Precies twintig jaar geleden, op 24 augustus 2006, verloor ons zonnestelsel officieel een planeet. De Internationale Astronomische Unie (IAU) besloot dat Pluto voortaan als dwergplaneet door het leven ging – een besluit waarover wetenschappers nog altijd discussiëren. Opmerkelijk genoeg werd Pluto daarna alleen maar interessanter: een ruimtesonde onthulde ijsbergen, gletsjers en aanwijzingen voor een mogelijke oceaan diep onder het oppervlak. Waarom werd Pluto gedegradeerd tot dwergplaneet, en wat weten we twintig jaar later over deze verre wereld?

De ontdekking van Pluto

De Amerikaanse astronoom Clyde Tombaugh ontdekte Pluto in 1930. Destijds werd het hemellichaam vrijwel onmiddellijk uitgeroepen tot de negende planeet van ons zonnestelsel.

Veel details waren echter nog onbekend. Niet zo vreemd, want Pluto bevindt zich miljarden kilometers van ons vandaan in de Kuipergordel, aan de rand van ons zonnestelsel, nog voorbij Neptunus.

Waarom Pluto op 24 augustus 2006 zijn planeetstatus verloor

Decennialang gold Pluto als de negende planeet van ons zonnestelsel. Maar vanaf de jaren negentig ontdekten astronomen steeds meer objecten in de Kuipergordel die overeenkomsten met Pluto vertoonden. Toen in 2005 ook Eris werd ontdekt – een object dat destijds groter dan Pluto werd geschat – werd de vraag onvermijdelijk: wat noemen we eigenlijk een planeet?

Op 24 augustus 2006 stelde de IAU daarvoor een officiële definitie vast. Een planeet in ons zonnestelsel moet aan drie criteria voldoen: hij draait rond de zon, heeft door zijn eigen zwaartekracht een vrijwel ronde vorm gekregen én heeft de omgeving rond zijn baan dynamisch gedomineerd, oftewel ‘schoongeveegd’ van andere objecten van vergelijkbare omvang.

Pluto voldoet aan de eerste twee voorwaarden, maar niet aan de derde. Hij deelt zijn omgeving met talloze objecten in de Kuipergordel en is niet zwaar genoeg om daar gravitatiekundig de baas te zijn. Daarom werd Pluto ondergebracht in een nieuwe categorie: de dwergplaneten. Ook onder meer Eris, Haumea, Makemake en Ceres vallen tegenwoordig in die categorie.

Het besluit was vanaf het begin omstreden. Slechts een deel van de aanwezige IAU-leden stemde op de laatste dag van het congres over de nieuwe definitie, en sommige planeetwetenschappers vinden het criterium van het ‘schoonvegen’ van een baan nog altijd problematisch. Volgens alternatieve definities zou Pluto dus wél een planeet kunnen zijn. Officieel is daar echter niets aan veranderd: voor de IAU is Pluto twintig jaar later nog altijd een dwergplaneet.

New Horizons ontdekte een verrassend actieve wereld

Pluto verloor zijn planeetstatus slechts enkele maanden nadat NASA een ruimtesonde naar het hemellichaam had gelanceerd. New Horizons vertrok op 19 januari 2006, toen Pluto officieel dus nog een planeet was. Na een reis van ruim negen jaar bereikte de sonde op 14 juli 2015 zijn bestemming.

New Horizons kwam niet in een baan rond Pluto, maar vloog tijdens een razendsnelle scheervlucht op ongeveer 12.500 kilometer boven het oppervlak langs de dwergplaneet. Daarmee werd het de eerste ruimtesonde die Pluto van dichtbij onderzocht en gedetailleerde beelden naar de aarde stuurde.

dwergplaneet pluto
NASA
Een close-up van Pluto, gemaakt door ruimtesonde New Horizons.

De missie veranderde ons beeld van Pluto ingrijpend. In plaats van een oude, vrijwel onveranderlijke ijswereld bleek Pluto geologisch verrassend complex. New Horizons fotografeerde bergen van waterijs, uitgestrekte vlaktes van bevroren stikstof, gletsjerachtige structuren en een dunne, gelaagde atmosfeer.

Een van de opvallendste ontdekkingen was Sputnik Planitia, de enorme, vrijwel kraterloze ijsvlakte die een deel vormt van het beroemde hartvormige gebied op Pluto: de Tombaugh Regio. Het geringe aantal inslagkraters wijst erop dat delen van het oppervlak geologisch relatief jong zijn.

Schuilt onder het ijs van Pluto een vloeibare oceaan?

Aan het oppervlak zijn de omstandigheden extreem. De temperatuur ligt er volgens NASA doorgaans rond -223 tot -238 graden Celsius, afhankelijk van onder meer locatie en seizoen. Vloeibaar water kan daar aan het oppervlak niet langdurig bestaan en leven zoals wij dat kennen lijkt er daarom zeer onwaarschijnlijk.

Wil je niets missen? Volg National Geographic op Google Discover en voeg National Geographic toe als voorkeursbron om onze verhalen vaker te zien in je Google-feed!

Toch werd Pluto na New Horizons juist interessanter voor de zoektocht naar potentieel bewoonbare omgevingen. Onderzoekers vermoeden op basis van geologische en geofysische aanwijzingen dat diep onder de ijskorst mogelijk een oceaan van vloeibaar water schuilgaat. Of die oceaan daadwerkelijk bestaat – en of daar omstandigheden voor leven mogelijk zijn – weten we niet.

De extreme kou heeft alles te maken met Pluto’s grote afstand tot de zon. Gemiddeld bevindt de dwergplaneet zich op ongeveer 5,9 miljard kilometer van onze ster. Eén rondgang om de zon duurt daardoor 248 aardse jaren. Een etmaal op Pluto – één volledige draai om zijn as – duurt ongeveer 6,4 aardse dagen.

Waarom een elfjarig meisje Pluto zijn naam gaf

Pluto is vernoemd naar de Romeinse god van de onderwereld – en niet naar de beroemde hond van Mickey Mouse. De naam werd in 1930 voorgesteld door Venetia Burney, een elfjarig Brits meisje met belangstelling voor mythologie. Haar suggestie bereikte via haar grootvader de astronomen van het Lowell Observatory, die de naam uiteindelijk kozen.

Disneys Pluto verscheen datzelfde jaar voor het eerst op het witte doek. Of de hond daadwerkelijk naar de pas ontdekte planeet werd vernoemd, is nooit overtuigend vastgesteld.

Twintig jaar na de beslissing van IAU is Pluto dus officieel geen planeet meer, maar minder interessant is hij zeker niet geworden. Sterker nog: juist sinds Pluto zijn planeetstatus verloor, hebben we meer over deze kleine, ijzige wereld geleerd dan in de 76 jaar daarvoor.

Meer ontdekken? Krijg onbeperkt toegang tot National Geographic Premium en steun onze missie. Word vandaag nog lid!

Headshot of Willeke van Doorn

Willeke van Doorn studeerde journalistiek, reisde een tijdje de wereld rond en kwam uiteindelijk via de Verenigde Staten, Australië en Nieuw-Zeeland bij de redacties van Quest en National Geographic. Ze is nieuwsgierig naar de wereld, gaat het liefst elke maand even op reis en neemt dan ook altijd haar hardloopschoenen mee.