Babyboom bij bedreigde antilopensoort geeft reden tot hoop

In 2019 werden er in een kudde saiga-antilopen in Kazachstan slechts vier kalveren geboren. Maar dit jaar ontdekten wetenschappers vijfhonderd pasgeboren kalfjes – een aanwijzing dat maatregelen ter bescherming van de soort lijken te werken.

Tuesday, June 23, 2020,
Door Jason Bittel
De saiga-antilope (op de foto een kalf in Rusland) leeft op de steppen of het droge ...

De saiga-antilope (op de foto een kalf in Rusland) leeft op de steppen of het droge grasland van Oost-Europa en grote delen van Centraal-Azië.

Foto van Igor Shpilenok, NPL/Minden Pictures

Sinds 2007 speuren wetenschappers het Oestjoert-plateau in Kazachstan af op tekenen van baby-antilopen. Maar omdat de saiga-antilopen op deze hoogvlakte de kleinste en meest bedreigde populatie van het land vormen, zijn de resultaten van hun speurwerk meestal niet erg bemoedigend.

In 2018 ontdekten de wetenschappers dat er op deze zuidwestelijke steppen niet meer dan 58 kalveren waren geboren. In 2019 daalde dat cijfer naar slechts vier. 

Juist door die dramatische afname is de ontdekking van 530 saiga-kalveren in mei van dit jaar een veelbelovend teken van een mogelijke babyboom bij een diersoort die door de jacht bijna was uitgestorven.

Nog in de jaren tachtig zwierven er miljoenen volwassen saiga-antilopen – herkenbaar aan hun enigszins komisch aandoende neusslurf – over het Oestjoert-plateau. Maar nadat de Sovjet-Unie ineen was gestort, nam de vraag naar de hoorns van deze antilopen sterk toe. Stropers trokken naar het gebied om de Aziatische markt voor traditionele heelmiddelen van hoorns te voorzien, waardoor de populatie saiga-antilopen in haar hele Centraal-Aziatische verspreidingsgebied met uitsterving werd bedreigd.

In 2015 brak er een dodelijke bacteriële infectie onder de antilopen uit, waardoor nog eens 200.000 van deze dieren, die niet veel groter worden dan geiten, stierven en hele kudden werden gedecimeerd. In één klap verdween ruim zeventig procent van de nog resterende populatie. Maar in een veelbelovende ommekeer bleek uit een telling in 2019 dat de Kazachstaanse populatie weer was aangezweld tot 334.400 exemplaren – ruim tweemaal zoveel als het aantal saiga-antilopen dat in de beide voorgaande jaren was geteld.

Twee van de ruim vijfhonderd kalveren die dit voorjaar op het Oestjoert-plateau in Kazachstan zijn geboren, liggen in het gras.

Foto van Bakhtiyar Taikenov / AСBK

Niet alleen is het grote aantal pasgeboren kalveren van dit jaar een goed teken, ook het aantal volwassen exemplaren dat deze jongen hebben voortgebracht, is groter dan in de afgelopen tien jaar in de regio is waargenomen, zegt Albert Salemgareyev, saiga-specialist van de ngo Association for the Conservation of Biodiversity of Kazakhstan (ACBK). 

“Dit is voor ons heel bemoedigend,” zegt Saken Dildakhmet, voorlichter van het Comité voor Bosbouw en Wild van de Kazachstaanse overheid, in een videogesprek. (Fariza Adilbekova, nationaal coördinatrice van de ngo Altyn Dala Conservation Initiative, heeft de uitspraken van Dildakhmet voor ons vertaald.)

“Dankzij de strikte bescherming en patrouilles door opzichters van de overheid die na de massale sterfte zijn ingevoerd, zien we elk jaar een gestage groei van de populatie saiga-antilopen,” zegt Dildakhmet.

Instortende populatie

Hoewel de stroperij is afgenomen, worden de zandkleurige antilopen nog altijd met talloze bedreigingen geconfronteerd. Een van de grootste gevaren zijn ingrepen van de mens. 

In 2014 richtte de Kazachstaanse overheid omheiningen op langs de grens met Oezbekistan om de smokkel en drugshandel tegen te gaan. 

“Dat heeft eigenlijk nooit gewerkt, want het is zó’n afgelegen gebied en de omheiningen bestaan uit prikkeldraad,” zegt E.J. Milner-Gulland, onderzoeker natuurbehoud aan de University of Oxford en voorzitter van de Saiga Conservation Alliance. “Maar de omheiningen werkten wél als vallen voor saiga-antilopen.”

Deze trekdieren overwinteren in het mildere Oezbekistan en trekken vervolgens weer noordwaarts naar Kazachstan, waar ze zich vanaf eind april voortplanten en kalveren baren. Maar door de grensafbakeningen nam de migratie met de helft af, hoewel er bewijzen waren dat vastberaden dieren manieren vonden om een doorgang te vinden. “Onze specialisten ontdekten saiga-haren op de omheiningen,” zegt Adilbekova, “en bloed.”

Ook snelwegen en andere ingrepen van de mens hinderen de trek van de antilopen.

Enkele jaren geleden kregen Salemgareyev, Adilbekova en hun collega’s toestemming van de regering om gaten in de omheiningen aan te brengen, waardoor de antilopen de grens konden oversteken. Maar om een of andere reden maakten de saiga’s daar niet gebruik van – tot de afgelopen winter. 

“Dit jaar hoorden we het nieuws van onze Oezbeekse collega’s,” zegt Salemgareyev. “Een groep saiga-antilopen was aan de andere kant van de grens opgedoken.”

“Op de rand van de afgrond”

Als we bedenken hoeveel saiga-antilopen in vroeger tijden over deze steppen zwierven, is een paar honderd pasgeboren kalfjes een zeer klein aantal, zegt Milner-Gulland, die niet bij de ontdekking was betrokken. Maar in een decennium waarin veel experts vreesden dat de populatie op het Oestjoert-plateau snel zou kunnen uitsterven, is het een veelbelovend teken.

De populatie saiga-antilopen balanceert nog altijd “op de rand van de afgrond, maar het gaat de goeie kant op,” zegt zij. “Elke babysaiga is goed nieuws.”

Naarmate hun onderzoek vordert, komen de wetenschappers steeds meer te weten over de levenscyclus van deze soort. “Elk jaar ontdekken we weer iets nieuws,” zegt Salemgareyev. Onlangs stuitten hij en zijn collega’s in het westen bij toeval op een kudde van circa vijfduizend saiga-antilopen van de Oeral-populatie; hun geblaat was volgens hem zó luid dat de onderzoekers elkaar niet konden verstaan.

Aanvankelijk leek een kudde van die omvang niet zo ongebruikelijk, totdat de wetenschappers beseften dat het uitsluitend om mannetjes ging (die hoorns hebben). Salemgareyev zocht in de wetenschappelijke literatuur naar soortgelijke waarnemingen en kon geen eerdere vermeldingen van het fenomeen vinden. Volgens zijn hypothese gaan de mannetjes in de kalvertijd hun eigen weg. De onderzoekers ontdekten ook dat in sommige gebieden vooral mannelijke kalveren worden geboren, een duidelijke verandering vergeleken met gegevens van twintig jaar geleden.

Ondanks de vele vragen die er nog zijn, is één ding over de saiga-antilope zeker: “Het is een echte overlever,” zegt Milner-Gulland. “Het is een soort die meerdere keren klappen heeft gekregen, maar telkens weer opkrabbelt.”

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer