Winter in Japan

Tempels, geisha’s, sushi: de Japanse cultuur spreekt veel reizigers tot de verbeelding. Minder bekend is het uitzinnige plezier dat de bevolking beleeft aan winter, kou en sneeuw. Outdoorfotograaf en auteur Menno Boermans geniet mee.donderdag 9 november 2017

Door Menno Boermans

Opvallend fit komt de oude baas langsgegleden. Sierlijk beweegt hij zijn armen en benen heen en weer, zodat de stokken ritmisch in de sneeuw prikken en de ski’s naar voren schieten. Op een naastgelegen heuvel laat een vader zijn zoontje zien hoe het moet. Voetje voor voetje glijdt de dreumes – die volgens mij nog maar net kan lopen – tot de rand van de helling, en zoeft daarna ongecontroleerd naar beneden. Twee toeristen springen verschrikt opzij. Daarna barst iedereen in lachen uit.

De sfeer is gemoedelijk in het park Nakajima-koen in Saporro. Op de achtergrond ligt de skisspringschans Okurayama, gebouwd voor de Olympische Spelen van 1972 waar Ard Schenk (weliswaar in een andere discipline) met drie gouden medailles de succesvolste sporter van het evenement werd. Hoewel de Nederlander de lieveling van de Japanse supporters werd, is schaatsen nooit een volkssport geworden op Hokkaido. Glad ijs is er nauwelijks te vinden. Op Japans meest noordelijke eiland valt simpelweg te veel sneeuw. Skiën: dát is waarvoor de Japanner extra vroeg zijn bed uitkomt.

Winter in Japan

‘Sneeuw is voor ons het witte goud.’ Kumiko Terakado skiet al vanaf haar 12de, maar beleefde er in het begin geen lol aan. ‘Als kind had ik het altijd koud, en vallen deed pijn,’ vertelt de Japanse, een vriendin van een van mijn reisgenoten, die in Tokio woont en werkt. ‘Skiën was niet leuk!’ Keerpunt was het bezoek dat ze in 2002 bracht aan Niseko. Dit wintersportgebied ligt twee uur rijden van Sapporo, en de vulkaan Annapuri is gedurende de wintermaanden gegarandeerd bedekt met een dikke zachte deken. ‘Dat was een bijzondere ervaring. De pistes zijn minder druk dan die op het vasteland, en de skiërs en boarders gedragen zich er volwassener. Het gaat niet om snelheid en stoer doen, maar om het skiën van esthetische lijnen in de perfecte sneeuw.’ De weldoener: een koude Siberische golfstroom die boven de Japanse Zee vocht opzuigt en hier tegen de bergen botst. Gemiddeld valt er per jaar vijftien meter, wat Niseko tot het op een na sneeuwrijkste gebied op aarde maakt. Bovendien is de consistentie van de sneeuw opvallend luchtig. ‘Superdroog,’ zoals Kumiko het noemt. En dat maakt Niseko tot ‘the powder capital of the world’.

Ik verblijf in Grand Hirafu, het dorpje waar majoor Theodore Edler von Lerch in 1912 het skiën op Hokkaido introduceerde. De officier van het Oostenrijks-Hongaarse leger demonstreerde aan Japanse soldaten hoe ze zich op ski’s konden voortbewegen. Maar de locals zagen dat de lange latten niet alleen uiterst handig waren als transportmiddel, ze vonden het vooral ook leuk om er mee de berg af te glijden. Gewoon voor de lol. Vanaf dat moment ging het snel. Er werden skischolen opgericht, studenten van de plaatselijke universiteit organiseerden wedstrijden, en in 1961 was de bouw van de eerste skilift een feit. Op het hoogtepunt, midden jaren negentig, beoefenden bijna achttien miljoen Japanners de skisport; Grand Hirafu ontwikkelde zich tot het ‘Sankt Moritz van de Oriënt’.

Het huidige skigebied ligt gedrapeerd over de hellingen aan alle zijden van de vulkaan. Dertig liften brengen skiërs naar het topstation, en via 61 ‘runs’ kom je weer beneden. Er zijn pistes, maar deze worden nauwelijks geprepareerd. Het sneeuwt toch de hele dag. En dat is nu precies wat het hier zo bijzonder maakt: je skiet alleen maar op ongeprepareerde sneeuw. En je hoeft heus geen professioneel skiër te zijn: volgens het overzichtskaartje van het gebied is een derde voor beginnende, een derde voor gemiddelde en een derde voor ervaren skiërs geschikt. Met een vriendelijk konichiwa buigt de man als we in de stoeltjeslift willen plaatsnemen. Maar ho, even wachten! De liftbediener veegt het zitje met een borstel eerst wel even schoon.

Winter in Japan

‘Achter dit hek is hulp niet gegarandeerd,’ staat er op een bordje bij het topstation. Toch heb ik mijn ski’s op m’n rugzak gebonden en loop ik door het poortje. Eerst lees ik het weerbericht en check het lawinebulletin. Want dat zijn de regels. ‘Elke ochtend wordt de backcountry gecontroleerd door experts,’ legt onze vriendin Kumiko uit, ‘maar er wordt altijd ook een beroep gedaan op ieders eigen verantwoordelijkheidsgevoel.’

Wie bijvoorbeeld niet over lawinekennis en veiligheidsmateriaal beschikt, doet er goed aan een gids in de arm te nemen. Die kent alle gevaren van het gebied en neemt je mee naar het grote geheim van Niseko. Om die heilige graal te kunnen bewonderen moet je wel eerst moeite doen. 

Met z’n vieren – alleen gaan is gevaarlijk – beginnen we aan een halfuur durende klim naar de top van de vulkaan. Op 1308 meter boven zeeniveau veeg ik zweetdruppels uit mijn ogen. De mistflarden trekken even weg, en ik kan kilometers ver over het eiland uitkijken. In de verte zie ik zelfs de zee. 

De grootste beloning komt nog: een afdaling van 1000 hoogtemeters door ’s werelds lekkerste poedersneeuw. Links en rechts vliegen skiërs en snowboarders naar beneden. Ze maken elegante bochten en spuiten grote golven sneeuw op. Uit de mistige diepte onder me klinken opgewonden plezierkreten. Volwassen mannen die kraaien als dolle kinderen in een speelparadijs. Dit is inderdaad uniek. Alsof ik op een wolkendek dein, zo zacht. Een gevoel van enorme rust valt over me heen. Geen zorgen, slechts genieten. Mijn lichaam is in harmonie met de natuur. Morgen bestaat niet, gisteren evenmin. Alleen nu. Hier. Zen.

De sneeuwlaag is op sommige plekken zo diep dat ik echt vaart moet houden om er niet tot mijn nek in weg te zakken. Enkele Japanners skiën met hun armen omhoog, alsof ze uit de fluffy sneeuw willen klimmen. Een andere oplossing is het onderbinden van extreem brede ski’s. Een groter oppervlak betekent immers meer draagvermogen, dus minder kans op wegzinken. Ook handig is de ski tracer: een lang lint van fluorescerend materiaal dat aangeeft waar je ski onder de sneeuw ligt, mocht je die bij een valpartij verliezen.

Soms moet ik stoppen om op adem te komen. De sneeuw besproeit constant mijn gezicht en af en toe stik ik zowat. ‘Neem de volgende keer je snorkel mee,’ grapt een snowboarder met wie ik een praatje maak. Tsutomu Tamura woont en werkt in Grand Hirafu, en zijn pretogen achter zijn skibril verraden dat hij het naar zijn zin heeft. ‘Snowboarden in deze poeder is het enige waarbij ik een vrolijkheid ervaar die 100 procent echt is. Mijn vrienden en ik zijn intens blij. We lachen hier vanuit de grond van ons hart.'

Beneden in het dal glijden we door een sprookjesachtig bos – van witte berken bedekt door nog wittere sneeuw – naar het dalstation van de lift. Een grijns van oor tot oor verraadt bij ons allen dat we zo snel mogelijk naar boven willen om de afdaling nog een keer te maken. ‘Wel eerst de klok luiden,’ maant Kumiko ons. ‘Die is ter nagedachtenis aan een oude man die, zelfs toen hij over de 100 was, nog aan skiën deed.’ Wie de bel luidt, toont respect voor ’s mans toeweiding en passie voor het gebied Niseko.

Grote sneeuwvlokken dwarrelen naar beneden. Beschenen door lichtbundels lijkt het of ze in slowmotion vallen. Het is donker en ik heb nog steeds mijn skischoenen aan. In Japan bestaat het après-skiën niet uit glühwein en polonaise, maar maak je nóg meer afdalingen. Ze kunnen er geen genoeg van krijgen. Het lage gedeelte van het skigebied wordt in de avond belicht door grote schijnwerpers, zoals die in een voetbalstadion, en de skipas geeft ook in het donker toegang tot de liften. Om negen uur maant een vrouwenstem uit de speakers ons dan toch naar huis te gaan. Tijd voor ontspanning en een welverdiende maaltijd.

Winter in Japan

Eten in Japan is geen korte onderbreking van de dag, maar een essentieel onderdeel van het avontuur. Tot de culinaire wonderen in Niseko behoren shabu shabu (vleesfondu in bouillon), yakitori (spiesjes met geroosterd vlees) en okonomiyaki (een hartige pizzapannenkoek). En als geboorteplaats van de sushi is Hokkaido bij uitstek geschikt om te genieten van de verste vis-op-rijst-hapjes. Het is bijna niet voor te stellen dat het gerecht dat tegenwoordig wereldwijd als luxe wordt beschouwd, uit armoede werd geboren toen boeren op het eiland, omringd door visrijke zeeën, hun enige twee beschikbare etenswaren combineerden.

In Hirafu vind je de lekkerste sushi in restaurant Shokusai in het hotel Niseko Alpen. Ik bestel verschillende soorten, en als de chef het bij me op tafel zet, schaam ik me haast het op te eten. Hoe eten eruitziet is in Japan bijna net zo belangrijk als hoe het smaakt. ‘Wie zich zelf liefheeft, eet vers, gezond en mooi voedsel,’ lees ik op een menukaart in gebrekkig Engels. De rauwe stukjes zalm, tonijn, makreel, garnaal, paling, inktvis en krab zijn samen met zeewier, wortel, komkommer en avocado prachtig gesorteerd op een tsukedai. Daarnaast een klein glaasje sake. Maar wel de koude. Want hoewel de meeste Europeanen rijstewijn vooral in de warme variant kennen, drinkt de Japanner die toch echt fris. Ik laat het me uitleggen. De kwaliteit van de sake stijgt naarmate de rijstkorrels gepolijster zijn. Op de fles staat dit in een percentage aangegeven. Hoe lager het getal, hoe beter, met 35 procent als absolute topper. Sakes met een hoger percentage zijn van mindere kwaliteit. Om dat te verbloemen wordt het vaak warm gemaakt. Maar op Hokkaido is dat niet nodig: de kwaliteit is bijzonder hoog. De rijstewijn van de Tanchozo-fabriek wordt zelfs gezien als de beste van het eiland, vooral vanwege het ambachtelijke productieproces en het heldere bergwater. Kampai!

Na het eten breng ik een bezoek aan de ijsbar, een project van Hiro Takenaka. De kunstenaar heeft in Hirafu een grot laten ontstaan door vanaf november met een tuinslang water te sprenkelen. Nu is het een bevroren gangenstelsel geworden dat met kaarsen sfeervol wordt verlicht. In de centrale ruimte is een bar met allemaal fancy drankjes. Aan het plafond hangen sierlijke ijspegels, door een gat in het dak kan de warmte verdwijnen. De ijsbar is maar drie uur per avond open, opdat het bouwwerk niet te snel wegsmelt. Want dat mag pas in de lente gebeuren, vindt Takenaka: ‘In het voorjaar smelt het ijs en zakt het in de grond. Het water herbergt de herinneringen van de bezoekers en neemt deze mee naar de aarde. Daar ontwikkelen die zich tot nieuwe levens.’ Deze gedachten overpeinzend zet ik koers naar de andere must visit. Aanvankelijk ben ik nog wat terughoudend, maar na een paar drankjes schreeuw ik luidruchtig met de karaoke mee. En of je nou zingt of schreeuwt, zoals ik doe, het gaat erom dat je samen met vrienden plezier maakt en alle stress – voor zover je van een dag skiën stress kunt krijgen – uit je lichaam laat ontsnappen.

Winter in Japan

De volgende dag is mijn keel schor. Ook voel ik dat mijn benen na al dat skiën best afgemat zijn. Op naar de onsen, een bad gevuld met warm water uit een natuurlijke bron dat een heilzame werking zou hebben. Na een tip van een local gaan we naar het hotel J-First. De openlucht-onsen daar biedt een mooi uitzicht over de bergen. Het bezoeken van een onsen is een ware traditie en gaat gepaard met vaste rituelen en ongeschreven regels. Toeristen worden niet heel streng bekeken, maar het is wel zo leuk om het – in dit land waar alles gaat zoals het hoort – zo netjes mogelijk te doen. Eerst op speciale slippers naar de kleedkamer. Na het uitkleden neem ik plaats op een laag krukje, waar ik word geacht me te wassen met water dat ik uit een tobbe over mijn hoofd laat vallen. Daarna richting bad, met een handdoekje voor de discretie. Het water heeft een groenige kleur. Het voelt zacht aan, licht zepig. Bovendien ruikt het naar zwavel: het bewijs dat het uit de vulkaangrond komt. Half liggend op het natuursteen geniet ik van het uitzicht op de berg Yotei die roodroze kleurt in de ondergaande zon. Maar dat blijft niet lang zo. Bewolking kondigt in de verte de volgende sneeuwbui aan. 

Naast me laat een Japanner zich achterover in het water glijden. Gokuraku noemen ze dat. Een staat van ontspanning in hart en ziel die doet denken dat je in de hemel bent. Ik sluit mijn ogen en denk aan de heerlijke ski-afdalingen door de unieke poedersneeuw. Kleine kristallen dwarrelen neer. Op een poster staat ‘Hokkaido: Blessed by snow.’

Geïnspireerd door dit verhaal? Lees ook de reiswijzer voor praktische tips en reisinformatie voor Hokkaido.

Lees meer