Japanse makaken: van heilig dier tot bron van vermaak?

Makaken zijn al eeuwenlang onderdeel van de Japanse cultuur. Maar de heilige ‘sneeuwapen’ worden niet overal meer in ere gehouden.vrijdag 20 maart 2020

Door Rene Ebersole
Foto's Van Jasper Doest

Dit artikel verscheen in de maart 2020 editie van National Geographic Magazine.

De apen dragen voetbalshirtjes.

Zes aangelijnde Japanse makaken staan rechtop op het veld en schoppen, aangemoedigd door hun trainers en het publiek, gehoorzaam de bal heen en weer tijdens een wedstrijd ‘Japan- Brazilië’.

De apen in het blauw (Japan) ogen wat robuuster; uit het gat in het zitvlak van hun sportbroek steekt een stevige staart. Maar het gele team (Brazilië) is supersnel, vooral nadat de speler met rugnummer tien is opgehouden met het aflikken van zijn handen. Nummer tien verovert de bal, haalt uit en scoort het winnende doelpunt. Het Japanse team buigt beleefd en het publiek barst in lachen uit.

Dit is slechts een van de vele voorprogramma-acts in Nikko Saru Gundan, een attractiepark langs een snelweg in de Japanse stad Nikko. Tijdens een wandeling over het terrein zie ik nog een makaak in een oranje joggingpak met een luier eronder een potje airhockey spelen met een vijfjarige bezoeker, die dik verliest. Zodra de puck zijn kant op komt, schuift de aap de schijf hard in het doel van zijn tegenstander. Een andere aap deelt briefjes met wijze spreuken uit. Op een buitenpodium neemt een mannetje in kimono machoposes aan en springt behendig over hoge hindernissen.

Dan is het tijd om in de rij te gaan staan voor de grote zaal, waar Yuria Suzuki en haar trouwe primaat Riku zullen optreden. Het tweetal speelt onder meer een parodie op een populaire Japanse politieserie. Hoofdinspecteur Suzuki stuurt agent Riku naar een plaats delict, waarop Riku achter een gordijn verdwijnt en terugkomt met een (rubberen) slagersmes in zijn schedel. Hierop volgt een circusact waarin Riku, gekleed in een gestippelde blauwe broek en een vestje van roze satijn, van de ene hoge trap op de andere springt en een eenarmige handstand doet op een lange, wiebelende stok. De show in Nikko Saru Gundan wortelt in de traditionele Japanse cultuur.

De acts zijn voortgekomen uit een vorm van vermaak die bekendstaat als sarumawashi, of apendans, en deze is weer gebaseerd op het geloof dat de saru (aap) paarden beschermt en een schakel vormt tussen goden en mensen. De apen zouden kwade geesten verjagen en voorspoed aantrekken. Duizend jaar geleden al werden in theaters naast kabuki- ook sarumawashi-optredens aangeboden.

In het hedendaagse Japan is de spirituele betekenis van deze shows echter naar de achtergrond verdwenen. De apenshows van nu doen denken aan circusacts. Op veel plekken traint men de dieren door gewenst gedrag te belonen. Soms, zegt Keiko Yamazaki, worden apen zelfs mishandeld. Yamazaki is bestuurslid bij de Japanse Coalitie voor Dierenwelzijn en algemeen directeur van het Animal Literacy Research Institute, een denktank die onderzoek doet naar hoe dieren het leven ervaren. Ze signaleert dat er minder aandacht is voor apen die met een luier om op Japanse podia rondwaggelen dan voor bijvoorbeeld de circusberen die halsbrekende toeren moeten uithalen in China. Door mensen gehouden apen vallen weliswaar onder de Japanse dierenwelzijnswet, maar die is vooral gericht op meer gangbare huisdieren.

‘De meeste dierenwelzijnsorganisaties zetten zich in voor puppy’s en kittens,’ zegt Yamazaki. ‘Ze willen dat er geen dieren meer worden afgemaakt in asiels. Wij willen een wet die van toepassing is op álle dieren, ook die in de veehouderij, dierentuinen en laboratoria.’

Japan heeft eeuwenoude tradities op het gebied van dieren en vermaak, maar respect voor dat culturele erfgoed mag er niet toe leiden dat apen niet onbeschermd blijven tegen mishandeling, aldus Yamazaki. ‘Het is als met het circus. Vroeger werden circusdieren met harde hand getraind. De apenshows van nu zijn niet veel beter. Maar cultuur is iets wat zich ontwikkelt, het staat allemaal niet in steen gebeiteld.’

De 21ste-eeuwse versie van sarumawashi omvat apen in kanten jurkjes die achterwaartse salto’s maken op straatfestivals en Nikko Saru Gundan-leerlingen die zogenaamd wiskundesommen maken of pianospelen in YouTube- filmpjes. Zo zie ik tijdens een negendaagse sarumawashi-rondreis hoe apen in een bar in Utsunomiya rondgaan met glazen koud bier en warme handdoekjes. Ze dragen maskers van papier-maché, onder meer van Donald Trump.

Wilde Japanse makaken zijn robuuste dieren; niet voor niets worden ze ook wel sneeuwapen genoemd. Ze weten zich te handhaven op een breedtegraad waar geen andere niet-menselijke primaat het redt. In Jigokudani Monkey Park, drieënhalf uur rijden van Tokio, op zo’n 850 meter boven zeeniveau, drommen toeristen samen om foto’s te maken van apen die met berijpte vacht in warmwaterbronnen zitten – een beeld dat in veel bladen en natuurdocumentaires opduikt.

Japanse makaken komen in bijna het hele land voor – dus ook in de subtropische bossen in het zuiden. Het zijn omnivoren: ze eten bladeren, fruit, insecten, boomschors en aarde. Onder boeren hebben ze een slechte naam.

Jaarlijks lopen boeren voor miljoenen euro’s aan omzet mis door engai; de schade die apen veroorzaken aan de oogst van vooral fruit en groente. Met hekken, vogelverschrikkers en vuurwerk proberen telers de dieren weg te houden. In bepaalde gebieden mogen gedupeerde boeren de hulp inroepen van bedrijven die plaagdieren vangen en doden. Volgens het ministerie van Milieu worden er in Japan jaarlijks ruim negentienduizend apen gedood. Als gevolg hiervan zijn er veel verweesde jongen, die soms door bezorgde burgers worden opgevangen en uiteindelijk in apenshows belanden.

Op een middag maak ik met Shuji Murasaki (72) een korte wandeling op een landweg even buiten Yamaguchi. Mijn metgezel stopt bij een weiland en gebaart naar een metalen kooi, vier stadsbussen groot. Het is een makakenval. Ze worden er met voedsel naar binnen gelokt.

Een week eerder hebben de dorpelingen een stuk of tien apen gevangen, vertelt Murasaki. Wat ze ermee hebben gedaan, weet hij niet – waarschijnlijk zijn ze afgeschoten. Hij had liever gezien dat ze naar een dierentuin waren gebracht. Twee heel jonge aapjes zijn gespaard. Ze zijn opgevangen door zijn zoon Kohei. Die gaat ze trainen voor voorstellingen, zegt hij.

Murasaki, mensenrechtenactivist en voormalig acteur, behoort tot een groepje mensen dat de sarumawashi-traditie nieuw leven inblies toen die in de jaren zestig dreigde te verdwijnen. Hij is inmiddels met pensioen en heeft zijn passie voor de spirituele kant van sarumawashi overgedragen op Kohei. Hun voorstellingen dragen authentieke oosterse denkbeelden uit, zegt Murasaki. ‘De dieren vormen een schakel tussen het publiek en God – het is een ceremonie.’

Volgens Japanse opvattingen kunnen dieren geluk brengen, vervolgt hij, en bij een traditionele sarumawashi-show heeft elke truc betekenis. Zwaait de trainer de aap aan de armen rond, dan wordt de zaal gereinigd. Springt een aap door twee hoepels, dan verspreidt hij hoop en een lang leven. Op stelten lopende apen brengen geluk en gezondheid voor het nageslacht.

Zelfs op de eenvoudigste trucs moeten de makaken soms meer dan een jaar oefenen, vertelt Murasaki. Eerst moet de aap op een krukje leren zitten. Gehoorzaamt hij, dan prijst de trainer hem uitvoerig en knuffelt hem. Daarna moet hij leren rechtop te lopen. ‘Heel onnatuurlijk voor apen,’ zegt Murasaki. Soms moet een aap maandenlang bij de hand worden gehouden.

Langzaam werken trainer en aap toe naar ingewikkelder bewegingen en houdingen. Eerst leren ze lopen op korte stelten, dan op wat langere. Bij Murasaki en zijn zoon bepalen de apen het tempo, want het alternatief – schreeuwen of slaan – zou de vertrouwensband schaden.

Maar de ene trainer is de andere niet. Tijdens mijn bezoek aan Nikko Saru Gundan hoorde ik van Tsuyoshi Oikawa, die er al twintig jaar trainer is, dat dierenverzorgers de apen van oudsher met harde hand aan zich onderwierpen. Ze schreeuwden tegen de apen en beten ze soms. Naar eigen zeggen traint Oikawa de dieren op speelse wijze en corrigeert hij ze alleen met zijn stem. ‘We behandelen ze als onze kinderen. Doen ze het goed, dan geef ik een compliment. Bij ongewenst gedrag krijgen ze een standje.’

Wereldwijd is er kritiek op attracties als Nikko Saru Gundan, velen vinden het immoreel om wilde dieren in gevangenschap te houden en ze te laten optreden. ‘De wereld keert zich af van dierenshows. Daarom houden veel circussen ermee op,’ zegt Jason Baker van de internationale dierenrechtenorganisatie People for the Ethical Treatment of Animals. ‘Keer op keer blijkt dat overheden dierenbescherming niet serieus genoeg nemen. Dat geldt zeker ook voor Japan, met zijn zwakke wetgeving. Er is geen controle op leefomstandigheden, trainingsmethoden of het weghalen van jongen bij de moeder. Ook is onduidelijk wat er gebeurt met dieren waarvoor geen plek meer is in de entertainmentindustrie.’

Mensen die vrezen dat bij deze vorm van traditioneel vermaak het dierenwelzijn in het gedrang komt, begrijpen volgens trainer Oikawa niet waar het bij sarumawashi om draait. ‘Wij zijn dol op onze apen, we hebben dezelfde belangen als zij,’ zegt hij. ‘We gebruiken geen hardhandige trainingsmethoden.’

Dierentrainer Satoshi Harada werkte mee aan diverse apenshows voordat hij directeur en dierencoach werd bij Senzu No Sarumawashi, een apenshowbedrijf dat optredens verzorgt op straatfestivals, scholen en feesten. In zijn kantoor in Kawasaki legt hij uit dat stressvolle situaties bij de training worden voorkomen, door goed gedrag te stimuleren en door de apen liefdevol te behandelen. Dat houdt soms zelfs in dat trainers bij heel jonge dieren blijven slapen.

Harada brengt me naar de repetitieruimte en stelt me voor aan zijn collega’s en hun luiers dragende medewerkertjes, waaronder vier baby-apen. Het trainingsschema, vertelt hij, is strak: twee uur ’s ochtends en twee uur ’s middags, behalve op dagen dat de apen optreden.

Eerder die ochtend vergaapte ik me aan de acrobatische kunsten van de dieren. Ze gaven een optreden in de gymzaal van een school, voor driehonderd kleuters in kleermakerszit. Ster van de show was Ponzo, een makaak die in zwarte overall en een felgeel vestje over het podium paradeerde op stelten die zo hoog waren dat hij boven Harada uittorende. Ook buitelde hij over een jeugdige vrijwilliger heen die op een stoel had plaatsgenomen. Bij elke perfect uitgevoerde truc kraaiden de kinderen van plezier. ‘Ankoru! Ankoru!’ gilden ze. ‘Nog een keer! Nog een keer!

Terug in het kantoor van Senzu deden de trainers de apen de luiers af en sloten ze de dieren op in de rode metalen kooien waarin de dieren verblijven als ze niet optreden. De trainers werken de dagelijks terugkerende taken af: ze verwijderen de sterk ruikende uitwerpselen uit de metalen lekbakken onder de kooien en bereiden het avondeten voor hun artiesten: partjes sinaasappel, appel en banaan. De dieren krijgen dat allemaal tegelijk voorgezet in kommen. Dan is het vijf uur, tijd om naar huis te gaan. Morgenvroeg zijn de trainers terug om het ontbijt klaar te maken en de volgende voorstelling voor te bereiden. 

Rene Ebersole schrijft over wildcrime. De Nederlandse fotojournalist Jasper Doest volgt Japanse makaken al jarenlang; in 2019 won hij een Wildlife Photographer of the Year Award voor dit project.

Lees meer