Onder mijn vrienden sta ik te boek als iemand die snel huilt. Ik kan ze geen ongelijk geven: confronteer me met een emotionele filmscène of een schattige puppy, en de kans is groot dat ik het niet droog houd. En ja hoor, ook nu, in het Maastricht Universitair Medisch Centrum (MUMC+), vloeien mijn tranen rijkelijk. Toch voelt dit anders. In dit geval huil ik niet omdat ik overmand word door emoties, maar omdat ik deelneem aan een onderzoek naar tranen.

Huilen voor de wetenschap

In elk van mijn onderste oogleden is een papieren strookje geplaatst dat ontwikkeld is om mijn traanvocht te absorberen. Het doet geen pijn, maar voelt wel vreemd, alsof er een stofje in mijn oog zit.

Mijn ogen weten zich er geen raad mee en doen hun best de vreemde objecten door middel van traanvocht weg te spoelen. Tevergeefs. De strookjes blijven netjes op hun plek, tot het alarm klinkt en onderzoeksassistent Roos Geelen opstaat om ze een voor een uit mijn ogen te verwijderen.

Leestip: Au! In dit laboratorium in Leuven doen ze mensen pijn. Myrthe zoekt uit waarom

‘Je traant goed,’ merkt ze op. Net als op een meetlint staan op de strookjes millimeters en centimeters aangegeven, zodat onderzoekers de mate van traanproductie gemakkelijk kunnen vaststellen. Mijn beide ogen zijn voorbij de drie centimeter gekomen – een flinke hoeveelheid, aldus de onderzoeksassistent.

Waarom onderzoekers tranen verzamelen

Ze stopt de papiertjes met traanvocht in plastic buisjes en noteert wat gegevens op een formulier. Vervolgens plaatst ze in elk van mijn ogen een nieuw strookje. De tweede ronde begint. Mijn tranen gaan straks een vriezer in, waar al honderden soortgelijke strookjes met tranen liggen opgeslagen.

Voor deze biobank van tranen zoeken de onderzoekers in totaal vijfhonderd gezonde deelnemers. Bij elke proefpersoon worden acht monsters afgenomen: vier uit het linkeroog en vier uit het rechter. Vierduizend buisjes met traanmonsters liggen straks dus zij aan zij opgeslagen in het academisch ziekenhuis.

Wat er allemaal in tranen zit

Wat zijn de onderzoekers met al die tranen van plan? Traanvocht bevat een groot aantal stoffen, waaronder hormonen, antistoffen, elektrolyten en eiwitten, die iets kunnen vertellen over onze gezondheid, zegt onderzoeker Marlies Gijs.

‘Veel van die stoffen kun je ook vinden in bijvoorbeeld bloed of speeksel. Maar niet allemaal, en ook niet in dezelfde concentratie. Bij een ontsteking of aandoening aan het oog bijvoorbeeld vind je die niet zo snel terug in het bloed van de patiënt. Wel in de tranen.’

Gezonde tranen als meetlat

Om te begrijpen hoe bepaalde ziekten en aandoeningen zich in traanvocht manifesteren, moeten de onderzoekers de ‘zieke’ tranen kunnen vergelijken met ‘gezonde’. Dit is waar mijn tranen – en die van de uiteindelijk 499 andere gezonde proefpersonen – voor zijn bedoeld.

Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!

De onderzoekers kunnen de gegevens van deze controlegroep onder meer gebruiken om de referentiewaarden voor verschillende stoffen in het traanvocht te bepalen. Met andere woorden: wanneer is de hoeveelheid van een stofje nog ‘normaal’ en wanneer wijkt het zo ver af van het gemiddelde dat dit zou kunnen wijzen op een ziekte of gezondheidsprobleem?

17 seconden lang niet knipperen

‘Open blijven houden. Open blijven houden. Nog even open blijven houden…’ De stem van Geelen klinkt als een mantra door de donkere onderzoeksruimte. Het enige licht dat ik zie, komt van het meetapparaat dat tot vlak voor mijn oog is geschoven: een knipperend rood lampje omringd door steeds grotere rode cirkels.

Zeventien seconden lang moet ik naar het lampje blijven kijken zonder te knipperen. Het vergt enige concentratie. ‘Zo, dat was ’m,’ zegt Geelen wanneer de zeventien seconden voorbij zijn. ‘Nu het andere oog.’ Het proces wordt nog een aantal keer herhaald voor verschillende soorten scans. Het licht dat uit het apparaat komt, doet telkens net iets anders, maar mijn taak blijft hetzelfde: recht naar voren kijken en niet knipperen.

Meekijken op de scans van mijn hoornvlies

Als we na enkele minuten klaar zijn met de scans, mag ik even meekijken. Het programma heeft allerlei getallen en gekleurde vlekken op mijn hoornvlies geplaatst. Het doet me denken aan een weerkaart vol hoge- en lagedrukgebieden, waar mijn oog als een soort wereldbol onder verborgen ligt. De overheersende kleur van de vlekken is groen – een goed teken, hoop ik.

‘De scan geeft onder meer de dikte en kromming van het hoornvlies weer,’ legt Gijs me later uit. ‘Bepaalde aandoeningen gaan gepaard met een dunner hoornvlies of een abnormale kromming. Bij jou ziet dat er perfect normaal uit.’

Leestip: Hoe kun je je diepe slaap bevorderen? Myrthe laat zich onderzoeken in deze slaapkamer

Bovendien zijn de oogscans bedoeld om droge ogen op te sporen. Hoewel zo’n tien procent van de bevolking er last van heeft, is lang niet iedereen zich daarvan bewust. ‘Veel mensen weten niet dat ze droge ogen hebben, maar voor ons onderzoek is die informatie belangrijk,’ zegt Gijs. ‘Tranen van mensen met droge ogen zijn namelijk iets geconcentreerder: dat beïnvloedt dus de samenstelling van het traanvocht.’

Waarom traanonderzoek zo kostbaar is

Naar welke stofjes precies zal worden gekeken bij de analyse van mijn tranen, staat nog niet helemaal vast. Pas wanneer de tranen van alle vijfhonderd deelnemers verzameld zijn, zal de analyse worden gepland. Daarbij zullen Gijs en haar collega’s zich onder meer laten leiden door de onderzoeken die op dat moment lopen in het Maastrichtse ziekenhuis.

‘Het analyseren van vijfhonderd monsters is duur,’ legt ze uit. Onder meer om die reden zijn de onderzoekers genoodzaakt hun analyse gericht aan te pakken. ‘We willen inzetten op stoffen waarvan al is bewezen dat die iets te maken hebben met een bepaalde ziekte waarvoor die referentiewaarde echt nodig is.’

Meer lezen uit deze rubriek? Bekijk hier alle Proefkonijn-verhalen, waarin Myrthe zich overgeeft aan de wetenschap.

Aan mogelijkheden lijkt in elk geval geen gebrek. De chemische analyse van traanvocht heeft talloze potentiële toepassingen, binnen de oogheelkunde én daarbuiten. In eerder onderzoek keek Gijs onder meer al naar de tranen van coronapatiënten. Ook toonde ze aan dat traanvocht een rol kan spelen bij onderzoek naar hersenaandoeningen, zoals de ziekten van Alzheimer en Huntington.

‘Nu is voor onderzoek bij alzheimerpatiënten nog vaak hersenvocht nodig,’ aldus Gijs. Dat betekent dat patiënten een ruggenprik moeten ondergaan, een erg pijnlijke en invasieve ingreep. Uit eerder onderzoek van Gijs bleek al dat de eiwitten amyloid en tau, die in verband zijn gebracht met alzheimer, in de tranen van patiënten meetbaar zijn. ‘Als we in de toekomst niet alleen van hersenvocht, maar ook van tranen gebruik kunnen maken, dan is dat een heel fijn alternatief voor patiënten.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!