Nieuwe krokodillensoort ontdekt met zachte huid

Uit onderzoek naar het Centraal-Afrikaanse reptiel, dat een ongewoon zachte huid heeft, bleek ook dat een verwante soort op het randje van uitsterving balanceert.vrijdag 26 oktober 2018

Door Douglas Main
De pas ontdekte Centraal-Afrikaanse krokodil (Mecistops leptorhynchus) is de eerste krokodillensoort in ruim tachtig jaar die volledig is beschreven.

Het gebeurt niet elke dag dat er een nieuwe krokodillensoort wordt ontdekt. Voor het eerst in ruim tachtig jaar hebben onderzoekers een geheel nieuwe soort beschreven en benoemd: de Centraal-Afrikaanse krokodil, die in een uitgestrekt gebied van Afrika – van Kameroen tot Tanzania – voorkomt.

De nieuwe soort heeft de wetenschappelijke naam Mecistops leptorhynchus gekregen en wordt beschreven in een artikel dat op 24 oktober in het tijdschrift Zootaxa is verschenen.

Tot nu toe werd het dier beschouwd als behorend tot dezelfde soort als zijn West-Afrikaanse tegenhanger, de pantserkrokodil (Mecistops cataphractus), die zijn oorspronkelijke wetenschappelijke naam behoudt. Door de nieuwe toeschrijving is de totale populatie van de pantserkrokodil veel kleiner geworden en wordt het dier nu beschouwd als ernstig bedreigd. Er leven nog maar vijfhonderd exemplaren in het wild, schat National Geographic-onderzoeker Matt Shirley, hoofdauteur van de nieuwe studie en onderzoeker aan de Florida International University.

De Centraal-Afrikaanse krokodil heeft een zachtere en gladdere huid dan zijn West-Afrikaanse neef, die grotere en dikkere schubben heeft en een ruwere huid, legt Shirley uit. De pas ontdekte krokodil heeft geen benige kam op zijn schedel, zoals de pantserkrokodil.

bekijk galerij

Maar het grootste verschil zit ’m in de genen, want die verschillen aanzienlijk. In het artikel wordt aan de hand van de genetica van het reptiel aangetoond dat het zich acht miljoen jaar geleden afsplitste van een gemeenschappelijke voorouder, in een tijd dat in en rond het huidige Kameroen veel vulkanen ontstonden. Door deze vulkanische activiteit werden onoverbrugbare bergketens gevormd die het verspreidingsgebied van de beide reptielen in tweeën splitsten, waardoor de twee soorten sindsdien geen genen meer hebben uitgewisseld, aldus Shirley.

Door deze isolatie ontwikkelden beide soorten zich onafhankelijk van elkaar, zodat inmiddels ruim vijf procent van de basisparen van bepaalde belangrijke genen van elkaar verschillen.

Wetenschappers hebben in de afgelopen jaren nog andere nieuwe krokodillensoorten beschreven. Zo bleek uit onderzoek van George Amatovan het American Museum of Natural History dat de populatie breedvoorhoofdkrokodillen niet uit één maar drie soorten bestond. Shirley, Amato en hun collega’s ontdekten ook dat er in feite twee verschillende soorten Nijlkrokodillenbestaan.

M. leptorhynchusis wél de eerste soort sinds 1935 waarbij het wetenschappelijke beschrijvings- en naamgevingsproces in z’n geheel is doorlopen, zegt Shirley. Met de hulp van collega’s van de University of Iowa en de University of Florida werden daarvoor overal ter wereld museummonsters onderzocht. En Shirley zelf verrichtte intensief veldwerk in veertien Afrikaanse landen, waarbij hij gedurende zijn onderzoek talloze keren malaria opliep.

Het werk van de teams werd bemoeilijkt door het feit dat het ‘typespecimen’ voor M. cataphractus– het oorspronkelijke museumexemplaar op grond waarvan elke soort wordt geïdentificeerd – nergens meer gevonden kon worden. Dat is de schuld van de nazi’s: het exemplaar werd waarschijnlijk vernietigd toen Duitse bommenwerpers in de Tweede Wereldoorlog het Natural History Museum in Londen bombardeerden, zegt Shirley. Dus moesten de onderzoekers een nieuw specimen aanwijzen. Bovendien was het typespecimen voor M. leptorhynchuseen jong exemplaar, wat de zaak er niet eenvoudiger op maakte, want jonge krokodillen zijn moeilijker te identificeren.

Het onderzoek maakt dan ook deel uit van een “voortgaand en herhaald verhaal van amper beschreven Afrikaanse krokodillensoorten,” zegt Amato, directeur natuurbehoudgenetica van het Sackler Institute for Comparative Genomics, die niet bij het nieuwe onderzoek was betrokken.

Het onderzoek moet bijdragen aan de bescherming van beide soorten krokodillen, maar vooral aan de West-Afrikaanse tak. Shirley en zijn collega’s werken samen met een aantal ngo’s en de regeringen van Ivoorkust en Ghana om de krokodillen in gevangenschap te fokken en uiteindelijk weer in het wild uit te zetten. Het grootste project op dit gebied wordt uitgevoerd in een dierentuin in de Ivoorkust, waar momenteel ruim dertig van deze krokodillen verblijven.

Beide soorten worden bedreigd door habitatverlies en stroperij, hoewel er nog maar zó weinig pantserkrokodillen zijn dat ze vrijwel onvindbaar zijn, zegt Shirley, die “maanden en jaren” van zijn leven naar de dieren heeft gezocht. Uiteindelijk wist hij DNA-monsters van niet meer dan vijftien tot twintig exemplaren te verzamelen.

Het werk is nu urgenter dan ooit. “Ze worden nu ernstig met uitsterving bedreigd,” zegt Shirley, “en zouden elk moment kunnen verdwijnen.”

Bekijk foto's van Nijlkrokodillen

Lees ook: Kan environmental DNA de Filipijnse krokodil redden?

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer