Tussen 2016 en 2018 trotseerde wildfotograaf Ingo Arndt zeven maanden lang temperaturen onder nul en een snijdende wind om zijn favoriete dier in het ruige landschap van Patagonië te volgen. Honderden uren liep hij met zijn zware camera-uitrusting door het gebied en wachtte in zware weersomstandigheden geduldig totdat er poema’s opdoken.

Voor hem is de poema – de ‘geest van de Andes’ – een van de sierlijkste en sympathiekste dieren die hij in zijn leven heeft gezien. De zware omstandigheden waren de moeite waard, zegt hij. Dankzij zijn toewijding en geduld wist hij poema’s te fotograferen bij het paren en tijdens de jacht op guanaco’s (verwant aan de lama’s). Ook legde hij andere gedragingen van het dier vast waar maar weinig mensen getuige van zijn geweest.

Twee poemawelpen van vier maanden oud spelen in een boom Als poemawelpen een half jaar oud zijn beginnen ze op kleine prooien te jagen maar pas als ze twee jaar oud zijn verlaten ze hun moeder en gaan hun eigen weg
Ingo Arndt
Twee poemawelpen van vier maanden oud spelen in een boom. Als poemawelpen een half jaar oud zijn, beginnen ze op kleine prooien te jagen, maar pas als ze twee jaar oud zijn, verlaten ze hun moeder en gaan hun eigen weg.

Het is bijna twintig jaar geleden dat hij deze grote katachtige, die ook wel bergleeuw wordt genoemd, voor het eerst in levenden lijve zag. Die eerste indruk – een moederpoema met twee welpen die over een weg in het Chileense Parque Nacional Torres del Paine liep, liet hem niet meer los.

Een kudde guanacos graast op een helling bij het Sarmientomeer in het Parque Nacional Torres del Paine Guanacos zijn nauwe verwanten van de lama en de belangrijkste voedselbron voor de poemas in het park
Ingo Arndt
Een kudde guanaco’s graast op een helling bij het Sarmiento-meer in het Parque Nacional Torres del Paine. Guanaco’s zijn nauwe verwanten van de lama en de belangrijkste voedselbron voor de poema’s in het park.

“Die korte waarneming is diep in mijn geheugen gegrift,” zegt Arndt. “Ik werd verliefd op die majestueuze en ongrijpbare poema.”

Aan deze fotoreis hield hij niet alleen een collectie verbluffende beelden over, maar ook meer inzicht in de relatie tussen de mens en de nobele poema – inzichten die hij met de wereld hoopt te delen.

'Geest van de Andes'

Poema’s zijn solitaire jagers die hun prooi verrassen. Een uur lang besluipen ze hun slachtoffer totdat ze dichtbij genoeg zijn om ze van achteren te bespringen. Met hun krachtige kaken verbrijzelen ze vervolgens de luchtpijp van hun prooi. In Torres del Paine, waar volgens schattingen meer poema’s per vierkante kilometer leven dan waar ook ter wereld, voeden de katten zich voornamelijk met guanaco’s.

Volgens de San Diego Zoo weegt een volwassen guanaco ruim negentig kilo en kan het dier een snelheid van bijna zestig kilometer per uur bereiken. Het vangen van zo’n prooi is een moeilijke en gevaarlijke onderneming. Poema’s zijn even snel, maar ze missen het uithoudingsvermogen om hun prooi langere tijd te achtervolgen. Tijdens de jacht is dus maar één op de vijf aanvallen succesvol, zegt Arndt.

Neem de mislukte jacht op een guanaco die Arndt vastlegde.

De poema op de foto’s – een vrouwtje genaamd Sarmiento – had deze guanaco al anderhalf uur gevolgd voordat ze tot de aanval overging, maar haar volharding werd niet beloond.

Voor een poemamoeder kan het leven zwaar zijn, zegt Arndt. Hoewel Sarmiento bij haar mislukte aanval niet gewond raakte, hebben andere poema’s minder geluk.

Gedurende zijn verblijf in Chili – dat werd gefinancierd met een beurs van sportartikelenfabrikant Puma – observeerde Arndt een vrouwtje dat door een trap van een guanaco haar tanden had verloren. Door de aanval was deze poema, Colmillo genaamd, niet langer in staat om te jagen.


In Patagonië kan het bestaan van een poema behoorlijk ruig zijn, zegt Justine Smith, expert in de ecologie van vleeseters en postdoconderzoeker aan de University of California in Berkeley.

“We zien grote vleeseters vaak als die angstaanjagende roofdieren en ‘zware jongens’ van het ecosysteem, maar veel vleeseters die op grote en krachtige prooidieren als guanaco’s en wapiti’s jagen, staan aan grote gevaren en risico’s bloot. Bij de jacht op prooidieren raken vleeseters vaak gewond of worden zelfs gedood.”

Bij een vrouwtjespoema zijn de verwondingen die ze bij een mislukte jacht op een guanaco heeft opgelopen duidelijk zichtbaar Met zulke zwaar beschadigde tanden is deze poema mogelijk niet meer in staat om te jagen
Ingo Arndt
Bij een vrouwtjespoema zijn de verwondingen die ze bij een mislukte jacht op een guanaco heeft opgelopen, duidelijk zichtbaar. Met zulke zwaar beschadigde tanden is deze poema mogelijk niet meer in staat om te jagen.

Charismatische katten

Arndt bracht de meeste tijd door in Patagonië, dat hij ‘poemaland’ noemt en waar hij twee vrouwtjespoema’s en hun welpen volgde. De beide poema’s, Sarmiento en Colmillo, hadden zeer verschillende persoonlijkheden.

Dit strand in Chili werd geregeld door een poemagezin bezocht De gezinsleden verscholen zich tussen de rotsen om mensen en andere poemas te mijden
Ingo Arndt
Dit strand in Chili werd geregeld door een poemagezin bezocht. De gezinsleden verscholen zich tussen de rotsen om mensen en andere poema’s te mijden.

De vrouwtjespoema Sarmiento zit samen met een van haar welpen aan de oever van het meer waarnaar ze is vernoemd Poemas zijn solitaire dieren die alleen in het paarseizoen of in gezinsvorm tijd met andere poemas doorbrengen vrouwtjespoemas brengen hun welpen alleen groot
Ingo Arndt
De vrouwtjespoema Sarmiento zit samen met een van haar welpen aan de oever van het meer waarnaar ze is vernoemd. Poema’s zijn solitaire dieren die alleen in het paarseizoen of in gezinsvorm tijd met andere poema’s doorbrengen; vrouwtjespoema’s brengen hun welpen alleen groot.

Arndt herinnert zich Sarmiento als een onbevreesde jager en zorgzame moeder, terwijl Colmillo een schuw maar vrijgevig wezen was die haar gedode prooi vaak vrijwillig deelde met andere poema’s.


“Elke poema heeft zijn eigen karakter,” zegt Arndt. “Ik ben heel veel schuwe poema’s tegengekomen, maar ook veel nieuwsgierige.”

Volgens Smith is dit verschil in temperament bij poema’s niet ongebruikelijk.

Deze negen maanden oude poema werd gefotografeerd in het Parque Nacional Torres del Paine in Chili In tegenstelling tot andere grote katachtigen kunnen poemas niet brullen In plaats daarvan maken ze gebruik van gefluit gepiep gesis en gespin om te communiceren
Ingo Arndt
Deze negen maanden oude poema werd gefotografeerd in het Parque Nacional Torres del Paine in Chili. In tegenstelling tot andere grote katachtigen kunnen poema’s niet brullen. In plaats daarvan maken ze gebruik van gefluit, gepiep, gesis en gespin om te communiceren.

“Het kan te maken hebben met het feit dat de soort als geheel zo veelzijdig is,” zegt zij. “Ze kunnen in veel verschillende soorten habitat leven en op verschillende prooien jagen. Zelfs binnen één populatie kunnen poema’s zich specialiseren in de jacht op verschillende prooidieren.”

Poema’s zijn waarschijnlijk ook veel socialer dan voorheen werd aangenomen. Hoewel er nog weinig onderzoek naar het gedrag van poema’s is gedaan, denken sommige wetenschappers dat het delen van voedsel veeleer een sociale activiteit is dan iets dat alleen maar door ecologische en biologische factoren wordt bepaald.

Het juiste shot

Het belangrijkste dat Arndt naar eigen zeggen tijdens zijn avontuur heeft geleerd, is dat je poema’s het best van enige afstand kunt fotograferen. Poema’s moeten niets van mensen hebben – en terecht. Door hun neiging om ook op vee te jagen zijn ze het doelwit geworden van ranchers. In Chili worden zo’n honderd poema’s per jaar door deze veehouders gedood.

“Wanneer je een wild dier fotografeert en je bent geïnteresseerd in het wezen van dat dier, wil je geen invloed uitoefenen op zijn gedrag,” zegt Smith. “De fotografie biedt je een ongelooflijk inkijkje in het leven van dieren, maar als je een dier stoort of je zorgt ervoor dat het zich op een onnatuurlijke manier gedraagt, dan documenteer je niet echt wat het betekent om in het lichaam van dat dier te leven.”

Volgens Arndt probeerde hij altijd op veilige afstand te blijven van de poema’s die hij fotografeerde.

Hoewel poema’s zelden mensen aanvallen, kan zo’n aanval tot zware verwondingen of zelfs de dood leiden, dus is het verstandig om de dieren niet uit te dagen. “Als je respect toont, zullen ze jou ook respecteren,” zegt Arndt.

Poema’s zwerven al tientallen jaren in het Parque Nacional Torres del Paine rond, maar in al die tijd is er slechts één dodelijke aanval op een mens voorgevallen.

Twee poemawelpen lopen bij het ochtendgloren over een glooiende helling Poemas zijn het meest actief bij het vallen van de avond en bij zonsopgang
Ingo Arndt
Twee poemawelpen lopen bij het ochtendgloren over een glooiende helling. Poema’s zijn het meest actief bij het vallen van de avond en bij zonsopgang.

Volgens Arndt won hij het vertrouwen van zijn foto-objecten door respect te tonen.

“Na een paar maanden raakten sommige dieren aan me gewend. Dat had ik niet verwacht. Deze poema’s kwamen soms heel dichtbij. Dat soort momenten waren een voorrecht, omdat ze me vertrouwden,” zegt Arndt.

Wildfotograaf Ingo Arndt en een professionele poemaspoorzoeker volgen een poema over een steile helling in Chili Poemas kunnen in veel verschillende habitats overleven waaronder bossen woestijnen prairies en besneeuwde bergen
Jorge Cardenas
Wildfotograaf Ingo Arndt en een professionele poemaspoorzoeker volgen een poema over een steile helling in Chili. Poema’s kunnen in veel verschillende habitats overleven, waaronder bossen, woestijnen, prairies en besneeuwde bergen.

De beste foto’s worden volgens Arndt gemaakt door mensen die veel tijd in het veld doorbrengen en op veilige afstand blijven.

“Wees geduldig, forceer niets,” zegt hij. “Als je mijn foto’s bekijkt, moet je wel bedenken dat ik dertig jaar ervaring als wildfotograaf heb en heel lang in Patagonië heb doorgebracht. Dit soort foto’s maak je niet na een paar dagen.”

Kijk de hele maand februari naar Big Cat Month, op NatGeo Wild.

Lees ook: Strikken zijn nu grootste bedreiging voor Afrikaanse leeuwen

Dit verhaal verscheen oorspronkelijk in het Engels op NationalGeographic.com