Nog niet eens zo heel lang geleden leek vrede tussen de Pokot en de Njemps onmogelijk. Beide bevolkingsgroepen wonen aan de oevers van het Baringomeer in Kenia, waar ze decennialang oorlog voerden om vee, land en water. De strijd had een van de meest biodiverse regio’s in het land in een dor slagveld veranderd.

In 2006 sloten de Pokot en de Njemps een wapenstilstand. Daarbij kwamen de vijanden van weleer overeen dat ze samen de dieren zouden terugbrengen die ze met hun conflict hadden verjaagd – om te beginnen de rothschildgiraffe.

Nieuw beschermd gebied

De Pokot en de Njempsgemeenschap wilden de dieren graag in hun gebied terugzien en gingen aan de slag. Binnen een jaar hadden ze het Ruko Conservancy opgericht, een door de gemeenschap beheerd beschermd gebied van bijna 180 vierkante kilometer waar zowel Pokot als Njemps werken. ‘Makkelijk was het niet,’ zegt Rebby Senei, lid van de Pokotgemeenschap en manager van de organisatie. ‘Maar beide kanten wilden graag verandering.’

In 2011 arriveerde de eerste groep rothschildgiraffen: acht dieren uit andere gebieden, waarvan men hoopte dat ze zich zouden voortplanten en een nieuwe populatie voor het gebied zouden vormen. De dieren werden naar een schiereiland in het Baringomeer gebracht, waar ze relatief gemakkelijk konden worden beschermd tegen stropers.

Gevangen op een eiland

Maar dan slaat het noodlot toe. Door zware regenval overstroomde een stuk van het Keniaanse deel van de Oost-Afrikaanse Slenk, waaronder het Baringomeer. Het schiereiland van de giraffen, zo’n halve vierkante kilometer groot, veranderde in een snel slinkend eiland. De dieren zaten er vast en hadden te weinig voedsel, zelfs toen rangers extra voer brachten. Meerdere volwassen dieren en jongen kwamen om, en het water bleef stijgen.

Een drijvende oplossing

De Pokot en de Njemps probeerden de acht overgebleven giraffen te redden. Nadat ze alle opties hadden afgewogen, leek het ze de beste oplossing de dieren op een schuit te laden en naar het vasteland te varen – al was ook dit moeilijk en niet zonder gevaar.

Met metalen vaten, stalen balken en zeil werd een schuit gebouwd die stevig genoeg was om de giraffen over het meer te varen. Op het vasteland werd een gebied van zo’n achttien vierkante kilometer afgezet waar de giraffen aan hun nieuwe omgeving konden wennen en waar roofdieren niet konden binnendringen.

Een eerste poging

De eerste giraffe die werd gered was een vrouwtje, Asiwa . Ze had het grootste deel van 2020 in haar eentje doorgebracht nadat een overstroming het eiland in tweeën had gedeeld en haar van de kudde had afgesneden. Met mango’s en andere lekkernijen werd Asiwa naar de schuit gelokt, maar ze leek niet geïnteresseerd.

Asiwa kreeg daarom toch een kalmerend middel. Het was een riskant plan: als Asiwa in het water viel, zou ze vrijwel zeker verdrinken. Zodra ze was geraakt door het verdovingspijltje, rende ze weg van de boot, maar op nog geen halve meter van het water viel ze om. Ze kreeg een blinddoek en geïmproviseerd tuig om, en er werden sokken in haar oren gestopt. Toen Asiwa ontwaakte opstond, kon je een speld horen vallen. Alle betrokkenen waren bloednerveus

Giraffen op een vlot

Over het ruwe terrein op het eiland werd koers gezet naar de schuit. Eenmaal daar aangekomen liep Asiwa er direct op en kon het team opgelucht het hek achter haar sluiten. De overtocht naar het vasteland duurde een uur. Daar stond een menigte Pokot en Njemps haar op te wachten. Bij de oever aangekomen werd Asiwa vrijgelaten.

Rond kerst werd er een giraffenkalf op het eiland geboren, Noelle. Na Asiwa werden nog twee rothschildgiraffen gered: Pasaka, een vrouwtje, moest worden verdoofd, maar Lbarnoti, een mannetje, stapte met behulp van iets lekkers al aan boord. In de periode erna werden ook de laatste giraffen van het eiland gehaald en naar hun nieuwe thuis op het vasteland gebracht. Het was een titanenklus, maar, zegt Sebei: ‘Als er vrede is, is alles mogelijk.’

giraffen gered in kenia
Asiwa op het vlot tijdens haar reddingsoperatie.
Ami Vitale