Van een eeuwenoud doopvont in een Byzantijnse kathedraal tot een zeldzaam fresco van Jezus als de goede herder: archeologen hebben de afgelopen jaren meerdere vondsten gedaan die nieuw licht werpen op de eerste eeuwen van het christendom. Samen laten deze ontdekkingen zien hoe christelijke rituelen, kunst en geschriften zich ontwikkelden lang voordat veel tradities hun huidige vorm kregen.
1. Een vroeg fresco van Jezus in het oude Nicea
De plaats Iznik in hedendaags Turkije ligt op een locatie die van groot belang is in de vroege kerkgeschiedenis: Nicea. Hier riep de Romeinse keizer Constantijn voor het eerst een concilie van bisschoppen bijeen in 325 n.C. – mogelijk was zelfs Sint-Nicolaas hierbij aanwezig. In Nicea werd het dogma van de Heilige Drie-eenheid vastgelegd en bepaald dat Jezus zowel goddelijk als menselijk was.
Archeologen die in deze regio een tombe opgroeven, deden daar een bijzondere ontdekking: een fresco in Romeinse stijl van Jezus Christus, die als de goede herder is afgebeeld. Hij heeft een glad gezicht, draagt een toga en heeft een geit over zijn schouders geslagen.
Het fresco is waarschijnlijk gemaakt in de derde eeuw, nog voor het ontstaan van de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel.
2. Moderne technologie onthult verborgen brieven van Paulus
Onderzoekers van de University of Glasgow in Schotland hebben met behulp van hypermoderne technologie 42 pagina’s van een belangrijk christelijk manuscript ontrafeld: Codex H.
Codex H is een kopie van de brieven van de apostel Paulus en dateert uit de zesde tot achtste eeuw n.C. Het manuscript is niet meer intact, omdat het in de dertiende eeuw in stukken is gescheurd in het Megisti Lavraklooster in Griekenland. Het perkament is vervolgens gebruikt voor andere manuscripten.
Zoiets gebeurde vroeger vaker. Perkament was waardevol, waardoor manuscripten soms werden opgeofferd om een ander te repareren. Maar voordat dit met Codex H gebeurde, heeft iemand de tekst opnieuw geïnkt: iedere letter is opnieuw overgetrokken.
Dit liet sporen na op de tegenoverliggende pagina’s. Die zijn met het blote oog niet te zien, maar wel met de moderne beeldtechnieken. De onderzoekers werkten samen met de Early Manuscripts Electronic Library om de sporen te achterhalen.
De beelden – die online te bekijken zijn – onthullen nieuwe details, zoals de vroegst bekende hoofdstukindelingen, die afwijken van de huidige. Dat betekent dat Paulus’ brieven voor mensen in de oudheid anders waren opgebouwd.
‘Codex H is ontzettend belangrijk voor ons begrip van christelijke teksten,’ zegt onderzoeksleider Garrick Allen. ‘Daarom is het niets minder dan monumentaal te noemen dat we nieuw bewijs hebben gevonden voor hoe het manuscript er oorspronkelijk uitzag.’
3. Een tweede doopvont onthult nieuwe rituelen
Zo’n twee kilometer ten oosten van het Meer van Galilea (Meer van Tiberias) lag de oude Griekse stad Hippos. Die werd gesticht tussen grofweg de verovering van Palestina door Alexander de Grote in 332 v.C. en de Romeinse overname in de eerste eeuw n.C., waarna de stad uitgroeide tot een lokaal christelijk centrum. In 749 n.C. ging de stad ten onder aan een verwoestende aardbeving.
Archeologen Michael Eisenberg en Arleta Kowalewska hebben recentelijk bewijs gevonden voor dooprituelen in een kathedraal uit de Byzantijnse periode. Zij schreven over hun opgraving in Palestine Exploration Quarterly.
Hoewel de doop al sinds het ontstaan van het christendom een belangrijk ritueel is, is de uitvoering niet al millennia hetzelfde. In Hippos zijn momenteel vijf van de minstens zeven kerken opgegraven, allemaal gebouwd tijdens de vijfde of vroege zesde eeuw. Alleen de kathedraal heeft een doopvont.
Eerder werd al ontdekt dat zich in deze kathedraal een grote doopzaal bevond, inclusief een doopvont dat continu van vers water werd voorzien via een waterleiding. Deze zogenaamde ‘fotisterion’ (een Griekse term die ‘plaats van verlichting’ betekent) was waarschijnlijk de grootste dooplocatie in de regio.
Nu blijkt deze kathedraal een tweede fotisterion te hebben. Een kleinere, zonder stromend water. Het is voor zover bekend ook de enige kathedraal met twee doopruimtes. Dat het tweede doopvont kleiner is, wijst erop dat hij bedoeld was voor de kinderdoop.
Daarnaast vonden archeologen nog iets opvallends in het tweede fotisterion: een marmeren blok met drie komvormige inkepingen. Waar dit voor gebruikt werd, is niet duidelijk, maar de onderzoekers opperen dat er olie inging. Mogelijk bestond er een lokale traditie van drievoudige zalving, net zoals de vroege kerk mensen driemaal onderdompelde (eenmaal voor elk element van de Drie-eenheid: Vader, Zoon, Heilige Geest).
4. Een slingerkogel met een opvallende boodschap
‘David met zijn slinger, die was voor niemand bang,’ zo begint het christelijke kinderlied over David die de reus Goliath versloeg met zijn slingerwapen. Eveneens in Hippos is een loden kogel gevonden die in zo’n slinger ging.
Hoewel de slinger een veelvoorkomend wapen was in de oudheid, is deze kogel een opzienbarende vondst. Dat komt door de Griekse inscriptie: ΜΑΘΟΥ. Volgens het onderzoek, ook gepubliceerd in Palestine Exploration Quarterly, is dat te vertalen met iets als ‘leer je lesje!’
De archeologen geloven dat deze specifieke kogel is gebruikt om aanvallers te bekogelen, die via een oude weg de stad binnen wilden vallen. Het is overigens niet de enige kogel met een ietwat sarcastische inscriptie. Op andere plekken zijn bijvoorbeeld kogels met ‘proef eens’ en ‘pak het!’ gevonden.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Roeliene werkt als editor voor National Geographic. Daarnaast levert ze als wetenschapsjournalist bijdragen aan onder meer Quest en KIJK Magazine. Ze is dol op reizen, godsdienstgeschiedenis en een stevige wandeling.














