Voor olifantenweesjes zijn vriendjes van levensbelang

Jonge olifantjes zonder ouders hebben het gezelschap van leeftijdgenootjes nodig, zo blijkt uit nieuw onderzoek – een inzicht dat ten goede kan komen aan olifantjes die hun ouders door toedoen van stropers of als gevolg van droogte hebben verloren.

Door Natasha Daly
Gepubliceerd 28 jul. 2022 10:06 CEST
Reteti elephant orphans

Olifantenweesjes komen bijeen bij een drenkplaats in het Reteti Elephant Sanctuary, in het noorden van Kenia. Uit nieuw onderzoek blijkt dat olifantenweesjes die met leeftijdgenootjes optrekken, een lager gehalte aan stresshormonen hebben dan jonge olifanten zonder zulke leeftijdgenoten. 

Foto door Ami Vitale, Nat Geo Image Collection

Toen een groep onderzoekers begon aan een studie naar het welzijn van juveniele savanne-olifantjes in Centraal-Kenia, gingen ze uit van een hypothese: verweesde olifantjes zouden meer stress vertonen dan niet-weesjes.  

Er zijn al veel bewijzen verzameld voor het feit dat de band tussen moeder en kind bij dieren een belangrijke buffer vormt tegen stress. Volgens onderzoeksleidster Jenna Parker, postdoctoraal-fellow van de San Diego Zoo Wildlife Alliance en de Colorado State University, is dit mechanisme inmiddels aangetoond bij ratten, vinken en huiscavia’s.  

Olifanten leven in geavanceerde sociale structuren en hebben zeer sterke familiebanden. Omdat olifantenweesjes uit één en hetzelfde gebied vaker stierven dan olifantjes met een nog levende moeder, leek het niet minder dan logisch dat overlevende weesjes aan veel meer stress zouden lijden. 

Maar het team deed een verrassende ontdekking: als verweesde olifantjes in een sociale groep van verwanten – tantes, ooms, neefjes, nichtjes, broertjes en zusjes – leefden, zagen de onderzoekers geen grote verschillen tussen de niveaus aan stresshormonen bij weesjes en niet-weesjes. En olifanten die in een groep met leeftijdgenoten leefden, ook jonge dieren zonder ouders, vertoonden minder stress dan olifanten die dat niet deden. Kortom, deze dieren overleefden dankzij de sociale betekenis van vrienden en verwanten.  

‘We verwachtten hogere stressniveaus te zien bij verweesde olifanten, omdat deze dieren tot de leeftijd van acht à negen jaar bijna altijd op minder dan tien meter afstand van de moeder blijven,’ zegt Parker.  

In Centraal-Kenia vormen conflicten tussen mensen en wilde dieren en ook geregelde perioden van droogte een grote bedreiging voor de populatie olifanten. De bevindingen van het team, die deze week in het tijdschrift Communications Biology zijn gepubliceerd, bieden nieuwe inzichten in de wijze waarop sterke sociale banden met leeftijdgenoten olifanten helpen om te overleven.  

In 2021 classificeerde de International Union for Conservation of Nature de Afrikaanse savanne-olifant als ‘met uitsterving bedreigd’. In Kenia leven nog zo’n 36.000 van deze dikhuiden, zo bleek uit een landelijke telling in 2021. 

De nieuwe inzichten zijn van belang voor opvang- en rehabilitatiecentra waar verweesde olifantjes worden voorbereid op een terugkeer naar het wild. Zo zouden gerehabiliteerde olifanten een grotere kans in het wild hebben als ze in wat grotere groepen met leeftijdgenoten zouden worden vrijgelaten. 

Het analyseren van uitwerpselen 

Parker begon in 2015 aan haar onderzoek nadat ze in de regio van de Samburu National Reserve meerdere jaren getuige was geweest van de toenemende activiteit van stropers. Destijds beseften haar collega’s van de Colorado State University dat ‘we de uitwerking van stroperij op deze olifanten niet goed begrepen. Als een olifant wordt gedood, heeft dat een hele reeks gevolgen voor de dieren waarmee hij of zij een sterke band had.’ De onderzoekers wilden deze indirecte gevolgen nader bestuderen: hoe wordt het sociale en fysiologische welzijn van een olifantje beïnvloed als zijn of haar moeder door stropers wordt gedood? 

Het team analyseerde eerst de overlevingspercentages van jonge olifantenweesjes en ontdekte dat de weesjes in het Samburu-reservaat een lagere overlevingskans hadden dan niet-weesjes. Vervolgens keken ze naar de overlevenden: hadden deze verweesde dieren veel last van stress?  

Om dat uit te zoeken testten ze de uitwerpselen van de dieren op het gehalte aan metabolieten (bestanddelen die een rol in de stofwisseling spelen) uit de groep van glucocorticoïden, hormonen die bij stress door het lichaam worden aangemaakt. ‘Het is een goede graadmeter om stresshormonen te bestuderen, want het is een methode die helemaal niet ingrijpend is,’ zegt Parker. ‘Je wacht gewoon totdat ze poepen en verzamelt dan de uitwerpselen.’  

In het algemeen duiden hogere gehaltes aan deze hormonen op de aanwezigheid van stress, maar Parker legt uit dat één monster waarin hoge waarden worden gevonden, niet genoeg is. ‘Het kan bijvoorbeeld zijn dat de olifant eerder die dag een leeuw is tegengekomen.’ Dus verzamelde het team gedurende 2015 en 2016 in totaal 496 monsters van de uitwerpselen van 37 juveniele vrouwtjesolifanten, waarvan er 25 wees waren en 12 niet. De verweesde olifantjes waren gemiddeld zo’n vijf jaar oud toen ze hun moeder verloren.  

Hoewel de onderzoekers verrast waren door het feit dat de verweesde olifantjes geen hogere niveaus aan stresshormonen vertoonden dan olifantjes die nog bij hun moeder leefden, waren ze niet verbaasd over het grote belang van de omgang met leeftijdgenootjes.  

Parker herinnert zich twee olifantjes uit de studiegroep, Frida en Rothko. ‘Frida had een slap linkeroor en Rothko had een slap rechteroor,’ en beide dieren waren onafscheidelijk, vertelt ze. ‘Het was alsof ze tenminste één goed paar oren hadden zolang ze maar bij elkaar bleven!’ 

De bevindingen van het team sluiten volgens Parker ook aan op eerder onderzoek naar Afrikaanse olifanten. ‘Nadat ze hun moeder zijn kwijtgeraakt, versterken deze weesjes hun banden met leeftijdgenootjes,’ zegt zij. Volgens haar wordt de pikorde bij olifanten bepaald door de leeftijd: als het bijvoorbeeld om voedsel gaat, hebben oudere olifanten voorrang op jongere olifanten. Leeftijdgenoten hebben doorgaans dezelfde status. 

Het voorbereiden van olifantenweesjes 

Parker werkt in het Reteti Elephant Sanctuary, een opvangcentrum voor olifantenweesjes in het noorden van Kenia waar de jonge dieren worden gerehabiliteerd en – indien mogelijk – weer in het wild worden uitgezet. 

Aan die olifantjes moest Parker gedurende haar onderzoek vaak denken, want uit de resultaten van de studie bleek dat de overlevingskansen van gerehabiliteerde olifantjes groter worden als ze samen in wat grotere groepen met leeftijdgenoten in het wild worden uitgezet.  

Parker zou graag zien dat er soortgelijk onderzoek wordt gedaan naar specifiekere groepen olifanten, bijvoorbeeld dieren die te maken hebben gehad met wreedheden van stropers.  

Volgens Kathleen Gobush, wildbiologe bij de specialistengroep voor Afrikaanse olifanten van de IUCN, zou het belangrijk zijn om zulke groepen olifanten te volgen als ze worden geconfronteerd met acute stressfactoren, zoals een intense droogteperiode of een nieuwe golf van stropersactiviteiten. (Gobush was niet betrokken bij het nieuwe onderzoek.) 

‘Het komt erop neer dat olifanten andere olifanten nodig hebben,’ zegt Gobush. ‘En als er vreselijke dingen gebeuren, zoals het verlies van een moeder, vinden sommige van deze dieren een nieuwe manier om te overleven en te gedijen.’ 

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op nationalgeographic.com

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Dieren
Pandagekte: een korte geschiedenis
Dieren
Hello, Goodbye: dieren op Schiphol
Dieren
Waarom hebben deze apen een groot kleurig achterste?
Dieren
Waarom we de mysteries van het dierenbrein willen ontrafelen
Dieren
Wildlife Film Festival Rotterdam 2022

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.