Een kijkje bij de Everest-expeditie die ’s werelds hoogste weerstation installeerde

Bij de installatie van een belangrijk netwerk van meetinstrumenten werden sherpa’s en wetenschappers geconfronteerd met extreem weer en recordaantallen klimmers.

Tuesday, June 30, 2020,
Door Freddie Wilkinson
Op de ‘Balkon’-sectie van de Mount Everest zetten klimaatwetenschappers Baker Perry en Tom Matthews samen met ...

Op de ‘Balkon’-sectie van de Mount Everest zetten klimaatwetenschappers Baker Perry en Tom Matthews samen met een team van sherpa’s een geautomatiseerd weerstation op. Het instrument is op 8430 meter boven zeeniveau geïnstalleerd en is daarmee het hoogste weerstation op aarde. Op deze hoogte kan het ook metingen doen van de Straalstroom, een gordel van krachtige wind die op grote hoogte de aardbol omspant en notoir lastig in kaart is te brengen.

Foto van Mark Fisher, National Geographic
Dit artikel kwam tot stand met steun van Rolex, dat in samenwerking met de National Geographic Society wetenschappelijke expedities organiseert die tot doel hebben de meest uitzonderlijke regio’s op aarde te verkennen, onderzoeken en documenteren.

BASISKAMP MOUNT EVEREST, Nepal - Op 23 mei 2019 stonden klimaatwetenschappers Tom Matthews en Baker Perry kort na zonsopgang op de Zuidoostgraat van de Mount Everest, op een hoogte van 8430 meter en op het punt om geschiedenis te schrijven. Maandenlang hadden ze zich voorbereid op dit moment: de installatie van het hoogste weerstation op aarde.

Hun team had nauw samengewerkt met een groep ingenieurs om het ruim twee meter hoge en vijftig kilo zware instrument zo te ontwerpen dat het de extreme kou en de orkaanwinden op het dak van de wereld kon weerstaan. Ze hadden het getest in New Hampshire en in Nepal, en daarna met een team van zes sherpa’s nauwgezet geoefend hoe ze het apparaat zo snel en efficiënt mogelijk konden opbouwen. Ze wisten dat ze door de gevolgen van zuurstofgebrek en uitputting een tijdvenster van hooguit drie à vier uur hadden om het station gebruiksklaar te maken voordat ze aan de afdaling moesten beginnen.

Nu de zon boven het Tibetaanse Hoogland opkwam, leek alles op zijn plaats te vallen. Zelfs het berucht verraderlijke weer van het voorjaarsseizoen werkte mee. Maar toen Matthews en Perry hun gereedschap uitpakten, realiseerden ze zich iets vreselijks: er ontbrak een cruciaal onderdeel.

Data is in de clouds
In 2019 wilden leden van de National Geographic en Rolex Perpetual Planet Everest Expedition vijf nieuwe weerstations installeren op Mt. Everest, inclusief het hoogste weerstation op aarde. Volg mee terwijl het team de 'doodszone' van de berg beklimt om het netwerk van weerstations te voltooien om ons begrip van klimaatverandering te verbeteren.

Om het weerstation naar het dak van de wereld te transporteren waren de onderdelen ervan over de bepakking van de teamleden verdeeld. En tussen de rollen tuidraad, aluminium stokken en verschillende wetenschappelijke instrumenten hadden zich ook twee korte metalen buizen moeten bevinden waarmee de windmeters aan het apparaat zouden worden bevestigd. Meerdere keren doorzochten de mannen hun rugzakken, naar ze konden de buizen nergens vinden. Ze keken elkaar aan terwijl ze probeerden dit nieuwe gegeven met hun door zuurstofgebrek geplaagde hersenen te verwerken en een oplossing te bedenken.

De reden waarom al deze inspanningen de moeite, risico’s en kosten waard waren, is dat alleen de Mount Everest en enkele andere ‘achtduizenders’ in de Himalaya zó hoog zijn dat ze oprijzen tot in de Straalstroom, een van de smalle gordels van krachtige winden die op grote hoogte rond de aardbol lopen en grote invloed uitoefenen op alle mogelijke weersverschijnselen, van het traject van stormen tot het groeiseizoen van commerciële gewassen. Voor klimaatwetenschappers zijn er maar weinig fenomenen die met grotere urgentie onderzocht moeten worden dan deze straalstromen. Met het weerstation zouden wetenschappers een belangrijk nieuw instrument tot hun beschikking hebben om het fenomeen op betrouwbare wijze te kunnen onderzoeken.

Maar nu stonden ze daar op het dak van de wereld, zonder de mogelijkheid om de windmeter – het belangrijkste instrument – aan het apparaat te bevestigen.

De tenten van Kamp 2 op de Mount Everest. In het klimseizoen van 2019, in het voorjaar, beklom een team van geologen, glaciologen, biologen, cartografen en klimaatwetenschappers samen met berggidsen en sherpa’s de Everest tijdens een grootschalige en multidisciplinaire wetenschappelijke expeditie die tot doel had ’s werelds hoogste weerstation op het dak van de wereld te installeren en een ijskern van tien meter uit een gletsjer te boren.

Foto van Eric Daft, National Geographic

Nieuwe blik op de planeet

Matthews en Perry maakten deel uit van een ambitieuze expeditie om de Everest opnieuw te onderzoeken. In samenwerking met de Tribhuvan-Universiteit en de Nepalese regering, en met financiële steun van Rolex, organiseerde de National Geographic Society een twee maanden durende expeditie waarop uiteindelijk meer dan dertig wetenschappers veldwerk op verschillende hoogten op de berg en in de onherbergzame Khumbu-vallei zouden verrichten.

“Dit biedt ons een nieuwe blik op de planeet,” zei Paul Mayewski, directeur van het Climate Change Institute van de University of Maine en hoofdwetenschapper van de expeditie. “We denken dat je op de Everest de beste wetenschap beoefent door niet aan één maar aan meerdere vormen van wetenschap te doen.”

De multidisciplinaire groep bestond uit geologen, glaciologen, biologen, cartografen en klimaatwetenschappers. Ze namen honderden monsters van het water, de sneeuw en de gesteenten die ze op de berg aantroffen, installeerden sensoren waarmee de plantengroei werd gemeten en brachten het landschap nauwgezet in kaart met behulp van lasermeters met hoge resolutie.

Terwijl het grootste deel van het werk in en rond het basiskamp of op lagere hoogten gedaan zou worden, had Mayewski naast Matthews en Perry ook klimaatwetenschapper Mariusz Potocki uitgedaagd om een wetenschappelijke klim naar de top te maken. Ondersteund door een sterk team van sherpa’s hoopte het team twee weerstations op de berg te installeren en ijsboringen op de Zuidcol en de top van de Everest uit te voeren. De twee weerstations (onderdeel van een netwerk van zes stations die op en rond de berg door het team zouden worden opgezet) zouden de hoogste op aarde zijn.

Het herculeswerk om op 8849 meter boven zeeniveau veldwerk te verrichten vereiste maanden van voorbereiding en planning. Er moesten speciale instrumenten worden ontworpen, gefabriceerd en getest, terwijl de teamleden trainden om zich voor te bereiden op de barre omstandigheden op ’s wereld hoogste berg maar ook op de fysieke inspanning die nodig zou zijn om de weerstations op te bouwen en de ijsboringen uit te voeren. “Niemand heeft ooit eerder veldwerk boven de zevenduizend meter verricht,” zo vatte Mayewski het werk samen. “Alles is anders daarboven.”

Chris Millbern bestuurt een drone terwijl hij in het basiskamp werkt aan het verzamelen van de meest gedetailleerde fotogrammetrische gegevens van het gebied ooit. Bij het onderzoek wordt gebruikgemaakt van luchtopnamen om metingen en afstanden te kalibreren en daaruit een nauwkeuriger kaart van de Everest en zijn omgeving samen te stellen.

Foto van Mark Fisher, National Geographic

Dankzij onze unieke toegang tot het basiskamp van het team en aan de hand van talloze interviews met de betrokkenen kunnen we hun verhaal vertellen.

Slecht nieuws voor de Himalaya

“De klimaatverandering heeft op elk deel van de wereld weer een andere uitwerking,” legt Paul Mayewski mij op een middag uit terwijl we in de verbindingstent in het basiskamp op de Khumbu-gletsjer zaten. Het was de derde week van mei en buiten de tent zwiepten sneeuwbuien over de morenenrichels en bedekten de oranje-zwarte stof van de tent met een donsdeken. Mayevski is een bebaarde man van 72 met een jeugdig voorkomen, een bos verwilderd, zilverkleurig haar en een directe manier van praten.

“Dit is een van de continentale regio’s in de wereld die sneller opwarmt dan andere regio’s, maar wat we niet weten is wat zich eigenlijk boven de vijfduizend meter afspeelt,” zegt hij. “Deze bergen zijn de watertorens van de planeet. Tussen de 20 en 25 procent van de wereldbevolking wordt door de Himalaya van water voorzien.”

Helmlampen verlichten de klimroute die alpinisten door de Khumbu-ijsval richting de top van de Everest volgen. Ook de weerstations die door het team werden opgezet, moesten over deze route worden vervoerd. Zes stations werden tussen het dorpje Phortse en het ‘Balkon’ van de Everest geïnstalleerd.

Foto van Eric Daft, National Geographic

Drie maanden eerder, in februari 2019, publiceerde het International Center for Integrated Mountain Development de Hindu Kush Himalaya Assessment, een baanbrekend rapport waar de samenstellers vijf jaar over hadden gedaan. In het rapport waren de gegevens van 350 onderzoekers en beleidsadviseurs bijeengebracht en geanalyseerd om te kunnen voorspellen wat er in de komende tachtig jaar met het grotere Himalaya-systeem en zijn inwoners zal gebeuren als de aarde blijft opwarmen.

Zelfs als de meest ambitieuze doelstellingen voor de terugdringing van de CO2-uitstoot in het Akkoord van Parijs gehaald zouden worden, zo waarschuwde het rapport, dan nog zou ongeveer een derde van de tienduizend gletsjers in de regio tegen het einde van de eeuw verdwenen zijn. Voor de 250 miljoen mensen die in deze berggebieden wonen – en de 1,6 miljard mensen die afhankelijk zijn van het water dat er uit voortkomt, voorspelde het rapport een ramp van ongekende omvang die veel van de huidige bewoners nog tijdens hun leven zullen meemaken.

“Als we een begin willen maken met het verkrijgen van meer inzicht in de toekomst, zullen we moeten weten wat er op vijf- à achtduizend meter hoogte gebeurt. Dat is van enorm belang,” legt Mayewski uit. Vrijwel alle gletsjers in de Himalaya worden gevoed door sneeuwval op hoogten boven de vijfduizend meter, wat betekent dat wetenschappers pas een accuraat beeld kunnen krijgen van de snelheid waarmee deze gletsjers smelten als ze zich boven de vijfduizend meter wagen en onderzoek kunnen doen naar de omgeving waarin gletsjers ontstaan.

“We krijgen gewoon veel meer inzicht in hoe de hydrosfeer – de hele waterhuishouding – op al deze veranderingen zal reageren,” zegt Mayewski. “Hoe de winden zullen veranderen en hoe de straalstroom verloopt. Dat is voor het hele noordelijk halfrond van cruciaal belang.”

Eerder in zijn carrière ondernam Mayewski een reeks expedities naar de Zuidpool, waar hij meerdere keren het Transantarctisch Gebergte doorkruiste, en naar de Noordflank van de Mount Everest, waar hij op 6500 meter hoogte ijsboringen verrichtte. “Ik heb altijd al een avonturier willen zijn, in de eerste plaats een ontdekkingsreiziger,” zegt hij. “Pas een jaar nadat ik was gepromoveerd, begon ik mezelf als wetenschapper te zien. Ik raak altijd geïrriteerd als mensen denken dat wetenschappers nerds in laboratoria zijn.”

Terwijl Mayewski met mij praat, houdt hij zijn portofoon in de gaten, zijn enige verbinding met het team dat hoog op de berg op weg was naar de top. Hij geeft toe dat hij het zwaar vindt niet bij hen te zijn. “Ik wil mijn team het liefst vanaf de voorste linie aanvoeren. Maar ik accepteer dat we echt heel goede mensen hebben en die kun je niet elke keer vertellen dat ze hierop of daarop moeten letten.”

Klimaatwetenschapper Mariusz Potocki gebruikt een speciaal ontworpen boor om een ijskern uit de gletsjer op de Zuidcol van de Mount Everest te boren. Een beklimming van ’s werelds hoogste berg is op zichzelf al een complexe en gevaarlijke onderneming, maar voor het team kwamen daar nog de extra taken bij, die met minder zuurstof en in dikke poolkleding toch nauwgezet uitgevoerd moesten worden.

Foto van Dirk Collins, National Geographic

Potocki pakt een segment van de in totaal tien meter aan ijskernen in die het team op de Zuidcol heeft uitgeboord. Nadat de ijskernen uit de gletsjer waren geboord, daalde de groep de berg af en stuurde het ijs naar het Climate Change Institute van de University of Maine. Gedurende het hele transport moest het ijs bevroren blijven.

Foto van Dirk Collins, National Geographic

Volgens hem was de grootste onberekenbare factor dit jaar het grote aantal klimmers op de berg.

Onverwoestbare statieven

Het verrichten van “zinvol veldwerk,” zoals Mayewski het omschrijft, in een omgeving boven de achtduizend meter, gaat gepaard met unieke en zware uitdagingen. Op zo’n extreme hoogte worden de teamleden vaak in hun fijne motoriek en meer complexe besluitvorming gehinderd. Het opzetten van een weerstation of het boren van een gat van tien meter in het ijs zijn activiteiten die onder de beste omstandigheden meerdere uren van geconcentreerd werk vergen. Op de hogere hellingen van de Everest moet met zuurstofmaskers en dikke handschoenen worden gewerkt, anders zouden de teamleden het risico lopen gedesoriënteerd te raken en bevriezingen aan hun handen op te lopen.

Dan is er nog het niet onbelangrijke aspect van de logistiek. Het team moet ervoor zorgen dat al het benodigde materiaal en uitrusting de berg op wordt gedragen en dat alle ijskernen veilig naar beneden worden gebracht en tijdens het vervoer van Nepal naar de VS permanent in bevroren staat blijven voordat ze worden opgeslagen in de speciaal ontworpen vriezers van het Climate Change Institute van de University of Maine. 

“Bergbeklimmers hopen de top te halen, daar een paar selfies te nemen en dan zo snel mogelijk weer naar beneden te gaan,” zegt Pete Athans, die de Everest zevenmaal heeft beklommen en de alpinistische leiding over het team heeft. “Maar dit is alsof je op de top blijft om daar een auto in elkaar te zetten.”

Om de geautomatiseerde weerstations op verschillende hoogten te installeren, deed Mayewski een beroep op Baker Perry, een lange, taaie klimaatwetenschapper van de Appalachian State University die ooit basketbalprof in Bolivia was, en op Tom Matthews, een snel pratende Britse klimaatwetenschapper aan de Loughborough University en een verwoed marathonloper.

In de buurt van de top van de Lobuche neemt Inka Koch een monster van pas gevallen sneeuw. De Himalaya is de ‘watertoren’ voor een kwart van de wereldbevolking, en wetenschappers hopen dat ze de gegevens die tijdens de expeditie zijn vergaard, kunnen gebruiken om meer inzicht te krijgen in de gevolgen van de klimaatverandering op het gebergte en op de belangrijke natuurlijke hulpbronnen in dit gebied.

Foto van Mark Fisher, National Geographic

“Je kunt niet echt een kogelvrij station ontwerpen,” zegt Perry. “Vooral als er zonnepanelen en stralingsschermen op zitten, wordt je beperkt door de meetinstrumenten die beschikbaar zijn.” Tien jaar geleden installeerde een Italiaans onderzoeksteam een weerstation op de Zuidcol, maar dat apparaat werd aan flarden geschoten door steentjes die door de wind worden opgezweept en de apparatuur als schroot bestoken. Voor de bouw van de zes weerstations besloten Perry en Matthews uiteindelijk in zee te gaan met een ontwerpteam van Campbell Scientific.

De eerste uitdaging was volgens Perry het vervaardigen van een statief dat licht genoeg was om de berg op te kunnen dragen maar sterk genoeg om zonder problemen windsnelheden van soms meer dan 320 kilometer per uur te weerstaan. De tweede uitdaging was het ontwerpen van een betrouwbare satellietverbinding om de metingen van het station in realtime te kunnen verzenden.

Terwijl Perry en Matthews de laatste hand legden aan het statief, was Mariusz Potocki, een Poolse klimaatwetenschapper die op de University of Maine met Mayevski samenwerkt, bezig met de ontwikkeling van een speciale boor, die licht genoeg was om de Everest op gedragen te worden maar ook krachtig genoeg om in het granietharde gletsjerijs te kunnen doordringen en ijsboringen op recordhoogte te kunnen uitvoeren.

Net als de groeiringen van bomen worden ook in ijslagen allerlei chemische bestanddelen uit de atmosfeer vastgelegd wanneer waterdruppels bevriezen. Met de gegevens die in deze historische ijslagen liggen opgeslagen, hopen Mayewski en Potocki inzicht te krijgen in de ontwikkeling van de neerslag op de berg en in de samenstelling van de atmosfeer in pre-industriële tijden. Zulke informatie is van doorslaggevend belang voor het vaststellen van een ijkpunt waartegen huidige klimaattrends kunnen worden afgezet.

“Het probleem was hoe je de boor van stroom moest voorzien en hoe je de ijsschilfers rond de boorkern naar boven moest afvoeren,” legt Potocki in zijn staccato-Engels uit. “Terwijl je boort, schraap je ijsschilfers rond de boorkern af, dus is het heel belangrijk dat je die schilfers zo soepel mogelijk naar buiten afvoert, want anders blijft de boor steken, vooral bij nattig ijs.” Potocki maakt het geluid van een harde smak om het vastlopen van de boor na te bootsen. “Dan is het einde oefening.”

In een grote laboratoriumvriezer van de University of Maine waarin de temperatuur op 10,5 graden Celsius onder nul werd gehouden, testte Potocki vijf verschillende snoerloze boren om te bepalen welke accu in de extreme kou de sterkste prestatie leverde en het best de kou doorstond. Daarna vlogen hij, Mayewski en twee collega’s naar IJsland om het systeem als geheel te testen. Vervolgens reisde het hele team dat de klim naar de top van de Everest zou ondernemen in januari af naar Nepal om daar hun experimenten te repeteren met een eliteteam van sherpa-alpinisten onder leiding van Panuru Sherpa, die de top van de Everest zeventien keer heeft beklommen.

“We begrijpen wat het werk inhoudt,” zegt Panuru. “We zien al ons hele leven hoe onze vallei verandert, dus willen we graag een bijdrage leveren.” Bovendien zijn sherpa’s volgens hem “vertrouwd met het werken met gereedschap.”

Een lange rij klimmers doorkruist de Khumbu-ijsval. Het voorjaarsseizoen van 2019 werd geplaagd door grote drukte, waardoor de leden van het wetenschapsteam hun poging om te top te bereiken met een dag moesten vertragen, in de hoop om wachttijden en opstoppingen te vermijden.

Foto van Mark Fisher, National Geographic

Dawa Yangzum Sherpa beklimt een ladder in de Khumbu-ijsval. Dawa was de eerste Zuid-Aziatische vrouw die een certificaat van de International Federation of Mountain Guide Association (IFMGA) heeft ontvangen. Ze hielp de wetenschappers bij de beklimming en afdaling van de Mount Everest, een expeditie die tot doel had zes weerstations op de berg te installeren en ijskernen uit een gletsjer te boren.

Foto van Mark Fisher, National Geographic

Voorspellingen en bevriezingen

Toen het team half april in het basiskamp arriveerde, voegde het zich bij een recordaantal klimmers die tenminste eenmaal in hun leven de top van ’s werelds hoogste berg wilden bereiken. Volgens de Everest-blogger Alan Arnette gaf het Nepalese ministerie van Toerisme in 2019 maar liefst 382 klimvergunningen af voor het voorjaarsseizoen, dat doorgaans tot eind mei duurt. In totaal 772 mensen zouden in deze periode een poging doen de top van de Everest te bereiken.

Al deze klimmers zouden het verraderlijke weer nauwlettend in de gaten houden, op zoek naar dat tijdvenster van enkele dagen dat zich elk seizoen voordoet, dagen waarop de wind is gaan liggen en het onbewolkt is. Door het grote aantal klimmers zouden hoger op de berg gevaarlijke opstoppingen kunnen ontstaan, wat tot rampspoed zou kunnen leiden.

Aanhoudend goed weer was vooral van groot belang voor Perry en Matthews, die het weerstation moesten opbouwen, en voor de ijsboringen van Potocki. Niet alleen hadden ze een lang genoeg tijdvenster van goed weer nodig om veilig te top te bereiken – en daarna weer af te dalen – maar ook om meerdere uren op het dak van de wereld te blijven werken. Uiteindelijk zou het succes van de expeditie worden bepaald door het weer en het gedrag van de vele andere klimmers op de berg.

“In de buurt van de top is er maar weinig ruimte om dingen te doen, zelfs mét zuurstof,” legt Mayewski uit. “We hadden ruimte nodig om te werken. Eén persoon, niet eens uit onze eigen groep, is genoeg om dat proces compleet in de war te schoppen.”

“Op drukke dagen moet je ervoor zorgen dat je jezelf niet in de vingers snijdt, door te lang onderweg te zijn en door je zuurstof heen te raken,” zegt Athans. “Of je kunt betrokken raken bij het redden van iemand anders en zelf zonder zuurstof komen te zitten.”

Terwijl het traditionele weervenster eraan zat te komen waren de voorspellingen op 19 mei nog steeds twijfelachtig. Maar de computermodellen voorspelden dat de wind over enkele dagen zou gaan liggen, dus begonnen Matthews, Perry, Potocki en hun team van sherpa-alpinisten het materiaal voor te bereiden voor de drie dagen durende klim vanuit het basiskamp naar de Zuidcol.

Op zoek naar oeroud ijs

Potocki’s eerste doelwit was het kleine overblijfsel van een gletsjer die aan de noordzijde van de Zuidcol hing. Het is de eerste ijspassage die bergbeklimmers op de route vanaf Kamp 4 op de Zuidcol naar de top tegenkomen. De passage wordt als een niet al te moeilijk obstakel beschouwd en voor Potocki was het een wetenschappelijke goudmijn: oeroud, onverstoord en relatief schoon ijs.

Wetenschappers ontwierpen de weerstations op de Mount Everest, zoals dit station in Kamp 2, om geautomatiseerde gegevens per satelliet te kunnen verzenden, zodat de informatie niet door alpinisten gedownload en opgehaald hoeft te worden.

Foto van Eric Daft, National Geographic

Zodra de boorkop in het ijs doordrong, verscheen er een glimlach op Potocki’s gezicht. De uitzonderlijk koude en droge omstandigheden op een hoogte van 8020 meter zorgde voor harde ijsscherven, die zonder problemen rond de boorkop afgevoerd konden worden en een spiegelgladde ijskern opleverden. “Ik wist dat het een zeer aangename boring zou worden,” zegt hij lachend. “Je weet uit ervaring hoe de boorkop zich zal gedragen.”

Nauwgezet haalde het team boorkernen van telkens vijftig centimeter lengte omhoog, die vervolgens in een witte postkoker van karton werden verpakt. Naarmate het boorgat dieper werd, werden er verlengstukken aan de boorkop bevestigd. Tijdens het boren waren Matthews, Perry en een groep van zes sherpa’s bezig met het opbouwen van het weerstation op de andere zijde van de Zuidcol.

In de voormiddag was het boorteam in Kamp 4 teruggekeerd, nadat het in totaal tien meter aan ijskernen had uitgeboord. In zijn tent was Potocki nog te opgewonden om te kunnen uitrusten; hij besefte dat de tweede ijskern, die uit een ijslaag aan de voet van de gletsjer was geboord, een volledig overzicht van het verleden van de gletsjer zou opleveren. Hij en Mayewski schatten de ouderdom van de gletsjerlaag op vijf- tot tienduizend jaar. “Ik zei: o nee, dat gaat me veel te makkelijk. Ik wil nóg meer ijs,’” herinnert Potocki zich. Hij keerde terug naar de gletsjer om een tweede boring uit te voeren. “Ik boorde tot een diepte van 2,20 meter in het ijs, tot aan het gesteente eronder,” zegt hij. “Nu hebben we de boven- en de onderkant van de gletsjer, zodat we precies kunnen bepalen hoe oud hij is en hoe snel hij is aangegroeid.”

Terwijl Potocki zijn buit aan ijskernen vierde, keerden Matthews en Perry terug van een niet minder geslaagde missie: ze hadden het hoogste weerstation ter wereld op de Zuidcol opgezet. Maar in plaats van hun succes te vieren lagen ze te piekeren in hun tent, over de kans dat het slechte weer hen zou verhinderen een tweede weerstation op de top van de Everest te installeren. “We zagen twee weersvoorspellingen die elkaar tegenspraken,” herinnert Matthews zich. “De ene gaf aan dat de wind ongunstiger zou worden.”

Terwijl hun tent gedurende de middag in de harde wind klapperde, overwogen ze somber om de klim naar de top af te blazen. Beide wetenschappers vonden dat hun missie niet echt was geslaagd als ze niet verder de berg op konden. “Het zou een trieste afsluiting van onze klim naar de top zijn geweest,” zegt Matthews. “Ik wilde dat het weer ons zou helpen om verder te gaan.”

Klimmers staan rond hun tenten in Kamp 4, op de Zuidcol van de Mount Everest, waar een van de weerstations van het team werd opgezet. De stations waren eerder in New Hampshire en Nepal grondig getest om ervoor te zorgen dat ze de barre omstandigheden op de berg zouden doorstaan en bestand waren tegen harde wind en sneeuwstormen.

Foto van Baker Perry, National Geographic

Tegen het vallen van de avond was de wind geluwd en kwam een nieuwe, gunstige weersvoorspelling binnen. Het team vertrok om half twaalf ’s avonds, in de verwachting dat het zeven tot acht uur nodig zou hebben om de top te bereiken.

Het handvat van een schep

Terwijl Perry, Matthews, Potocki en hun team van sherpa’s vanaf de Zuidcol vertrokken, dreef een hoog wolkendek over de berg en begon het af en toe te sneeuwen. Het zwakke licht kleurde het hele landschap kalkgrijs. “Vanaf het kamp schoten we goed op, maar toen stuitten we op de achterkant van de rij,” vertelt Perry. Een lange rij van tientallen bergbeklimmers, van wie sommige al om vijf uur ’s middags vanuit Kamp 4 waren vertrokken, was bijna tot stilstand gekomen op het segment van de klimroute dat de ‘Triangular Face’ (‘Driehoeksflank’) wordt genoemd.

“Het was niet een volledige verrassing, want we hadden zulke drukte al meegemaakt op de IJsvalen de Lhotse-flank,” zegt Perry. “Maar het was frustrerend voor het sherpa-team, want we konden ons niet allemaal loshaken en dan snel voorbij deze mensen zoeven. En hoe langzamer je loopt, des te kouder je wordt.”

Na twee uur van tergend langzame voortuitgang en stilstand bereikte het team het Balkon, een stuk vlak terrein waar de klimroute de Zuidoostgraat kruist. “We zagen een rij mensen vóór ons en het drong tot ons door wat ons nog stond te wachten,” zegt Perry. En als we de klim naar 23 mei zouden verplaatsen, zouden we midden in twee zeer drukke dagen op de top terechtkomen.”

“Je probeert de kansen van je team zo groot mogelijk te maken door de beste dag voor de klim naar de top te kiezen,” zegt Pete Athans. “Het ironische is dat iedereen hetzelfde probeert.”

Panuru, Perry en Matthews hadden al overwogen om het Balkon als alternatieve plek voor het weerstation te kiezen als de route naar de top niet haalbaar zou zijn. Nu richtten ze hun aandacht op het opzetten van het station op die plek. “Zeker, we waren wel wat teleurgesteld,” herinnert Perry zich, “maar niemand van ons was daar om de top te bereiken.”

“Het was het moeilijkste moment, omdat er zoveel werk in was gestoken,” zegt Potocki. Hij voelde zich misschien nog het meest gefrustreerd: het sneeuwpak rond het Balkon was te zeer met menselijk afval en afgedankte zuurstofflessen verontreinigd om er te kunnen boren. “Je ziet zoveel ongetrainde mensen, iedereen klimt maar naar boven, als vliegen die op de stroop afkomen,” zegt Potocki hoofdschuddend. “Er waren verdomme veel te veel mensen.”

Terwijl Potocki zijn ergernis de vrije loop liet, ontdekten Perry en Matthews dat de accu’s van de boorhamer waarmee de ankerbouten van het weerstation bevestigd moesten worden, te koud waren om stroom te leveren. Matthews en een van de sherpa’s, Phu Tashi, staken ieder een batterij in hun sneeuwpak om ze op te warmen. Daarna wachtten ze totdat de hemel langzaam opklaarde. “Het was zo’n anticlimax,” zegt Matthews lachend. “Daar stonden we dan, ieder met een batterij in onze bilnaad. Het duurde eventjes, maar het werkte wél.”

Op meer dan 8400 meter boven zeeniveau werkt het team aan het opbouwen van ’s werelds hoogste geautomatiseerde weerstation. Oorspronkelijk was het de bedoeling om het station nog dichter onder de top van de Everest te installeren, maar het team moest omkeren vanwege de drukte op de berg.

Foto van Mark Fisher, National Geographic

Nadat het team zijn poging om de top te bereiken heeft laten varen, wordt het laatste Everest-weerstation geïnstalleerd op een sectie die het ‘Balkon’ wordt genoemd. Tijdens het werk beseften de leden van het team dat een belangrijk onderdeel van het instrument in het basiskamp was achtergebleven: de armatuur voor de windmeters. Vastbesloten om het werk af te maken demonteerde het team het handvat van een schep en bevestigde de windmeter daarmee aan het station.

Foto van Mark Fisher, National Geographic

Toen de ankerbouten eenmaal vastzaten, kon het hele systeem vrij eenvoudig worden opgezet. “Een dag eerder hadden we het station op de Zuidcol opgezet, dus ons sherpa-team wist bijna precies hoe het moest,” zegt Perry.

Maar toen realiseerde Perry zich dat twee buizen voor het bevestigen van de windmeters ontbraken. Ze hadden de zij-arm horizontaal aan de mast van het station kunnen bevestigen, maar niets om de windmeter aan die zij-arm te verbinden. “We konden gewoon niet terugkeren voordat we die windmeters hadden bevestigd en we wilden ook niemand naar beneden sturen om de buizen op te halen,” zegt Perry. “Dus begonnen we te brainstormen.”

Perry besefte dat het handvat van een lichtgewicht schep voor bergbeklimmers die het team bij zich had, ongeveer dezelfde diameter had als de ontbrekende buizen. “Ik heb in het veld wel vaker met buizen van verschillende diameters te maken gehad,” zegt hij, “dus ik had er een beetje ervaring mee.”

Er was één probleem: het handvat van de schep was ovaal in doorsnede terwijl de bevestigingspunten op de zij-arm voor ronde buizen waren bewerkt. Een van de sherpa’s, Lhakpa, pakte een lichtgewicht hamer en begon het handvat in een ronde vorm te hameren. Daarna wikkelde Perry er ducttape omheen om de omtrek ervan groter te maken en de onderdelen beter op elkaar aansloten. “Het is een supermodern weerstation,” zegt Matthews. “Maar wie goed kijkt, ziet daar een hoop ducttape en het handvat van een schep in fluorescerende oranje en blauwe kleuren.”

Het team viert de geslaagde installatie van het laatste weerstation, dat al is begonnen met het verzenden van gegevens naar een server van de National Geographic Society.

Foto van Mark Fisher, National Geographic

Terwijl het team zich gereedmaakte voor de afdaling, inspecteerde Perry het pas opgebouwde instrument voor de laatste maal en wierp nog een blik op de top van de berg. Tegen die tijd was de lange rij klimmers weer wat opgeschoten. Even vroeg Perry zich af of hij en het team toch nog verder hadden kunnen klimmen. Maar die gedachte legde hij snel naast zich neer, waarna hij aan de lange afdaling begon.

Werken in het lab

Terwijl de groep naar het basiskamp afdaalde, waren de geïnstalleerde weerstations al begonnen met het verzenden van gegevens naar een computerserver van de National Geographic Society. (Een deel van die informatie zal binnenkort via deze link voor het publiek beschikbaar zijn.)

Potocki’s ijskernen werden per helikopter van Kamp 2 naar Kathmandu vervoerd, waar ze in de diepvriezer van de American Club werden opgeslagen. Ze zullen snel naar de VS worden gevlogen en dan in een speciale koeltruck van de douane van de internationale luchthaven John F. Kennedy naar het Climate Change Institute in Maine worden overgebracht. Het zal nog maanden duren voordat de reikwijdte van het veldwerk duidelijk wordt.

Ondanks de grote drukte en de loodzware omstandigheden op de Mount Everest denken de drie wetenschappers dat er alle reden is om naar de berg terug te keren. “Het zou de moeite waard zijn om er terug te keren met radarapparatuur om meer te weten te komen over deze gletsjer en helemaal tot op de rotsbodem door het ijs te boren,” zegt Potocki. “Maar mijn vrouw zegt dat ze dan van me gaat scheiden.”

Dit artikel werd oorspronkelijk op 13 juni 2019 in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer