In 1898 raakt het Belgische expeditieschip Belgica vastgevroren in het ijs rond Antarctica. Aan boord bevinden zich tientallen wetenschappers en matrozen, op expeditie naar een grotendeels onbekend continent. Door zware stormen en dichtvriezend zee-ijs wordt terugkeer onmogelijk. Maandenlange duisternis, extreme kou en een bemanning die langzaam fysiek én mentaal instortte volgen. Zonder ontsnappingsroute moesten de mannen iets doen wat nog nooit eerder was vertoond: overwinteren op Antarctica.
Een ambitieuze expeditie naar het onbekende zuiden
Op 24 augustus 1897 vertrekt de Belgica vanuit Oostende richting de Zuidpool voor de Belgische Antarctische Expeditie. De expeditie staat onder leiding van de Belgische zeeofficier Adrien de Gerlache.
De internationale bemanning bestaat uit wetenschappers en zeevaarders: een scheepsarts, een meteoroloog, een geoloog, een oceanograaf, een bioloog, een antropoloog – en scheepskat Nansen. De expeditie wordt vastgelegd door antropoloog Frederick Cook. Zijn latere verslagen geven een zeldzaam inkijkje in het leven aan boord.
Ontdekkingen aan de rand van Antarctica
Op 13 januari 1898 bereikt de Belgica de beruchte Straat Drake, waar veel zware stormen en hoge golven voorkomen. Hier verricht de bemanning dieptemetingen waarmee later ontdekt dat Zuid-Amerika en Antarctica op verschillende tektonische platen liggen.
Leestip: In 1931 vertrekt een zeppelin naar de Noordpool – met 70.000 stuks post voor een ijsbreker
Enkele weken later arriveert het schip bij het Antarctisch Schiereiland. De expeditie ontdekt nieuwe eilanden en een onbekende zeestraat in de Palmerarchipel. De Gerlache doopt deze aanvankelijk Détroit du Belgica; later krijgt zij zijn naam: de Gerlachestraat.
Tijdens het verblijf worden talloze waarnemingen gedaan. Men meet zeestromingen, onderzoekt watermonsters en legt meteorologische gegevens vast. Geoloog Henryk Arctowski verzamelt gesteenten, terwijl bioloog Emil Racovita planten en dieren documenteert en conserveert.
Vast in het ijs: overwinteren wordt onvermijdelijk
De planning was om in februari 1898 huiswaarts te keren, vóór het invallen van de poolwinter. Maar zware stormen dwingen kapitein Georges Lecointe om beschutting te zoeken in de wateren van de Palmerarchipel. Daar vriest het schip langzaam vast in het zee-ijs.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
De Belgica is niet uitgerust voor een overwintering. De voorraden slinken, het schip raakt volledig ingesloten en de temperatuur daalt tot 43 graden onder nul. Om warm te blijven, bouwen de mannen de ketel van het stoomschip om tot verwarming, gestookt met briketten en zeehondblubber.
De poolnacht, een fysieke en mentale uitdaging
Tussen april en juli 1898 leeft de bemanning in volledige duisternis. De zon komt wekenlang niet boven de horizon. Wetenschappelijk onderzoek ligt stil; lezen en schrijven kan alleen bij kaarslicht of maanlicht. De psychische en fysieke tol is groot.
‘De waarheid is dat we op dit moment net zo moe zijn van elkaars gezelschap als van de koude eentonigheid van de zwarte nacht en de onsmakelijke eentonigheid van ons voedsel,’ schrijft Frederick Cook in zijn memoires. ‘Fysiek, mentaal en misschien ook moreel zijn we uitgeput, en uit mijn eerdere ervaringen in het noordpoolgebied weet ik dat deze depressie zal toenemen naarmate de nacht vordert.’
Door het gebrek aan zonlicht en verse voeding ontwikkelen meerdere bemanningsleden klachten als bloedarmoede, slapeloosheid, duizeligheid en concentratieproblemen. Sommigen vertonen tekenen van scheurbuik, die uiteindelijk worden bestreden door het eten van rauw pinguïn- en zeehondenvlees, rijk aan vitamine C.
Een uitweg naar de bewoonde wereld hakken
Eind juli 1898 laat de zon zich weer zien, en treedt er een lichte dooi in. Het poolijs breekt af en toe, waardoor de Belgica in de ontstane scheuren verder kan drijven. De voortgang is minimaal: ’s nachts vriezen de ijsplaten weer aan elkaar.
Zo ligt de Belgica ook met Kerstmis 1898 nog gevangen in het poolijs. Pas op 6 januari 1899 presenteert De Gerlache een laatste, wanhopig plan: er moet met de hand een kanaal naar open zee worden gegraven. Explosieven blijken nutteloos; het ijs is te dik. De mannen hakken en zagen acht uur per dag aan een doorgang door ijsplaten van 2,65 meter dik.
Leestip: In 1709 werd Europa overvallen door de koudste winter in vijf eeuwen – met grote gevolgen
Na weken van uitputtend werk bereikt de Belgica op 14 februari 1899 eindelijk open water. Op 28 maart vaart het schip Punta Arenas binnen, het zuidelijkste punt van de bewoonde wereld.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!










