Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot de Noorse soldaat Jan Baalsrud zich aan bij het verzet om de Duitse bezetters te dwarsbomen. Tijdens een missie in het ijzige noorden van Noorwegen liepen hij en zijn medecommando's door een merkwaardig toeval in handen van de Duitsers. De heroïsche ontsnapping en overlevingstocht die volgden, maakten van hem een ware verzetsheld.

Van kaartenmaker tot verzetsstrijder

Jan Baalsrud werd in 1917 geboren in Kristiania, het huidige Oslo. In 1939 rondde hij zijn opleiding af als maker van cartografische instrumenten, maar een jaar later namen zijn plannen een onverwachte wending. Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog en de bezetting van Noorwegen sloot Baalsrud zich aan bij het Noorse verzet.

In 1941 reisde hij naar Groot-Brittannië om zich aan te sluiten bij een speciale eenheid, genaamd Company Linge. Deze groep Noorse commando's, opgezet door de Britse Special Operations Executive, voerde sabotageacties uit in bezet Noorwegen.

Twee jaar later werd Baalsrud geselecteerd voor een missie in het noordelijke Tromsø, een stad dicht bij de Noordelijke IJszee. Vanwege de strategische ligging vormde Tromsø een belangrijk logistiek centrum voor de Duitse bezetters.

Baalsrud en een groep van elf andere verzetsstrijders zouden daar een contactpersoon ontmoeten die hen toegang moest verschaffen tot de watervliegtuigbasis en het nabijgelegen militaire vliegveld, zodat zij die door sabotage buiten gebruik konden stellen. Maar eenmaal aangekomen in Noord-Noorwegen liep hun plan door een ongelukkig toeval al snel mis.

Een fataal misverstand

In Tromsø wilden de commando's contact leggen met het lokale verzet. Via inlichtingen had Baalsrud de naam ontvangen van iemand die hen kon ondersteunen, maar door een ongelukkig toeval spraken de mannen een winkelier aan die precies dezelfde naam droeg. De winkelier meldde het verdachte gesprek direct aan de Gestapo.

De volgende dag werd hun schip, met aan boord ruim honderd kilo explosieven, aangevallen door een Duits patrouilleschip. Toen de Noorse verzetsstrijders beseften dat ze waren verraden, brachten ze hun eigen lading tot ontploffing. Alle twaalf mannen haastten zich naar de reddingsboten om te ontsnappen, maar hun vlucht bleek tevergeefs.

Elf mannen werden uit het water gehaald, aan de Gestapo overgedragen en later geëxecuteerd. Slechts één man wist te ontkomen. Baalsrud dook het ijskoude water van de Noordelijke IJszee in en zwom naar de kust. Daar zocht hij, doorweekt en verkleumd, dekking in een ravijn. Toen een Duitse soldaat zijn schuilplaats ontdekte, schoot Baalsrud hem dood.

Een negen weken durende vlucht

Wat volgde was een negen weken durende klopjacht door de barre natuur van Noord-Noorwegen. Baalsruds doel was de Zweedse grens te bereiken, maar daarvoor moest hij ruim tweehonderd kilometer afleggen. De diepe sneeuw en ijzige temperaturen maakten dit vrijwel onmogelijk zonder warme kleding, voedsel en onderdak.

Als voortvluchtige trok hij van dorp naar dorp, waar hij volledig afhankelijk was van de vrijgevigheid van lokale bewoners. Over zijn vlucht vertelde hij zo min mogelijk; hij wilde voorkomen dat de onschuldige burgers gevaar zouden lopen als hij werd opgepakt.

Dankzij tientallen Noren ontving hij onderdak en eten. Baalsrud kreeg zelfs ski's, waarmee hij zich veel sneller door de sneeuw kon voortbewegen.

Zonder in handen van de Gestapo te vallen wist hij langzaam maar zeker dichter bij de Zweedse grens te komen. Maar de Noorse vrieskou was genadeloos. Zijn nieuwe laarzen bleken niet warm genoeg en langzaam verloor hij het gevoel in zijn voeten. Tot overmaat van ramp werd hij getroffen door een zware lawine, die hem van zijn ski's en de rest van zijn uitrusting scheidde. Baalsrud was terug bij af en nog altijd tientallen kilometers van Zweden verwijderd.

Bevroren tenen

Zwaar ondervoed bereikte hij opnieuw bewoond gebied aan de westkant van de Lyngenfjord. Nadat hij in een afgelegen hut was ondergebracht, ontdekte Baalsrud hoe ernstig zijn voeten eraan toe waren. Ze waren zo zwaar bevroren dat gangreen was ontstaan: doordat de bloedtoevoer naar zijn tenen was afgesneden, stierven deze langzaam af.

Baalsrud besloot dat hij het risico niet kon nemen dat de infectie zich verder naar zijn voeten zou verspreiden. Hij steriliseerde zijn zakmes boven een olielamp en amputeerde drie tenen. Enkele dagen later moest hij nog eens drie tenen verwijderen, toen bleek dat de infectie verder was verergerd. Later vertelde hij dat hij in die periode serieus had overwogen een einde aan zijn leven te maken.

Aankomst in Zweden

Eind mei namen Sámi-herders Baalsrud mee op rendiersledes en brachten hem meer dan honderd kilometer door afgelegen berggebied naar de Zweedse grens. Op 1 juni, na 63 dagen op vlucht, wist hij de grens over te steken.

In een Zweeds ziekenhuis werkte hij zeven maanden aan zijn herstel, waarna hij terugkeerde naar Groot-Brittannië. Daar hielp hij nieuwe Noorse verzetsstrijders op te leiden en bleef hij tot de bevrijding van Noorwegen van grote waarde voor het verzet.

Voor zijn uitzonderlijke moed en overlevingstocht ontving Baalsrud onder meer de Member of the Order of the British Empire (MBE) en de Sint-Olavmedaille met Eikentak. Na de oorlog trouwde hij, stichtte een gezin en werd voorzitter van de Noorse vereniging voor oorlogsinvaliden. Hij overleed in 1988, op 71-jarige leeftijd.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Jim Pouli
Jim Pouli
Editor

Jim is editor voor National Geographic. Hij studeerde sociale geografie, en specialiseerde zich in duurzaamheid en groene steden. Schrijven is zijn passie; hij ziet in elk verhaal – hoe klein ook – een kans om de wereld beter te begrijpen. In zijn vrije tijd bezoekt hij graag concerten en filmhuizen, of gaat hij hardlopen.