Militaire walvissen en dolfijnen: wat doen ze en wie gebruikt ze?

Hoe geavanceerd de technologie ook is, zeezoogdieren zijn niet te verslaan in het opsporen van objecten in het water.dinsdag 7 mei 2019

Toen een beloega afgelopen april een vissersboot benaderde in de buurt van een klein Noors stadje, riep dat vraagtekens op. De beloega,die volgens het Britse dagblad The Guardian actief op schepen afzwom en aan touwen trok, had een tuig om. Het tuig leek geschikt om een camera op te bevestigen. Aan de binnenkant stonden de woorden ‘Equipment of St. Petersburg’ (‘Apparatuur van Sint-Petersburg’).

Volgens marinedeskundigen zou de dolfijn onderdeel uitmaken van een Russisch militair programma waarin walvisachtigen worden getraind voor militaire doeleinden. En het klinkt misschien raar, maar dat zou geen groot nieuws zijn.

In 2017 werd op de Russische staatstelevisie gemeld dat Rusland experimenten deed met het inzetten van beloega's, tuimelaars en verschillende soorten zeehonden om de toegang tot marinehavens te bewaken, duikers te helpen en mogelijk zelfs indringers in hun territorium te doden. Er werd echter afgestapt van het inzetten van beloega's toen duidelijk werd dat de dieren ziek worden als ze te lang in koud poolwater zwemmen.

En toen Rusland in 2014 de Krim annexeerde, nam het een Oekraïense militaire eenheid van tuimelaars over, volgens verschillende nieuwsberichten.

En het zijn niet alleen Russen die zeezoogdieren inzetten voor militaire doeleinden: de Amerikaanse marine heeft ook een dergelijk programma sinds de jaren zestig. Het vermogen van de dieren om op grote diepte of in troebel water doelen te herkennen en te vinden is voorlopig nog niet te evenaren met technologie, terwijl het militair gezien heel waardevol is.

De 'gevechtsdolfijnen’ van de basis in Sebastopol zijn getraind op het opsporen van zeemijnen of ongewenste duikers of zwemmers die proberen verboden wateren in te komen, aldus het Russische persbureau RIA Novosti.

De Amerikaanse marine traint zeezoogdieren, zoals Californische zeeleeuwen en tuimelaars, om op zee verloren geraakte apparatuur te zoeken en terug te brengen en om indringers die zwemmen in verboden gebied op te sporen. De dolfijnen worden ook ingezet om zeemijnen te detecteren, of die nou in de zeebodem begraven liggen of aan een anker drijven.

Niet te overtreffen

“Tuimelaars zijn beter in het opsporen van mijnen dan welke machine dan ook,” vertelt Paul Nachtigall, die aan het hoofd staat van het onderzoeksprogramma naar zeezoogdieren van de University of Hawaii in Kane'ohe Bay. Ze zijn niet alleen beter, maar ook sneller dan machines.

Dolfijnen zijn vooral heel nuttig vlak bij de kust, waar de branding en scheepsverkeer zorgen voor veel lawaai, zegt Nachtigall. Mechanische systemen kunnen soms geen wijs maken uit al die verschillende geluiden, maar dat is voor dolfijnen geen probleem.

Dat komt door de fijne afstelling van hun sonar, legt hij uit. Dolfijnen en verwante dieren, zoals zwaardwalvissen, zenden geluiden uit die door objecten in de omgeving worden teruggekaatst. De zoogdieren vangen de teruggekaatste geluiden op en vormen zich zo een akoestisch beeld van de omgeving, een vermogen dat bekend staat als echolocatie.

Uit experimenten die Nachtigall rond 1995 uitvoerde met een tuimelaar uit het programma genaamd BJ, bleek hoe gevoelig het gehoor van de dieren is. Nachtigall liet BJ een keuze maken tussen metalen cilinders die van roestvrij staal, koper of aluminium waren gemaakt. Hoewel de 10 centimeter lange objecten onder zo'n halve meter zand lagen, wist BJ ze moeiteloos te herkennen.

Onderzoekers weten nog steeds niet hoe de dolfijnen dat doen, vertelt Nachtigall. Maar dit vermogen heeft al tientallen jaren de aandacht van zowel militaire als ‘burger'-onderzoekers.

Dingen die ergens niet thuishoren

Californische zeeleeuwen maken geen gebruik van sonar, maar hebben wel een uitstekend gezichtsvermogen. “Ze zijn heel goed in het vinden van dingen die ergens niet thuishoren,” bijvoorbeeld zoekgeraakte apparatuur, vertelt Nachtigall.

De Amerikaanse marine zet de dieren in om ongeladen explosieven op te sporen, zoals oefenmijnen. Trainers geven de zeeleeuw een bevestigingssysteem dat het dier in zijn bek kan houden en laten het van boord gaan. Als de zeeleeuw zijn doel eenmaal heeft gevonden, zet hij het apparaat erop waarna de trainers die in een boot rondvaren het object naar de oppervlakte kunnen halen.

Deze dolfijn jaagt op vissen met een 'moddernet'
Deze dolfijn in de buurt van St. Petersburg in Florida voedt zich met een ongebruikelijke techniek.

Tijdens een demonstratie voor de media in 2011 in San Diego Bay in Californië probeerde een voormalige Navy SEAL de haven binnen te komen met een ongeladen mijn.De marine maakte gebruik van dolfijnen en zeeleeuwen om het gebied te bewaken, en de duiker werd bij alle vijf de pogingen die hij ondernam door beide diersoorten ontdekt. De zeeleeuw wist zelfs een klem aan te brengen op het been van de duiker, waardoor deze als een vis kon worden ingehaald door de trainers aan het wateroppervlak.

Zowel Californische zeeleeuwen als tuimelaars zijn redelijk goed tegen kou bestand, slim en zeer goed te trainen, vertelt Nachtigall. Zeeleeuwen hebben bovendien het voordeel dat zij ook op het land uit de voeten kunnen. Dat was de reden dat de Amerikaanse marine uiteindelijk voor deze dieren koos, in plaats van andere zeezoogdieren zoals zwarte zwaardwalvissen of beloega's, die in eerste instantie ook werden onderzocht.

Volg Jane J. Lee op Twitter.

Dit verhaal werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op  NationalGeographic.com op 29 maart 2014. Het werd op 3 mei 2019 bewerkt zodat het ook informatie bevat over de Noorse beloega.

LEES VERDER

Orka’s en dolfijnen in ijzige ‘walvisgevangenis’ worden vrijgelaten

Op Russische video-opnamen is te zien dat de witte dolfijnen en orka’s – waarschijnlijk gevangen om te worden verkocht aan aquariums – wegkwijnen in ijzige wateren in een juridisch niemandsland.
Video
1:12

Kijk hoe wilde dolfijnen vissers helpen - en een beloning krijgen

Volgens een nieuwe studie van National Geographic begunstigde Mauricio Cantor bestaat er een nauwe onderlinge band tussen wilde tuimelaars die gezamenlijk met vissers op vissen jagen in het zuiden van Brazilië. De vissers wachten tot de dolfijnen de vissen richting de kust opjagen, terwijl de dolfijnen de vissen vangen die proberen aan de netten te ontkomen. Uit het onderzoek blijkt dat deze dolfijnen een nauwe band hebben met dolfijnen die ook zo jagen, meer dan met soortgenoten die onafhankelijk van de vissers jagen. Deze 'hulpdolfijnen' trekken onafhankelijk van familierelaties, geslacht of leeftijd met elkaar op, zelfs als ze niet op zoek zijn naar voedsel.
Lees meer