Geschiedenis en Cultuur

Gouden paardenkop geeft twist aan Romeinse geschiedenis

Het vergulde beeld van een paardenkop en andere ontdekkingen suggereren dat de Romeinen een verrassende relatie hadden met stammen aan de noordgrens van het Rijk.dinsdag 21 augustus 2018

Deze vergulde paardenkop, die sinds afgelopen zondag in het Saalburgmuseum in Duitsland is te zien, maakte vermoedelijk deel uit van een levensgroot ruiterstandbeeld uit het jaar 1 n.Chr. dat een Romeinse keizer te paard uitbeeldde.
Deze vergulde paardenkop, die sinds afgelopen zondag in het Saalburgmuseum in Duitsland is te zien, maakte vermoedelijk deel uit van een levensgroot ruiterstandbeeld uit het jaar 1 n.Chr. dat een Romeinse keizer te paard uitbeeldde.

Na bijna tien jaar van juridisch getouwtrek is een Romeins beeldhouwwerk ter waarde van twee miljoen dollar voor het eerst aan het publiek getoond. De bijna dertien kilo zware, levensgrote paardenkop dateert uit het jaar 1 n.Chr. Het is gemaakt van brons en bekleed met goud. Maar dit voorwerp is veel meer dan een spectaculair voorbeeld van Romeinse beeldhouwkunst.

De paardenkop werd blootgelegd bij opgravingen van de Romeinse nederzetting Waldgirmes, in de buurt van het huidige Frankfurt, en het werpt een geheel nieuw licht op de relatie tussen de Romeinen en de Germanen.

Dit gouden figuurtje heeft bekende trekken, maar ook exotische. Het stelt de Griekse godin van de …
bekijk galerij

Eeuwenlang waren historici het erover eens dat de Romeinen van plan waren om de Germaanse stammen ten noorden en oosten van de Rijn met militaire macht te onderdrukken en in het gebied een nieuwe provincie te creëren. Maar na de rampzalige Slag in het Teutoburgerwoud in 9 n.Chr., de zogenaamde Varusslag, waarbij 15.000 Romeinse legionairs werden gedood, werd de verovering van Germanië afgelast. Afgeschrikt door de grote verliezen kozen de Romeinen uiteindelijk voor een stelsel van versterkingen genaamd de Limes, waarmee de noordgrens van het Rijk gedurende bijna driehonderd jaar zou worden beschermd.

Maar uit de vondst van de paardenkop en andere ontdekkingen in Waldgirmes blijkt nu dat militaire verovering niet het enige plan was dat de Romeinen voor Germanië in gedachten hadden. 

De Romeinse nederzetting in Waldgirmes, die tussen 1994 en 2009 werd opgegraven onder leiding van de Römisch-Germanische Kommission, een afdeling van het Deutsches Archäologisches Institut (DAI), beslaat een oppervlakte van ruim zeven hectare en had een versterkte palissade maar geen militaire gebouwen. Volgens hoofdonderzoeker Gabriele Rasbach van het DAI wijst dat erop dat de Romeinen jarenlang vreedzaam met de Germaanse ‘barbaren’ samenleefden en handel met ze dreven, tot aan de nederlaag in het Teutoburgerwoud.

De meeste gebouwen in de nederzetting waren van hout, en op basis van gegevens van boomringen werd de nederzetting aan het begin van het jaar 4 n.Chr. in korte tijd uit de grond gestampt. Binnen de drie meter hoge palissade van Waldgirmes zijn werkplaatsen voor het maken van aardewerk en houtsnijwerk, Romeinse woningen en zelfs sporen van loden waterleidingen gevonden.

In het centrum van de nederzetting stond een bestuursgebouw met meerdere functies, in het midden van een binnenhof of forum. Op die plek vonden de archeologen ook vier sokkels voor levensgrote beelden van ruiters te paard. De vergulde paardenkop maakte deel uit van een van deze ruiterstandbeelden, waarschijnlijk van het beeld dat een Romeinse keizer uitbeeldde.

De ontdekkingen in Waldgirmes verbluften archeologen en historici.

“Toen we beseften dat daar civiele bestuursgebouwen stonden, was dat een grote verrassing,” zegt Sebastian Sommer, een archeoloog van het Baverisches Landesamt für Denkmalpflege in München die niet bij de opgravingen was betrokken. “Waldgirmes wijst op een puur bestuurlijke benadering – en misschien op een misrekening van de Romeinen over het gemak waarmee ze deze stammen zouden pacificeren.”

Offerbeeld?

Met zijn prachtige standbeelden en loden waterleiding moet Waldgirmes deel hebben uitgemaakt van een Romeins plan om de Germanen niet zozeer te verpletteren maar ze tot de Romeinse levensstijl over te halen.

“Uit de nederzetting blijkt dat Waldgirmes een belangrijk bestuurscentrum moest worden en misschien zelfs als toekomstige hoofdstad was bedoeld,” zegt archeoloog Carsten Amrhein, directeur van het Saalburgmuseum, dat is gewijd aan het Romeinse castellumSaalburg in de buurt van Frankfurt en aan de Romeinse geschiedenis van het gebied. “De Romeinen waren veel verder met hun plannen voor een nieuwe provincie dan we dachten.”

Een paar jaar na de Varusslag in het Teutoburgerwoud kwam het dagelijks leven in de nederzetting tot stilstand. Maar er zijn geen tekenen van gevechten of slachtingen gevonden, zegt Rasbach. In plaats daarvan werd Waldgirmes mogelijk in het jaar 16 n.Chr. verlaten, toen het Romeinse leger opdracht kreeg de ingenomen gebieden ten noorden en oosten van de Rijn te ontruimen.

Nadat Waldgirmes was verlaten, werden de ruiterstandbeelden volgens Rasbach door Germaanse stamleden bewust kapotgeslagen en werd het goud en brons hergebruikt. Bronsfragmenten – 160 grotendeels kleine brokstukjes – werden verspreid over de hele nederzetting gevonden.

De paardenkop is een grote uitzondering. Niet ver van de sokkels vonden archeologen een ruim negen meter diepe waterput uit de Romeinse tijd. De paardenkop lag op de bodem van deze put, begraven onder acht zware maalstenen, houten emmers, houten handvaten van gereedschappen, een ossenjuk en andere spullen.

De paardenkop is niet bij toeval in de put gevallen, zegt Rasbach. Metaal was te waardevol om weg te gooien. In plaats daarvan kan de kop als onderdeel van een ritueel in de put zijn gegooid: Noord-Europese stammen offerden vaak paarden door ze in moerassen of rivieren te gooien. Misschien speelde de paardenkop een rol in een soortgelijke ceremonie, die werd afgesloten door het kostbare beeldhouwwerk af te dekken met maalstenen en andere spullen.

Hoewel de kop al in 2009 werd opgegraven, lag het prachtstuk bijna tien jaar in een depot. Een rechtszaak die was aangespannen door de boer op wiens land het voorwerp was gevonden, sleepte zich jarenlang voort, waarna de Duitse deelstaat Hessen uiteindelijk overeenkwam om de kop voor 773.000 euro van de boer te kopen. Het beeldhouwwerk werd afgelopen zondag voor het eerst als onderdeel van de vaste collectie van het Saalburgmuseum getoond.

Als Waldgirmes inderdaad deel uitmaakte van een Romeins plan om de Germanen met behulp van handeldrijven en cultuurgoed tot de Romeinse levensstijl over te halen, is het goed mogelijk dat deze nederzetting niet de enige is geweest die in de wildernis werd aangelegd.

“Er moeten nog meer van dit soort plekken zijn geweest,” zegt Rasbach. “Maar plaatsen en steden die in latere tijden ontstonden, werden bijna altijd bovenop oude Romeinse nederzettingen gebouwd. Dus met Waldgirmes hebben we veel geluk gehad.”

Lees ook: 'Mummie onthult het allereerste Egyptische balsemings-recept'

Dit verhaal werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com