Heeft de wetenschap een van de grootste outdoor-raadsels opgelost?

De bizarre dood van een groep bergwandelaars op de Russische Djatlov-pas heeft tot talloze samenzweringstheorieën geleid, maar de oplossing wordt mogelijk geleverd door een elegant computermodel met een verrassende oorsprong.

Published 1 feb. 2021 11:10 CET
Sovjet-onderzoekers bekijken op 26 februari 1959 de tent waarin leden van een expeditie naar de Djatlov-bergpas ...

Sovjet-onderzoekers bekijken op 26 februari 1959 de tent waarin leden van een expeditie naar de Djatlov-bergpas door een lawine werden overvallen. De tent was van binnenuit opengesneden en veel slechtoffers hadden op sokken of blote voeten een goed heenkomen gezocht.

Foto van DYATLOV MEMORIAL FOUNDATION

Het 62 jaar oude mysterie heeft geleid tot ontelbare hypotheses over geheime experimenten van het Sovjetleger, yeti’s en zelfs buitenaardse wezens. Maar voor het raadsel is nu misschien de meest plausibele verklaring gevonden in simulaties van een reeks lawines, die deels berusten op computermodellen voor auto-ongelukken en op animatietechnieken die in de tekenfilm Frozen zijn gebruikt.

In een artikel dat vorige week in het tijdschrift Communications Earth and Environment is verschenen, presenteren wetenschappers gegevens die wijzen op de waarschijnlijkheid dat een uitzonderlijk kleine en vertraagde lawine mogelijk verantwoordelijk is geweest voor de dood van negen ervaren bergwandelaars, die in de winter van 1959 nooit terugkeerden van hun voorgenomen tocht van 320 kilometer door het Russische Oeralgebergte.

Op filmrolletjes die op de plek des onheils werden gevonden, stond ook de laatste foto die door een lid van de Djatlov-groep werd genomen: van groepsleden die een plek in de sneeuw uithakken om er hun tent op te zetten.

Foto van DYATLOV MEMORIAL FOUNDATION

Het zogenaamde ‘voorval op de Djatlov-pas’ vond op 23 januari 1959 plaats, tijdens een ski- en bergwandeltocht door de ijzige wildernis van de Oeral. Aan de trektocht namen tien leden van het Polytechnisch Instituut van de Oeral in Jekaterinenburg deel: negen studenten en een sportinstructeur die in de Tweede Wereldoorlog had gevochten.

Eén student die last had van zijn gewrichten, keerde om, maar de rest van de groep trok verder onder leiding van de 23-jarige student werktuigbouwkunde Igor Djatlov. Uit fotorolletjes en dagboekaantekeningen die later op de plek des onheils werden gevonden, bleek dat de groep op 1 februari zijn kamp opsloeg en een grote tent opzette op de besneeuwde helling van een berg met de naam Cholatsjachl, wat in de taal van het inheemse Manzi-volk vertaald kan worden als ‘Dode Berg’.

Daarna werden de negen bergwandelaars, zeven mannen en twee vrouwen, niet meer levend teruggezien.

Toen een zoekteam de Cholatsjachl enkele weken later bereikte, trof het de tent van de bergwandelaars aan, die amper boven de sneeuw uitstak en van binnenuit opengesneden leek te zijn. De volgende dag werd het eerste lichaam gevonden onder een nabije cederboom. In de maanden erna deden zoekteams in de langzaam wegsmeltende sneeuw steeds meer gruwelijk vondsten: de lichamen van alle negen groepsleden werden verspreid over de hele berghelling aangetroffen en enkele ervan bleken vreemd genoeg deels ontkleed te zijn; bij sommige slachtoffers waren de schedel en borstkas opengespleten, bij andere ontbraken de ogen en bij één van de leden was de tong verdwenen.

Elk lichaam was een stukje van een gruwelijke puzzel, maar geen van deze stukjes paste. In een gerechtelijk onderzoek uit die tijd wordt de dood van de negen toegeschreven aan een “onbekende natuurkracht”, waarna de Sovjet-bureaucratie het voorval geheimhield. Het gebrek aan details over de schokkende gebeurtenis – ogenschijnlijk een bloedbad dat zich in een zeer gesloten land had afgespeeld – leidde tot tientallen hardnekkige samenzweringstheorieën, van clandestiene militaire tests tot aanvallen van verschrikkelijke sneeuwmannen.

Hartje winter

Onder druk van de hernieuwde aandacht van de media en niet-aflatende en zeer bizarre hypotheses, openden de Russische autoriteiten onlangs een nieuw onderzoek naar het voorval op de Djatlov-pas en kwamen in 2019 tot de slotsom dat de negen doden het gevolg waren van een lawine. Maar in het rapport ontbraken belangrijke wetenschappelijke ijkpunten, waaronder een duidelijke verklaring voor het feit dat er een lawine zou hebben plaatsgevonden zonder dat die duidelijke sporen had achtergelaten. Het rapport wekte grote twijfel door de ogenschijnlijk lakse verklaring van de Russische autoriteiten, die een lange geschiedenis van geheimzinnigdoenerij kennen.

Veel mensen meenden dat de lawine-hypothese, die al meteen in 1959 werd opgeworpen, nog altijd geen hout leek te snijden: het kamp van de groep was weliswaar in de sneeuw uitgehakt, maar op een helling die veel te vlak leek om een lawine mogelijk te maken. Het sneeuwde niet op de avond van 1 februari, wat de belasting van de sneeuw op de helling zou hebben verhoogd en tot een verschuiving had kunnen leiden. De meeste verwondingen van de slachtoffers waren door de inwerking van stompe voorwerpen veroorzaakt en de schade aan zachte weefsels deed niet denken aan verwondingen van lawineslachtoffers, die doorgaans door verstikking om het leven komen. En als er een lawine had plaatsgevonden, waarom waren er dan minstens negen uur verstreken tussen het moment waarop de leden hun kamp in de sneeuw uithakten en de uiteindelijke lawine?

Die vreemde vertraging wekte de interesse van Alexander Poezrin, geotechnisch ingenieur aan de ETH Zürich, een federaal onderzoeksinstituut in Zwitserland. Hij had eerder een artikel gepubliceerd waarin hij had beschreven hoe een lawine door een aardbeving kon worden veroorzaakt, maar dan met een vreemde vertraging – van enkele minuten tot meerdere uren – tussen beide gebeurtenissen. Hoewel Poezrin in Rusland was opgegroeid, hoorde hij pas een jaar of tien geleden voor het eerst van het incident op de Djatlov-pas. Hij was gefascineerd door het raadselachtige voorval en zijn mogelijke oorzaken, maar begrijpelijkerwijs aarzelde hij om de kwestie in z’n eentje te onderzoeken.

Johan Gaume, hoofd van het Snow Avalanche Simulation Laboratory van de École polytechnique féderale de Lausanne, leerde Poezrin in 2019 kennen, in de tijd dat de Russen het onderzoek naar het voorval op de Djatlov-pas heropenden. Ze vermoedden dat het vertragingseffect mogelijk een belangrijke rol zou kunnen spelen in de oplossing van het raadsel en sloegen de handen ineen om enkele analytische modellen en computersimulaties te creëren waarmee ze de ondoorzichtige uren konden reconstrueren waarin de negen bergwandelaars om het leven waren gekomen.

Een bijkomend voordeel van hun wetenschappelijk onderzoek kwam voort uit het feit dat Poezrins vrouw Russisch is. “Toen ik haar vertelde dat ik aan het Djatlov-mysterie werkte, keek ze mij voor het eerst met oprecht respect aan,” lacht hij.

Tegen de tegenargumenten

Het eerste waar de onderzoekers op ingingen, was het argument dat de bewuste berghelling te vlak was voor de mogelijkheid van een lawine: de helling bleek namelijk helemaal niet zo vlak te zijn als werd aangenomen. Door de grillige topografie van de berg en de dikke laag sneeuw op de Cholatsjachl leek de helling vrij vlak, maar in werkelijkheid kwam de hellingsgraad in de buurt van de dertig procent, de grenswaarde die normaliter wordt gehanteerd voor het ontstaan van de meeste lawines. Berichten uit de tijd van het eerste onderzoek naar het voorval beschrijven ook een onderliggende sneeuwlaag op de helling die niet goed leek te ‘plakken’, waardoor er mogelijk een zwakke en gemakkelijk verschuivende laag aanwezig was waarover de bovenste sneeuwlaag kon wegglijden.

“De plaatselijke topografie draaide hen een rad voor ogen,” zegt Poezrin.

Dan was er nog de kwestie van het sneeuwpak: het feit dat de groep een kuil in de sneeuw uithakte om er zijn tent op te zetten, moet het sneeuwpak hebben gedestabiliseerd, maar er zou zich eerst nog meer sneeuw moeten hebben opgehoopt voordat dit gegeven tot een lawine had kunnen leiden. Hoewel er in de weerberichten van die noodlottige nacht geen sneeuwbuien worden gemeld, blijkt uit de dagboekaantekeningen van de Djatlov-groep dat het ’s nachts zeer hard waaide. Daarbij ging het vermoedelijk om katabatische valwinden – zware bellen van ijskoude lucht waarin grote hoeveelheden sneeuw van hoger gelegen hellingen bergafwaarts naar de plek van het kamp werden meegevoerd, waardoor het gewicht van het sneeuwpak op de toch al instabiele helling nog werd vergroot. Deze sneeuwval kan ook verklaren waarom er negen uur verstreken tussen het opzetten van de tent en de lawine.

Uit computersimulaties van de onderzoekers bleek dat de lawine op de Cholatsjachl waarschijnlijk niet erg groot is geweest; mogelijk ging het om een blok sneeuw van amper vijf meter lengte en de omvang van een SUV. Die geringe omvang kan verklaren waarom er tijdens het eerste onderzoek geen duidelijke sporen van een lawine waren gevonden; de lawine zou alleen de uitgehakte tentplaats hebben gevuld en daarna meteen door verse sneeuw zijn bedekt. Maar hoe kon de verplaatsing van zó’n kleine hoeveelheid sneeuw tot zulke gruwelijke verwondingen hebben geleid?

Let it go...

Om antwoord te krijgen op die vraag maakten de wetenschappers gebruik van enkele tamelijk ongebruikelijke inspiratie- en informatiebronnen. Gaume legt uit dat hij enkele jaren geleden onder de indruk was van de beweging van de sneeuw in de Disney-film Frozen (2013). Hij vond het zelfs zó indrukwekkend dat hij contact opnam met de animators die dat voor elkaar hadden gekregen. (The Walt Disney Company heeft een meerderheidsbelang in National Geographic Partners.)

Na een uitstapje naar Hollywood, waar hij met de specialisten sprak die verantwoordelijk waren voor de sneeuweffecten in Frozen, paste Gaume de codes voor de sneeuwanimatie in de film toe op zijn simulatiemodellen, maar dan voor een heel wat minder vermakelijk doel: het nabootsen van de uitwerkingen die een lawine op het menselijk lichaam heeft.

Nu ze de animatiecode in handen hadden, had het tweetal nog een realistische inschatting nodig van de krachten en druk die tijdens een lawine op het menselijk lichaam worden uitgeoefend. Ditmaal betrokken ze hun informatie van de auto-industrie.

“We ontdekten dat General Motors (GM) in de jaren zeventig honderd dierkadavers heeft gebruikt om uit te zoeken wat er precies tijdens een auto-ongeluk gebeurt. Daarbij braken ze de ribben van de karkassen door er met verschillende snelheden diverse gewichten op te laten vallen,” vertelt Gaume. De gegevens werden uiteindelijk gebruikt om de veiligheid van autogordels te verhogen.

Sommige kadavers die voor de tests van GM werden gebruikt, waren in vaste frames bevestigd en andere niet, een variabele die per toeval van groot belang bleek te zijn voor het onderzoek van Poezrin en Gaume. Destijds hadden de groepsleden op de helling van Cholatsjachl hun beddengoed over hun skiën en skistokken gespannen. Dat betekende dat toen de lawine de bergwandelaars in hun slaap overviel, de sneeuwmassa op een ongebruikelijk stijve structuur stuitte. Dankzij de experimenten die GM in de jaren zeventig op kadavers had uitgevoerd, konden de onderzoekers de inwerking van dit soort krachten op het menselijk lichaam met opmerkelijk veel precisie vaststellen.

Uit hun computermodel bleek dat een blok compacte sneeuw van vijf meter lengte onder deze unieke omstandigheden gemakkelijk de borstkas en schedel van mensen die op een rigide structuur slapen, kon openbreken. De verwondingen zouden volgens Poezrin zeer ernstig maar niet dodelijk zijn geweest – althans niet meteen.

Jordy Hendrikx, directeur van het Snow and Avalanche Lab van de Montana State University, vermoedde al geruime tijd dat het voorval op de Djatlov-pas zeer waarschijnlijk door een lawine was veroorzaakt; Hendrikx was niet betrokken bij het nieuwe onderzoek. Maar de Cholatsjachl stond niet bekend om zijn zware lawines. Volgens hem is de fatale nacht nu met ongekende precisie in de computersimulaties gereconstrueerd.

“De manier waarop ze dat empirisch in hun vergelijkingen konden aantonen, lijkt zeer robuust,” zegt Hendrikx. “Het is spannend om te zien dat met behulp van wetenschappelijke ontwikkelingen nieuw licht kan worden geworpen op dit soort historische puzzels.”

“Het is enigszins verrassend dat zó’n kleine lawine zulke zware verwondingen kan veroorzaken,” zegt Jim McElwaine, een expert in natuurrampen aan de Durham University in Engeland die niet bij het nieuwe onderzoek was betrokken. Hij denkt dat het sneeuwblok heel erg stijf moest zijn geweest en met aanzienlijke snelheid van de helling moet zijn gegleden om zoiets voor elkaar te krijgen.

Volgens Freddie Wilkinson, een professionele bergbeklimmer en gids die evenmin bij het nieuwe onderzoek was betrokken, is het volstrekt plausibel dat zó’n onooglijk blok sneeuw zulke verwondingen heeft veroorzaakt. “Sommige sneeuwblokken kunnen vrij hard zijn en het is zeer aannemelijk dat ze zware verwondingen door een stomp voorwerp kunnen veroorzaken,” zegt hij.

“Ik ben er absoluut van overtuigd dat de tragedie het gevolg was van de inwerking van wind en sneeuw, en het feit dat ze hun kamp in de luwte van een bergkam hadden opgeslagen,” zegt Wilkinson. “Ik heb die fout in mijn bergbeklimmersloopbaan meer dan eens gemaakt.” Op een expeditie naar Antarctica in 2012 werden de tenten van Wilkinsons team opgezet binnen een kring van sneeuwwallen, die als windscherm moest dienen. Maar toen ze na drie dagen in het kamp terugkeerden, ontdekte het team dat twee tenten binnenin de kring volledig waren ingesneeuwd.

De lawine die zich op 1 februari 1959 op de Cholatsjachl lijkt te hebben voorgedaan, was een ongelooflijk zeldzaam verschijnsel. Maar ook zeldzame verschijnselen komen af en toe voor, en dit voorval kan zich alleen op die specifieke plek, op dat precieze moment en alleen op die ene, extreem winterse nacht hebben voorgedaan.

De perfecte storm

Wat er na de lawine moet zijn gebeurd, is speculatie, maar tegenwoordig wordt ervan uitgegaan dat de groep zichzelf uit de bedolven tent heeft bevrijd en in paniek tijdelijke beschutting heeft gezocht in de boomlijn, anderhalve kilometer verder naar beneden. Sommige groepsleden waren ernstig gewond, maar allemaal werden ze buiten de tent gevonden, dus is het waarschijnlijk dat de minst gewonde overlevenden de zwaargewonden uit de bedolven tent hebben getrokken om ze te redden. “Dit is een verhaal van moed en vriendschap,” zegt Poezrin.

De meeste van de negen slachtoffers op de Cholatsjachl zijn overleden aan onderkoeling, terwijl anderen misschien aan hun verwondingen zijn bezweken. Het feit dat sommige zich deels hadden ontkleed, blijft een raadsel, hoewel paradoxale ontkleding een verklaring kan zijn. Ook berichten over het feit dat sommige lichamen sporen van radioactiviteit vertoonden (wat het gevolg kan zijn geweest van het thorium dat in kampeerlantaarns aanwezig was) is merkwaardig. Het feit dat bij sommige slachtoffers de ogen en de tong ontbraken, is waarschijnlijk gewoon het gevolg van aasdieren die zich met de lichamen hebben gevoed, maar ook dat is nog een open vraag.

In deze nieuwe studie is niet geprobeerd om het gebeuren dat zich in 1959 heeft afgespeeld, in zijn geheel te verklaren en het voorval op de Djatlov-pas zal wel nooit helemaal worden afgesloten, denkt Gaume. Deze studie biedt niet meer dan een redelijke interpretatie van de gebeurtenissen die uiteindelijk tot zoveel doden op de Cholatsjachl zouden leiden.

Dat is niet alleen belangrijk voor de nog levende verwanten van de slachtoffers, die grote moeite hebben met de mening van sommigen in Rusland dat de bergwandelaars domme keuzes hebben gemaakt of onnodige risico’s hebben genomen, die uiteindelijk tot hun dood hebben geleid. “Daarmee besmeur je eigenlijk hun nagedachtenis,” zegt Poezrin, wiens onderzoek nu aantoont dat ook bergbeklimmers met zeer veel ervaring zouden zijn verrast door deze uiterst zeldzame lawine. Volgens Poezrin waren de leden van de Djatlov-groep zeer competente mensen die nooit hadden kunnen voorzien dat het wegruimen van wat sneeuw voor het opzetten van hun tent op een lichte helling zulke gruwelijke gevolgen zou hebben.

Toch vreest Gaume dat de verklaring die ze nu hebben gepresenteerd, voor veel mensen te eenvoudig is om te accepteren. “Mensen willen niet dat het een lawine was,” zegt hij. “Dat is veel te gewoontjes.” Die hardnekkige scepsis en ook de gruwelijke details van het voorval op de Djatlov-pas zullen menige samenzweringstheorie ook in de toekomst levend houden.

“Voor mij is dit een verhaal zeer ontroerend en hartverscheurend, want het ging om een groep jonge mensen die er op uittrok en nooit meer terugkeerde,” zegt Wilkinson.

“Mensen houden ervan om niet erg aannemelijke scenario’s te bedenken over de dood in een afgelegen gebied, want we zullen nooit zeker weten wat er is gebeurd.”

Dit artikel werd oorspronkelijk in het Engels gepubliceerd op NationalGeographic.com

Lees meer