Deze zomer woeden op verschillende plekken in Europa grote natuurbranden, waarbij onder meer Frankrijk en Spanje zwaar zijn getroffen. De branden eisen mensenlevens en dwingen grote aantallen inwoners hun huizen te verlaten. Maar ook buiten de steden en dorpen voltrekt zich een ramp: wilde dieren moeten vluchten voor het vuur, terwijl hun leefgebied soms in enkele uren verdwijnt.

Miljoenen dieren getroffen door de natuurbranden

Net als mensen proberen wilde dieren aan de vlammen te ontsnappen, maar lang niet alle soorten zijn daar snel genoeg voor. Naar schatting zijn miljoenen dieren door de branden omgekomen, zegt Céline Sissler-Bienvenu, expert op het gebied van rampenbestrijding voor wilde dieren en oprichter van Planimalia, een Frans adviesbureau dat zich toelegt op dierenbeheer tijdens crises. ‘Het is een ecologische ramp.’

Klimaatverandering vergroot het risico op grote en moeilijk beheersbare natuurbranden. Hogere temperaturen en langdurige droogte zorgen ervoor dat bodems en vegetatie uitdrogen, waardoor vuur zich gemakkelijker kan verspreiden. ‘De atmosfeer zuigt het vocht op uit de grond en uit de planten,’ zegt klimaatwetenschapper Stefan Rahmstorf van het Potsdam Institute for Climate Impact Research in Duitsland. Uitgedroogde vegetatie kan vervolgens als brandstof dienen.

Voor dieren die de branden in de buurt van Bordeaux hebben overleefd, is het gevaar daarmee niet geweken. Ook na het vuur kan hun leefgebied zwaar zijn aangetast. ‘Het lijkt wel Pompeii,’ zegt Grégoire Loïs, natuuronderzoeker bij het Nationaal Natuurhistorisch Museum in Frankrijk. ‘Het is een woestijn van as.’

Na de vlammen begint een tweede strijd om te overleven

Een grote verscheidenheid aan wilde dieren ondervindt de gevolgen van natuurbranden. Als bos en struikgewas verdwijnen, verliezen kleine dieren zoals spitsmuizen, egels en hagedissen hun beschutting tegen roofdieren. Ook insectenpopulaties kunnen lokaal sterk afnemen, waardoor een belangrijke voedselbron verdwijnt.

Sommige dieren trekken daarom op zoek naar voedsel en beschutting naar stedelijke gebieden. Ook dat brengt risico’s met zich mee. ‘Elke keer als er bosbranden zijn, zien we een piek in het aantal aanrijdingen met auto’s, omdat de dieren gedesoriënteerd en verdwaald zijn,’ zegt Sissler-Bienvenu.

Daarnaast kunnen as en stoffen die bij de brandbestrijding worden gebruikt in bodem en water terechtkomen. Daardoor kan het voor overlevende dieren moeilijker worden om schoon drinkwater en voldoende voedsel te vinden.

Waarom reptielen en amfibieën extra kwetsbaar zijn

Niet alle dieren kunnen even gemakkelijk aan een brand ontsnappen. Herten kunnen grote afstanden afleggen en volwassen vogels kunnen wegvliegen, zegt Loïs. Reptielen en amfibieën hebben doorgaans beperktere mogelijkheden om snel voor naderend vuur te vluchten, al kunnen sommige soorten bescherming zoeken onder stenen of in de bodem.

westelijke woelpad
Chris Mattison, Nature Picture Library, Alamy
De westelijke woelpad behoort mogelijk tot de dieren die zwaar door de natuurbranden zijn getroffen. Als langzaam bewegende grondbewoner kan hij moeilijker aan naderend vuur ontsnappen.

Een soort waarover onderzoekers zich zorgen maken, is de westelijke woelpad. Dit traag bewegende, nachtactieve dier komt voor in delen van Zuid-Frankrijk, Spanje en Portugal. Lokale populaties staan al langer onder druk.

Bosbranden vergroten de druk op de westelijke woelpad

Ook vóór de branden had de westelijke woelpad het moeilijk. Delen van zijn leefgebied zijn verdwenen door verstedelijking en uitbreiding van de landbouw. Daarnaast zetten invasieve soorten, zoals de roofzuchtige Amerikaanse rivierkreeft, en sterfte in het verkeer de populaties verder onder druk.

Naar schatting is de populatie van de westelijke woelpad de afgelopen twintig jaar met meer dan een derde afgenomen. De recente natuurbranden kunnen daar een nieuwe klap bovenop betekenen.

Omdat woelpadden minder snel kunnen vluchten dan bijvoorbeeld herten of everzwijnen, zijn dieren mogelijk omgekomen door hitte, vlammen en rook. Hoe groot de schade daadwerkelijk is, moet nog worden vastgesteld.

Toch zijn er aanwijzingen dat niet ieder klein dier aan het vuur ten prooi valt. Loïs zag online een foto van een gewone kikker die levend was aangetroffen in een verbrand gebied. ‘Deze kikker kon dus ontsnappen en werd aangetroffen terwijl hij zijn weg probeerde te vinden in de as,’ zegt hij.

Zo’n individuele waarneming zegt weinig over de overleving van een hele soort, laat staan over de westelijke woelpad. Maar ze laat wel zien dat sommige amfibieën een natuurbrand kunnen doorstaan.

Kunnen padden een natuurbrand onder de grond overleven?

De levenswijze van de westelijke woelpad biedt mogelijk enige bescherming. De dieren graven holen of maken gebruik van ondergrondse schuilplaatsen die door andere dieren zijn verlaten. Daar kunnen ze ontsnappen aan extreme temperaturen aan het oppervlak.

Sommige van deze holen zijn bijna een meter diep. Het is daarom mogelijk dat woelpadden de brand ondergronds hebben overleefd, vooral op plekken waar weinig droge vegetatie op de bodem lag en het vuur relatief snel voorbijtrok.

Het herstel van bedreigde soorten kan lang duren

Na een natuurbrand kan vegetatie zich relatief snel herstellen, afhankelijk van het ecosysteem, de intensiteit van het vuur en de hoeveelheid neerslag. Voor dierenpopulaties kan herstel veel langer duren. Niet alleen individuele dieren moeten terugkeren of zich voortplanten; ook voedselbronnen, schuilplaatsen en onderlinge relaties binnen het ecosysteem moeten zich herstellen.

‘De natuur kan heel veerkrachtig zijn,’ zegt Sissler-Bienvenu. ‘Maar voor de dieren zal het heel, heel lang duren voordat ze zich hebben hersteld.’ Voor kwetsbare soorten zoals de westelijke woelpad is daarom niet alleen van belang hoeveel dieren de vlammen hebben overleefd. Minstens zo bepalend is de vraag of er na de brand voldoende leefgebied overblijft om hun populaties opnieuw op te bouwen.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Willeke van Doorn

Willeke van Doorn studeerde journalistiek, reisde een tijdje de wereld rond en kwam uiteindelijk via de Verenigde Staten, Australië en Nieuw-Zeeland bij de redacties van Quest en National Geographic. Ze is nieuwsgierig naar de wereld, gaat het liefst elke maand even op reis en neemt dan ook altijd haar hardloopschoenen mee.