Dieren

Mot met lange vleugels wint het van vleermuis

Onderzoekers hebben vastgesteld dat grote motten met extra lange achtervleugels en staarten een grotere kans hebben om een aanval van een vleermuis te overleven.Monday, July 9, 2018

Door Jason Bittel
Op een varenblad in North Carolina spreidt een Amerikaanse maanvlinder (Actias luna) zijn reusachtige vleugels.

Wanneer de Afrikaanse maanvlinder Argema mimosae uit de familie van de nachtpauwogen zijn enorme groene vleugels spreidt, is hij bijna net zo groot als een tafeltennisbatje. Deze nachtvlinder is prachtig om te zien, maar hongerige vleermuizen hebben het vooral gemunt op het sappige en voedzame lijf tussen de vleugels van deze mot.

Aan hun achtervleugels hebben deze motten een stel lange, sierlijke staarten, die ideaal lijken te zijn om te worden vastgegrepen.

Maar ook al maken de vleermuizen gebruik van hun Superman-achtige echolocatie om de motten in volle vlucht te verschalken, toch missen deze vliegende zoogdieren hun prooi heel vaak. Hoe komt dat?

Grote, gelobde achtervleugels zoals die van de Rothschildia erysina vormen een van de verdedigingsstrategieën die sommige soorten nachtpauwogen tijdens hun evolutie tegen aanvallen van vleermuizen hebben ontwikkeld.

Volgens een onderzoek dat vorige week in het tijdschrift Science Advanceswerd gepubliceerd, vormen de staarten van de maanvlinder geen risico – integendeel, ze zijn juist een voordeel omdat ze de geluidsgolven die de vleermuizen tijdens hun echolocatie uitzenden, in de war sturen. (Bekijk foto’s van ’s werelds meest opmerkelijke – en onbegrepen – motten.)

“Het lijkt erop dat vleermuizen deze motten met lange staarten naderen alsof het om twee doelen gaat waarop ze zich moeten richten,” zegt Juliette Rubin, zintuigecologe van het Barber Lab van de Boise State University en hoofdauteur van de nieuwe studie.

Maar het mooiste is dat de beide ‘doelen’ de vleermuizen van het kwetsbare centrum (het lijf) van de mot afleiden.

Om te begrijpen hoe dit in zijn werk gaat, lieten Rubin en haar medeauteurs grote bruine vleermuizen jagen op mottensoorten met vleugels en staarten van verschillende grootten en vormen. Ook werden sommige staarten voor het doel van hun studie kunstmatig ingekort of verlengd. Zo wist het team een fascinerend patroon te ontdekken.

“Hoe langer hun achtervleugels en staarten waren, hoe vaker de motten aan de vleermuizen konden ontsnappen,” zegt Rubin, die ook een beurs van de National Geographic Society ontvangt.

Vandaag niet

Een staart die een paar centimeter langer is, lijkt op het eerste gezicht niet veel voordeel op te leveren, vooral niet vergeleken met andere ‘vleermuisbestrijdende’ maatregelen die door motten zijn bedacht. Zo hebben grote wasmotten tijdens hun evolutie een zeer gevoelig gehoor ontwikkeld, waardoor ze het gepiep van naderende vleermuizen kunnen opvangen. En de pijlstaarten van Borneo kunnen ultrasoon geluid produceren door hun geslachtdelen te laten trillen, waardoor ze de sonarsignalen van aanvallende vleermuizen verstoren. (Lees ook: ‘Motten laten genitaliën trillen om aan vleermuizen te ontsnappen.’)

Ook de storing die door de lange staarten wordt veroorzaakt, is een voordeel dat letterlijk het verschil tussen leven en dood kan betekenen.

Motten hebben tijdens hun evolutie een hele reeks methoden ontwikkeld om te voorkomen dat ze door vleermuizen worden opgegeten, waaronder trillingen die de sonar van de vliegende zoogdieren storen tot grote oogachtige vlekken om roofdieren te verwarren. Hier is een Loepa megacore te zien, een soort die in Azië voorkomt.

Met intacte staarten wisten de groene reuzenmotten maar liefst 73 procent van de vleermuisaanvallen te overleven. Maar wanneer Rubin en haar collega’s de staarten van Afrikaanse maanvlinders gedeeltelijk inkortten, ontsnapten de insecten maar in 45 procent van de gevallen. Als de staarten helemaal werden afgeknipt, daalde het percentage zelfs naar 34 procent, ook al leek het vliegvermogen van de motten niet te zijn aangetast.

Vreemd genoeg lijken de staarten de motten niet ‘onzichtbaar’ voor de vleermuizen te maken. De staarten storen het geluidsbeeld dat de vleermuis van de mot maakt net voldoende om de aanval een beetje minder doelgericht te maken, waardoor de vleermuis een vleugel of een van de staarten van de mot raakt.

“Het komt eigenlijk niet zo vaak voor dat vleermuizen de staarten te pakken krijgen en echt kapotscheuren,” zegt Rubin, “maar zelfs als dat gebeurt, kunnen de motten zonder probleem ontsnappen.”

Volgens Rubin moeten we daarbij bedenken dat “het om motten van een zeer indrukwekkende omvang gaat.”

Steeds beter

Naast het maken van video’s van de strijd tussen motten en vleermuizen werd tijdens het onderzoek ook een gedetailleerde fylogenetische stamboom van alle soorten nachtpauwogen opgesteld. Daarbij bleek dat ‘anti-vleermuisstaarten’ tijdens de evolutie van deze vlinderfamilie meerdere keren afzonderlijk zijn ontwikkeld, in plaats van dat ze van één gemeenschappelijke voorouder afstammen. Dat duidt erop dat jagende vleermuizen de motten door middel van natuurlijke selectie hebben aangezet om extra lange of gelobde staarten te ontwikkelen.

“Wat me nog het meest verrast, is dat er veel verschillende manieren blijken te bestaan om de echolocatie van vleermuizen om de tuin te leiden, en dat allerlei verschillende motten deze strategieën los van elkaar hebben ontwikkeld,” zegt Aaron Corcoran, een bioloog die aan de Wake Forest University studie doet naar de echolocatie van vleermuizen.

Corcoran wijst ook op een ander detail uit het onderzoek: dat de vleermuizen tijdens het jagen op motten met lange staarten hun jachttechniek niet verbeterden, ondanks het feit dat ze gedurende meerdere maanden dag en nacht op de insecten jaagden.

Sommige mottensoorten, zoals deze Urota sinope, hebben tijdens hun evolutie juist kortere staarten ontwikkeld om vleermuisaanvallen af te weren.

“Wetenschappers hebben er tientallen jaren over gedaan om te begrijpen hoe goed vleermuizen hun omgeving met behulp van echolocatie kunnen waarnemen,” zegt hij. “Het feit dat de vleermuizen tijdens het onderzoek niet leerden hoe ze deze motten konden vangen, ook al kregen ze daarvoor meer dan genoeg tijd, toont aan dat het om een blinde vlek gaat die is ingebed in het waarnemingssysteem van de vleermuizen.”

Dat betekent natuurlijk niet dat de motten de wapenwedloop van de evolutie nu hebben gewonnen.

De motten mogen dan een uitstekende manier hebben gevonden om de sonar van vleermuizen te verstoren, maar in de loop van hun verdere evolutie zouden vleermuizen zich bij de jacht steeds minder op hun sonar en steeds meer op hun gezichtsvermogen kunnen gaan richten. In dat geval zouden de lange en opvallende staarten van de motten kunnen veranderen van een evolutionair voordeel in een evolutionair risico.

Dat is tegelijk de schoonheid en wreedheid van de evolutie. Op het moment dat je denkt dat je het spel hebt gewonnen, veranderen de spelregels. En dan ben je het haasje.

Lees meer