Vandaag is het de Internationale Tijgerdag, een moment waarop wereldwijd aandacht wordt gevraagd voor de bescherming van de grootste katachtige ter wereld. In India lijkt die bescherming een succes: de tijgerpopulatie groeit weer. Maar wat gebeurt er als het herstel van een tijgerpopulatie te goed gaat? In het Similipal Tiger Reserve heeft het herstel een onverwachte keerzijde.

Door genetische isolatie worden steeds meer tijgers bijna zwart. National Geographic Explorer en bioloog Prasenjeet Yadav volgde een bijzondere reddingsoperatie die moet voorkomen dat dit succesverhaal omslaat in een genetische crisis.

Op zoek naar de bijna zwarte tijger T12

Al vijftig dagen hobbelen we over de grindpaden van het Similipal Tiger Reserve in de oostelijke Indiase deelstaat Odisha, terwijl we tussen het groene geboomte een glimp proberen op te vangen van T12. Deze schuwe tijger is met zijn opvallende verschijning het symbool geworden van een populatie die zich op een gevaarlijk kantelpunt bevindt.

Mijn metgezel op deze speurtocht, Raghu Purti, is een van de rangers in het reservaat, maar ook hij heeft T12 nog nooit gezien. Net als het gros van zijn collega’s kent hij de tijger alleen van beelden van de wildcamera’s in het gebied.

Maar de rangers moeten de tijgers af en toe in levenden lijve zien om mankementen te herkennen die aan het oog van de camera’s ontsnappen – en om eraan herinnerd te worden dat hun patrouilles in de verzengende hitte een doel hebben van vlees en bloed.

in heel india leven ruim 3100 tijgers. in het similipal tiger reserve leven ongeveer 35 tijgers. door een kleine genenpool verliezen zij langzaam hun strepen.
Prasenjeet Yadav, Nat Geo Image Collection
In heel India leven ruim 3100 tijgers. In het Similipal Tiger Reserve leven ongeveer 35 tijgers. Door een kleine genenpool verliezen zij langzaam hun strepen.

Een gedocumenteerde waarneming van T12 is extra belangrijk, want dit schichtige beest – met zijn tien jaar het oudste tijgermannetje in Similipal – speelt de hoofdrol in een plan dat de volgende generaties een toekomst moet geven.

Waarom deze tijger bijna zwart is

De dag loopt al ten einde als er pal voor onze pick-uptruck een donkere schim opdoemt. Ik trap vol op de rem. Vlak voor ons, over de hele breedte van het pad, staat een reusachtige tijger, die Raghu en mij recht in de ogen kijkt. Aan zijn gestalte te zien is het een al wat ouder mannetje, met precies die eigenaardige vacht waar we naar uitkijken.

‘Hij is zwart,’ zegt Raghu zacht maar beslist. Hij wijst opgewonden naar het beest en zegt dan opnieuw: ‘Hij is zwart!’ De tijger, T12, heeft een donkere vacht die als een versleten jas om hem heen hangt. Hier en daar schemeren reepjes oranje door het zwart; alleen zijn neus en voorpoten zijn egaal oranje.

Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg National Geographic toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!

Die mysterieuze verbreding van de zwarte strepen – een afwijking die pseudomelanisme wordt genoemd – is het gevolg van een zeldzame genetische mutatie. Maar in Similipal is van die zeldzaamheid geen sprake: deze komt hier bij de helft van de ongeveer dertig tijgers voor, en vormt zo een waarschuwing dat het geslaagde project om de tijger voor uitsterven te behoeden misschien alsnog een catastrofale wending neemt.

Want hoewel er in decennia niet zo veel tijgers in Similipal zijn geweest als nu, leven de dieren geïsoleerd van andere tijgerpopulaties, op een soort eiland dus eigenlijk, waardoor hun genenpool steeds kleiner wordt.

Op zoek naar de ideale partner voor T12

In de weken dat ik met Raghu het reservaat afspeur naar T12, zoeken ze elders in het land naar een geschikte partner voor hem. Dat is een cruciale stap in een groot opgezet fokprogramma, waarmee natuurbeschermers als Raghu samen met moleculair ecologen en genetici proberen te voorkomen dat de tijgers in Similipal aan inteelt ten onder gaan.

Het is de bedoeling dat de tijgers zich vrijelijk tussen de 58 Indiase natuurreservaten kunnen verplaatsen via wildcorridors: onderling verbonden stukken bos en andere gebieden waar veel prooidieren leven. Die corridors bieden allerlei voordelen, maar het belangrijkste ervan is wel de mogelijkheid dat tijgers zich voortplanten met dieren uit andere populaties, waardoor hun genenpakket divers blijft.

door ontbossing en bebouwing zijn de leefgebieden van de tijger de afgelopen honderd jaar sterk geslonken, evenals de natuurlijke corridors die deze gebieden met elkaar verbinden. daardoor hebben niet alle populaties meer de kans om met elkaar te kruisen. rond sommige reservaten zijn nieuwe corridors aangelegd, maar andere reservaten zijn totaal geïsoleerd.
Prasenjeet Yadav, Nat Geo Image Collection
Door ontbossing en bebouwing zijn de leefgebieden van de tijger de afgelopen honderd jaar sterk geslonken, evenals de natuurlijke corridors die deze gebieden met elkaar verbinden. Daardoor hebben niet alle populaties meer de kans om met elkaar te kruisen. Rond sommige reservaten zijn nieuwe corridors aangelegd, maar andere reservaten zijn totaal geïsoleerd.

Similipal is met zo’n 2750 vierkante kilometer een van de grootste beschermde natuurgebieden van India, en de dichtstbijzijnde reservaten – Satkosia in het zuidwesten en Sundarban in het oosten – liggen allebei ongeveer tweehonderd kilometer verderop, een afstand die een tijger makkelijk kan overbruggen.

Maar in Satkosia loopt geen enkele tijger meer rond, en tussen Similipal en Sundarban ligt geen fatsoenlijke corridor. Het is een voornamelijk verstedelijkt of agrarisch gebied, met nauwelijks bos waar tijgers beschutting zouden kunnen vinden. De drie reservaten worden verder omringd door dorpen en gehuchten. De tijgers van Similipal kunnen kortom geen kant op.

Herstel van de Indiase tijgerpopulatie

Bij een telling in 2006 stelde de NTCA vast dat er in heel India nog maar zo’n 1400 wilde tijgers leefden; een eeuw eerder waren dit er nog rond de veertigduizend. In Similipal waren er in 2014 welgeteld vier, waarvan één mannetje. In 2015, een jaar voor zijn dood, verwekte deze tijger op de valreep T12, het dier met de zwarte jas. T12 heeft zelf intussen meerdere zonen.

Sinds een jaar of twintig herstelt India’s tijgerpopulatie zich, vooral dankzij het werk van de NTCA en de rangers. Volgens een schatting uit 2022 waren er op dat moment alweer 3100 tijgers. Ook in Similipal breidt de populatie zich de laatste tien jaar uit, en aanvankelijk leek dit een afspiegeling van het landelijke succesverhaal. Maar algauw viel het de rangers op dat steeds meer tijgerwelpen net zo’n zwarte vacht hadden als T12.

een tijgerin mag alleen worden overgeplaatst als ze in de donorpopulatie kan worden gemist, zoals het geval is in ­ chandrapur. daar leven tijgers genoeg, die geregeld buiten hun reservaat op jacht gaan naar een prooi. soms moet er dan een stuk vee aan geloven.
Prasenjeet Yadav, Nat Geo Image Collection
Een tijgerin mag alleen worden overgeplaatst als ze in de donorpopulatie kan worden gemist, zoals het geval is in Chandrapur. Daar leven tijgers genoeg, die geregeld buiten hun reservaat op jacht gaan naar een prooi. Soms moet er dan een stuk vee aan geloven.

Die mutatie kan op zich geen kwaad, denken experts. Wel is de zwarte vacht een zichtbaar teken van een minder onschuldig probleem. Als deze kleurmutatie zo snel in de populatie van Similipal rondgaat, kan hetzelfde gebeuren met afwijkingen die wel degelijk ernstig zijn. En dat maakt dat de opdracht van de Indiase tijgerbeschermers een ander karakter heeft gekregen dan alleen het opkrikken van de aantallen: ze moeten nu ook de inteelt een halt toeroepen.

DNA moet de tijgers van Similipal redden

Genetische partnerbemiddeling bij tijgers is nog niet zo eenvoudig. Om de ideale moeder te vinden voor T12’s nageslacht moeten de reddende engelen van Similipal zich niet alleen verdiepen in het DNA van de huidige tijgers, maar ook van vroegere populaties.

En dat brengt Uma Ramakrishnan, moleculair ecoloog, naar een schaarsverlichte trofeeënkamer in een villa in Akaltara, een provinciestadje in het midden van India. Ramakrishnan, hoofd van een laboratorium in het National Centre for Biological Sciences in Bengaluru (Bangalore) en een National Geographic Explorer, is hier op uitnodiging van Anupam Singh Sisodia, wiens voorvaders ooit als regent verantwoordelijk waren voor 51 dorpen en het omliggende land.

Omdat de bescherming van de bevolking tegen gevaarlijke wilde dieren ook tot het takenpakket hoorde, heeft zijn familie veel gejaagd, en zodoende hangt de kamer vol koppen van Indische antilopen, lippenberen en vierhoornantilopen, allemaal geschoten tussen 1920 en 1970.

Maar Ramakrishnan heeft alleen oog voor de tijgervellen die op een tafel liggen uitgestald, met de reusachtige koppen er nog aan vast, die haar grijzend lijken aan te staren. ‘Probleemtijgers afschieten was bepaald geen plezierjacht,’ zegt Sisodia, ‘maar pure politieke noodzaak.’

Hoe oud tijger-DNA de oplossing moet bieden

Ramakrishnan verzamelt samen met een team van collega’s en studenten al twintig jaar tijger-DNA om de genetische diversiteit van tijgers door heel India in kaart te brengen. Ze heeft onder meer materiaal afgenomen bij opgezette tijgers in het National History Museum in Londen, en doorkruist voortdurend de Indiase bossen op zoek naar uitwerpselen, bloed, haar en speeksel van levende tijgers. Op die manier heeft ze een goed beeld gekregen van de veranderingen die de dieren in de loop der generaties hebben ondergaan.

Ze bekijkt een van de tijgerkoppen eens goed, zet haar scalpel in de tachtig jaar oude huid en snijdt er dan vaardig een stukje van af. Ze stopt het in een buisje en houdt het omhoog: ‘Dit is de échte schat.’

moleculair ecoloog uma ramakrishnan (links) bestudeert dna van levende en dode tijgers. hier is ze aan het werk met anupam singh sisodia, die de wildtrofeeën van zijn familie heeft geërfd. dankzij ramakrishnans onderzoek kunnen tijgerinnen met de juiste genen voor de populatie in similipal worden geselecteerd.
Prasenjeet Yadav, Nat Geo Image Collection
Moleculair ecoloog Uma Ramakrishnan (links) bestudeert DNA van levende en dode tijgers. Hier is ze aan het werk met Anupam Singh Sisodia, die de wildtrofeeën van zijn familie heeft geërfd. Dankzij Ramakrishnans onderzoek kunnen tijgerinnen met de juiste genen voor de populatie in Similipal worden geselecteerd.

Ramakrishnan is in 2005 aan haar DNA-databank begonnen om antwoord te krijgen op vragen waar tijgerobservaties geen uitsluitsel konden geven. De populatie was dramatisch geslonken, en de tijgers hadden niet alleen territorium, maar ook een aanzienlijk deel van hun genetische verscheidenheid verloren. Het bestuderen van oud DNA geeft een idee van wat er misschien binnen de Indiase genenpool nog te vinden is.

Hoe belangrijk haar werk is bleek eens te meer toen de NTCA haar in 2017 vroeg om de dieren in Similipal te onderzoeken, toen ze geschrokken waren van de zwarte tijgers in het reservaat. Hopelijk zou Ramakrishnan de genetische boosdoener kunnen opsporen en daarna meedenken over een oplossing.

Waarom de groei van de populatie een genetisch risico vormt

Al snel ontdekte ze dat het recessieve gen voor pseudomelanisme zich door de hele populatie had verspreid. Het genetische isolement dat dit veroorzaakte, was een tikkende tijdbom. Zonder ingrijpen kon die funest zijn voor de tijgers.

Welke genetische aandoeningen er nog meer op de loer liggen, valt niet te voorspellen. Maar toen Ramakrishnan een dataset met genetische mutaties analyseerde van een nauw verwant dier, de huiskat, stuitte ze onder meer op maculadegeneratie, nierziekten en een te snel werkende schildklier. Omdat tijgerinnen eens in de twee tot drie jaar een nest met twee tot drie jongen krijgen, kunnen gezondheidsproblemen razendsnel om zich heen grijpen.

‘We hebben nog steeds geen volledig beeld van de impact van de inteelt,’ zegt Ramakrishnan. ‘Maar één ding is zeker: deze vorm van genetische erosie heeft geen enkel voordeel.’

Waarom tijgerinnen naar Similipal worden overgebracht

Omdat Similipal geen verbinding heeft met andere reservaten met tijgers, stelde Ramakrishnan voor om dan maar een paar tijgers van elders te halen. Het is de bedoeling dat de tijgerinnen (er worden alleen vrouwtjes voor het project geselecteerd) zich voortplanten met T12 of zijn geslachtsrijpe zonen, die inmiddels gedeeltes van T12’s territorium hebben opgeëist.

nu er steeds meer tijgers zijn in chandrapur, wagen ze zich steeds vaker buiten hun eigen reservaat en moeten ze hun territorium soms letterlijk bevechten. deze tijger heeft de confrontatie met een rivaal niet overleefd. na autopsie is het lichaam van de verliezer gecremeerd.
Prasenjeet Yadav, Nat Geo Image Collection
Nu er steeds meer tijgers zijn in Chandrapur, wagen ze zich steeds vaker buiten hun eigen reservaat en moeten ze hun territorium soms letterlijk bevechten. Deze tijger heeft de confrontatie met een rivaal niet overleefd. Na autopsie is het lichaam van de verliezer gecremeerd.

Op die manier komt er vers tijgerbloed in het reservaat, zegt Ramakrishnan, iets wat volgens haar al veel eerder had moeten gebeuren. Uit een vergelijking van het tijger-DNA uit Similipal met de gegevens van haar databank blijkt dat de kans op succes het grootst is als er tijgers worden gekozen uit de genetisch diverse populatie van het reservaat Tadoba-Andhari, in de dichte teakbossen van het district Chandrapur in het midden van India.

Uitzoeken welk reservaat de beste kansen biedt is één ding, weet Ramakrishnan. Een wild beest van 140 kilo een reis van bijna duizend kilometer laten maken, is iets anders.

Maak kennis met Jamuna, de eerste tijgerin

Op een vroege herfstochtend komt dierenarts Ravikant Khobragade overeind van de bank in de laadbak van een pick-uptruck en laat zijn blik over het landschap van Chandrapur glijden. Dan kijkt hij zijn schutter Ajay Marathe aan, die zijn verdovingsgeweer al in de aanslag heeft, en wijst naar een jonge tijgerin even verderop.

‘Kijk, daar zul je haar hebben,’ zegt Khobragade. ‘Ze zit in dat bosje daar naar ons te loeren.’ Jamuna, zoals de tijgerin later zal gaan heten, is 28 maanden oud en geboren en getogen in het Tadoba-reservaat. Ze is te jong om al een eigen territorium te hebben en heeft geen nare ervaringen gehad met mensen. Die laatste twee omstandigheden maken haar tot een ideale kandidaat voor het project.

Het overplaatsen van dieren – al helemaal als het om grote, territoriale dieren gaat zoals de tijger – is een heikele onderneming, en een die in India aan strenge regels is gebonden. Bijvoorbeeld dat er alleen een vruchtbaar vrouwtje uit een reservaat mag worden weggehaald als de achterblijvende populatie dat verlies kan opvangen. Dat is gelukkig geen probleem in Tadoba.

Dit reservaat is weliswaar een derde kleiner dan Similipal, maar er leven rond de 95 tijgers. Bovendien is het allesbehalve een ‘tijgereiland’: Tadoba staat via wildcorridors in verbinding met het Umred Karhandla Wildlife Sanctuary (zestig kilometer naar het noorden), het Nawegaon-Nagzira Tiger Reserve (110 kilometer naar het noordoosten) en het Kawal Tiger Reserve (110 kilometer naar het zuidwesten).

Waarom juist tijgers uit Tadoba zijn gekozen

De tijgers uit Tadoba wagen zich geregeld buiten hun reservaat op zoek naar andere bosrijke gebieden. En doordat de populatie de laatste tien jaar flink is gegroeid, hebben mensen en tijgers in deze lappendeken van bossen, landbouwgebieden en dorpen opnieuw met elkaar moeten leren leven. Maar het belangrijkst voor de tijgerpopulatie in Similipal is dat hun soortgenoten uit Tadoba dankzij hun contacten met dieren uit andere reservaten steeds hun genenpakket hebben kunnen verversen.

Jamuna is de eerste tijgerin die van hieruit naar Similipal verhuist; binnen een paar weken volgt nummer twee, en als alles goed verloopt, zullen er later nog meer vrouwtjes worden overgebracht. Maar eerst moet Jamuna worden verdoofd. ‘Is het pijltje klaar, sir?’ vraagt Marathe.

similipal heeft alles in zich om een tijgerparadijs te worden, maar dan moeten de beheerders wél het inteeltprobleem zien op te lossen. op advies van genetisch onderzoekers hebben ze tijgerinnen met een veelbelovend genenpakket uit het district chandrapur gehaald. jamina (op de foto) is het eerste vrouwtje dat onder verdoving naar similipal is overgebracht.
Prasenjeet Yadav, Nat Geo Image Collection
Similipal heeft alles in zich om een tijgerparadijs te worden, maar dan moeten de beheerders wél het inteeltprobleem zien op te lossen. Op advies van genetisch onderzoekers hebben ze tijgerinnen met een veelbelovend genenpakket uit het district Chandrapur gehaald. Jamuna (op de foto) is het eerste vrouwtje dat onder verdoving naar Similipal is overgebracht.

De tijgerin komt uit de struiken en loopt op de pick-uptruck af. Als ze op zo’n vijf meter afstand is, haalt Marathe zijn verdovingsgeweer van de veiligheidspal, brengt het vizier naar zijn oog en lost het schot. Als het pijltje met zijn roze staart in Jamuna’s dij landt, stoot ze een gebrul uit dat door de wijde omgeving weergalmt. Dan strompelt ze moeizaam weg. Na zo’n tweehonderd meter doet de verdoving haar werk en stort het dier languit neer in het gras.

De lange reis van Jamuna naar haar nieuwe leefgebied

Er moeten zeven man aan te pas komen om Jamuna op een brancard te tillen en in de schaduw neer te leggen. Khobragade kijkt of ze verwondingen heeft, neemt een bloedmonster af en doet haar een gps-halsband om. Dan wordt ze voorzichtig in een metalen kooi in een vrachtwagen gelegd.

Eenmaal veilig achter slot en grendel krijgt Jamuna een middel dat haar weer bij kennis brengt. Even later klinkt er geritsel en gebonk uit haar kooi, het gekras van haar nagels in het metaal en ten slotte een luide brul.

De tocht naar Similipal duurt al met al 28 uur. De vrachtwagen wordt vergezeld door een klein konvooi met ondersteunend personeel. De route is zo uitgestippeld dat grote steden en andere lawaaierige plekken waar Jamuna gestrest van zou kunnen raken, zo veel mogelijk worden vermeden. Om de paar uur wordt er gepauzeerd om haar even rust te geven.

jamuna is de eerste van twee tijgervrouwtjes die van een reservaat in chandrapur zijn overgebracht naar similipal, waar ze in een omheind stuk bos moet acclimatiseren. het is de bedoeling dat de tijgerinnen zich voortplanten met lokale mannetjes, om zo voor meer genetische diversiteit te zorgen.
Prasenjeet Yadav, Nat Geo Image Collection
Jamuna is de eerste van twee tijgervrouwtjes die van een reservaat in Chandrapur zijn overgebracht naar Similipal, waar ze in een omheind stuk bos moet acclimatiseren. Het is de bedoeling dat de tijgerinnen zich voortplanten met lokale mannetjes, om zo voor meer genetische diversiteit te zorgen.

Dan gaat de kooi eindelijk open en springt Jamuna naar buiten. In een omheind stuk bos van een hectare groot mag ze twee weken wennen aan haar nieuwe omgeving. Daarna gaat er opnieuw een hek open en wordt ze echt vrijgelaten, in het territorium van haar potentiële partner T12.

Vanaf dit punt neemt de natuur de touwtjes in handen. En wilde tijgers kunnen behoorlijk kieskeurig zijn in hun partnerkeuze.

Ook tijgerin Zeenat komt naar Similipal

Dus wordt er in november, nog geen maand na de komst van Jamuna, een tweede tijgerin uit Tadoba gehaald, Zeenat. Maar terwijl Jamuna binnen de kortste keren gewend was geraakt aan haar nieuwe omgeving, heeft Zeenat veel meer last van stress door de gedwongen verhuizing en ze waagt zich al snel buiten de grenzen van het reservaat.

Dat vinden de beheerders van Similipal geen goed idee; er wordt een team op uit gestuurd om haar terug te halen, verdoofd en al, waarna ze nog een paar weken langer in een omheind stuk bos moet acclimatiseren. Dan wordt ook zij vrijgelaten in het territorium van T12.

Net als Jamuna is ook Zeenat voorzien van een gps-halsband, zodat de rangers in Similipal altijd weten waar ze uithangen. Zo kunnen ze de tijgerinnen met nachtkijkers van een veilige afstand observeren om te zien of ze T12 of een van zijn zonen tegen het lijf lopen.

Dan leggen de wildcamera's een bijzonder moment vast

Tijgers op vrijersvoeten gedragen zich behoorlijk opvallend: een koppel trekt vaak wekenlang samen op in het bos. Maar in de weken dat de tijgerinnen hun territorium in Similipal afbakenen, zien de rangers niets dat duidt op ook maar het geringste contact met T12. Jamuna en Zeenat worden steeds alleen gespot.

Tot op een nacht in mei. Als ze de beelden van een van de wildcamera’s terugkijken, betrappen de opzichters Zeenat met T12. En het is onmiskenbaar ‘aan’ tussen de twee.

Wat hier ook verder uit voortkomt, het beeldmateriaal bewijst onomstotelijk dat de genetische reddingsmissie kans van slagen heeft. Terwijl alle betrokken teams met spanning Zeenats eerste worp afwachten, gaat het werk gewoon door. Ramakrishnan en haar studenten blijven tijgerhaar en -poep verzamelen in Similipal om genetische variatie binnen de populatie verder in kaart te brengen.

Er is goede hoop dat ook Jamuna een partner vindt. En iedereen in Similipal brandt van nieuwsgierigheid of Zeenats welpjes het pseudomelanisme van hun vader zullen erven.

Kan deze reddingsmissie de tijgers redden?

Of er nog meer tijgerinnen naar Similipal worden overgebracht, en hoeveel tijgerinnen er nodig zijn om de genetische diversiteit van de populatie weer op peil te brengen, is nog ongewis. Maar zolang er nog geen corridor is die Similipal met andere tijgerreservaten verbindt, lijkt overplaatsing de enige remedie.

in chandrapur liggen belangrijke leefgebieden van tijgers vlak bij ­ boerenland en bewoonde gebieden. via wildcorridors kunnen de dieren zich relatief ­ veilig verplaatsen, ook nu hun populatie behoorlijk is gegroeid.
Prasenjeet Yadav, Nat Geo Image Collection
In Chandrapur liggen belangrijke leefgebieden van tijgers vlak bij ­ boerenland en bewoonde gebieden. Via wildcorridors kunnen de dieren zich relatief ­ veilig verplaatsen, ook nu hun populatie behoorlijk is gegroeid.

Prakash Chand Gogineni, velddirecteur van Similipal, zegt te hopen dat de tijgers van Similipal op den duur zelf kunnen uitgroeien tot een bronpopulatie die kan worden gebruikt om de soort op andere plekken te herintroduceren, zoals het Satkosia-reservaat. Bijvoorbeeld door overplaatsing, of door de aanleg van nieuwe corridors – al zal dat laatste waarschijnlijk nog decennia op zich laten wachten.

De zwarte tijger die ik nooit meer zal vergeten

Nu ik met eigen ogen zie hoe hard er wordt gewerkt aan het herstel van de tijgers in India, moet ik vaak terugdenken aan mijn jeugd. Ik ben opgegroeid op een boerderij in de buurt van Chandrapur, waar het leven draaide om de dieren en de bossen, wat zo zijn voor- en nadelen had.

We vonden het bijvoorbeeld lastig om onze honden een naam te geven, omdat ze zo vaak in de klauwen van een luipaard verdwenen. En af en toe zagen we een pootafdruk die op die van een luipaard leek, maar een stuk groter was. Het idee dat we onze wereld deelden met zo’n indrukwekkend roofdier vonden we razend spannend en tegelijk doodeng.

De nabijheid van zo’n machtig, ongrijpbaar wezen is bepalend geweest voor mijn blik op het oerwoud en mijn eigen plek daarin. Niet dat ik op onze boerderij ooit een tijger ben tegengekomen. Maar ik heb er heel wat keren van gedroomd.

In de jaren daarna heb ik talloze tijgers ontmoet. Maar geen een leek er op het beest dat ik zie als ik naast Raghu in die pick-uptruck zit. Terwijl T12 en wij elkaar gebiologeerd aanstaren, zit ik vastgenageld aan mijn stoel en pak ik mijn camera niet eens. Recht voor ons staat die zwarte tijger, het levende bewijs van het onheil dat de mens soms met al zijn goede bedoelingen kan aanrichten.

In het beste scenario zal hij de geschiedenis ingaan als een zeldzaam en onvergetelijk dier, dat de aanzet heeft gegeven tot een uniek project om zijn populatie te redden. Maar op het moment zelf, die vier seconden op dat grindpad, kijk ik met open mond naar dit wonder der natuur. En dan verdwijnt T12 met een paar majestueuze stappen in het dichte oerwoud.

Prasenjeet Yadav is fotograaf en wetenschapsjournalist, met een achtergrond als moleculair bioloog. Sinds 2014 is hij Explorer. Eerder fotografeerde hij voor het Magazine sneeuwpanters in de Himalaya (07-2020).

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!