Het is nu misschien moeilijk voor te stellen, maar in de vorige eeuw stond in Amsterdam de Nederlandsche Cocaïnefabriek (NCF). Hier werd volledig legaal cocaïne voor medicinale doeleinden geproduceerd – evenals morfine, heroïne en Novocaïne.

      De helende werking van cocaïne

      Tegenwoordig halen we onze neus op voor cocaïne, maar in de negentiende eeuw werd het gezien als een waardevolle aanwinst in de geneeskunde. Men geloofde dat het veel ziektes kon genezen.

      Zo bleek het pijn te verlichten en de luchtwegen te verwijden. De zuivere stof werd medisch ingezet voor lokale anesthesie, maar het vond ook zijn weg naar allerlei producten, zoals zalfjes, tabletten en sigaretten. Artsen schreven het witte poeder zelfs voor aan astmapatiënten en kinderen.

      Het drinken van cocaïne

      Ook werd cocaïne gebruikt als stimulerend middel. Zo bracht de Franse apotheker Angelo Mariani in 1860 een cocawijn op de markt: Vin Mariani. Deze cocawijn werd vanaf 1880 tot het begin van de twintigste eeuw populair.

      ‘Deze man was een marketinggenie: hij prees de wijn aan en benadrukte dat die zelfs de goedkeuring van de paus had gekregen. Ook gaven allerlei vooraanstaande mensen aan dat deze wijn een belangrijk middel kon zijn om de arbeidsproductiviteit te verhogen,’ zegt Toine Pieters, hoogleraar geschiedenis van de farmacie aan de Universiteit Utrecht.

      Leestip: Deze 5 medicijnen uit het verleden deden meer kwaad dan goed

      ‘Maar de wijn was relatief duur en daarom alleen voor de middenklasse en daarboven beschikbaar. De gewone man bleef in grote hoeveelheden Laudanum drinken, een opiummengseltje,’ aldus Pieters. Amerika vond Vin Mariani ook relatief duur en begon met de productie van hun eigen cocawijn: Coca-Cola. Ook in Nederland begon zich een eigen industrie te vormen.

      Een cocaïnefabriek in Nederland

      Op 12 maart 1900 richtte de Koloniale Bank van Amsterdam de Nederlandsche Cocaïnefabriek op aan de Schinkelkade – en met succes. Twee jaar later werd de fabriek uitgebreid en in 1909 werd aan de huidige Duivendrechtsekade een nieuwe fabriek opgericht.

      Maar om hoeveel cocaïne ging het precies? Vergeleken met de hoeveelheden van vandaag de dag stelt het weinig voor. Pieters: ‘Rond 1900 lag de wereldwijde productie van cocaïne tussen de 6000 en 7000 kilogram. Tussen 1915-1920 gaat dit omhoog naar 16.000 kilogram cocaïne. Nederland produceerde rond 1910 tien procent van de totale wereldmarkt aan zuivere cocaïne, maar voor ons waren de bladeren veel belangrijker.’

      De kracht van Coca Java

      Hoe zit dit? De eerste cocabladeren kwamen oorspronkelijk uit Bolivia en Peru, maar in 1878 werden door Nederland cocastruiken overgebracht naar de plantage Hortus Botanicus in Buitenzorg op het Indonesische eiland Java. Hier werden uiteindelijk – net als op Madoera en Sumatra – cocabladeren verbouwd voor commerciële doeleinden. ‘In feite werden er rooftochten gehouden in Peru, want de lokale bevolking zat er helemaal niet op te wachten dat Europeanen er met hun zaden vandoor gingen,’ zegt Pieters.

      Leestip: Onderzoekers treffen cocaïne aan in dertien Braziliaanse scherpsnuithaaien

      Tijdens dit proces van overbrengen ontstond er een nieuwe plant. In deze Javaanse cocaplant zat tweemaal zoveel alkaloïden: bestanddelen in de cocaplant die je chemisch kunt omzetten naar cocaïne. Het werd een daverend succes. Rond 1910 had Coca Java bijna de hele wereldmarkt veroverd.

      ‘Van de 16.000 kilo cocaïne die wereldwijd tussen 1915 en 1920 werd geproduceerd, was 80 procent afkomstig van cocabladeren uit Indonesië, toen nog Nederlands-Indië. Nederlanders wisten dus met deze basisgrondstof de Zuid-Amerikaanse productie eruit te concurreren,’ zegt Pieters.

      Winstgevend?

      Was de Nederlandsche Cocaïnefabriek ook winstgevend? ‘We hebben vooral veel geld verdiend aan deze cocabladeren. De Nederlandsche Cocaïnefabriek was ook zeker winstgevend, maar het was niet de belangrijkste geldbron van de koninklijke familie, zoals soms wordt beweerd,’ zegt Pieters.

      Bovendien heeft Nederland veel meer geld verdiend aan legale opiumkits in Nederlands-Indië. ‘Hier rookte vooral de Chinese gemeenschap in Indonesië opium, en daar werd aanzienlijk meer geld mee verdiend dan met de cocaïneproductie in de fabriek in Amsterdam.’

      Illegale praktijken

      De Nederlandsche Cocaïnefabriek heeft ‘officieel’ alleen voor medische doeleinden geproduceerd. Officieel? ‘Ja, want er valt bij de productie van stimulerende middelen altijd wat van de wagen. Dit ging over kleine hoeveelheden van honderden kilo’s die bijvoorbeeld via via naar Japan werden gebracht. Maar dat moet je allemaal in het licht zien van de Eerste Wereldoorlog, waar veel illegale dingen gebeurden,’ zegt Pieters.

      Het einde van de Nederlandsche Cocaïnefabriek

      Vanaf de jaren twintig begint de Amerikaanse war on drugs. Dit dwingt Nederland om de productie van cocaïne sterk te verminderen en uiteindelijk te stoppen. Ook werd duidelijk dat cocaïne verslavend en schadelijk was. De Opiumwet van 1919 stelde daarom dat alleen bedrijven met een vergunning het middel nog mochten produceren. In 1928 werd de wet verder aangescherpt: voortaan mocht cocaïne uitsluitend voor geneeskundige doeleinden worden gebruikt.

      Leestip: Dit is een heksenfles, een bizar medicijn vol haren en tanden

      Cocaïne verloor grotendeels zijn rol in de geneeskunde en de fabriek ging verder met de productie van opiaten zoals morfine en heroïne. Ze verdienden vooral veel geld aan de productie van procaïne (Novocaïne), een synthetisch alternatief voor cocaïne als verdovingsmiddel.

      Uiteindelijk kwam er ook een einde aan de Nederlandsche Cocaïnefabriek. De fabriek werd in 1962 overgenomen door Koninklijke Zwanenberg Organon (KZO) uit Apeldoorn, waarna de vestiging in Amsterdam al snel haar deuren sloot.

      Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!