Tot op de dag van vandaag heeft niemand zo lang op een reddingsvlot te overleven als de Chinese zeeman Poon Lim. Nadat zijn vrachtschip in de Tweede Wereldoorlog door een Duitse onderzeeër werd getorpedeerd, dreef hij 133 dagen alleen rond op de Atlantische Oceaan. Met nauwelijks voedsel, zonder navigatiemiddelen en duizenden kilometers verwijderd van hulp wist hij tegen alle verwachtingen in te overleven. Hoe kreeg hij dat voor elkaar?
Een torpedo in de Atlantische Oceaan
In 1942 werkte de 24-jarige Lim aan boord van de SS Benlomond, een Brits vrachtschip dat in de Tweede Wereldoorlog goederen vervoerde tussen verschillende continenten. Dat jaar was het schip onderweg van Suez naar New York, via Kaapstad en Paramaribo.
Hoewel de SS Benlomond bewapend was tegen vijandige aanvallen, was het een kwetsbaar doelwit. Het schip was relatief langzaam en voer zonder escorte door wateren waar Duitse onderzeeërs actief waren.
Op 23 november, op zo’n vierhonderd kilometer ten noorden van de kust van Brazilië, ging het mis. Twee torpedo’s, afkomstig van een Duitse U-172-onderzeeër, sloegen een groot gat in de romp van de Benlomond.
In de chaos die volgde, wist Lim een reddingsvest aan te trekken en naar het dek te gaan waar de reddingsboten werden klaargemaakt. Maar nog voordat hij een van deze boten wist te bereiken, werd Lim door een golf overboord geslagen. Kort daarna verdween de Benlomond onder water. Het hele schip zonk in slechts twee minuten.
Alleen tussen wrakstukken en drenkelingen
In totaal kwamen meer dan vijftig opvarenden om het leven. Te midden van de wrakstukken en drenkelingen wist Lim zichzelf naar schatting twee uur lang boven water te houden. Zijn reddingsvest heeft daarbij waarschijnlijk zijn leven gered; Lim beschreef zichzelf later namelijk als een matige zwemmer.
Uiteindelijk stuitte hij op een van de houten reddingsvlotten van de Benlomond. Eenmaal aan boord zag Lim in de verte zelfs een tweede vlot met daarop nog enkele overlevenden van de scheepsramp. Ook zij merkten Lim op en zwaaiden uitbundig om zijn aandacht te trekken.
Zonder middelen om zijn vlot voort te stuwen, was het voor Lim echter onmogelijk om zich bij de overige overlevenden aan te sluiten. De twee vlotten dreven steeds verder bij elkaar vandaan, tot ze uit elkaars zicht waren.
Genoeg voedsel voor een maand
Aan boord van zijn vlot had Lim genoeg proviand om een korte periode te overleven: 45 liter water, zes dozen scheepsbeschuit, één kilo chocolade, tien blikken pemmikan (gedroogd vlees), vijf blikken ingedampte melk, één fles limoensap en één blik massageolie. Daarnaast had hij fakkels, rooksignalen en een zaklamp om de aandacht van andere schepen te trekken.
Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!
Aanvankelijk geloofde Lim dat het niet lang kon duren voordat hij gered zou worden. Wanneer de haven doorkreeg dat de Benlomond nooit was gearriveerd, zo dacht hij, zouden er snel hulptroepen worden gestuurd. Hij rantsoeneerde zijn proviand om ongeveer dertig dagen te kunnen overleven en maakte knopen in een touw om de dagen bij te houden.
Overleven van wat de oceaan bood
Na verloop van tijd begon Lim zich echter te realiseren dat een spoedige redding niet zo simpel was als hij aanvankelijk had gedacht. Het gebied waar hij zich bevond was door de oorlog nog altijd gevaarlijk terrein, en er waren waarschijnlijk maar weinig schepen die het risico durfden te nemen.
Hij vestigde zijn hoop op een ander plan: als hij lang genoeg wist te overleven, bestond er een kans dat zijn vlot met de stroming mee zou drijven naar de kust van Brazilië.
Door middel van het canvas dak van het reddingsvlot en zijn eigen reddingsvest ving Lim regenwater op om zijn voorraad drinkwater aan te vullen. Met de springveer uit zijn zaklamp maakte hij een vishaak, en scheepsbeschuit diende als aas. De kleine visjes die hij daarmee ving, gebruikte hij vervolgens om grotere vissen te lokken.
Lim overleefde niet alleen van vissen
Vissen alleen bleek niet genoeg. Daarom legde Lim visresten op het vlot om meeuwen aan te trekken. Zodra een vogel landde, ving hij hem en maakte van het vlees een soort gedroogde voorraad door het eerst in zeewater te weken en vervolgens in de zon te drogen.
Alsof dat nog niet indrukwekkend genoeg was, wist Lim zelfs een haai te vangen. Met resten van de meeuwen lokte hij het roofdier naar zijn vlot. Om te voorkomen dat zijn vislijn zou breken, had hij deze dubbel gevlochten en zijn handen beschermd met canvas. Toen de haai eenmaal aan boord was gehesen, viel het dier hem meteen aan. Lim sloeg het vervolgens dood met een watercontainer.
De zwaarste vijand: eenzaamheid
De volhardende Lim wist met zijn vernuft veel langer in leven te blijven dan zijn aanvankelijke proviand zou hebben toegelaten. Maar na wekenlang alleen over de oceaan te dobberen, raakte hij steeds moedelozer. Hij stopte met het maken van zijn dagelijkse knopen en stapte over op het tellen van de volle manen.
Af en toe zagen bemanningsleden van vrachtschepen Lims reddingsvlot langsdrijven, maar ze weigerden hem te redden. Lim geloofde zelf dat dit kwam omdat hij Aziatisch was en mogelijk werd aangezien voor een Japanse zeeman in nood. In oorlogstijd kon dat fataal zijn.
Een record dat niemand wil verbreken
Op 5 april, na 133 dagen op het vlot te hebben overleefd, werd Lim eindelijk gered. Drie Braziliaanse vissers ontdekten hem op ongeveer zestien kilometer van de kust van de staat Pará. Op dat moment was hij ongeveer 1210 kilometer afgedreven van de plek waar de Benlomond was gezonken.
Toen hem werd verteld dat niemand ooit langer op een reddingsvlot op zee had overleefd, antwoordde hij: ‘Ik hoop dat niemand ooit dat record hoeft te verbreken.’ Na de oorlog verhuisde Lim naar de Verenigde Staten, waar hij drie dochters en een zoon kreeg. Hij stierf in 1991 op 72-jarige leeftijd.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!
Jim is editor voor National Geographic. Hij studeerde sociale geografie, en specialiseerde zich in duurzaamheid en groene steden. Schrijven is zijn passie; hij ziet in elk verhaal – hoe klein ook – een kans om de wereld beter te begrijpen. In zijn vrije tijd bezoekt hij graag concerten en filmhuizen, of gaat hij hardlopen.













