Boerenprotesten lijken misschien iets van deze tijd, maar de botsing tussen boeren en overheid kent in Nederland en België een lange geschiedenis. Al decennia trekken agrariërs de straat op uit onvrede over lage prijzen, verplichte regels en ingrijpende hervormingen. Soms bleef het bij ludieke acties, soms liep het uit op harde confrontaties. Deze vier protesten laten zien hoe diep die spanning kan oplopen.
1. Boeren protesteren door gratis aardappelen uit te delen (1964)
Nederlandse aardappelboeren hadden het in 1964 niet makkelijk. Hele schuren en magazijnen lagen vol met tonnen onverkochte aardappels. Een belangrijke reden? De Franse overheid had via subsidies de aardappelexport gestimuleerd, waardoor Nederlandse telers marktaandeel verloren. Nederlandse aardappels die normaal gesproken in België en Duitsland belandden, bleven nu in de schuur liggen.
De financiële gevolgen van het overschot waren niet mis. De kostprijs van een kilo aardappels was zo’n elf tot twaalf cent, terwijl de boer er maar acht cent voor kreeg. De overheid had een jaar eerder nog de prijs afgeroomd omdat aardappels te duur dreigden te worden, maar nu de marktprijs onder de kostprijs was gezakt, kon de boer niet op (genoeg) overheidssteun rekenen. Dat schoot velen in het verkeerde keelgat.
Ontevreden boeren vertelden aan verslaggevers hoe ze hun personeel moesten ontslaan of zelfs ander werk moesten zoeken. In Goeree-Overflakkee startten begin februari 1964 de protesten. Boeren stapten op hun tractoren en reden met aanhangwagens vol aardappelen naar Rotterdam om ze gratis uit te delen. Als ze toch al verlies leden, dan konden ze de aardappelen beter weggeven, zo was het idee. Ook Kamerleden ontvingen een gratis zakje aardappelen.
Daarmee zetten de boeren uit Goeree-Overflakkee een trend, want een paar weken later sloten ook telers uit Friesland, Gelderland en de Noordoostpolder zich bij het protest aan. Maar liefst 25 tot 30 ton aardappels, verspreid over zo’n 15.000 zakjes, belandden via trekkers en vrachtwagens in Den Haag, waar ze gratis werden uitgedeeld.
2. Boeren verzetten zich uit geloofsovertuiging tegen verplichte vaccinatie (1953)
Het was geen groot protest, maar wel een opmerkelijke: in 1953 weigerden veeboeren uit Ederveen hun runderen in te enten tegen mond- en klauwzeer. De reden was religieus van aard. Een gezond dier vaccineren was ‘in strijd met het geloof in de voorzienigheid Gods’, zo citeert de Gooi- en Eemlander de nota van de veehouders.
Boeren in de omgeving zetten hun handtekening op een lijst als protest tegen de verplichte inenting. De lijsten werden, samen met de nota, opgestuurd naar de toenmalige minister van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening.
3. Het gewelddadige boerenprotest in Drenthe (1963)
In maart 1963 werden drie Drentse boeren onder luid protest van hun boerderij verdreven. Dat het zover kon komen, had alles te maken met het nieuwe landbouwbeleid dat na de Tweede Wereldoorlog op gang kwam. Kleine (keuter)boeren moesten plaatsmaken voor grote boerderijen. Schaalvergroting en modernisering, dat was de nieuwe strategie.
Om boeren te begeleiden bij deze omslag, werd de publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie het Landbouwschap opgericht, waar iedere agrariër verplicht lid van moest worden. Daar hoorde ook een verplichte heffing bij. Veel boeren zagen het Landbouwschap als overheidsbemoeienis en weigerden de betalingen over te maken, waardoor ze een achterstand opliepen.
Onder hen waren drie boeren in het Drentse dorp Hollandscheveld. Ondanks de vele dreigbrieven van het Landbouwschap weigerden ze over te gaan tot betaling. De situatie was voor beide partijen een principekwestie geworden. Op 5 maart 1963 barstte de bom. Gewapend met traangasbommen trok een grote politiemacht naar het Drentse dorp om de boeren van hun boerderij te verdrijven.
De agenten stuitten op een menigte die bestond uit buurtbewoners en honderden boeren uit Friesland, Twente en de Veluwe, die speciaal naar het Drentse dorp waren afgereisd om te protesteren tegen de onteigening.
Het ontaardde in een bijzonder gewelddadige middag en een nederlaag voor de boeren. Zij moesten toezien hoe hun huisraad en vee op straat werden gezet. Andere Tijden maakte een aflevering over de gebeurtenissen in Hollandscheveld.
4. 100.000 boeren trekken naar Brussel – één betoger komt om (1971)
De modernisering van de agrarische sector zorgde ook in België voor grote protesten. In 1971 moest een boer zijn protest met de dood bekopen, nadat hij geraakt werd door een traangasgranaat. Hij liep mee in een enorme manifestatie in Brussel.
Het protest draaide om de plannen van de Europese landbouwcommissaris Sicco Mansholt. Hij wilde de overproductie die door de modernisering op gang was gekomen aan banden leggen en het marktevenwicht herstellen. In de jaren zestig waren enorme overschotten aan melk, boter en wijn ontstaan.
Mansholts oplossing bestond uit het halveren van het aantal boerenbedrijven binnen de Europese Economische Gemeenschap, de voorloper van de Europese Unie. Keuterboeren zouden moeten verdwijnen en de overblijvers moesten fuseren en efficiënter worden. Dit leidde met name in België – een land met veel kleine boerenbedrijven – tot grote protesten.
Verschillende nationale landbouworganisaties sloegen de handen ineen en organiseerden een groot protest op 23 maart 1971 in Brussel. Daar kwamen naar schatting 100.000 boeren op af, niet alleen uit België, maar ook andere EEG-landen. Het ging er bijzonder hard aan toe. Er werden slogans geroepen als ‘Hitler vermoordde de Joden, Mansholt de boeren’ en hier en daar waren stropoppen aan een galg te zien, die Mansholt moesten voorstellen.
De situatie werd steeds grimmiger en overal op straat vonden vernielingen plaats. De schade van de rellen liep tot in de miljoenen guldens. De politie greep hard in en gooide met traangasbommen. Zo’n tweehonderd gewonde betogers moesten voor behandeling naar het ziekenhuis en een boer uit Wallonië verloor zijn leven.
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Roeliene werkt als editor voor National Geographic. Daarnaast levert ze als wetenschapsjournalist bijdragen aan onder meer Quest en KIJK Magazine. Ze is dol op reizen, godsdienstgeschiedenis en een stevige wandeling.
















