Op een winterse zondagochtend in januari 1849 drijven drie vissers uit Durgerdam op een ijsschots langs Enkhuizen. De mannen zijn doorweekt, uitgeput en hebben al meer dan een week nauwelijks gegeten. Ze komen zo dicht bij de kust dat ze de wijzers van de kerktoren kunnen onderscheiden. Ze schreeuwen om hulp, maar niemand hoort ze. Langzaam voert de wind de schots weer weg, de uitgestrekte Zuiderzee op.

Hun zwerftocht over het ijs is een van de opmerkelijkste overlevingsverhalen uit de Nederlandse geschiedenis. Veertien dagen lang dobberen ze over een winterse binnenzee, blootgesteld aan kou, stormen en honger. Hoe kwamen ze daar terecht?

Botkloppen op de Zuiderzee

De winter van 1848-1849 was uitzonderlijk streng. Grote delen van de Zuiderzee waren dichtgevroren. Voor veel vissers betekende dat echter niet dat het werk stilviel. Integendeel: het ijs bood de mogelijkheid om een bijzondere vorm van visserij te bedrijven, het zogenaamde botkloppen.

Met een slee, netten, een bijl en een zware houten klopper trokken vissers kilometers ver het ijs op. Ze hakten gaten in de bevroren zee en spanden daaronder netten. Vervolgens sloegen ze met een zware houten balk op het ijs. De trillingen joegen de op de bodem verscholen botten op, waarna de platvissen in de netten zwommen.

Voor arme vissersgezinnen kon een goede vangst het verschil betekenen tussen een leven in armoede en een redelijk inkomen.

Het moment waarop alles misgaat

Op zaterdag 13 januari 1849 trekken vader Klaas Bording en zijn twee zoons daarom de Zuiderzee op bij hun woonplaats Durgerdam. Terwijl ze aan het werk zijn, slaat het weer om. Na weken van vorst zet de dooi in; regen en harde wind trekken over het ijs.

Wanneer ze hun netten ophalen, merken ze direct dat er iets niet klopt. Een peilstok sleept plotseling over de bodem. Dat kan maar één ding betekenen: het ijs waarop ze staan is losgeraakt van de kust. In het donker proberen ze nog terug te keren, maar overal gaapt inmiddels open water tussen de kust en de enorme ijsvlakte waarop ze zich bevinden.

Veertien dagen overgeleverd aan wind en ijs

Wat volgt is een twee weken durende zwerftocht over een winterse binnenzee. Stormen drijven de schotsen in verschillende richtingen, grote ijsvelden botsen tegen elkaar en breken uiteen. Regelmatig moeten de mannen van de ene schots naar de andere springen om niet in het ijskoude water te belanden.

De omstandigheden zijn meedogenloos. Om te overleven eten ze de botten die ze gevangen hebben, rauw en koud. Regenwater vangen ze op in stukken zeildoek. ’s Nachts proberen ze beschutting te zoeken achter hun slee en onder hun netten. Hun kleren blijven voortdurend nat, hun voeten zwellen op van kou en vocht, en slapen lukt amper.

Noodkreten verdwijnen in de winterwind

Toch houden ze zich vast aan de gedachte dat iemand hen zal opmerken. Die hoop wordt meerdere keren wreed de grond ingeboord. Al dagenlang zien ze de kust verschijnen en weer verdwijnen.

Langs Marken, Enkhuizen en later Schokland komen ze dicht genoeg bij de kust om huizen en kerktorens te onderscheiden. Op een gegeven moment zien ze zelfs kerkgangers lopen. Hun noodkreten verdwijnen echter in de gure winterwind.

Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!

Dan verschijnt er plots een schip aan de horizon. De mannen zijn ervan overtuigd dat hun redding eindelijk nabij is, maar de schipper merkt hen niet op en vaart voorbij. De wanhoop neemt toe. Volgens latere verslagen overweegt vader Bording zelfs om een einde aan zijn leven te maken. Zijn zoons weten hem daarvan te weerhouden.

Een wonder bij Vollenhove

Terwijl de Bordings over de Zuiderzee dwalen, wordt in heel Nederland gevreesd voor hun lot. Kranten berichten over de vermiste vissers. In Durgerdam heeft men de hoop op een veilige terugkeer vrijwel opgegeven.

Maar op zaterdag 27 januari 1849 gebeurt er iets onverwachts. Vissers uit Vollenhove zijn voor het eerst sinds lange tijd weer uitgevaren. Tijdens het binnenhalen van hun netten zien ze in de verte donkere stippen op het ijs bewegen. Vervolgens horen ze zwakke kreten. Het blijken de Durgerdammers te zijn.

De reddingsoperatie duurt uren

De reddingsactie verloopt moeizaam. Het ijs ligt te dicht opeengepakt om de schots rechtstreeks te bereiken, waardoor een speciale ijsvlet wordt ingezet. Urenlang ploetert de reddingsploeg door een mengsel van drijfijs en open water.

Uiteindelijk bereiken ze de uitgeputte mannen. Na veertien dagen op de Zuiderzee worden de Bordings aan boord gehesen. Nederland viert hun redding als een wonder.

Ontberingen eisen hun tol

Toch kent het verhaal geen volledig gelukkig einde. De ontberingen hebben diepe sporen nagelaten. Kort na de redding overlijdt de oudste zoon Klaas (4 februari 1849), enkele weken later sterft ook vader Bording (25 februari 1849). Alleen de jongste zoon Jacob herstelt voldoende om naar Durgerdam terug te keren.

Door het hele land worden inzamelingsacties gehouden voor de achterblijvende familie. Het ooggetuigenverslag van de overlevenden verschijnt in druk en wordt veel gelezen. Het vormt de basis voor talloze latere boeken, kinderverhalen en historische publicaties.

Vergeten Nederlands avontuur

In de jaren daarna raakt het drama geleidelijk in de vergetelheid. Tegenwoordig is het nog moeilijk voor te stellen dat vissers ooit te voet een bevroren binnenzee op trokken. De Zuiderzee bestaat niet meer; sinds de aanleg van de Afsluitdijk in 1932 veranderde zij in het IJsselmeer.

In de haven van Vollenhove staat nog wel een monument dat herinnert aan de drie Durgerdammers, en ook in het Zuiderzeemuseum in Enkhuizen wordt aandacht besteed aan hun overlevingsverhaal. Helemaal worden vergeten zullen ze dus nooit.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Ramon Holle

Ramon is freelance editor voor National Geographic. Al jong raakte hij gefascineerd door de wisselwerking tussen mens en omgeving, vooral op de meest afgelegen plekken ter wereld. Niet voor niets studeerde hij sociale geografie. Zijn favoriete uitdaging als redacteur is om complexe verhalen om te zetten in begrijpelijke teksten.