren. 

Ten eerste: iets moet onaangenaam zijn zonder dat het fysiek schadelijk is. Een mug die rond je oor vliegt is superirritant, maar niet levensbedreigend. 

Ten tweede: het moet iets onvoorspelbaars zijn dat af en toe de kop opsteekt. Het getik van een wekker of de geur van een kattenbak zal in het begin ergerlijk zijn, maar na verloop van tijd zal het niet langer opvallen. Psychologen noemen deze gewenning aan een prikkel uit de omgeving ‘habituatie’. Maar wanneer een onprettig geluid of vieze geur plotseling opduikt, is dat steeds weer ergerlijk. Door de onvoorspelbare aard ervan kunnen we ons niet of nauwelijks op ergernissen instellen en ons ertegen weren. Weet je dat je vast komt te zitten in het verkeer, dan kun je je daarbij neerleggen of iets meenemen om de tijd te doden. Maar als de opstopping onverwacht opdoemt, erger je je al snel. 

Ten slotte: echt irritante dingen slepen zich in de tijd voort. Als jouw vlucht een uur vertraagd is, is dat vervelend, maar als deze zonder uitleg telkens opnieuw wordt vertraagd, is dat om je dood te ergeren. 

Het zou kunnen dat je bij jezelf denkt: ‘Wacht even, een vertraagde vlucht is niet zó erg. Als ik een goed boek bij me heb, vermaak ik me wel.’ En dat zegt iets over een ander basiskenmerk van ergernissen: ze zijn ‘zeer contextafhankelijk’, zegt Russell Shilling, hoofd wetenschap van de American Psychological Association. ‘Er zijn grote verschillen tussen personen en culturen.’ Bijvoorbeeld: onverwachte vertragingen zonder nadere uitleg zullen veel reizigers irriteren, maar voor piloten is het een vast onderdeel van hun werk.

En wat betreft verschillende culturen: als een Nederlands of Belgisch gezin een strand bezoekt waar slechts één ander gezin aanwezig is, zullen ze hun badhanddoeken algauw verderop neerleggen. Maar in mediterrane landen is het gebruikelijk pal naast elkaar neer te ploffen – iets waaraan Nederlanders of Belgen zich meestal zouden storen.

Volgens Shilling is het verschil tussen individuen ook de reden waarom het lastig is om universele kenmerken voor ergernissen vast te stellen.

Maar die individualiteit kan in bepaalde omstandigheden van pas komen. Een mij bekende psychiater vertelde me dat haar patiënten moeite hebben hun diepste gevoelens met haar te delen, maar dat ze zonder problemen praten over mensen en situaties die hen irriteren. Door mensen ertoe te brengen hun ergernissen te uiten, kun je toegang krijgen tot wat er écht in ze omgaat.

Het fascinerende aan irritaties is dat ze in de loop van tijd veranderen. Uit ons onderzoek blijkt dat mensen zich tien jaar geleden ongelooflijk ergerden aan het aanhoren van gesprekken die anderen via hun mobieltje voeren. We namen aan dat het zo irritant was doordat ons brein van nature is ingesteld op het creëren van een volledig beeld van de werkelijkheid. Het horen van slechts de helft van een gesprek druist in tegen die aanleg.

Maar dat soort gesprekken leek alleen mensen te ergeren die zelf niet aan de telefoon zaten. Nu zijn het mensen die gebeld worden die zich ergeren. Ik heb het niet over telefoontjes van telemarketeers. Ik heb het over jongeren van in de twintig, die me vertelden dat ze zich ergerden aan onverwachte telefoontjes, zelfs van vrienden. Het schijnt dat ze vinden dat een tekstbericht had kunnen volstaan. Of zelfs dat de beller eerst een sms’je had moeten sturen om te vragen of hij of zij even kon bellen...

Als er dingen zijn waaraan iedereen zich ergert, zou dat uit de menselijke fysiologie moeten blijken.  We beschikken over allerlei reflexen die automatisch in werking treden wanneer we te maken krijgen met gevaarlijke signalen uit onze omgeving. Door te kokhalzen voorkomen we dat we iets inslikken wat potentieel giftig is. Door met de ogen te knipperen beschermen we ze tegen fel licht. We hebben zelfs de ‘stapediusreflex’, waarbij een spiertje in het middenoor zich aanspant om ons trommelvlies strak te trekken en zo tegen harde geluiden te beschermen. Dat we ons ergeren aan mensen die te veel parfum dragen, is misschien terug te voeren op die kokhalsreflex.

Een andere manier waarop we de fundamentele aard van ergernissen kunnen achterhalen, is het bestuderen van mensen die als gevolg van een aandoening snel geïrriteerd raken. Zo zou onderzoek naar mensen met ‘misofonie’ ons kunnen helpen minder snel geïrriteerd te raken.

Volgens het Genetic and Rare Diseases Information Center van de National Institutes of Health reageren mensen met misofonie extreem emotioneel op geluiden die gewoonlijk niet tot ergernis leiden. Wanneer deze mensen iemand horen ademen of chips horen eten, kunnen ze al bijzonder geïrriteerd raken. Als onderzoekers een manier zouden vinden om deze mensen te kalmeren, zou dat misschien ons allemaal ten goede komen.

In de tien jaar sinds de publicatie van ons boek heb ik veel nagedacht over de vraag waarom we sommige mensen, dingen en situaties ergerlijk vinden en wat we kunnen doen om minder snel geïrriteerd te raken. Het antwoord blijkt verrassend eenvoudig: het enige wat je hoeft te doen is

Noot van de redactie: Het schrijven van dit essay was gebonden aan een maximumaantal woorden. De auteur heeft dat aantal overschreden, maar de redactie hield voet bij stuk. Wij verontschuldigen ons voor eventuele ergernissen.

Joe Palca is wetenschapsjournalist bij de National Public Radio. Zijn vermogen om anderen te ergeren is legendarisch.

Lees verder

Wat psychedelische middelen doen met je brein

In het nieuwe boek ‘verruim je geest’ leert universitair docent Michael Pollan ons alles over onze relatie met bijzondere planten en bewustzijnsverruiming.

Zal nieuwe generatie smartphones ons weerbericht verstoren?

Gedetailleerde weersvoorspellingen berusten op zwakke signalen van waterdamp in de atmosfeer. Wetenschappers waarschuwen dat sommige van die signalen door de krachtige 5G-frequenties mogelijk verdrongen zullen worden.

Waarom mensen hun leven riskeren voor de ultieme dierenselfie

In dierentuinen en parken wagen mensen zich vaak dicht in de buurt van dieren die dodelijk kunnen zijn. Waar komt deze impuls vandaan?
Lees meer