Dieren

Bestaan veganistische honden en katten?

Plantaardige snacks en hondenbrokken kunnen nu met speciale schimmels worden bereid en leveren veel proteïnen, maar niet alle huisdieren zullen de overstap kunnen maken. maandag, 19 maart 2018

Door Michelle Z. Donahue

Noem snel een ingrediënt dat in zowel sojasaus, miso en sake zit. Het antwoord is koji.

De wetenschappelijke naam van koji luidt Aspergillus oryzae, een schimmel die een belangrijke rol speelt in veel traditionele Aziatische smaken en etenswaren. Het is ook het belangrijkste ingrediënt in een nieuw soort huisdiervoeding dat vorige week werd gepresenteerd. De bedenkers ervan hopen daarmee de productie van honden- en kattenbrokjes voorgoed te veranderen.

Koji wordt doorgaans direct op granen als rijst geteeld, waarbij de rijst het zetmeel levert dat de schimmel nodig heeft om zich te vermeerderen. Volgens Ryan Bethencourt, medeoprichter van diervoedingfirma Wild Earth, laten zij de koji direct in een oplossing van bietsuiker groeien. Nadat de koji uit de vloeistof is gefilterd, persen ze het samen als tofoe, snijden het in stukken en bakken het, zodat er een eindproduct ontstaat dat in smaak en geur doet denken aan kaascrackers.

Het einddoel is volgens Bethencourt het creëren van hoogwaardige, milieuvriendelijke, smaakvolle en veganistische huisdiervoeding. Het bedrijf wil zijn eerste product – een snack voor huisdieren – in juni op de markt brengen, en later in 2018 ook honden- en kattenbrokken.

Hoewel dit niet de eerste keer is dat veganistische huisdiervoeding op commerciële basis op de markt verschijnt, zal het kojivoer ongetwijfeld de vele huisdierenbezitters aanspreken die al voor een vleesvrije levensstijl hebben gekozen: de totale markt voor plantaardige voedingswaren die als directe vleesvervangers zijn bedoeld, wordt inmiddels geschat op 4,9 miljard dollar, en uit een recent rapport blijkt dat de verkoop van deze producten in 2017 met 8,1 procent is toegenomen.

Het idee om de markt voor plantaardige huisdiervoeding met koji te veroveren is afkomstig van medeoprichter Ron Shigeta, een Japans-Amerikaan van de derde generatie en verwoed kojiteler

“Ron heeft altijd overal koji’s groeien en dus dachten we bij onszelf: zouden we koji ook als basisproteïne kunnen gebruiken, in plaats van alleen maar als smaakmaker?” vertelt Bethencourt.

Uit een analyse van hun eerste vaste koji-residuen bleek dat deze ongeveer voor de helft uit proteïnen bestonden. Ter vergelijking: biefstuk bevat maar zo’n dertig procent aan proteïne. Voor de benodigde vetten, vezels en andere voedingsstoffen wil het bedrijf aardappelmeel en groenten als pompoen, zoete aardappel en boekweit toevoegen.

Keuzemenu

Maar ook al is koji een hoogwaardige bron van proteïne, is het wel het juiste voer voor honden en katten?

Ondanks de groeiende wens onder Amerikanen om hun huisdieren kwaliteitsvoer met een hoog proteïnegehalte voor te zetten, bestaat er voor honden- en kattenvoer nog geen officiële definitie voor ‘hoog proteïnegehalte’. Dus gaat diervoedingsspecialist Amy Farcas uit van een eenvoudige vuistregel: bij honden levert een dieet met een laag proteïnegehalte 10 à 15 procent van de dagelijkse behoefte aan calorieën in de vorm van proteïnen, terwijl dat normaliter 20 à 35 procent is. Alles boven de 35 procent kan worden beschouwd als voer met een hoog proteïnegehalte.

“Het is een beetje nattevingerwerk,” geeft Farcas toe. “Voor gezonde honden is er geen bovengrens voor de hoeveelheid proteïne die ze kunnen innemen, wat betekent dat ze het prima doen op een dieet met een hoog proteïnegehalte, zolang ze maar hun dagelijks benodigde vetten binnenkrijgen.”

Zach Ruiter, een documentairemaker uit Toronto, zegt dat zijn 13-jarige draadharige foxterriër Alvie prima gedijt op een overwegend veganistisch dieet. Hij zegt dat hij koji een kans geeft; Alvie is dol op tofoe, dus het zou niet zo’n grote overstap zijn.

“Het zou interessant zijn als er onderzoeken naar de gezondheid en levensverwachting van dieren op verschillende diëten gedaan zouden worden,” zegt Ruiter. “Wat is de invloed van een veganistisch dieet op de algehele gezondheid van de honden?”

Volgens Bethencourt hoopt zijn bedrijf een antwoord te vinden op die vraag. “Het is iets waarover we momenteel geen gegevens hebben, maar zoals je bij veganistische sporters hebt gezien, denken we dat een vleesvrij dieet ook voor dieren voordelig zal zijn, misschien tegen de verwachtingen in.”

Wat betreft de schimmel die een rol in de toekomst van onze huisdieren moet gaan spelen, is een dieet van uitsluitend koji niet geschikt voor katten: als obligate carnivoren hebben ze vlees nodig om voedingsstoffen als taurine en arachidonzuur binnen te krijgen. Maar “katten gedijen zeker goed met een zeker percentage aan plantaardig voedsel in hun dieet, hoewel ze wel meer proteïnen en vetten nodig hebben dan honden of mensen,” zegt Farcas.

Volgens Bethencourt is zijn bedrijf bezig met de ontwikkeling van kattenvoer dat weliswaar op vlees is gebaseerd maar dat wordt geproduceerd met muizencellen die in het laboratorium zijn gekweekt.

Voedingskosten

Naast het feit dat de productie van dit soort huisdiervoeding minder dierenleed veroorzaakt, is ze ook bedoeld om het milieu minder te belasten. Volgens een telling van de Amerikaanse brancheorganisatie National Pet Owners voor 2017-2018 bezitten huishoudens in de VS in totaal 47,1 miljoen katten en 60,2 miljoen honden.

Dit soort aantallen en ook de opkomst van ‘premium’-huisdiervoeding waren voor UCLA-geograaf Gregory Okin aanleiding om naar de cijfers achter de productie en consumptie van diervoeding te kijken.

In een onderzoek dat vorig jaar werd gepubliceerd, schatte Okin dat huisdieren alleen al in de VS net zoveel calorieën verorberen als 62 miljoen Amerikanen, oftewel een vijfde van de bevolking. Omdat de meeste van deze calorieën uit dierlijke producten afkomstig zijn, vereisen ze veel veevoer, energie en water om te produceren.

“Ook al zijn bijproducten uit de veehouderij niet erg duur, is de verwerking ervan een proces waarbij hoge temperaturen worden gebruikt,” zegt Okin. Volgens hem zal ook bij de volgende stap in de ontwikkeling van veganistische diervoeding – de productie van honden- en kattenbrokken – veel energie worden gebruikt, omdat de koji bij hoge temperaturen en door middel van extrusie tot brokken wordt geperst en tegelijk wordt gesteriliseerd.

“Als koji op een manier wordt gemaakt waarbij veel energie wordt verbruikt en bepaalde materialen worden gebruikt, is het wat betreft de uitwerking op het milieu misschien niet zo veel beter dan vlees,” zegt Okin. Maar het product kan alleen op de markt worden gebracht als het op industriële wijze kan worden opgeschaald en een volwaardig alternatief voor gewone diervoeding kan betekenen.

Proteïne voor mensen

Koji zou ook een interessante oplossing kunnen zijn voor de toenemende behoefte aan voedingsstoffen in de wereld, zegt Bethencourt. Zo zou deze op schimmels gebaseerde proteïne geschikt kunnen zijn voor ontwikkelingslanden, waar voedselbederf een groot probleem is, of als niet-bederfelijke en hoogwaardige voedingsbron voor soldaten in het veld gebruikt kunnen worden.

Volgens Okin voldoet gewoon hondenvoer wat betreft proteïnegehalte al aan de vereisten, dus denkt hij dat koji mogelijk een wat smaakvoller rol kan spelen.

“Als dit soort voedsel al een rol kan spelen, dan is het misschien in het voedselaanbod voor de mens,” zegt hij. “In de hele wereld zijn er mensen die dringend proteïnen nodig hebben. Dus zou je het als niet-bederfelijk en lang houdbaar noodrantsoen kunnen inzetten. Voor mensen. Of anders voer je het aan de hond.”

Lees meer