Dieren

Strikken zijn nu grootste bedreiging voor Afrikaanse leeuwen

Met behulp van strikken worden allerlei dieren in heel Afrika gedood, waaronder prooidieren die door leeuwen worden gegeten en ook de grote katten zelf.Monday, December 3, 2018

Door Rachel Nuwer

Half januari deden parkopzieners en onderzoekers een vreselijke ontdekking in het Queen Elizabeth National Park van Oeganda: het in elkaar gezakte en uitgemergelde lichaam van Naturinda, een leeuwin die ze goed kenden, gevangen in een strik.

Het stuk staaldraad in de vorm van een strop was door de vacht en huid van Naturinda geschuurd en had een gapende wond in de nek en de snuit van het dier veroorzaakt. De wond was ontstoken en met maden bedekt, en aan haar uitstulpende bekken en doorschijnende ribben was te zien dat ze al geruime tijd in deze situatie verkeerde. Maar ze was niet dood.

Dierenartsen van de wildautoriteiten verdoofden haar snel, verwijderden de strik en behandelden de wond. Nadat Naturinda een grote bak water leeg had geslobberd, liep ze weg, maar in de volgende drie weken verslechterde haar toestand. Na een tweede en spannende behandelingsronde – haar verdoofde lichaam viel uit een boom maar werd door een strategisch geplaatste matras opgevangen – herstelde ze volledig en voegde zich weer bij haar troep, voorzien van een litteken waarop de leeuw ‘Scar’ uit de tekenfilm The Lion King trots zou zijn.

Ludwig Siefert van het Uganda Carnivore Program behandelt Naturinda, een leeuwin die in het Queen Elizabeth National Park in Oeganda door een strik werd verwond. Hij gaf haar antibiotica en besproeide de wond met ontsmettingsmiddelen.

Naturinda had buitengewoon veel geluk: de meeste gestrikte dieren brengen het er niet levend vanaf. De strikken zijn gemaakt van staaldraad dat uit autobanden, fietsen, motoren en zelfs omheiningen rond wildparken wordt gesloopt. In heel Afrika worden ontelbare van deze zelfgemaakte boobytraps in het wild geplaatst om te voldoen aan de behoefte aan vlees van wilde dieren oftewel bushmeat.

“Als je in Afrika ergens onderweg bent en je ziet geen wilde dieren, dan is de voornaamste reden daarvoor omdat ze zijn opgegeten,” zegt Peter Lindsey, directeur van het leeuwenbeschermingsfonds van het Wildlife Conservation Network.

De plaatselijke bevolking heeft al millennia op kleine schaal op wild gejaagd, maar door de bevolkingsaanwas en een steeds commerciëler handel vanuit de steden is de vraag naar bushmeat sterk toegenomen. Het gevolg is dat het strikken van wilde dieren sterk toeneemt en nu de grootste bedreiging voor het voortbestaan van veel wilde soorten vormt.

Naturinda ontwaakt na de behandeling voor haar strikverwonding; uiteindelijk zou ze geheel herstellen, maar ze hield wel een indrukwekkend litteken aan het voorval over.

In 2017 ondervroegen Lindsey en zijn collega’s 186 wildexperts in 24 Afrikaanse landen en ontdekten dat zij de stroperij ten behoeve van bushmeat beschouwden als de grootste bedreiging voor wilde dieren in het algemeen en voor leeuwen in het bijzonder. Doorgaans is het de plaatselijke bevolking die de goedkope en eenvoudig te maken strikken zet, in de hoop grote planteneters te vangen. Maar de snaren maken geen onderscheid en strikken vaak vleeseters die op de geur van gestrikte dieren afkomen. Dieren die in een strik vast komen te zitten overlijden vaak en beginnen al te rotten voordat mensen ze kunnen bereiken.

In enkele zorgwekkende gevallen zijn leeuwen het doelwit. Tijdens zijn doctoraalonderzoek in 2017 ontdekte Agostinho Jorge, natuurbeheerder bij het Niassa Carnivore Project in Mozambique, dat leeuwenvlees wat betreft populariteit op de derde plaats komt bij jagers op bushmeat – na dat van buffels en zebra’s. In dat land kwamen van 2013 tot 2017 tenminste tachtig leeuwen om door stroperij, en volgens informanten wordt het strikken van leeuwen steeds meer gedaan ten behoeve van de illegale handel in botten, tanden en klauwen.

“Sommige onderdelen worden samen met neushoornhoorn en ivoor naar Aziatische markten uitgevoerd en een deel gaat naar de groeiende productie van traditionele heelmiddelen die door immigranten uit Tanzania worden gebruikt,” zegt Colleen Begg, codirecteur en oprichter van het Niassa Carnivore Project. “Het is erg verontrustend, want we hebben nooit eerder te maken gehad met een dreiging die zo specifiek op leeuwen is gericht.”

Een wildopziener van de Ugandan Wildlife Authority laat een strik zien die in het zuiden van het Queen Elizabeth National Park is gevonden. De strikken worden gezet om dieren te vangen waarop leeuwen jagen, waardoor het onvermijdelijk is dat ook leeuwen er verstrikt in raken.

Schattingen van het totale aantal leeuwen dat wordt gestrikt en gedood, zijn zeer ruw; in tegenstelling tot de karkassen van olifanten zijn die van leeuwen moeilijk te vinden. Maar de cijfers die er zijn, zijn alarmerend. Zo ontdekten onderzoekers in 2013 dat in een periode van vijf jaar 11,5 procent van de volwassen en bijna volwassen leeuwen in de Luangwa-vallei in Zambia ten prooi was gevallen aan strikken.

In zeldzame gevallen krijgen de roofdieren een tweede kans. Afgelopen jaar wisten wildbeheerders en parkopzieners in het ecosysteem van de Luangwa-vallei en Greater Kafue in Zambia 38 leeuwen uit strikken te redden, en sommige dieren slagen erin zichzelf te bevrijden. In het wildpark van Greater Kafue lopen minstens drie ‘driepoten’ (elk met een afgezette poot) rond. Ze overleven met steun van hun troepen en door te jagen op kleine en makkelijk te verschalken prooidieren en jonge planteneters.

“Een van de driepoot-leeuwinnen die we kennen, heeft zelfs geleerd om de jongen van knobbelzwijnen uit hun holen op te graven om te overleven,” zegt Kim Young-Overton, programmadirecteur voor de Kavango-Zambezi Transfrontier Conservation Area bij Panthera.

In sommige gebieden, waaronder het Queen Elizabeth National Park, lijkt het direct strikken van leeuwen relatief zeldzaam te zijn. In het jaar dat Alexander Braczkowski, National Geographic-onderzoeker en postdoconderzoeker aan de University of Queensland, studie deed naar de populaties en verplaatsingen van de leeuwen in het park, was Naturinda de enige gestrikte leeuw die hij aantrof.

Dit was de eerste keer dat fotograaf Steve Winter de leeuwin Naturinda spotte. Ze had toen al een eerste behandeling voor haar wonden ondergaan, maar haar toestand verslechterde en ze was erg verzwakt. Kort na het maken van deze foto werd ze gevangen en opnieuw door dierenartsen behandeld en verzorgd, waarna ze geheel herstelde.

Maar uit de voorlopige resultaten van Braczkowski’s onderzoek blijkt dat strikken op zichzelf zorgwekkende onbedoelde gevolgen kunnen hebben. Met behulp van een robuust nieuw meetsysteem ontdekte hij dat de leeuwen van het Queen Elizabeth-park ongeveer zesmaal zo ver moeten lopen als de leeuwen van de Masai Mara National Reserve in Kenia – vermoedelijk omdat er door de vele strikken niet voldoende prooidieren meer in het Queen Elizabeth-park rondlopen. “Leeuwen lopen niet voor de lol,” legt Braczkowski uit.

Minder voedsel betekent uiteindelijk ook minder leeuwen, en inderdaad kon Braczkowski aantonen dat de dichtheid van leeuwen in het Queen Elizabeth-park ongeveer vijfmaal zo laag ligt als die in de Masai Mara National Reserve.

Nu het scala aan prooidieren steeds kleiner wordt, beginnen leeuwen – die normaliter op grote dieren als buffels en gnoes jagen – met andere vleeseters als cheeta’s en luipaarden te concurreren bij de jacht op kleinere planteneters, zegt Matthew Becker, National Geographic-onderzoeker en CEO van het Zambian Carnivore Program. “Soorten die in de loop van hun evolutie concurrentie hebben vermeden, moeten opeens vechten om allerlei voedselbronnen, en dat heeft grote gevolgen.”

In het Queen Elizabeth National Park aarzelt een leeuwenwelp om uit een hoge kandelaberboom naar beneden te klimmen. In dit deel van Afrika behoort het tot de cultuur van leeuwenpopulaties om in bomen te klimmen; overdag zit bijna elke leeuw in het park in een vijgen- of kandelaberboom.

Er moet nog meer onderzoek worden gedaan naar de uitwerking van de strikken op de leeuwenpopulatie en op andere wilde dieren. Maar gezien de enorme armoede en de snelle bevolkingsgroei in Afrika weten onderzoekers dat er geen eenvoudige oplossingen zijn. Erkenning van het probleem is in elk geval een eerste stap.

“De crisis in het behoud van wilde dieren in Afrika wordt vaak zó overheerst door de handel in ivoor en neushoornhoorn dat de mensen de vraag naar bushmeat en het daaruit voortkomende probleem van strikken over het hoofd zien,” zegt Craig Packer, directeur van het leeuwenonderzoekscentrum van de University of Minnesota. “Het is een enorm probleem, dat alleen maar erger zal worden en aangepakt moet worden.”

Dit zegt leeuwenonderzoeker Hans de Iongh over de bedreigingen voor leeuwen.

Kijk de hele maand februari naar Big Cat Month op National Geographic Wild, en doe mee met de winactie

Lees ook: 'Olifanten zitten gevangen door grootste vluchtelingenkamp ter wereld'

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer