Waarom het steeds moeilijker wordt om zeeschelpen te vinden op het strand

Neem van het strand alleen foto’s en laat alleen voetafdrukken en zandkastelen achter. Weekdieren hebben al genoeg problemen.

Door Cynthia Barnett
Gepubliceerd 1 aug. 2022 12:05 CEST
01 shells

Het licht van de opgaande zon valt op een wulk op het strand op Sanibel Island voor de kust van het zuidwesten van de staat Florida. Het is hier verboden om levende schelpdieren te vangen. 

Foto door Martin Shields, Getty Images

Toen Melissa Greene zo’n twaalf jaar oud was, kochten haar ouders in 1973 het eerste strandappartement van een nieuw complex langs de Atlantische kust in het zuidoosten van de Amerikaanse staat Florida, op Hutchinson Island. 

De eerste keer dat de kinderen van het gezin naar het strand renden, schrokken ze van hoe anders het was dan op hun eerdere strandtochtjes naar Daytona, waar het druk was met mensen en auto’s. Op Hutchinson waren de zeeschelpen de voornaamste attractie. 

Elke keer dat het eb werd, bleef er een lange slinger van schelpen van allerlei zeeslakken achter, onder meer koninginneschelpen en wulken, sommige zo groot als de hand van Greene. Verderop op het strand lagen tussen een woud van drijfhout nog meer schelpen, samen met zeesterren, krabbetjes en allerlei eikapsels. 

Binnenkort vieren Greene en haar familieleden dat ze vijftig jaar eigenaar zijn van het appartement in Ocean Village, dat inmiddels 1200 woningen telt. Tegenwoordig vindt ze op hetzelfde strand nog maar zelden de grote, intacte schelpen die ze in haar jeugd zo vaak zag. 

‘Het verschil is enorm,’ zegt ze. Bij harde wind spoelen er nog wel eens zeedieren of enkele schelpen aan, ‘maar je ziet nooit meer die grote bergen met hele schelpen ter grootte van minstens een euro, zoals we die jarenlang vonden.’ 

Zeeschelpen horen van oudsher al tot de meest bewonderde voorwerpen uit de natuur. Ze staan nog steeds garant voor verrassing en verwondering tijdens een dagje strand, maar weerspiegelen ook de grote veranderingen die gaande zijn langs onze kusten. 

Van de zeeoren langs de westkust van de Verenigde Staten tot de wulken langs de oostkust: de populatie van enkele van de grootste en bekendste soorten zeeweekdieren (de architecten die zeeschelpen bouwen uit calciumcarbonaat in het zeewater) is afgenomen doordat er op ze werd gevist. Daarnaast eisen ook de temperatuurstijging en de verzuring van het water hun tol, net als van het land afkomstige vervuiling en lozingen. Bovendien hebben de zeeweekdieren soms te lijden onder ernstige vormen van erosie door baaien en pieren – een hardnekkig probleem op Hutchinson Island – en door de pogingen om de afgeslagen stranden te herstellen door het verdwenen zand weer op te spuiten. 

Maar zeeweekdieren, die al 500 miljoen jaar lang de veranderingen op aarde hebben doorstaan, blijken ook een voorbeeld van veerkracht en van ons vermogen om schade te herstellen, zegt George Buckley van de Boston Malacology Club. Voordat de Amerikaanse Clean Water Act in 1972 van kracht werd, zag Buckley als jonge voorzitter van de club hoe geliefde weekdieren en zeeschelpen verdwenen door lozingen van de industrie en het riool van de Boston Harbor Islands. Tegenwoordig ‘zijn er weer weekdieren te vinden,’ vertelt hij. ‘En je vindt ook weer schelpen.’ 


 
Vissers (en toeristen) tegen de weekdieren 

Op stranden waar de meeste toeristen zijn, betekent meer mensen vaak minder schelpen. ‘Het gaat dan meestal niet om de schelpen die mensen rapen, maar om de grote gevolgen van massatoerisme,’ vertelt paleobioloog Michal Kowalewski van het Florida Museum of Natural History. ‘Grootschalig toerisme betekent meer boten, meer onderhoud aan de stranden, meer materieel. Dat heeft allemaal invloed op de kustlijn.’ 

Net als veel bewoners van buitenwijken een voorliefde hebben voor keurig gekortwiekte gazons, geven ook veel strandgangers de voorkeur aan onberispelijk aangeharkt zand. Voor dergelijke geprepareerde stranden moeten zware machines worden ingezet, die het zand ‘harken’ met scherpe punten. Terwijl het plastic, de sigarettenpeuken en andere door mensen achtergelaten rommel uit het zand worden gezeefd, worden ook zeedieren, schelpen en drijfhout opgeschept. 

Florida zet tijdens het broedseizoen voor de bedreigde zeeschildpadden slechts beperkt materieel in voor het schoonmaken van de stranden. Maar voor weekdieren en andere ongewervelde dieren is minder aandacht (of onderzoeksgeld) dan voor de zeeschildpadden met hun grote, gevoelige ogen die niet op steeltjes staan. Volgens ecologen is op de Rode Lijst van de IUCN (waarop officieel wordt vastgelegd hoe het gaat met de schrikbarende afname van dieren die wereldwijd plaatsvindt) sprake van een ernstige onderschatting van de daling van het aantal ongewervelden, die naar schatting goed zijn voor 97 procent van alle levende wezens. 

Omdat er wel geld beschikbaar is voor dieren die commercieel van belang zijn, weten wetenschappers het meest over weekdieren die door mensen worden gegeten. Voor slakken van de soorten Busycotypus canaliculatus en Busycon carica, die ooit massaal te vinden waren op de stranden van Cape Cod tot Cape Canaveral, kwam sneller een visserij-industrie ter waarde van miljoenen op gang dan er regelgeving kon worden aangenomen. Volgens onderzoekers worden de vrouwtjesslakken gevangen voordat ze voor nakomelingen kunnen zorgen. 

Datzelfde gaat op voor de Triplofusus giganteus, oftewel de ‘horse conch’, die de grootste schelpen van het noordelijk halfrond bouwt. De spiraalvormige schelpen kunnen maar liefst 60 centimeter groot worden. Aan die enorme omvang dankten ze hun benoeming in 1969 tot officiële schelp van de staat Florida. Maar schelpen in de omvang zoals die op oude strandfoto’s staan, zijn er niet meer. Volgens onderzoekers leidde een eeuw aan ongereguleerde verzamelwoede ertoe dat ze inmiddels een bedreigde soort zijn. 

De roze vleugelhoorns, die glanzende, roze schelpen bouwen ter grootte van een voetbal en die meer richting het zuiden leven, zijn zo tekenend voor de Florida Keys dat mensen die op deze eilanden worden geboren ook wel ‘conch’ (naar het Engelse woord voor de slak) worden genoemd. Maar de populatie van deze weekdieren begon halverwege de twintigste eeuw af te nemen en heeft zich nooit hersteld, ondanks het verbod op de commerciële visserij op deze dieren sinds 1975, en het algehele verbod om ze te verzamelen sinds 1986. Inmiddels neemt hun aantal ook af op de Bahama’s en in het Caribisch gebied. Wetenschappers waarschuwen dat de ooit enorme hoeveelheden schelpen op de Bahama’s (waar veel van het slakkenvlees dat in de VS wordt geconsumeerd vandaan komt) inmiddels zo zijn uitgedund dat ze onder het minimumaantal dieren voor het voortbestaan van de soort zijn beland. 

Op de Bahama’s, waar veel slakken worden gegeten en deze ook een belangrijk exportproduct zijn, ligt een hele berg lege schelpen die als afval achterbleven nadat de levende dieren eruit werden gehaald. 

Lessen uit het verleden

 Bepalen hoe het gaat met de tienduizenden andere weekdieren in zee is lastig omdat gegevens van vóór 1950 ontbreken. Paleontoloog Susan Kidwell van de University of Chicago deed zogenaamde ‘live-dead-onderzoeken', waarbij het aantal schelpen uit het verleden, die werden gevonden in het sediment in de oceaan, werden vergeleken met het aantal nog levende schelpdieren. In gebieden waar veel ongunstige invloeden zijn van de mens, zoals rioollozingen, baggerwerkzaamheden op de zeebodem of grote veranderingen in het grondgebruik, blijven de huidige populaties achter bij die uit het verleden. In sommige gevallen zijn ze zelfs verdwenen. 

Kidwell vond bijvoorbeeld een verband tussen het verdwijnen van een groot zee-ecosysteem dat ooit bestond voor de kust van Zuid-Californië en de introductie van vee door de Spaanse kolonisten. Uit fossielen op de zeebodem blijkt dat er vóór 1770 maar weinig sediment van de prairies langs de kust in het water belandde. Het ecosysteem veranderde door een eeuw van ongelimiteerd grazen, waarmee megatonnen aan sediment via de rivieren in zee belandden. Armpotigen en kammosselen die vierduizend jaar lang in groten getale waren voorgekomen, konden niet tegen het slib en stierven uit. Hun plek werd ingenomen door schelpen die wel tegen modder kunnen. 

Uit live-dead-onderzoeken wordt nu ook duidelijk hoe rampzalig opwarmend zeewater kan uitpakken voor oorspronkelijke zeeweekdieren. Een onderzoeksteam onder leiding van Paolo G. Albano van het Italiaanse Stazione Zoologica Anton Dohrn ontdekte dat bijna 90 procent van de oorspronkelijke populaties is verdwenen uit het ondiepe water van de Middellandse Zee voor de kust van Israël, wat wereldwijd een van de snelst opwarmende plekken in de oceaan is. 

Soms zijn de onderzoeken ‘te vergelijken met het schrijven van necrologieën,’ aldus Kidwell. Maar ze kunnen ook kennis opleveren over herstel en veerkracht. Kowalewski en zijn collega’s deden live-dead-onderzoeken naar het zeegras in de Big Bend langs de noordelijke Golfkust van Florida, een van de meest ongerepte kustecosystemen in de Verenigde Staten. Nadat ze meer dan 50.000 schelpen hadden verzameld en geanalyseerd, ontdekten ze dat de huidige weekdierenpopulaties in het zeegras van de Big Bend veel lijken op die uit eerdere eeuwen. 

Kowalewski hoopt dat hij dergelijk onderzoek ook kan doen in een van de regio’s in Florida waar de hoeveelheid zeegras afneemt. Aangezien het slecht gaat met de lamantijnen, ligt het voor de hand te veronderstellen dat ook andere dieren die afhankelijk zijn van het zeegras in de problemen zijn. 
 

Uit liefde voor de schelpen 

Op Sanibel Island, dat voor de zuidwestelijke kust van Florida ligt, schuilen, bubbelen en rennen weekdieren op en langs het natte strand in een kleurige parade van zeeschelpen. Vijfentwintig jaar geleden was Sanibel de eerste plek in de Verenigde Staten waar het verzamelen en doden van levende zeedieren om hun schelp werd verboden. De stap om de levens van individuele weekdieren te beschermen lijkt bijna vreemd, gezien de stijgende zeewatertemperatuur en andere ‘harde werkelijkheden in een veranderende wereld,’ erkent José H. Leal, wetenschappelijk directeur en curator van het Bailey-Matthews National Shell Museum op Sanibel. 

Maar volgens Leal is van belang dat strandgangers net zoveel gaan geven om de dieren in de schelpen als om hun fraaie uiterlijk. Zo krijgen ze ook meer begrip voor wat er in zee gebeurt, stelt hij. ‘Ook als ze het zich niet echt bewust zijn; als mensen snappen hoe complex en belangrijk deze dieren zijn, weten ze ook waarom het nodig is om de ecosystemen in de oceaan te beschermen.’ 

Net als in steeds meer andere staats- en nationale parken, gaan de staatsparken van Delaware inmiddels een stap verder: zij vragen bezoekers om ook lege schelpen te laten liggen. In het Delaware Seashore State Park staan borden met het volgende verzoek voor bezoekers: ‘Laat schelpen liggen en neem alleen foto’s van zeedieren in het zand. Wie van de natuur geniet, doet dat immers omdat alles er natuurlijk is.’ 

Het initiatief werd gestart toen tijdens de pandemie recordaantallen mensen naar het strand trokken om aan de lockdowns te ontsnappen. Het bouwt voort op het motto ‘leave no trace’ (laat geen sporen achter) dat al tientallen jaren geldt in Delaware, vertelt de directeur van de parken in de staat Ray Bivens, die als natuuronderzoeker bij de instelling begon. Schelpen die op het strand blijven liggen, worden opnieuw gebruikt door heremietkreeften, bieden onderdak aan andere dieren en dienen als verstopplek voor eieren en kuikens van vogels. 

‘De meeste mensen hebben echt het beste met de natuur voor,’ aldus Bivens. ‘Ze snappen het ecologische belang, ook al hebben ze hun hele leven schelpen op het strand verzameld.’ 

Wie zijn vondst laat liggen zorgt er bovendien voor dat een andere strandganger, wie weet een een kind, ook ondervindt hoe fantastisch het is om een mooie schelp te vinden. 

Lees meer

Dit vindt u misschien ook interessant

Wetenschap
Hoe extreme hitte schadelijk kan zijn voor zwangere vrouwen
Milieu
Hun huizen zinken snel. Zal het dorp behouden blijven?
Dieren
Reusachtige rog ontdekt in diepe poel op bodem van de Mekong-rivier
Wetenschap
Is de COVID-19-pandemie voorbij?
Wetenschap
Antwoord op zes grote vragen over de nieuwe boosters tegen de omikronvariant

Ontdek Nat Geo

  • Dieren
  • Milieu
  • Geschiedenis en Cultuur
  • Wetenschap
  • Reizen
  • Fotografie
  • Ruimte
  • Video

Over ons

Abonnement

  • Abonneren
  • Schrijf je in
  • Shop
  • Disney+

Volg ons

Copyright © 1996-2015 National Geographic Society. Copyright © 2015-2021 National Geographic Partners, LLC. Alle rechten voorbehouden.