Op 23 augustus 1973 stapt een man met een machinepistool de Kreditbanken aan het Norrmalmstorg in Stockholm binnen. Als de politie arriveert, opent hij het vuur en verwondt een agent. Wat volgt is een zes dagen durende gijzeling die niet alleen Zweden in zijn greep houdt, maar ook een nieuw begrip in de wereld brengt: het stockholmsyndroom. Hoe kan het dat slachtoffers sympathie ontwikkelen voor degene die hun vrijheid – of zelfs hun leven – bedreigt?

Wat is het stockholmsyndroom?

Het stockholmsyndroom verwijst naar een psychologisch verschijnsel waarbij gijzelaars gevoelens van sympathie, loyaliteit of genegenheid ontwikkelen voor hun ontvoerder. Dat gaat soms zelfs zo ver, dat slachtoffers zich tegen politie, hulpverleners of familieleden keren. Het begrip wordt daarom ook regelmatig toegepast bij situaties van huiselijk geweld, sektes en langdurige mishandeling.

Psychologen beschouwen het niet als een officiële psychiatrische stoornis, maar als een overlevingsmechanisme. Het ontstaat in situaties van extreme machtsongelijkheid en afhankelijkheid, waarbij de dader volledige controle heeft over basisbehoeften als voedsel, veiligheid en sociaal contact. Kleine blijken van vriendelijkheid – een warme deken of een normaal gesprek – kunnen in zo’n context buitensporig groot aanvoelen.

De achterliggende gedachte van dit mechanisme is: wie empathie toont of aansluiting zoekt bij de dader, verkleint mogelijk het risico op geweld. Voor buitenstaanders is dit vaak onbegrijpelijk, maar voor slachtoffers is het een rationele strategie in een irrationele situatie.

De oorsprong van dit fenomeen

De term vindt zijn oorsprong in de Norrmalmstorg-overval van 23 tot 28 augustus 1973 in Stockholm. De dader, Jan-Erik Olsson, was met verlof uit de gevangenis toen hij de bank binnendrong met een wapen. Hij nam vier medewerkers in gijzeling en eiste drie miljoen Zweedse kronen, wapens, kogelvrije vesten, een snelle vluchtauto én de komst van zijn compagnon: de beruchte crimineel Clark Olofsson, die eveneens vastzat.

politieagenten verzamelen zich op het norrmalmstorg in stockholm tijdens de gijzeling in de kreditbanken
Sjöberg Bildbyrå//Getty Images
the norrmalmstorg robbery 23 28 august 1973. kreditbanken on normmalmstorg in stockholm. the first c...
Sjöberg Bildbyrå//Getty Images

Tot verrassing van velen ging de Zweedse regering akkoord met het overbrengen van Olofsson naar de bank. Vanuit de kluis, waar gijzelaars en daders zich hadden verschanst, voerden de overvallers onderhandelingen met de politie.

Spraakmakende nasleep

Tijdens die zes dagen groeide er een opmerkelijke dynamiek tussen de daders en de slachtoffers. Gijzelaar Kristin Ehnemark belde zelfs met premier Olof Palme om haar onvrede te uiten over de politieaanpak. Ze zei banger te zijn voor een gewelddadige bestorming dan voor haar gijzelnemers. Toen de politie uiteindelijk traangas in de kluis pompte en de daders zich overgaven, bleek niemand ernstig gewond.

Minstens zo spraakmakend als de gijzeling zelf was de nasleep ervan: de slachtoffers waren terughoudend om tegen de daders te getuigen en bezochten hen later in de gevangenis. Er werd ook geld ingezameld voor hun juridische kosten.

clark olofsson in de bankkluis met drie gijzelaars
Sjöberg Bildbyrå//Getty Images
Bankovervaller Clark Olofsson samen met drie gijzelaars in de kluis van de Kreditbanken in Stockholm. De politie maakte de foto door een camera in de bankkluis neer te laten.

De Zweedse criminoloog en psychiater Nils Bejerot, die de politie adviseerde, gaf het gedrag de naam die we nu allemaal kennen. De term stockholmsyndroom werd razendsnel overgenomen door internationale media – en werd daarmee wereldberoemd.

Geen tijdelijk verschijnsel

De sterke band tussen daders en slachtoffers bleek geen tijdelijk verschijnsel. De gijzelaars bleven altijd volhouden dat zij zich tijdens de gijzeling veiliger voelden bij de overvallers dan bij de politie. Na afloop onderhielden sommige betrokkenen zelfs contact. Olofsson raakte bevriend met Ehnemark – al waren ze, in tegenstelling tot hardnekkige geruchten, nooit verloofd.

gijzelaar wordt met ambulance afgevoerd na bankoverval in stockholm
Sjöberg Bildbyrå//Getty Images
Een van de gijzelaars wordt na afloop van de zes dagen durende bankoverval per ambulance naar het ziekenhuis gebracht. De gijzeling eindigde nadat de politie traangas had ingezet; niemand raakte ernstig gewond.

Olsson kreeg tien jaar gevangenisstraf en ontving tijdens zijn detentie talloze liefdesbrieven van bewonderaars. Olofsson leidde ook na 1973 een crimineel bestaan en overleed vorig jaar op 78-jarige leeftijd.

Hoe vaak komt het syndroom voor?

Hoewel het begrip stevig in het collectieve geheugen zit, is het onduidelijk hoe vaak het daadwerkelijk voorkomt. Niet elke gijzeling leidt tot identificatie met de dader. Factoren die de kans vergroten zijn onder meer langdurige gevangenschap, persoonlijke interactie, wisselende dreiging en een isolement van externe perspectieven.

Neurologisch speelt waarschijnlijk het stresssysteem een rol. Onder extreme dreiging schakelt het brein over op overleven. Loyaliteit of empathie kunnen dan onbewust worden ingezet als beschermingsstrategie.

Tegelijk is het begrip onderwerp van debat. Sommige psychologen vinden dat het label te snel wordt geplakt op complexe trauma- en afhankelijkheidsrelaties. In wetenschappelijke handboeken komt het niet als officiële diagnose voor.

Patricia Hearst, slachtoffer of medeplichtige?

Het bekendste en controversieelste voorbeeld buiten Zweden is dat van Patricia Hearst. De negentienjarige erfgename van de Amerikaanse mediadynastie Hearst werd op 4 februari 1974 ontvoerd door het radicale Symbionese Liberation Army (SLA). Wekenlang zat ze geblinddoekt opgesloten in een kleine ruimte en werd ze mishandeld.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

Kort daarna verscheen een audioboodschap waarin ze verklaarde zich bij de groep te hebben aangesloten. Ze nam de naam Tania aan en werd gefotografeerd terwijl ze gewapend deelnam aan een bankoverval in San Francisco. Was dit een schoolvoorbeeld van het stockholmsyndroom of ideologische bekering onder druk?

Tijdens haar proces voerden haar advocaten aan dat zij was gehersenspoeld en onderworpen aan extreme psychologische manipulatie. De rechtbank verwierp dat verweer. Hearst werd veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf, maar kreeg in 1979 strafvermindering van president Jimmy Carter en in 2001 volledige gratie van president Bill Clinton.

Haar zaak maakte het fenomeen wereldwijd onderwerp van debat. Het liet zien hoe dun de scheidslijn kan zijn tussen slachtofferschap, dwang en eigen verantwoordelijkheid.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!