De vergeten ‘wolfskinderen’ van de Tweede Wereldoorlog

Na het einde van het verwoestende conflict moesten kinderen in Oost-Pruisen onder zware omstandigheden zien te overleven.

Tuesday, April 14, 2020,
Door Gail Fletcher
Foto's Van Lukas Kreibig
Tijdens de verovering van het Oost-Pruisische Königsberg door het Rode Leger werd Gisela gescheiden van haar ...

Tijdens de verovering van het Oost-Pruisische Königsberg door het Rode Leger werd Gisela gescheiden van haar ouders. Nog steeds woont ze op de boerderij in Lazdijai, waar ze tijdens de Sovjetbezetting van Litouwen op een kolchoz werkte.

Foto van Lukas Kreibig

In het kader van 75 jaar bevrijding staat National Geographic van 2 mei t/m 9 mei in het teken van WOII WeekBekijk hier de speciale programmering.

In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog bleven veel kinderen achter zonder ouders om hen door barre tijden heen te loodsen. Dat gold ook voor kinderen in Oost-Pruisen, die in de laatste fase van de oorlog van hun familie gescheiden werden of raakten. Veel van deze kinderen leefden buiten de samenleving en zwierven door onherbergzame bossen om te overleven. Omdat ze vaak werden vergeleken met rondtrekkende hongerige wolven, kregen ze de bijnaam ‘wolfskinderen’.

In haar beschrijving van de geopolitieke besluitvorming aan het einde van de Tweede Wereldoorlog verwijst Michelle Mouton, professor in de geschiedenis aan de University of Wisconsin, naar een verklaring uit 1944 van de Britse LabourParty waarin de partij “een diepe haat jegens de Duitsers in de bezette landen [in Oost-Europa] gedurende de directe naoorlogse periode” voorzag, waarbij de Duitsers mogelijk voor de keus kwamen te staan tussen “migratie of massaslachting.” Volgens Mouton “wilden de Geallieerden officieel geen massaslachtingen, dus besloten ze om migratie toe te staan.”

Door wettelijk geregelde en ongeregelde verdrijvingen van Duitsers uit heel Oost-Europa, raakten veel gezinsleden elkaar in de chaos uit het zicht, wat vooral grote gevolgen had voor het lot van kinderen in Oost-Pruisen. Sommige werden naar opvoedtehuizen in de Sovjet-Unie gestuurd, andere vluchtten naar Litouwen. Sommige wisten de nieuwe DDR of het nieuwe West-Duitsland te bereiken. In talloze gevallen werden deze kinderen gedurende de rest van hun kinderjaren en pubertijd getekend door de druk om zich aan ongewone omstandigheden en een vijandige omgeving aan te passen.

Veel van de Oost-Duitse ‘wolfskinderen’ die naar Litouwen vluchtten, vertelden later over een periode waarin ze gedwongen werden afscheid te nemen van hun taal, hun familie en hun thuis. Ze verloren kortom alle fundamenten waarop hun bestaan en identiteit op een zo kwetsbare leeftijd was gebouwd. Wat ze ervoor terugkregen, was een leven waarin ze onder zware omstandigheden moesten werken, vaak weinig of geen scholing kregen of zich jarenlang moesten verschuilen. De hulp die ze soms van hun Litouwse buren kregen, kon op elk moment ophouden. Ze woonden in het door de Sovjet-Unie bezette Litouwen, waar het beleid op het gebied van denazificatie en van vergelding voor de Duitse oorlogsmisdaden keihard werd doorgevoerd. Uiteindelijk waren deze kinderen het slachtoffer geworden van de ineenstorting van een ideologie die ooit was ontworpen om hen te bevoorrechten.

Hoewel fotograaf Lukas Kreibig zich niet meer goed kan herinneren wanneer hij voor het eerst van deze ‘wolfskinderen’ hoorde, bleven hun verborgen gebleven verhalen hem bij. Als student aan de Deense School voor Media en Journalistiek probeerde hij meer te weten te komen over wat er met de kinderen van Oost-Pruisen was gebeurd, door middel van een fotografieproject waaraan hij in 2017 begon. Tijdens zijn research stuitte hij op het werk van Claudia Heinermann, die bezig was aan een boek over de ‘wolfskinderen’. Beiden kwamen in contact met Luise, een voormalig wolfskind, die hen voorstelde aan degenen die ze voor hun apart uitgevoerde projecten fotografeerden. Over de twee gescheiden projecten zegt Kreibig: “Het is goed dat dit verhaal op meerdere manieren wordt verteld,” zodat het leven en de geschiedenis van deze kinderen zichtbaarder worden.

Kreibig besefte dat hij sprak met enkele van de laatste nog levende ooggetuigen van deze nietsontziende episode en probeerde intieme portretten te creëren van verouderde gezichten die zo lang in de schaduw van de geschiedenis hadden gestaan.

In een idyllisch stadje in het zuiden van Litouwen ontmoette Kreibig ook Gisela, die op haar veertiende ontsnapte aan een ‘dodenmars’ onder leiding van Sovjettroepen nadat ze in 1945 getuige was geweest van de hongerdood van haar oma. Na een korte periode in Kaliningrad (het voormalige Königsberg) reisde Gisela naar Litouwen, waar ze op een beter leven hoopte. Ze leerde Litouws en kwam op een kolchoz (collectieve boerderij) te werken, waar ze haar man leerde kennen en een dochter en een zoon kreeg. Ze herinnert zich dat het boerenleven zeer zwaar was en legt in het Litouws uit dat ze die tijd het liefst wil vergeten, maar dat dat niet kan omdat “het je als een litteken bij blijft.”

Er waren ook goede momenten, zoals de keer dat Gisela bericht kreeg van het Duitse Rode Kruis dat haar moeder en broer nog in leven waren. Ze had bijna twintig jaar niets over hun lot vernomen. In een brief uit 1961 schreef haar moeder haar in het Duits: “Giselchen, ik ben zó blij dat je nog leeft en dat ik jouw adres heb om je te schrijven. We hebben lange tijd niets van elkaar gehoord. Jouw broer Dieter en ik zijn gezond.”

Toch was de angst groot om bij de Sovjetautoriteiten te worden aangegeven. De waarheid over haar Duitse afkomst kon ze alleen aan haar naaste vrienden kwijt.

Aan de hand van foto’s en documenten uit de verschillende fases van hun leven heeft Kreibig zich ook verdiept in de verhalen van Erna, Reinhard en Elfriede, andere kinderen uit het voormalige Oost-Pruisen. De meeste voormalige ‘wolfskinderen’ met wie Kreibig sprak, konden hun Duitse en Litouwse identiteit niet goed van elkaar scheiden en vonden dat ze zich tot relatief kort geleden in geen van beide hadden thuis gevoeld. De Litouwse overheid betaalt nu een bescheiden pensioen aan voormalige wolfskinderen, terwijl Duitsland enige (moeilijk toegankelijke) overheidssteun en vertegenwoordiging biedt.

De neiging in de geschiedschrijving om getuigenissen van kinderen te negeren kan misschien verklaren waarom mensen als Gisela en talloze anderen zo lang geen stem hebben gehad in de historische literatuur. Nader onderzoek naar veranderingen in de herdenkingspolitiek in zowel Oost- als West-Duitsland en ook in de voormalige Sovjetrepublieken zou meer antwoord kunnen geven op de vraag waarom kinderen in de naoorlogse geschiedschrijving werden genegeerd en hoe hun stem uiteindelijk pas in de historische literatuur van het huidige Europa meer aandacht kreeg.

Direct na de Tweede Wereldoorlog probeerden sommigen in West-Duitsland hun verantwoordelijkheid voor de misdaden van de nazi’s te bagatelliseren, terwijl men in Oost-Duitsland de nadruk legde op de macht van de Sovjet-Unie als beslissende factor in de overwinning op het fascisme. Officiële herdenkingen en herinneringen waren in beide gevallen zeer selectief. Het is lastig om je een tijd voor te stellen waarin de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, waaronder die aan de holocaust, zelden of zeer spaarzaam werden besproken.

Het huis van Erna Schneider in Litouwen ligt aan het Orija-meer, dat hier in het licht van de vroege avond is te zien.

Foto van Lukas Kreibig

Volgens Jenny Wüstenberg, die in het kader van het uitwisselingsprogramma DAAD (Deutsche Akademischer Austauschdienst) gastprofessor aan de York University in Toronto is, werd er in de DDR “niet echt gesproken over de wreedheden van de Sovjettroepen, omdat zij officieel als de grote bevrijders werden afgeschilderd.” In West-Duitsland vormde de herinnering aan het lijden van de Duitse bevolking in het algemeen wel “een belangrijk onderdeel van de herinnering aan de oorlog.”

Later zouden steeds meer mensen in Europa pleiten voor minder selectieve vormen van herdenken. Zo was het eerder in West-Duitsland niet bon ton om al te gedetailleerd in te gaan op het lot van Duitse bevolkingsgroepen die aan het einde van de Tweede Wereldoorlog uit Oost-Europa waren verdreven, omdat dat zou neerkomen op het bagatelliseren van de misdaden van de nazi’s en een onjuiste gelijkstelling tussen het lijden ‘aan beide zijden’ zou suggereren. En dus werden verhalen over ‘wolfskinderen’ voornamelijk gedeeld in zeer rechtse en revisionistische kringen, waar het lot van deze kinderen werd gebruikt om het nazisme te bagatelliseren en om het lijden van de Duitsers gedurende de Tweede Wereldoorlog te benadrukken.

Door de val van de Muur in 1989 en de daaropvolgende ineenstorting van de Sovjet-Unie konden verschillende groepen burgers volgens Wüstenberg openlijker over hun verleden praten en er intensiever op ingaan. Als een van de vertegenwoordigers van deze ontwikkeling, zegt Kreibig dat de verhalen van de kinderen uit Oost-Pruisen in het huidige Duitsland nu beter bekend zijn.

Het trauma van de oorlog ligt diep verankerd in onze samenlevingen en bestrijkt meerdere generaties, maar zoals in het geval van alle pijnlijke herinneringen kan de verdringing ervan na verloop van tijd steeds beter worden bestreden. Lukas Kreibig vond het belangrijk om te herinneren aan “de verhalen en de dood en het lijden die deze oorlog heeft veroorzaakt.” Zijn project over de oorlogskinderen van Oost-Pruisen biedt volgens hem de kans om nader in te gaan op de grote uitwerking die conflicten op kinderen hebben en op de complexe en wijdvertakte processen waarmee identiteit en verleden worden geconstrueerd. Het project getuigt ook van de kracht die beelden kunnen hebben: als aanvulling op de geschiedschrijving zelf, als factor in de meningsvorming en als aanzet om het collectieve verleden kritischer te onderzoeken.

De Duitse fotograaf Lukas Kreibig woont in Hamburg. Bekijk meer van zijn werk op zijn website en volg hem op Instagram.

Dit artikel werd oorspronkelijk op 1 augustus 2019 in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

LEES VERDER

Het eerste transport naar Auschwitz vervoerde 999 jonge Joodse vrouwen. Dit is hun verhaal.

In het kader van 75 jaar bevrijding denkt een van de overlevenden terug aan het transport van maart 1942 – en aan de verschrikkelijke jaren die erop volgden.
Tweede Wereldoorlog

WOII Week

In de WOII Week staat National Geographic stil bij 75 jaar bevrijding. Van 2 t/m 8 mei volg je de WOII Week op zender met premium oorlogscontent en speciale content op Bevrijdingsdag, waaronder Heroes of the Sky: The Real Mighty 8th.

11 spookachtige foto’s van Tweede Wereldoorlog-bunkers

Fotograaf Jonathan Andrew zette deze grimmige foto’s van bunkers uit de Tweede Wereldoorlog op een rij.
Lees meer