Dieren

Hoe redden we de orang-oetan?

Door bomenkap komen de reeds bedreigde orang-oetans op Sumatra steeds vaker in aanvaring met mensen. De Belgische fotograaf Alain Schroeder laat zien hoe hulpverleners gewonde dieren weer in het wild uitzetten om zo nieuwe gezonde populaties te vormen. donderdag 8 augustus 2019

Door Alain Schroeder
Verzorger Nazarudin van het Jantho Reintroduction Centre op Sumatra begeleidt orang-oetan Kamala (6) in de laatste dagen voor haar vrijlating in het natuurreservaat Jantho Pine Forest. Nazarudin bestudeert Kamala’s bewegingen om te kijken of ze klaar is voor een leven in het wild.

Bij mijn eerste reddingsactie in de jungle kom ik er al snel achter hoeveel mensen er betrokken zijn bij het helpen van één orang-oetan.

Ik bevind me in het noordoosten van Sumatra, midden in een van de enige twee overgebleven leefgebieden van wilde orang-oetans op het Indonesische eiland. Een telefoontje van een bewoner naar het Orangutan Information Centre (OIC) in de Sumatraanse hoofdstad Medan heeft een enorme operatie in gang gezet. Onmiddellijk worden twee mannen naar de locatie gebracht om te kijken of de melding klopt: Gaat het daadwerkelijk om een orang-oetan? Hebben meerdere mensen het dier, of de dieren, gezien? 

‘We krijgen zo’n drie of vier meldingen per maand,’ vertelt Panut Hadisiswoyo, oprichter en directeur van het OIC, een ngo die zich richt op de bescherming van de orang-oetan en zijn leefgebied. ‘Voordat we al onze middelen inzetten, willen we zeker weten dat er een orang-oetan in de buurt is.’ 

Nadat de melding is bevestigd, voeg ik me bij leden van de Human Orangutan Conflict Response Unit (HOCRU) van het OIC. Ik stap in de auto met onder anderen teamleider Bedul Siregar en dierenarts Tengku ‘Jeni’ Adawiyah. Na een rit van vijf uur komen we aan in het dorp Bangun Sari. Ons negenkoppig team wordt opgevangen bij een familie, waar we de nacht doorbrengen. Onder het geluid van dikke regendruppels die op het aluminium dak boven mijn hoofd tikken, val ik in slaap. 

De volgende ochtend ga ik met het reddingsteam mee naar de rubberplantage waar de orang-oetan, een wijfje, is gesignaleerd. We zoeken drie uur lang – tevergeefs. Uitgeput keren we terug in het dorp. Maar veel tijd om bij te komen krijgen we niet. Er komt een nieuwe melding binnen, en meteen spoedt het crisisteam zich weer naar de plantage. Eenmaal aangekomen, komt het team onmiddellijk in actie. Ik kan ze amper bijbenen door de dikke modder. 

Bij het dorp Bangun Sari in de provincie Atjeh wordt orang-oetan Linda, die verdwaald was op een rubberplantage, verdoofd. Dierenarts Tengku ‘Jeni’ Adawiyah en collega’s voeren daarna een volledige medische check uit op het vijftienjarige wijfje Linda.

Even later zien we haar zitten, hoog in een boom: het majestueuze orang-oetanwijfje. Door aan de takken te schudden en te roepen hopen de reddingswerkers haar naar beneden te lokken. Wanneer ze in het vizier komt, vuurt HOCRU-lid en gespecialiseerd sluipschutter Rudi een verdovingspijl af. Raak! Het dier stribbelt nog even tegen, maar geeft zich uiteindelijk over en valt verslapt in een gespannen net. 

Hulptroepen Demun en Bedul staan al klaar om de orang-oetan op te vangen. Het wijfje is echter bijzonder zwaar, en doordat de ondergrond steil en glad is, glijden we met zijn allen naar beneden. Het dier probeert nog een arm omhoog te zwaaien uit protest, maar valt dan toch in slaap. De mannen krabbelen op en brengen haar naar dierenarts Jeni voor een grondige medische controle. 

Het vrouwtje, waaraan het team algauw de naam Linda geeft, blijkt blind te zijn aan één oog en heeft meerdere schotwonden op haar lichaam. Jeni oordeelt dat ze verder volledig gezond is, en dus klaar is om onmiddellijk terug te gaan naar het oerwoud. Het is een race tegen de klok om de orang-oetan te verplaatsen naar de jeep voordat de verdoving is uitgewerkt. De hoge luchtvochtigheid en de extreme hitte maken het werk er niet bepaald gemakkelijker op. 

Even later doet zich een ander probleem voor: een palmolieplantage blokkeert onze weg naar het beschermde Tenggulun-oerwoud, waar Linda veilig kan worden vrijgelaten. Teamleider Bedul belt het Indonesische natuurbeschermingsagentschap BKSDA en vraagt toestemming om over de plantage te rijden – dat scheelt ons namelijk weer vier uur. Wanneer we op de plaats van bestemming zijn aangekomen, wordt de kooi tegen een boom geplaatst. Zodra de deur wordt geopend, springt de orang-oetan uit de kooi en verdwijnt ze als een flits tussen de bladeren. Het team keert terug naar onze gastheren voor de nacht. Iedereen is moe maar voldaan. 

“Anatomisch zijn orang-oetans vrijwel gelijk aan de mens. We kunnen dus dezelfde operatietechnieken gebruiken. ”

door Andreas Messikommer, orthopedisch chirurg

Ik bezocht Sumatra voor het eerst als toerist in 2018. Nooit eerder had ik een orang-oetan gezien, zelfs niet in de dierentuin. In het dorp Bukit Lawang in Noord-Sumatra, dat bekendstaat om de orang-oetans die er in de buurt zijn te vinden, huurde ik een gids in voor een dag in de hoop er een te ontmoeten. We werden rijkelijk beloond: tijdens een hete, vochtige jungletocht zagen we maar liefst zeven Sumatraanse orang-oetans (Pongo abelii). Toen ik oog in oog kwam te staan met een van de dieren, kreeg ik meteen een gevoel van verbinding en herkenning. Het was alsof ik mezelf zag, maar dan een paar duizend jaar geleden. Dat is niet zo vreemd, want maar liefst 97 procent van het DNA van orang-oetans komt overeen met dat van mensen. 

Hoewel orang-oetans veel op ons lijken, zijn het menselijke handelingen die deze mensaap fataal worden. Van de Sumatraanse orang-oetan en de Tapanuli-orang-oetan (P. tapanuliensis), die pas in 2017 als een aparte soort werd beschreven en eveneens alleen op Sumatra voorkomt, leven er nog slechts zo’n veertienduizend in het wild – beide soorten gelden dan ook als ernstig bedreigd. (Datzelfde geldt voor de derde soort, P. pygmaeus, die uitsluitend voorkomt op Borneo en waarvan er nog ongeveer 54.000 in het wild leven.) 

Op Sumatra is de populatie orang-oetans gestaag gedaald, vooral doordat ze illegaal worden gehouden als huisdier en hun habitat almaar slinkt. Grote delen van het regenwoud op Sumatra worden omgezet in palmolie- of rubberplantages of moeten wijken voor infrastructuur en mijnbouw. 

Niet alle orang-oetans die onder handen worden genomen door reddingswerkers kunnen worden uitgezet in het oerwoud. Orang-oetan Fahzren is al dertig jaar oud en komt uit een dierentuin in Maleisië, waar hij is opgegroeid. Hij wordt nu in een kruiwagen vervoerd naar het Quarantine Centre van het SOCP in Sibolangit. Als het afgeschermde natuurgebied Orangutan Haven is voltooid, zal hij daar de rest van zijn leven blijven.

Orang-oetans kunnen niet zonder dichtbegroeid regenwoud: ze bewegen zich voort via boomtoppen en teren voornamelijk op fruit, vegetatie en boomschors. Elke avond bouwen ze een nieuw nest in een andere boom om de nacht door te brengen. Doordat ze veel energie verbruiken, kunnen ze niet op één plek blijven om in hun voedselbehoefte te voorzien, maar moeten ze foerageren in de wijde omtrek. Dat wordt steeds lastiger: door de gestaag voortgaande ontbossing trekken de orang-oetans noodgedwongen naar plantages in een poging eten en een slaapplek te vinden. Plantage-eigenaren nemen evenwel geen halve maatregelen tegen de indringers: medewerkers nemen orang-oetans geregeld onder vuur, waarbij dieren soms zwaargewond raken. Niet zelden worden er dieren doorzeefd met kogels aangetroffen. 

Verschillende organisaties op Sumatra, waaronder het OIC, hebben hun krachten gebundeld om de getroffen orang-oetans op te lappen, weer uit te zetten en om, voor de langere termijn, een nieuwe, gezonde habitat te creëren waar wilde populaties kunnen gedijen. 

Een jaar na mijn eerste ontmoeting met een orang-oetan keerde ik terug op Sumatra om als fotojournalist het reddingswerk vast te leggen. Met Linda, het half blinde wijfje, liep het dus goed af, maar niet elke hulppoging kent een positief einde. Eén in het bijzonder staat me nog goed bij. 

Fahzren ligt op de operatietafel in het Quarantine Centre voor een medische check. 
De in 2002 geopende kliniek is gespecialiseerd in de behandeling van gewonde en geconfisqueerde orang-oetans. Door middel van jarenlange training worden ze zelfredzaam gemaakt.

In de provincie Atjeh, ten noordwesten van Medan, dwaalt een orang-oetan over een palmolieplantage. Doordat het hele dorp vastbesloten is mee te helpen, wordt het wijfje al snel waargenomen. Maar het dier kan niet zomaar worden verdoofd: ze heeft een jong in haar armen. Na enig overleg wordt toch voorzichtig een pijl afgevuurd, die de moeder treft. Een reddingswerker klimt onmiddellijk de boom in om de jonge aap op te vangen zodra het verdovingsmiddel zijn werk doet bij de oudere orang-oetan. 

De medische controle die vervolgens ter plaatste wordt uitgevoerd, wijst uit dat de moeder blind is. Ze is in haar ogen geschoten. Daarnaast heeft ze ook over haar hele lichaam schotwonden en is ze gestoken door scherpe voorwerpen in haar rechterarm en rechterbeen – hoogstwaarschijnlijk een teken dat medewerkers van de palmolieplantage haar eerder met geweld hebben willen verdrijven. Een andere mogelijkheid is dat handelaren haar hebben geprobeerd te doden: het komt vaker voor dat orang-oetanmoeders worden omgelegd, zodat hun baby kan worden meegenomen voor verkoop op de zwarte markt. Een levende orang-oetan wordt gezien als een statussymbool en levert veel geld op. 

“Hoewel orang-oetans veel op ons lijken, zijn het menselijke handelingen die deze mensaap fataal worden. ”

De moeder moet voor een spoedoperatie worden overgebracht naar het Orangutan Quarantine Centre in Sibulangit, op anderhalf uur rijden van Medan. Deze kliniek werd in 2002 speciaal ingericht voor orang-oetans door het Sumatran Orangutan Conservation Programme (SOCP), een samenwerkingsproject van de Zwitserse PanECO Foundation, de Indonesische overheid en de Indonesische ngo Yayasan Ekosistem Lestari. 

Op de weg naar de kliniek verschuift alle aandacht echter ineens naar de baby, waarvan de gezondheid snel achteruitgaat door ondervoeding. Ondanks de reanimatiepogingen van de Indonesische OIC-dokter Zulhilmi overlijdt de baby voor onze ogen. De rest van de rit is de stemming bedrukt. 

Het reddingsteam heeft de orang-oetan moeder inmiddels de naam Hope gegeven, in de hoop dat zij wel kan worden gered. Bij het Quarantine Centre worden we verwelkomd door SOCP-dierenarts Yenny Saraswati. Hope wordt snel naar binnen gebracht. Op de röntgenfoto is te zien dat ze maar liefst 74 schotwonden heeft, afkomstig van een luchtdrukgeweer. 

‘Ik vind die wonden afschuwelijk, maar ik maak me meer zorgen over Hopes gebroken sleutelbeen en een mogelijke infectie,’ zegt Saraswati. Het gebroken sleutelbeen heeft de luchtzak van Hopes longen doorboord en deze is hierdoor gaan infecteren. Een spoedige operatie is cruciaal. 

Brenda, hier zo’n drie maanden oud, werd als huisdier gehouden. Medewerkers van het Sumatran Orangutan Conservation Programme (SOCP) namen haar in beslag. Haar opperarmbeen is vermoedelijk door mishandeling doormidden gebroken. Ze wordt behandeld in het Orangutan Quarantine Centre, een kliniek voor gewonde orang-oetans in Sibulangit, niet ver van Medan.

Eerder op de dag werd Brenda, een orang-oetanbaby van slechts drie maanden oud die in gevangenschap leefde en daarom in beslag is genomen, al afgeleverd bij het centrum. Ze had een gebroken arm. Yenny besluit kordaat: ‘Ze moeten beide worden geopereerd, we moeten Andreas bellen.’ 

Andreas Messikommer is een Zwitserse orthopedisch chirurg en wordt speciaal ingevlogen om de orang-oetans te opereren. ‘Hope en Brenda zijn zeker niet mijn doorsnee patiënten, maar anatomisch zijn ze vrijwel gelijk aan de mens. We kunnen dus dezelfde operatietechnieken gebruiken,’ vertelt Messikommer wanneer hij arriveert in de kliniek. ‘Ik vind het heel dankbaar werk, op deze manier kan ik een bijdrage leveren aan de bescherming van de soort.’ 

Messikommer werkt al vijftien jaar nauw samen met het artsenteam van SOCP en hij helpt hen bij operaties wanneer nodig. De operatie van Hope is een gecompliceerd proces en neemt ruim vier uur in beslag. Het geïnfecteerde bot en weefsel dat in de luchtzak zit, wordt eerst nauwkeurig verwijderd, voordat Messikommer het sleutelbeen met een pin en zes schroeven weer op de juiste plek zet. Hope zal moeten bijkomen op de intensive care totdat zij volledig is hersteld. 

Op deze röntgenfoto in de SOCP-kliniek bij Medan is de breuk in de arm van babyorang-oetan Brenda goed te zien. Onder leiding van de Zwitserse orthopedisch chirurg Andreas Messikommer hebben SOCP-artsen (onder wie Yenny Saraswati, links) het opperarmbeen hersteld in een drie uur durende operatie. Brenda is te jong om in het wild te worden vrijgelaten en zal door verzorgers worden grootgebracht.

Met Brenda is het minder ernstig gesteld, maar ook zij moet worden behandeld door Messikommer en het SOCP-team. Brenda werd uit handen gered van een inwoner van Blang Pidie, aan de westkust van de provincie Atjeh in het noorden van Sumatra. Het opperarmbeen van de orang-oetanbaby is, vermoedelijk door mishandeling, volledig doormidden gebroken. Onder leiding van Messikommer wordt het armpje van de baby hersteld en in het gips gezet. Brenda is nog te jong om terug te gaan naar het oerwoud en zal in de kliniek moeten worden grootgebracht. 

Het Quarantine Centre van het SOCP speelt een belangrijke rol in de behandeling en opvang van gewonde en geconfisqueerde orang-oetans. Het doel is om de dieren na een training van drie tot zes jaar, afhankelijk van hun leeftijd, vrij te laten in het wild. Door gewonde of gevangengenomen orang-oetans te helpen revalideren en te leren overleven in het wild zouden nieuwe, gezonde wildpopulaties kunnen worden gevormd. 

Volgens de orang-oetanverzorgers zijn drie factoren bepalend bij de overweging of de dieren voldoende zijn voorbereid om zelfstandig te kunnen overleven in het wild: de vaardigheid om een nest te bouwen, de kans om genoeg voedsel te vinden en de mate waarin orang-oetans zich kunnen afscheiden van hun verzorgers. Veel orang-oetans zijn al op jonge leeftijd in de kliniek terechtgekomen en zijn daarom gewend aan de aanwezigheid van een team verzorgers. Overleven in het wild wordt dan een lastig verhaal. 

Bij zonsondergang wordt de achtjarige orang-oetan Diana opnieuw in het wild uitgezet langs de Atjehrivier in het Jantho Pine Forest. In 2014 werd ook al een poging gedaan, maar Diana had te veel moeite met het zelfstandig vinden van voedsel. Bovendien werd er malaria bij haar geconstateerd. Na enkele jaren van herstel in het Quarantine Centre hopen de SOCP-medewerkers nu op meer succes.

Een deel van de orang-oetans die zwaargewond zijn geraakt – zoals Hope – of die als huisdier zijn gehouden, zullen de rest van hun leven moeten doorbrengen onder toeziend oog van SOCP-medewerkers. Om ook deze dieren een goed leven te kunnen bieden, werkt het SOCP nu aan de ontwikkeling van een afgeschermd natuurgebied: Orangutan Haven. Hier zullen de orang-oetans niet in kooien, maar op verschillende aangelegde eilandjes leven. The Haven zal worden opengesteld voor publiek, mede om lokale bewoners informatie te geven over de krimpende orang-oetanpopulaties en het belang van hun behoud, want zonder de medewerking van de bevolking – en zeker ook de jongere generatie – is elke missie kansloos. De hoop is dat bewoners na een bezoek aan The Haven niet langer naar hun geweer grijpen zodra een orang-oetan de vruchten steelt uit hun tuintje, maar dat ze het reddingsteam bellen. 

Sinds de orang-oetankliniek van SOCP zeventien jaar geleden haar deuren opende, zijn meer dan 350 orang-oetans opgevangen en verzorgd, waarvan zo’n 270 weer zijn vrijgelaten in hun natuurlijke leefomgeving. 

Normaalgesproken leert een orang-oetanmoeder haar kinderen te overleven in het wild, maar hier neemt SOCP-arts Yenny Saraswati die ouderrol op zich. Bingtang (5) werd gevangen gehouden als huisdier en zijn longen zaten vol vocht. Na een intensieve behandeling van drie maanden wordt hem nu in het Quarantine Centregeleerd hoe hij in bomen moet klimmen.

‘Met elke orang-oetan die we kunnen vrijlaten in het wild leveren we een grote bijdrage aan een nieuwe, zelfredzame wildpopulatie op Sumatra. Dat geeft goede hoop voor de toekomst van de orang-oetans op dit eiland,’ zegt SOCP-directeur Ian Singleton op het bitterzoete moment waarop zes orang-oetans na een lange training in het Quarantine Centre weer in het wild worden uitgezet. 

Via Orangutan Reintroduction Centres van het SOCP in Nationaal Park Bukit Tigapuluh en het natuurreservaat Jantho Pine Forest worden twee nieuwe populaties gevormd op plekken waar oorspronkelijk ook orang-oetans in het wild leefden, maar waar deze in de laatste jaren niet meer te vinden waren. ‘Het doel is om twee nieuwe wildpopulaties te hebben die bestaan uit minstens 250 zich voortplantende orang-oetans, het liefst 350 om echt te kunnen spreken van zelfredzame populaties op lange termijn,’ aldus Singleton. In het tempo waarin orang-oetans momenteel worden gered en vrijgelaten door de Sumatraanse reddingswerkers, zal dit over zo’n vijftien jaar gerealiseerd zijn, denkt hij. Er is een goede kans dat op deze manier wordt voorkomen dat de orang-oetan zal uitsterven, mits, zegt Singelton, de Indonesische overheid het regenwoud beter beschermt en verdere ontbossing helpt voorkomen. ‘Elk dier en elke hectare regenwoud telt. Met wat hulp van de mens kunnen we ons doel bereiken.’ 

Fotojournalist Alain Schroeder werkt al enige jaren vanuit diverse locaties in Azië. Voor National Geographic maakte hij reportages over onder meer Brussel (7-2010) en Belgisch kristal (1-2016). Redacteur Esmee van Dijk bewerkte zijn verslag. 

Dit artikel verscheen in de augustus 2019 editie van National Geographic Magazine. 

Lees verder

Oog in oog met orang-oetans op Sumatra
Indonesië

Oog in oog met orang-oetans op Sumatra

Het Indonesische eiland Sumatra is minder toeristisch dan Bali of Java, maar extreem populair onder liefhebbers van natuur, vulkanen en... orang-oetans!
Lees meer