Leeuwen die vee aanvallen worden meestal herplaatst, vaak met dodelijke afloop

Uit nieuw onderzoek blijkt dat leeuwen vaak sterven nadat ze zijn herplaatst. Toonaangevende natuurbeschermers roepen dan ook op tot een verandering van tactiek.

Gepubliceerd 25 mrt. 2021 15:08 CET
lion-relocation

De leeuwen op deze foto zijn verdoofd en naar wildreservaten in Mozambique gevlogen. Relocatie kan stressvol zijn voor de dieren. Het herplaatsen van leeuwen die vee eten, is niet heel succesvol gebleken.

Foto van Ami Vitale

Natuurbeschermer Glyn Maude weet dat je je als wetenschapper niet moet hechten aan je onderzoekssubjecten. Maar hij en zijn collega’s konden het niet laten om te duimen voor een zesjarige leeuwin die zij Magigi noemden (Botswaans voor ‘tovenaar’) vanwege haar gewoonte om te verdwijnen.

Nadat ze meermaals vee had gedood buiten het dorp Bere, namen de Botswaanse autoriteiten haar gevangen en lieten haar zo’n 120 kilometer verder los in het Central Kalahari Game Reserve, ver van de mensen. Magigi bracht het grootste deel van haar tijd door binnen de beschermende grenzen van het reservaat. Maar ongeveer een jaar na gevangenneming verliet ze het reservaat op zoek naar vee. Ze werd doodgeschoten door een boer.

‘We hoopten dat ze uiteindelijk zou overleven,’ zegt Maude, de oprichter van Kalahari Research and Conservation, een non-profitorganisatie in Botswana die zich inzet voor wilde dieren. ‘Maar het mocht niet zo zijn. Helaas gaat het vaak zo.’

Nieuw onderzoek dat Maude en zijn collega’s hebben uitgevoerd, bevestigt dat Magigi's tragische verhaal de norm is voor veel herplaatste leeuwen. Al decennialang gebruiken wildbeheerders in een aantal Afrikaanse landen relocatie als een humane manier om af te rekenen met leeuwen die herhaaldelijk vee doden. (Leeuwen die mensen aanvallen, worden ingeslapen.) Maar het nieuwe onderzoek toont aan dat de meeste leeuwen na hun relocatie doorgaan met jagen op vee en het levensonderhoud van dorpelingen in gevaar brengen.

Bovendien stierven de meeste van de dertien herplaatste leeuwen die door het team van Maude in Botswana werden gevolgd binnen een jaar na hun relocatie. Sommige werden door mensen gedood, terwijl andere waarschijnlijk bezweken aan de stress die de relocatie veroorzaakte.

‘De regering kiest voornamelijk voor deze handelswijze, omdat ze geen leeuwen wil afschieten,’ zegt Maude. ‘Tegenwoordig wordt er veel gebruikgemaakt van andere methoden dan afschieten.’

In heel Afrika is het aantal leeuwen in de afgelopen twee decennia met 43 procent afgenomen. Nu zijn er nog maar 23.000 dieren. Daarvan leven er ongeveer drieduizend in Botswana. De sterke daling is vooral te wijten aan ontwikkeling (het leefgebied van leeuwen beslaat nu nog slechts acht procent van hun historische habitat), een afname van het aantal prooidieren en het doden van de dieren uit vergelding. ‘Het is belangrijk dat we geen kritiek leveren op een regering die leeuwen probeert te herplaatsen in plaats van ze ter plekke dood te schieten,’ aldus Maude. ‘In de meeste gevallen loont relocatie echter niet. We moeten daarom vindingrijker zijn en buiten de gebaande paden denken om met effectievere oplossingen te komen.’

Antwoorden nodig

In het algemeen levert relocatie van carnivoren die problemen geven, van tijgers in India tot wolven in de Verenigde Staten, gemengde of ontmoedigende resultaten op. Uit een beoordeling in 1997 van studies uit de hele wereld kwam naar voren dat de meeste grote carnivoren huiswaarts proberen te keren. Zelfs als dat betekent dat ze honderden kilometers moeten afleggen of daarbij het leven laten. In een onderzoek uit 2011 naar tien carnivoren werd ook geconcludeerd dat het herplaatsen van dieren meestal duurder en minder doeltreffend is dan alternatieve oplossingen.

Onderzoek naar andere grote katachtigen in Botswana bekrachtigt deze wereldwijde bevindingen. Uit één studie bleek dat drie van de vier herplaatste luipaarden waren gestorven en dat de vierde weer vee ging doden. Een ander artikel wees uit dat slechts twee van de elf jachtluipaarden langer dan een jaar wisten te overleven nadat ze waren herplaatst.

Volgens Lise Hanssen, coördinator van het Kwando Carnivore Project in Namibië, komt relocatie in feite neer op ‘het dumpen van carnivoren en hopen op het beste resultaat.’ Zij was niet bij het nieuwe onderzoek betrokken.

Naar leeuwen is echter nog heel weinig onderzoek gedaan, afgezien van een paar studies die tientallen jaren geleden werden gepubliceerd en die meestal geen overtuigende resultaten opleverden. Hoewel leeuwendeskundigen al lang vermoeden dat relocatie vaak mislukt, was deze overtuiging tot nu toe meestal gebaseerd op anekdotisch bewijsmateriaal. Maude: ‘We wilden allemaal gewoon antwoorden.’ 

Maude en Mompoloki Morapedi, een Botswaanse leeuwenbeschermer, en hun collega’s gingen samenwerken met partners van het Department of Wildlife and National Parks van Botswana. Met behulp van halsbanden met GPS-tracker volgden ze dertien leeuwen die vee doodden. De zeven mannetjes en zes vrouwtjes, waaronder Magigi, werden van 2013 tot en met 2017 herplaatst in het zuiden van Botswana. Alle dertien werden overgebracht naar wildreservaten die gemiddeld zo’n 150 kilometer verwijderd waren van de plaats waar zij werden gevangen.

De onderzoekers waren verbaasd te zien dat zes leeuwen onmiddellijk na hun vrijlating opnieuw vee gingen doden. Ze moesten opnieuw worden gevangen en elders weer worden vrijgelaten. Eén leeuw moest tot drie keer toe worden gevangen en sommige andere leeuwen wisten de weg terug naar huis te vinden.

Nog ontmoedigender is dat tien van de dertien dieren binnen een jaar na hun relocatie stierven. Vijf werden door boeren gedood als vergelding voor het plunderen van vee. De onderzoekers vermoeden dat de andere vijf leeuwen waarschijnlijk verzwakt waren door de stress doordat ze zich plotseling alleen in een vreemd gebied bevonden waar andere leeuwen leefden. Dat leidde mogelijke tot confrontaties en concurrentie. Van de overgebleven drie leeuwen verloor er één zijn halsband (mogelijk tijdens een gevecht met een andere leeuw). Bij een andere hield de tracker op met zenden, waardoor het lot van die leeuw onbekend is. Slechts één leeuw was er na twee jaar nog.

De nieuwe studie doet twijfels rijzen over het nut van het herplaatsten van leeuwen. Dat zegt Florian Weise, die onderzoek doet naar carnivoren in het zuiden van Afrika en niet bij het werk betrokken was. ‘Het doel van relocatie is het aantal veedieren dat door roofdieren wordt gedood te verminderen en tegelijkertijd de roofdieren in leven te houden, zodat ze een bijdrage kunnen blijven leveren aan de genenpoel van wilde leeuwen,’ zegt hij. ‘Dit wordt niet bereikt als de meeste leeuwen snel na hun vrijlating sterven of doorgaan met het doden van vee.’

Amy Dickman is bioloog aan de Universiteit van Oxford en was ook niet bij het onderzoek betrokken. Ze voegt eraan toe dat zelfs als leeuwen de relocatie overleven, dit slechts een gedeeltelijk inzicht geeft in de gevolgen, omdat hun plotselinge aanwezigheid in een nieuw landschap de bestaande leeuwenpopulaties daar kan ondermijnen. Volgens Dickman zouden nieuwkomers de leeuwen die er al zijn kunnen doden of verjagen. En als ze weer op vee gaan jagen, kan dit de kans op vergelding tegen alle leeuwen vergroten.

Slechte uitkomsten voorkomen

In plaats van de leeuwen te herplaatsen, moet er volgens Maude en anderen juist voor worden gezorgd dat leeuwen minder vaak vee tegenkomen en doden. In verschillende Afrikaanse landen worden preventieve maatregelen getest, zoals het aanstellen van leeuwenwachters om de carnivoren in de gaten te houden, het aanleggen van leeuwenbestendige omheiningen, het versturen van sms-waarschuwingen over leeuwen en herders leren om vee weg te houden uit risicogebieden.

Elke situatie is anders. Daarom moeten natuurbeschermers rechtstreeks met de gemeenschappen samenwerken om de oorzaak van het probleem vast te stellen en oplossingen aan te dragen. Dat zegt Moreangels Mbizah, directeur van Wildlife Conservation Action, een non-profitorganisatie in Zimbabwe die de co-existentie tussen mens en dier bevordert. Mbizah was niet bij het onderzoek betrokken.

‘Als de gemeenschap eenmaal meedoet, staan de mensen aan jouw kant. Ook als het niet voor honderd procent lukt om het doden van vee te voorkomen. De kans is dan groot dat er geen vergelding tegen leeuwen zal zijn,’ aldus Mbizah.

Volgens Hanssen moeten niet alleen overheidsdiensten die zich met wilde dieren bezighouden, maar waar nodig ook andere afdelingen bij de aanpak van de onderliggende oorzaken van het probleem worden betrokken. ‘In het noordoosten van Namibië hebben we vastgesteld dat de nederzettingen en landbouwpraktijken van de bevolking in hoge mate bijdragen tot conflicten,’ zegt ze. ‘Als de bestemming van land op de juiste manier wordt aangegeven, dan zou dit een groot verschil maken in het conflict tussen mensen en leeuwen.’ 

Hanssen: ‘De relocatie van leeuwen legt de volledige last van het conflict tussen mensen en leeuwen bij de natuurbeschermingsinstanties, terwijl het een veel complexer probleem is.’

Maar Dennis Ikanda, leeuwenbioloog aan het Tanzania Wildlife Research Institute, zegt dat relocatie in bepaalde situaties nog steeds een haalbare optie kan zijn, vooral als een dier of troep te maken krijgt met vergelding en er geschikte locaties in de buurt zijn waar geen andere leeuwen aanwezig zijn. Ikanda was niet bij het onderzoek betrokken.

Dat was bijvoorbeeld het geval in 2017, toen de autoriteiten van Tanzania een groep van zeven leeuwen die vee hadden gegeten en die waarschijnlijk zouden worden gedood, vingen en herplaatsten. Vier van de leeuwen leefden nog na twaalf maanden, toen het toezicht werd gestopt. Ikanda: ‘We beschouwen dit als een succesvolle onderneming, gezien het gevaar dat de hele troep zou worden vergiftigd.’ 

In sommige moeilijke gevallen, bijvoorbeeld wanneer er geen geschikte gebieden zijn voor relocatie van leeuwen, en wanneer andere inspanningen hebben gefaald, moeten de autoriteiten overwegen om probleemleeuwen te laten inslapen. Dat zegt Peter Lindsey, directeur van de Lion Recovery Fund in Zimbabwe.

‘Niemand wil de dieren doden, maar soms is er geen andere optie,’ zegt hij. ‘De echte conclusie is zonder twijfel dat voorkomen de beste remedie is.’

Rijke landen en donoren, zo vervolgt Lindsey, zouden Afrikaanse naties actiever moeten helpen bij het uitvoeren van maatregelen om het doden van vee door leeuwen terug te dringen.

‘De wilde dieren van Afrika behoren tot de moeilijkste ter wereld om mee te leven,’ aldus Lindsey. ‘Het is zeker mogelijk om samen te leven, maar Afrika heeft hulp nodig bij deze problematiek.’

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacyverklaring
  • Cookiebeleid
Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2017 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.