Tijdens opgravingen bij het Forum van Trajanus in Rome in 2005 stuitten archeologen op een oude rioolafvoer. Hierin werd niet alleen een marmeren buste van Constantijn de Grote uit de vierde eeuw n.C. aangetroffen, maar ook een enorme populatie zoetwaterkrabben met een nóg oudere oorsprong.
Potamon fluviatile is de enige grote zoetwaterkrab die inheems is in Italië. Onderzoekers vermoeden dat de geschiedenis van dit schaaldier teruggaat tot de tijd waarin Rome niet veel meer was dan een moerassige vallei. Maar ondanks dat de krab zelfs de opkomst en ondergang van het Romeinse Rijk wist te overleven, dreigt de ooit zo overvloedige populatie nu te verdwijnen.
Krabben in het oude Rome
Het mag geen verrassing heten dat het leefgebied van de krabben in de afgelopen tweeduizend jaar aanzienlijk is veranderd. Natuuronderzoeker Gianluca Damiani legt uit dat de plek waar nu het Colosseum en Forum Romanum staan, ooit een moeras was dat werd gevoed door het water van de Tiber. De krabben gebruikten de rivier waarschijnlijk als een soort ‘snelweg’ om zich door het gebied te verplaatsen.
Tijdens de bouw van het Forum Romanum (eerste eeuw v.C.-tweede eeuw n.C.) legden de Romeinen de Cloaca Maxima aan, een rioleringssysteem dat was bedoeld om stukken moeras te draineren en water van de stad naar de Tiber af te voeren. Door de verstedelijking raakte Potamon fluviatile echter steeds verder geïsoleerd van de Tiber en andere soortgenoten.
‘De zoetwaterkrabben zitten al sinds de Oudheid vast in het centrum van Rome,’ zegt Damiani. In de loop der eeuwen zijn de krabben zich blijven verplaatsen via het oude rioolsysteem, voornamelijk in de kanalen en tunnels die grotendeels ontoegankelijk zijn voor mensen. De krabben laten zich zelden aan de oppervlakte zien: ze komen alleen ’s nachts naar boven om zich te voeden met afval en dierlijke resten.
Tekst loopt door onder de afbeelding.
Groter dan de rest
Doordat Potamon fluviatile zich niet vaak laat zien, wisten wetenschappers lange tijd maar weinig over de krab. De opgravingen bij het Forum van Trajanus maakten meer duidelijk over het aantal zoetwaterkrabben dat in de riolen van Rome leeft. Daardoor kwam er meer belangstelling voor het bestuderen van de krabbenpopulatie.
Onderzoekers van de Rome Tre-universiteit vingen tussen 2004 en 2006 bijna vijfhonderd krabben en in 2008 kwamen ze tot de conclusie dat de exemplaren in Rome dertien tot twintig procent groter zijn dan soortgenoten buiten de stad. Wel zouden de Romeinse krabben langzamer groeien, maar tegelijkertijd ook tot 5,5 jaar ouder worden dan andere Potamon fluviatile-populaties in Italië. Het moet eeuwen hebben gekost om deze verschillen in grootte, groei en levensverwachting te ontwikkelen.
Uit het zicht, maar niet uit het hart
De opgravingen hadden echter ook een keerzijde: het netwerk van ondergrondse kanalen dat de krabben eeuwenlang had beschermd kwam bloot te liggen, waardoor roofdieren als meeuwen en kraaien bij de krabben konden komen. Milieubioloog Marco Seminara van de Universiteit Sapienza Rome zegt dat hij steeds vaker losse lichaamsdelen van krabben vindt dan levende exemplaren.
De afgelopen drie jaar zijn er slechts zes nieuwe krabben waargenomen, vertelt Damiani, wat de indruk wekt dat hun aantal snel afneemt. Maar er zijn ook minder krabben te zien omdat het bovengronds door klimaatverandering warmer en minder vochtig wordt, waardoor de krabben verder naar beneden zijn afgedaald om koel en ongestoord te blijven. Daar hebben ze kans op een langdurig leven, ‘maar gezien de stedelijke ontwikkeling, de isolatie van de Tiber en klimaatverandering is de toekomst voor deze populatie niet rooskleurig,’ voegt Seminara toe.
De onderzoekers hopen dat hun voorstel om roosters te plaatsen op open kanalen en borden om voorbijgangers bewust te maken van het bestaan van de krabben ooit door het stadsbestuur van Rome zal worden goedgekeurd. Voorlopig is het een kwestie van afwachten of de eeuwenoude krabben zich staande weten te houden onder de ruïnes.
Schrijf je in voor de gratis nieuwsbrief van National Geographic en ontvang de favoriete verhalen van de redactie wekelijks in je mail.









