De honderd dagen van Napoleon Bonaparte

Na een jaar ballingschap op Elba keerde Napoleon onverwacht naar Frankrijk terug voor de restauratie van zijn keizerrijk.maandag 2 december 2019

Door Jean-Joël Brégon

Dit artikel verscheen in National Geographic Historia editie 4, 2019.

Op 6 april 1814 leek er een einde te zijn gekomen aan de carrière van Napoleon Bonaparte, met bijna twintig jaar van constante militaire overwinningen. Hij had een rijk gesticht dat vrijwel het hele vasteland van Europa besloeg. Maar nu was een groot deel van Frankrijk bezet door buitenlandse troepen en had de Senaat hem zijn keizerlijke titel ontnomen. Hij zat moederziel alleen opgesloten in het paleis van Fontainebleau, ver van zijn vrouw Marie-Louise en zijn zoon, de koning van Rome. Napoleon besloot af te treden.

De zegevierende naties overlegden wat ze met hem moesten doen. Engeland, Oostenrijk en Pruisen wilden hem verbannen naar een plaats ver buiten Europa. De Russische tsaar, Alexander I, verhinderde dat, in een ridderlijk gebaar jegens een man die een tijdlang zijn ‘broeder’ was. Zijn uiteindelijke lot werd vastgelegd in het Verdrag van Fontainebleau, die Napoleon tot ‘soeverein vorst’ verklaarde van Elba, een eiland van 224 vierkante kilometer tussen Italië en Corsica. Op 4 mei werd hij met een Engels schip afgezet in Portoferraio, waar hij warm door de bevolking werd onthaald. Frankrijk en de rest van Europa haalden opgelucht adem toen ze zagen dat de voormalige veroveraar zich in zijn nieuwe positie van vorst van een minuscuul en geïsoleerd staatje leek te schikken. Het zag ernaar uit dat er na een kwarteeuw van oorlogen weer vrede kwam in Europa. Maar de geschiedenis zit vol onverwachte wendingen waar zelfs de stoutste geesten niet van kunnen dromen.

De eerste restauratie

In Parijs werd intussen de terugkeer van het huis Bourbon gevierd in de persoon van Lodewijk XVIII, een jongere broer van de in 1793 geguillotineerde koning. De 59-jarige vooruitstrevende, gematigde monarch wilde slechts een vreedzame restauratie. Om te breken met het absolutisme van vóór de revolutie van 1789 en om de dictatuur van de keizer ongedaan te maken, schonk hij de Fransen een grondwet (het Charter van 1814) die een constitutionele monarchie in het leven riep naar Engels model. De meeste artikelen van de Verklaring van de rechten van de mens en de burger (1789) bleven behouden in de Code Civil, het burgerlijk wetboek van Napoleon. Ook werd het Concordaat van 1801 bevestigd, waarbij alle bezittingen die van de kerk waren onteigend in handen bleven van particulieren of van de staat.

Het was een regeling die de meerderheid van de bevolking aansprak. Zij kregen niet het gevoel dat Frankrijk hiermee door zijn overwinnaars werd vernederd. Het land keerde terug naar zijn grenzen van 1792 (zelfs met een kleine gebiedsuitbreiding), behield zijn koloniën. Het land hoefde geen herstelbetalingen te doen en hoefde ook geen buitenlandse troepen op zijn grondgebied te dulden. De Franse politicus Talleyrand wist slim de belangen van zijn land door te drukken op het Congres van Wenen, dat op 1 november begon. Het was bedoeld om na twee decennia van oorlog de basis te leggen voor een nieuwe internationale orde. Dankzij de erkenning door het buitenland kon Lodewijk XVIII zich wijden aan de wederopbouw van zijn land. Daarmee kon hij voorkomen dat er een burgeroorlog uitbrak.

Maar hij had buiten zijn onmiddellijke omgeving gerekend: zijn eigen familie, zijn ambtenaren en een groot aantal van zijn ministers. Zij toonden zich heel wat minder verzoeningsgezind. Na twintig jaar ballingschap herkenden ze hun eigen land niet zoals dat uit de revolutie was verrezen. Ze eisten al hun oude posities en privileges op en vroegen bovendien schadevergoeding voor hun geleden malheur. De graaf van Artesië, een broer van de koning en de toekomstige Karel X, was de belichaming van deze reactionaire geest. In het kabinet van Lodewijk XVIII werkten min of meer liberale ministers, voormalige medewerkers van de keizer, samen met fanatieke royalisten zoals de graaf van Blacas en de baron van Vitrolles. Ook de publieke opinie was langs die lijnen verdeeld. Bij ideologisch links vreesde de filosoof Benjamin Constant voor maatregelen die de vrijheid beknotten, terwijl bij extreemrechts de vicomte (burggraaf) de Bonald de vervolging eiste van de Jacobijnen (die de revolutie van 1789-’95 nog eens dunnetjes over wilden doen) en de bonapartisten. De relatieve persvrijheid zorgde voor veel verbaal kruisvuur. 

Op Elba heerste Napoleon over zijn ‘soevereine vorstendom’ en leidde hij een schijnbaar teruggetrokken bestaan. De keizer schreef dat zijn leven ‘benijdenswaardig, tamelijk zoet’ was. Maar onvermijdelijk werd het eiland hem te klein. ‘Kon hij wel genoegen nemen met de heerschappij over een tuin, zoals Diocletianus deed in Salona?’ vroeg Chateaubriand zich af, verwijzend naar de Romeinse keizer die zich terugtrok in een uithoek van Dalmatië.
Foto van ORONOZ/ALBUM

Aan de andere kant verspeelde het nieuwe bewind met zijn maatregelen ook al snel de steun van een groot deel van de bevolking. Het herstel van de katholieke eredienst en de processies, de onbegrensde vrijheid van kerkelijke scholen en seminaries en het kerkelijk toezicht op de universiteiten waren tegen het zere been van de voltairianen. Deze aanhangers van Voltaire, voorvechter van de vrijheid van meningsuiting, waren tegen elke kerkelijke inmenging. 

Er was ook groot onbehagen in het leger. Na de oorlog waren driehonderdduizend soldaten met verlof gestuurd en vijftienduizend officieren oneervol ontslagen. Het opperbevel van de strijdkrachten had weliswaar de kant van de monarchie gekozen, maar het midden- en lagere kader en de veteranen waren grotendeels trouw aan de keizer gebleven. Het risico van opstanden en samenzweringen was daardoor aanzienlijk. Zich onbewust van dit gevaar rekruteerde Lodewijk XVIII een groot aantal emigranten voor zijn leger, troepen die tegen het revolutionaire Frankrijk en tegen Napoleon hadden gevochten. 

Terugkeer naar Frankrijk

De koning vertrouwde erop dat de tijd alle door onenigheid en rancune geslagen wonden zou helen. Hij hoopte dat de rust zou weerkeren, zowel in het openbare leven als in de privésfeer. Als hij een charismatischer persoonlijkheid was geweest en meer contact had gezocht met de bevolking, dan had hij kunnen slagen. Maar de koning was vrijwel immobiel door zijn obesitas en aanvallen van jicht. Daarbij was hij nog door en door achterdochtig en gedesillusioneerd en hedonistisch op de koop toe. Hij kwam zijn Tuilerieënpaleis dan ook niet meer uit. Dit droeg in belangrijke mate bij tot het besluit van Napoleon om terug te keren naar Frankrijk.

Napoleon was op Elba goed geïnformeerd over de situatie in Frankrijk, dankzij een wijd vertakt net van actieve spionnen. Zijn agenten in Frankrijk hadden er geen moeite mee de slecht georganiseerde politie van Beugnot, de minister van Binnenlandse Zaken, te ontwijken. Van verschillende kanten werd hem verzekerd dat er in Frankrijk elk moment een revolutie kon ontstaan. Napoleon hoefde alleen maar voet op vaderlandse bodem te zetten om met open armen te worden ontvangen. 

Maar Napoleons besluit hing ook af van persoonlijke factoren. Een ervan had te maken met zijn financiën, om precies te zijn het pensioen van twee miljoen frank per jaar dat hem door de Franse regering was toegezegd, maar dat hij nooit had ontvangen. De Britse officier Neil Campbell, die Napoleon in Portoferraio bewaakte, waarschuwde zijn regering: ‘Als de financiële problemen waarmee hij kampt voortduren (...), dan denk ik dat hij in staat is met zijn troepen het Kanaal van Piombino over te steken of andere strapatsen uit te halen. Maar als zijn verblijf op Elba en zijn financiën verzekerd zijn, dan denk ik dat hij de rest van zijn dagen hier in kalmte zal slijten.’ Nog onrustbarender waren de berichten die Napoleon bereikten over het Congres van Wenen. Daar begon de mening te overheersen dat Elba te dicht bij Europa lag en dat Napoleon elk moment van het eiland zou kunnen ontsnappen. Daarom werd voorgesteld hem naar een verder afgelegen plek te verbannen, naar de Azoren, of zelfs naar Sint-Helena, dat toen voor het eerst werd genoemd. Sommige royalisten stelden voor hem maar uit de weg te ruimen.

Napoleon besloot dat hij al die vijandelijke manoeuvres voor moest zijn. Medio februari 1815 nam hij het besluit zich opnieuw in het avontuur te storten – maar niet zonder eerst te hebben overlegd met zijn moeder Laetitia, die begreep dat haar zoon zijn laatste dagen niet kon slijten in een oord ‘dat hem onwaardig was’. 

In de negen maanden op Elba was Napoleon schijnbaar vooral bezig met plannen om de infrastructuur van het eiland te verbeteren; zo had hij had een irrigatiekanaal, een weg en een brug gepland. Maar vanaf de beslissing om terug te keren naar Frankrijk, kwam alles in een stroomversnelling. Op zondag 26 februari ging hij scheep op de Inconstant, de 28ste kwam Antibes in zicht. Op 1 maart ging hij daar vlakbij, in Golfe-Juan, met zijn legertje van zo’n duizend man aan land.

Triomf!

Nauwelijks was de keizer ontscheept of de keizerlijke garde vaardigde een proclamatie uit: ‘Soldaten, kameraden, wij hebben jullie keizer beschermd (...) wij hebben hem, duizend gevaren trotserend, van overzee teruggebracht. Wij zijn geland op de kust van het gezegende vaderland met de nationale driekleur en de keizerlijke adelaar in top (...) Sinds enkele maanden regeren de Bourbons en zij hebben laten zien dat ze niets vergeten zijn en niets hebben geleerd (...) soldaten van de grote Napoleon, blijven jullie trouw aan een koning die twintig jaar lang de vijand van Frankrijk was?’

Terug op het vasteland rukte de keizer met zijn troepen op naar Parijs. Op 5 maart werden ze juichend ontvangen in Gap. Die dag kreeg Lodewijk XVIII eindelijk het nieuws te horen. De koning bleef kalm en zijn regering leek dezelfde koelbloedigheid uit te stralen – ze dachten zeker te zijn van de macht omdat ze de steun van de legertop hadden. Maarschalk Ney, die ooit Napoleons trouwste generaal was, beloofde hem bij de koning af te leveren ‘in een ijzeren kooi’.

De opmars van Napoleon naar de hoofdstad – de ‘vlucht van de adelaar’ – verliep zonder hindernissen. In Lyon zwoeren alle burgerlijke en militaire autoriteiten hem trouw. In Auxerre, op 150 kilometer van Parijs, sloot Ney, zijn grootspraak inmiddels vergeten, hem aan de borst. Op 20 maart, om negen uur in de ochtend, betrad Napoleon het Tuilerieënpaleis, dat de avond tevoren in grote haast was verlaten door Lodewijk XVIII, die een goed heenkomen had gezocht in Gent.

Nog geen twee weken later zat de keizer weer op de troon. Het merendeel van de staatsorganen erkende zijn gezag en de zuiveringen bleven beperkt tot een klein aantal manifeste ‘verraders’. Napoleon vormde haastig een regering van zijn oude getrouwen. Opnieuw was hij heer en meester over Frankrijk.

Maar, zoals velen hadden waargenomen, was Napoleon niet meer dezelfde. De ontzetting uit de macht van het jaar daarvoor, met al het verraad en de afkeuring van het publiek, had zijn sporen nagelaten in zijn gemoed. Hij zou zich door mooie woorden en schone schijn niet meer laten bedriegen. ‘Over zijn triomfantelijke terugkeer, wellicht de opzienbarendste gebeurtenis in zijn leven, maakte hij zich geen illusies en die schonk hem weinig hoop,’ schreef de Franse historicus Prosper de Barante. Toen zijn minister van Financiën hem feliciteerde, antwoordde hij: ‘De tijd van beleefdheidsformules is voorbij. Ze hebben me laten komen zoals ze de anderen hebben laten gaan.’ 

Napoleons minister van Binnenlandse Zaken uitte zijn verbazing over de teruggekeerde keizer: ‘Ik herken hem niet meer. De onverschrokken terugkeer van Elba lijkt al zijn energie te hebben opgeslokt. Hij aarzelt, twijfelt. In plaats van te handelen overlegt hij, vraagt iedereen om raad.’ Napoleon had dan ook reden tot wanhoop. Zijn vrouw Marie-Louise wilde niet met hun beider zoon terugkeren naar Parijs, waarmee ze zijn verlangen om zijn keizerlijke dynastie voort te zetten in de wielen reed. Bovendien waren er mensen binnen zijn regering die complotten tegen hem smeedden. Een van hen was Joseph Fouché, het hoofd van de politie, die hem al eerder had bedrogen.

Napoleon deed er ondertussen alles aan om zijn macht veilig te stellen. Hij gaf een wat liberalere draai aan zijn regime, met het doel de vrees weg te nemen van degenen die hem beschuldigden van despotisme in de tijd vóór zijn troonsafstand. Hij verkondigde ook dat hij met heel andere intenties uit ballingschap was teruggekeerd. ‘Ik heb een jaar doorgebracht op het eiland Elba en daar, als in een graftombe, hoorde ik de stem van het verleden galmen. Ik weet wat ik moet vermijden, ik weet wat ik moet willen.’

Onbehagen

De keizer liet een nieuwe grondwet opstellen, die echter niet wezenlijk verschilde van de oude, en alleen een paar extra individuele vrijheden toestond. De absolute macht van Napoleon bleef onaangetast. Dat stelde veel mensen teleur. Toen de grondwet aan een referendum werd onderworpen, stemden 1.532.000 mensen vóór en slechts 4800 tegen, maar meer dan vijf miljoen kiezers waren thuis gebleven. Op 1 juni hield Napoleon een grote militaire ceremonie op het Champs-de-Mars om de uitkomst te vieren. Het feestvertoon was even grandioos als leeg: noch de bourgeoisie, noch de militaire elite stond er werkelijk achter.

Vervolgens wilde de keizer de instemming verwerven van verschillende Europese mogendheden. Hij verzekerde ze dat hij geen plannen meer had tot veroveringsoorlogen, maar niet iedereen geloofde hem. ‘Het eerste wat Bonaparte deed (...) was zich als een onschuldig lam voordoen dat geen wrok koesterde en geen smet op zijn blazoen had, een allemansvriend die alleen maar met rust gelaten wilde worden in zijn keizerrijkje,’ schreef baron de Frénilly sarcastisch.

Het lijdt geen twijfel dat de keizer heel goed besefte dat de machtsverhoudingen in zijn nadeel waren. Aan de Habsburgse keizer en de tsaar van Rusland – zijn ‘broeders’ zoals hij ze noemde – schreef hij dat het, ‘na de wereld een spektakel van grote veldslagen te hebben voorgeschoteld, toch veel beter zal zijn om slechts de vruchten te plukken van een vreedzame rivaliteit’. Waarom zouden we niet geloven dat hij dat echt meende?

Hoe het ook zij, het antwoord loog er niet om. Op 15 maart, tijdens een vergadering in Wenen, verklaarden vertegenwoordigers van Pruisen, Groot-Brittannië, Rusland, Oostenrijk, Zweden, Spanje en Portugal Napoleon vogelvrij als ‘verstoorder van de wereldvrede’.

Hoewel het formeel een oorlogsverklaring was, waren er in de praktijk nog twijfels. De tsaar, die duur voor zijn oorlog tegen Napoleon had moeten betalen, wilde zich niet te veel committeren. In Wenen drong kanselier Metternich er bij keizer Frans I van Oostenrijk, de schoonvader van Napoleon, op aan zijn dochter Marie-Louise en zijn kleinzoon, de koning van Rome, niet naar Frankrijk te laten vertrekken. Engeland wilde korte metten maken met Napoleon, maar kwam soldaten te kort en stuurde minder troepen dan waren toegezegd.

Desondanks wist de Zevende Coalitie in de Zuidelijke Nederlanden een legermacht op de been te brengen van 220.000 manschappen.

Vijand van de vrede

Napoleon had niet de tijd om een leger op poten te zetten dat zich daartegen kon weren. Wekenlang was hij er, weer even energiek als vroeger, mee bezig en slaagde erin 120.000 man te ronselen, waarvan ruim 20.000 cavaleristen, uitgerust met 366 stukken geschut. Onder zijn manschappen zaten veel veteranen, onder wie ervaren officieren, maar ook slecht getrainde jongeren. Op 15 juni rukte Napoleon met zijn noordelijke leger op naar de vijandelijke troepen in de Zuidelijke Nederlanden. (Zuid-)Nederlanders, Engelsen, Oostenrijkers, Duitsers, Russen en Spanjaarden stonden voor de poorten van Frankrijk. De keizer dacht echter dat de oorlog zo goed als gewonnen zou zijn als hij erin zou slagen de Pruisen onder aanvoering van Blücher en de Engelsen onder commando van Wellington te verslaan. Het eerste deel van zijn plan werd een succes. Op 16 juni behaalde Napoleon zijn laatste overwinning tegen de Pruisen bij Ligny. Twee dagen later volgde de beslissende slag bij Waterloo. Urenlang bleef de strijd onbeslist. De Fransen hadden de overwinning binnen bereik, maar werden toch verslagen, onder meer door het optreden van Nederlandse troepen. Dat was het onherroepelijke einde van Napoleon Bonaparte. De grote veroveraar van Europa gaf zich een maand later over aan de Engelsen en werd verbannen naar het eiland Sint-Helena in het zuiden van de Atlantische Oceaan. Hij keerde nooit meer terug.

Lees verder

De geboorte van de democratie

In de 6de eeuw v.C. werd Athene geregeerd door de tiran Peisistratos en zijn zonen. De verbannen staatsman wist de stad in 510 v.C. te bevrijden. Zijn radicale politieke hervormingen maakten van Athene de bakermat van de democratie.

Hoe de Franse koningin Marie Antoinette haar hoofd verloor

De echtgenote van Lodewijk XVI werd voor een revolutionair tribunaal geleid op last van samenzwering met de vijanden van de Franse Revolutie. Na een proces van amper twee dagen werd de ‘weduwe Capet’ veroordeeld tot de guillotine.

Deze 19e eeuwse dandy zorgde voor een stijlrevolutie

George ‘Beau’ Brummell werd begin 19de eeuw beroemd als de best geklede man van Engeland. Tegenwoordig staat hij bekend als de eerste dandy in de geschiedenis.