Wildlifetoerisme

Aziatische leeuwinnen beschermen hun welpen met deze slimme truc

Kindermoord komt regelmatig voor onder leeuwen in India, maar vrouwtjes hebben een slimme strategie gevonden om hun welpen te beschermen. woensdag, 1 mei 2019

Door Grant Currin

De leeuwin die bekendstaat als FLG10 is een goede moeder en een fanatieke jager, die uitstekend zorgt voor haar jongen in het laatste bastion van Aziatische leeuwen in Gujarat, India.

Maar tot voor kort wist niemand precies hoe ver haar zorgzaamheid als ouder gaat.

Net als de meeste jonge vrouwtjes van deze bedreigde ondersoort van de leeuw werd FLG10 geslachtsrijp, waarna ze paarde met leden van haar primaire ‘coalitie’, de groep mannetjes die het vaakst langskwam bij het territorium van haar troep in Gir National Park.

Maar, rond 2015, deed ze iets wat nog nooit eerder was gezien bij leeuwen: ze paarde ook met mannetjes van een andere coalitie in de buurt. En daarna met mannetjes van weer een andere coalitie.

De onderzoekers die haar volgden, kregen de indruk dat er een strategie ten grondslag lag aan het paargedrag van FLG10. En nu blijkt dat dit inderdaad het geval was.

Door te paren met mannetjes van iedere coalitie die haar territorium binnenkwam, beschermde de inmiddels 10 jaar oude leeuwin haar welpen tegen kindermoord, omdat ze met opzet onduidelijkheid creëerde over wie hun vader is.

Haar strategie werkte: geen van haar welpen werden gedood. Dat stellen de onderzoekers in een nieuwe studie die werd gepubliceerd in Behavioral Ecology.

“Als een volwassen mannetjesleeuw een welp tegenkomt waarvan hij vermoedt dat die niet van hem is, doodt hij de welp,” vertelt Stotra Chakrabarti, bioloog bij het Wildlife Institute of India. De vrouwtjesleeuw krijgt daarna nieuwe nakomelingen.

“Vrouwtjes paren met meerdere mannetjes en stichten daarmee verwarring over het vaderschap, waardoor de mannetjes alle welpen als hun eigen nakomelingen beschouwen.”

Een succesvolle strategie

Voor hun onderzoek observeerden Chakrabarti en zijn team leeuwen die via een halsband konden worden gevolgd. Daarnaast onderzochten ze de stamboom van FLG10 met behulp van waarnemingen die in de loop van jaren door wetenschappers waren verzameld, vanaf het moment dat de mentor van Chakrabarti, Yadvendradev Jhala in 1996 begon met het langlopende onderzoeksproject.

Verder bekeek het team vier jaar lang negen troepen van vrouwtjes, waaronder die van FLG10, en elf coalities van mannetjes, om te zien of ook andere vrouwtjes deze strategie gebruikten. Uit het onderzoek bleek dat dat inderdaad regelmatig het geval was, en dat de strategie ook behoorlijk goed werkte.

Er werd waargenomen dat elke leeuwin die ten minste twee keer een nest had gedurende de studie, paarde met meerdere mannetjes. Verrassend genoeg verloor geen enkele leeuwin haar welpen aan leden van een coalitie waarmee ze had gepaard.

Maar Craig Packer, directeur van het Lion Research Center van de Amerikaanse University of Minnesota stelt dat er een aantal onbekende factoren zijn in de hypothese van het paren met meerdere mannetjes.

Zo wordt er bijvoorbeeld van uitgegaan dat mannetjes van verschillende coalities geen broer of neef van elkaar zijn. Als dat wel zo zou zijn, zouden ze ook een andere reden kunnen hebben om de welpen in leven te laten, stelt Packer, die tevens National Geographic explorer is.

Van Azië tot Afrika

Bij Afrikaanse leeuwen wordt niet waargenomen dat vrouwtjes met meerdere mannetjes paren. Dat heeft vermoedelijk te maken met de prooidieren van de verschillende groepen, stelt Meredith Palmer, die als onderzoeker verbonden is aan de Amerikaanse Princeton University.

In en rond Gir komen heel veel herten voor. Dat heeft ertoe geleid dat de Aziatische leeuwen een sociaal systeem hebben ontwikkeld waarbij troepen vrouwtjes uit zo'n twee tot vier leeuwinnen bestaan, en coalities van mannetjes meestal twee dieren tellen. Leeuwen delen hun prooien, dus de kleinere prooidieren in Gir zijn geschikter voor kleinere groepen. De troepen hebben een kleiner territorium, en de coalities van mannetjes trekken door een groter gebied, met verschillende troepen vrouwtjes. Welpen lopen gevaar als de territoria van de coalities van mannetjes elkaar overlappen, want dan bestaat een gerede kans dat ze mannetjes tegenkomen met wie ze niet verwant zijn.

Dat probleem bestaat niet bij Afrikaanse leeuwen. Vanwege de grote, rondtrekkende prooidieren bestaan de troepen vrouwtjes uit relatief veel dieren, waar (gedurende enkele jaren) één enkele coalitie mannetjes bij hoort. Vrouwtjes zijn trouw aan de partner waarmee ze paren, en de vaders en ooms houden andere mannetjes, die een gevaar vormen voor hun welpen, uit de buurt, tot ze verjaagd worden door een nieuwe coalitie.

Deze studie is weer een nieuwe bijdrage aan de steeds toenemende kennis waardoor de Aziatische en Afrikaanse soorten en hun gemeenschappen kunnen worden vergeleken.

“Het gedrag van leeuwen blijkt veel flexibeler dan we dachten,” stelt Palmer. “Mogelijk passen ze zich genetisch aan, maar het staat in ieder geval vast dat ze zich gedragsmatig aanpassen aan de verschillende omstandigheden.”

Moordende mannetjes

Het slimme van de strategie van het paren met meerdere mannetjes is dat mannetjes nu iets te verliezen hebben, aldus Chakrabarti.

“Mannetjes willen niet het risico lopen dat ze hun eigen welpen doden, dus laten ze de welpen van een vrouwtje dat ze kennen met rust,” zegt hij.

Maar er zitten wel beperkingen aan die strategie. Die helpt niet tegen nieuwe coalities van mannetjes waarmee de vrouwtjes nog niet hebben kunnen paren.

In 2017 sloeg het noodlot toe in de troep van FLG10, toen een nieuwe coalitie van mannetjes langskwam, die zowel haar welpen als die van de rest van haar troep doodden. Nadat ze de primaire coalitie hadden verjaagd, vestigden de nieuwe mannetjes zich als leiders.

“Ze willen hun eigen nakomelingen. Als de vrouwtjes al jongen hebben, willen de mannetjes niet hoeven wachten tot deze welpen volwassen zijn,” vertelt Palmer.

Hoewel geen enkele moeder haar jongen wil verliezen, is het waarschijnlijk dat de komst van de nieuwe mannetjes uiteindelijk goed is voor de soort. Daardoor ontstaat er weer genetische diversiteit in de troep.

En aangezien er nog slechts zo'n 600 dieren in het wild over zijn, kunnen de laatste leeuwen van Azië alle hulp gebruiken die ze kunnen krijgen.

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer