Wildlifetoerisme

Dit zijn pas echt plakkerige stelletjes

Om de liefde te vieren trakteren we je op de meest plakkerige koppels uit het dierenrijk die écht niet van elkaar af kunnen blijven. donderdag, 14 februari 2019

Door Tina Deines

Wanneer je eenmaal die ene bijzondere persoon hebt gevonden, is het moeilijk om niet bij elkaar te zijn. Hetzelfde geldt voor dieren die – letterlijk – aan hun partner blijven plakken. Sommige doen dat maar voor even, andere hun hele leven lang.

In het dierenrijk wordt de kans op een succesvolle voortplanting door dit soort kleffe gedrag verhoogd. Van romantische omhelzingen tussen amfibieën tot diepzeedieren waarop de uitspraak ‘twee worden één’ nergens beter van toepassing is: dit zijn de klefste dieren die er bestaan.

Twee worden één

Als je in het pikkedonker van de diepzee rondzwemt, zo’n anderhalve kilometer onder het wateroppervlak, kan het vinden van een partner lastig zijn. Daarom heeft het mannetje van de hengelvis een nogal ongebruikelijke tactiek om zijn geliefde in de buurt te houden: hij bijt zich in haar vast en blijft zitten waar hij zit.

Uiteindelijk versmelten de lichamen van de beide geliefden geheel, waarbij zelfs hun bloedsomlopen met elkaar fuseren. Volgens een artikel dat in maart werd gepubliceerd “raakt het mannetje zijn ogen, vinnen, tanden en merendeel van zijn interne organen kwijt en dient hij alleen nog maar als spermabank voor het moment waarop het vrouwtje klaar is om kuit te schieten.”

Zijn beloning? Toekomstige generaties dragen zijn genen in zich, terwijl zijn liefje hem voorziet van het minimum aan voedingsstoffen om te kunnen overleven. Bij sommige hengelvissoorten kunnen meerdere mannetjes zich gelijktijdig in één vrouwtje vastbijten en kan het vrouwtje jongen produceren met het sperma van al deze mannetjes.

Verstikkende liefde

Het vrouwtje van de kousenbandslang, een soort die inheems is in Manitoba, Canada, heeft geen gebrek aan potentiële minnaars. Volgens Christopher Friesen van de University of Wollongong in Australië kan ze het hof worden gemaakt door tien tot dertig aandachtige mannetjes tegelijk, die haar letterlijk bedelven onder liefde.

Het begint allemaal wanneer de mannetjes in het voorjaar uit hun winterslaap ontwaken en klaar zijn om te paren. De oversekste mannetjes wachten reikhalzend op het wat trager ontwakende vrouwtje, waarbij ze zelfs een tijdje niet eten. Nadat ze twee tot vier weken op haar ontwaken hebben gewacht, omwikkelen de vastberaden mannetjes het vrouwtje met hun lichamen en vormen een zogenaamde ‘paarbal’.

Dit alles duurt ongeveer een kwartier en eindigt wanneer de gelukkige winnaar een geleiachtige ‘paarplug’ bij het vrouwtje inbrengt om te verhinderen dat andere mannetjes haar bevruchten, aldus Friesen. Zodra het vrouwtje heeft gepaard, maakt ze zich uit de paarbal van minnaars los en gaat in naburige moerassen op zoek naar voedsel.

Hoewel de mannetjes van deze slangensoort erg vastberaden zijn, weten ze wanneer het tijd wordt om te stoppen. “De intensiteit van het paargedrag en het aantal mannetjes neemt gedurende de paring een beetje af, en als de mannetjes doorhebben dat het vrouwtje heeft gepaard maar niet met hen, dan gaan ze over tot het zoeken naar een ander vrouwtje,” zegt Friesen.

Nog even blijven plakken

Wandelende takken staan bekend om de extreem lange duur van hun paartijd. Bij een Indische soort kan die maar liefst 79 dagen duren, terwijl de eigenlijke copulatie dagen of zelfs weken in beslag kan nemen.

Wetenschappers hebben andere soorten wandelende takken tot wel 136 uur in innige omhelzing waargenomen, waarbij het stel in die periode negenmaal copuleerde. Zodra een Indiase wandelende tak het vrouwtje van zijn dromen heeft gespot, bestijgt hij haar en grijpt haar vast met de uiteinden van zijn poten. Volgens een studie die in 1978 door entomoloog John Sivinski werd gepubliceerd, proberen de vrouwtjes hun minnaar zelden van zich af te schudden; en wanneer ze dat wel probeerden, lukte dat nooit.

Dus waarom blijven mannetjes van wandelende takken zo lang plakken? De reden is dat ze er vooral voor willen zorgen dat hun rivalen het vrouwtje niet bevruchten. Gwen Pearson, coördinator voorlichting en publieksinformatie van de vakgroep entomologie van de Purdue University, legt op haar blog uit dat de mannetjes waarschijnlijk blijven plakken om meerdere keren te kunnen paren, maar ook om “andere mannetjes die een poging willen wagen te verjagen.”

Romantische omhelzingen

Afgezien van een paar soorten kennen de meeste kikkers een heel bijzondere vorm van paring. Zodra de eitjes op het lichaam van het vrouwtje verschijnen, gaat het mannetje ertoe over ze te bevruchten.

Om dat goed te kunnen doen maakt het gebruik van de ultieme romantische aanpak: een langdurige omhelzing, die bekendstaat als ‘amplexus’ (‘omarming’ in het Latijn). Daarbij wikkelt hij zijn voorpoten rond het middel van het vrouwtje en laat haar gedurende uren of zelfs dagen niet meer los, afhankelijk van de soort. Bij een paddensoort uit de Andes werd een paartje waargenomen dat elkaar vier maanden lang omhelsde, aldus het American Museum of Natural History.

Deze amfibieën zijn wat betreft de amplexus ook heel innovatief. De kikkers beschikken over zeven verschillende ‘standjes’, die per soort variëren.

Het is niet altijd het mannetje dat de omhelzing initieert. Volgens een wetenschappelijk artikel dat in 1986 in het tijdschrift Herpetologica verscheen, gebruikt het vrouwtje van de fluitkikker tijdens de amplexus een “naar boven gerichte omhelzing met de achterpoten.” De in Puerto Rico inheemse fluitkikker is een van de weinige kikkersoorten waarbij de eitjes intern worden bevrucht, en de acrobatische omhelzing van het vrouwtje is vermoedelijk bedoeld om de overdracht van sperma te vergemakkelijken. Niet alleen kikkers en padden maken gebruik van de amplexus, ook salamanders en degenkrabben hanteren deze paargreep.

Plakkerige nakomelingen

Het zijn niet altijd minnaars die zich klef gedragen; soms blijven ook nakomelingen aan een parend stel plakken. Groepen bonobo’s staan er bekend om dat paargedrag kan plaatsmaken voor agressie (in tegenstelling tot hun nauwe verwanten, de chimpansees). Dat is waarschijnlijk ook de reden dat onderzoekers vaak observeren hoe babybonobo’s zich tijdens het paren aan de moeder blijven vastklampen.

Hoewel het niet ongebruikelijk is dat primatenbaby’s gedurende hun jeugd bij de moeder blijven hangen, is er bij bonobo’s “veel meer seks te zien die niet de voortplanting dient” dan bij andere grotere apensoorten, aldus Vanessa Woods, onderzoekster aan de faculteit voor evolutionaire antropologie van de Duke University. Daarmee bedoelt ze dat deze apen ‘het’ soms niet doen om zich voort te planten, maar om spanningen af te bouwen of sociale banden aan te halen.

Bonobobaby’s blijven tot hun vijfde levensjaar bij de moeder, zegt Woods, en worden naarmate ze opgroeien steeds minder plakkerig.

Of ze nu geduldig op een paringspartner wachten en die dan omwikkelen of aan lange, romantische omhelzingen doen, al deze plakkerige minnaars hebben uiteindelijk één doel: het doorgeven van hun genen. En hoewel hun paartechnieken soms extreem zijn, zijn het niet meer dan bijzondere aanpassingen die bijdragen aan de overleving van de soort.

Freelance-journaliste Tina Deines woont in Albuquerque, New Mexico.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer