Waar een wolf een prooi eet, is een raaf nooit ver weg. Lange tijd dachten biologen daarom dat de vogels simpelweg jagende wolven volgden om restjes vlees te bemachtigen. Maar nieuw onderzoek, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Science, laat zien dat het verhaal complexer is. Raven blijken namelijk een uitzonderlijk geheugen te hebben: ze onthouden plekken waar wolven eerder succesvol hebben gejaagd en keren daar later terug.
Symbiotische relatie tussen wolf en raaf
De samenwerking tussen raaf en wolf fascineert mensen al eeuwenlang. In de Noordse mythologie stuurt oppergod Odin zijn twee raven op pad om informatie te verzamelen. Zijn wolven volgen hen, zodat de vogels geen honger zullen lijden.
Die symbiotische relatie wordt ondersteund door wetenschappelijk onderzoek, gepubliceerd in Ecology and Evolution. Nadat wolven in 1995 opnieuw werden geïntroduceerd in Yellowstone National Park, merkten onderzoekers dat raven opvallend vaak in hun buurt opdoken. Zodra een wolventroep begon te jagen, nam het aantal raven in de omgeving nog verder toe. Maar hoe weten raven precies waar een prooi ligt?
Raven blijken wolven niet te volgen
Om die vraag te beantwoorden werkten kraaien- en ravenexpert John Marzluff, emeritus hoogleraar aan de University of Washington (VS), en Matthias-Claudio Loretto van de University of Veterinary Medicine in Wenen (Oostenrijk) samen.
Wil je niets missen van onze verhalen? Volg National Geographic op Google Discover en zie onze verhalen vaker terug in je Google-feed!
De onderzoekers vingen 69 raven en voorzagen ze van gps-trackers. Gedurende 2,5 jaar volgden ze hun bewegingen en vergeleken die met de jachtgebieden van wolven. De resultaten verrasten hen. In de enorme hoeveelheid data bleek slechts één raaf een wolf langer dan een uur te volgen.
‘Toen we ons realiseerden dat raven wolven helemaal niet over lange afstanden volgen, moesten we opnieuw nadenken over hoe ze zo snel bij een karkas terechtkomen,’ zegt Loretto.
Een indrukwekkend geheugen voor jachtplekken
Een analyse van de gps-data onthulde een duidelijk patroon: raven keerden herhaaldelijk terug naar specifieke plekken waar wolven eerder succesvol hadden gejaagd. Wolven vangen hun prooi namelijk vaak op vergelijkbare locaties, zoals open valleien of vlakke graslanden.
Sommige vogels legden daarbij tot 155 kilometer per dag af langs zulke kansrijke gebieden. Volgens de onderzoekers wijst dit erop dat raven leren en onthouden waar wolven meestal toeslaan. Dat vermogen gaat verder dan alleen het onthouden van een voedselbron.
‘We wisten al dat raven stabiele voedselplekken onthouden, zoals afvalbergen,’ zegt Loretto. ‘Maar dat ze ook patronen in het landschap herkennen waar jacht waarschijnlijk is, verraste ons.’
Ruimtelijk geheugen helpt bij het vinden van voedsel
Toch sluiten de onderzoekers niet uit dat raven wolven soms wél volgen, maar dan over korte afstand. Ze kunnen bijvoorbeeld reageren op wolvengehuil, geursporen of gedragsveranderingen van andere dieren.
Leestip: Keert na de wolf ook de bruine beer terug naar Nederland?
Maar voordat ze zulke signalen oppikken, moeten de vogels eerst weten waar ze überhaupt moeten zoeken. Dat lukt dankzij hun sterke ruimtelijke geheugen: het vermogen om routes en locaties nauwkeurig te onthouden.
Volgens Marzluff laat het onderzoek zien hoe flexibel raven zijn als aaseters.
‘Ze zijn niet afhankelijk van één wolventroep. Ze kunnen verschillende voedselbronnen afwegen en daar strategisch gebruik van maken.’
Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!






